Rabbi Nachman en Kafka (1)

Leo Frijda

vrijdag 30 september 2011

Rabbi Nachman is Rosj Hasjana en Kafka is Jom Kipoer, schrijft Rodger Kamenetz in zijn nieuwe boek Burnt Books, Rabbi Nachman of Bratslav and Franz Kafka.

Kafka had de door Martin Buber in 1906 vertaalde en bewerkte verhalen van rabbi Nachman van Bratslav gelezen maar hij was over Buber en diens ‘legendeboeken’ niet erg te spreken. In een brief aan Felice Bauer, januari 1913, gebruikt hij zelfs het woord ‘onuitstaanbaar’. Ook over kabbala heeft Kafka zich negatief uitgelaten. Hij vond het louter bijgeloof en een diepere betekenis zag hij er niet in. Dit alles neemt niet weg dat Kafka hield van de chassidische verhalen die hij in een latere brief aan Max Brod, eind september 1917, ‘het enige Joodse’ noemt ‘waarin ik mij, onafhankelijk van mijn gemoedstoestand, meteen en altijd thuis voel’.

De chassidische parabel heeft bovendien voor een aantal van zijn verhalen model gestaan. Daarvan had Karl Erich Grözinger in zijn boek Kafka und die Kabbala, Das Jüdische in Werk und Denken von Franz Kafka (Eichborn Verlag, Frankfurt am Main, 1992), al eerder de nodige voorbeelden gegeven. Bovendien heeft Grözinger vastgesteld dat Kafka Het Proces, Het oordeel en In de strafkolonie onder de directe invloed van de Hoge Feestdagen had geschreven.

Kamenetz sluit zich in zijn boek daarbij aan. Kamenetz heeft zoveel overeenkomsten tussen rabbi Nachman en Kafka gevonden dat hij meent dat hun verhalen ‘speak to one another in a call and response’. Hij gaat zelfs zover dat hij het kabbalistische concept van reïncarnatie, Gilgul Neshamot, op rabbi Nachman en Kafka toepast.

Rodger Kamenetz, Burnt Books,
Rabbi Nachman of Bratslav and Franz Kafka,
Schocken Books, New York, 2010.
Er is geen portret van rabbi Nachman.
Wel is de stoel bewaard gebleven waarin hij heeft gezeten.

Veel overeenkomsten tussen rabbi Nachman en Kafka. Eén daarvan verklaart de titel, Burnt Books. Kafka had aan Max Brod gevraagd het merendeel van zijn boeken, waaronder Het proces en Het slot, na zijn dood te verbranden. Ook rabbi Nachman wilde dat door hem geschreven boeken werden verbrand. Hij vroeg het aan zijn trouwe volgeling rabbi Simeon die, anders dan Max Brod, aan die wens heeft voldaan. De beweegredenen waren heel verschillend. Bij Kafka zal de doorslag hebben gegeven dat het merendeel van wat hij had geschreven nog onvoltooid was. De teksten waren nog niet definitief. Kafka zocht naar literaire perfectie. Verhalen die hij wel goed genoeg vond, zijn nog tijdens zijn leven gepubliceerd. Daaronder Het oordeel, In de strafkolonie en ook de parabel Voor de wet uit Het proces.

Voor rabbi Nachman lag het probleem niet in de boeken maar in de lezers. Rabbi Nachman was bezorgd over het groeiend ongeloof onder de Joden en hij meende dat zijn boeken verkeerd konden worden uitgelegd. Het waren heilige boeken waarvan de heiligheid wordt aangetast indien verkeerde personen deze boeken op de verkeerde manier lezen. Daarom dienden ze te worden vernietigd.

De laatste jaren van zijn leven zocht rabbi Nachman naar een andere manier om het groeiend ongeloof onder de Joden tegen te gaan en hij vond die in het vertellen van chassidische verhalen, later door rabbi Nathan opgeschreven en in het Hebreeuws en Jiddisj gepubliceerd. ‘Die Geschichten sollten die Kleider der Lehre sein. Sie sollten erwecken,’ tekent Buber op. Rabbi Nachman wilde sceptische oren bereiken, ‘outreach among the Maskiliem’, schrijft Kamenetz. Rabbi Nachman ‘thought Jews had fallen completely asleep and needed tales to awaken them to their souls’. Zo werd rabbi Nachman, in de woorden van Buber, ‘der erste und bisher einzige wirkliche Märchendichter unter den Juden.’

Met zijn verhalen wilde rabbi Nachman de Joden de ogen openen. ‘You may have lost your Jewish soul, but you still have a Jewish mind’. Het was bovendien op Rosj Hasjana 1806 dat rabbi Nachman ‘gives teaching on the power of tales to awaken those who are asleep.’ Voor rabbi Nachman en zijn aanhangers is Rosj Hasjana dan ook één van de belangrijkste feesten. Nog steeds gaan zijn aanhangers met Rosj Hasjana naar Uman in de Oekraïne, waar rabbi Nachman de laatste jaren van zijn leven heeft gewoond en 16 oktober 1810 is gestorven. Het moeten er jaarlijks twintigduizend zijn, schrijft Kamenetz, die Uman tijdens Rosj Hasjana 2008 heeft bezocht.

Rabbi Nachman is Rosj Hasjana en Kafka is Jom Kipoer, vat Kamenetz samen en daar zit wat in. Schuld en straf zijn begrippen die in het werk van Kafka steeds opnieuw terugkeren. Maar er is ook een meer concreet verband te leggen. Een regelmatige synagogebezoeker is Kafka nooit geweest. Wel ging hij elk jaar tijdens de Hoge Feestdagen met zijn vader naar de synagoge, eerst de Pinkassynagoge en later de Alt-Neu-synagoge (die hem veel minder beviel). Jom Kipoer 1912, het viel dat jaar op 21 september, liet Kafka voor de eerste keer verstek gaan en kort daarna schreef hij in één nacht zijn verhaal Het oordeel. ‘Alleen zo kan geschreven worden, alleen in een dergelijke samenhang met zo’n volslagen openen van lichaam en ziel’, noteert hij 23 september 1912 in zijn dagboek. In Het oordeel staat de relatie tussen een vader en zijn zoon centraal. Hier gaat het me om de opmerking van Kamenetz dat in Kafka’s verhaal voor de Joodse lezer doorklinkt wat tijdens Jom Kipoer wordt gezegd: ‘Op de Grote Verzoendag wordt het bezegeld ... Wie leven, wie sterven zal ... Wie door ’t vuur, wie door het water’. Als de vader zijn zoon veroordeelt tot de verdrinkingsdood, schrijft Kamenetz, hoor je de echo van het Unetaneh Tokef.

Kafka’s ‘The Judgment’ carries the feeling tone of Yom Kippur into an entirely secular context. It’s an assimilated story, though: its connection to Yom Kippur can be felt by those who know the feeling, and completely missed by those who don’t.

Er zijn meer teksten van Kafka aan te wijzen die een zelfde benadering rechtvaardigen. De parabel Voor de wet bijvoorbeeld waarvan de eerste regels luiden: ‘Voor de wet staat een wachter. Bij deze wachter komt een man van het land ...’. Er is op gewezen dat Kafka bij een ‘man van het land’ kan hebben gedacht aan een Am ha-Aretz, een persoon die niet veel weet van de Tora. Maar laten we voorzichtig zijn. Kafka heeft ongetwijfeld in zijn werk Joodse thema’s verwerkt en Joodse oren vangen dat op. Hij heeft echter niet voor niets gekozen voor een ‘entirely secular context’. Als je dat vasthoudt, is de formulering van Kamenetz, Kafka is Jom Kipoer, zo gek nog niet. Dit geldt niet voor de gedachte dat de ziel van rabbi Nachman is teruggekeerd in Kafka. Dat is, vriendelijk gezegd, weinig verhelderend. Er ligt niet alleen ongeveer honderd jaar tussen rabbi Nachman en Kafka, er zijn ook wezenlijke verschillen. Voldoende aanleiding tot verdere bespiegelingen. Volgende keer dus meer over het boek van Kamenetz.

3 + 3 = ?

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.