Ravensbrück

Leo Frijda

vrijdag 25 januari 2013

De Nederlandse vertaling van Ravensbrück, de roman van Steve Sem-Sandberg over Milena Jesenská, is uit en heb ik nu gelezen. Dus kan ik mijn column van twee weken geleden vervolgen. Daarin schreef ik dat Milena, begin 1920 op bezoek in Praag, Kafka aansprak in het bekende café Arco en hem vroeg zijn verhalen in het Tsjechisch te mogen vertalen. Bovendien citeerde ik de eerste brief van Kafka, geschreven vanuit pension Ottoburg in Merano, waar Kafka sinds april 1920 verbleef. In die brief beschrijft hij Milena zoals hij zich haar herinnert, niet zozeer haar gezicht maar vooral haar gestalte en haar kleding en hoe zij weer wegging tussen de tafels van het café.

In Ravensbrück vermeldt Sem-Sandberg echter dat Milena, op bezoek in Praag, herfst 1919 in café Arco aangesproken werd door Stanslav Neumann, de redacteur van het tijdschrift Kmen. Neumann vroeg haar, schrijft Sem-Sandberg, Kafka’s verhaal De stoker voor dat tijdschrift te vertalen, waarna Milena zich maanden later schriftelijk tot Kafka wendde. Kafka werd toen al voor zijn longtuberculose verpleegd in het sanatorium in Zuid-Tirol.

Bij het opschrijven van de passage over café Arco in mijn vorige column had ik mij gebaseerd op het boek van Jacqueline Raoul-Duval, Kafka in Love, waarin de ontmoeting tussen Kafka en Milena in café Arco gedetailleerd is beschreven. Dat had ik in het kort overgenomen.

In de jaren vóór 1918 had Milena echter al regelmatig met vriendinnen café Arco bezocht. Daar had zij Ernst Polak ontmoet met wie zij 16 maart 1918 was getrouwd, waarna het paar naar Wenen verhuisde. Zou Kafka, zo dacht ik, misschien uit die eerdere periode nog een herinnering hebben aan Milena? Het bleef me bezig houden en ik wilde dus nagaan hoe het zat.

Vaststaat dat Kafka in Praag café Arco wel eens placht te bezoeken. Es werfelt und brodelt und kafkat und kischt, spotte Karl Kraus over de Arconauten. Het was een bekend literair café dat Hartmut Binder heeft opgenomen in Wo Kafka und seine Freunde zu Gast waren, Eine Typologie des Prager Kaffeehauses. Binder schrijft dat Kafka in café Arco Milena ontmoette die seit 1917 in Wien lebte, aber gelegentlich zu Besuch in ihre Heimatstadt kam (1917 moet overigens 1918 zijn). In zijn boek Kafkas Welt, Eine Lebenschronik in Bildern, is Binder explicieter: Anlässlich eines Anfang 1920 stattfindenden Besuchs in ihrer Heimatstadt … traf sie mit Kafka im Café Arco zusammen. Dat neemt Binder dus als vaststaand aan. Over wat toen tussen Kafka en Milena is besproken, is Binder minder zeker: … und bat ihm vermütlich, ihr die tschechischen Übersetzungsrechte für den Heizer einzuräumen.

Dus nog maar eens twee Kafkabiografieën geraadpleegd. Nicholas Murray schrijft dat Kafka Milena in 1919 in een Praags café had ontmoet. Reiner Stach daarentegen laat in het midden wanneer precies een bezoek van Milena aan Praag plaats had, eind 1919 of begin 1920. Vermoedelijk, schrijft hij, was het dit bezoek dat het Milena mogelijk maakte zich met Kafka te verstaan. Anders dan Binder, neemt Stach als vaststaand aan dat Milena Kafka niet lang voor het begin van de briefwisseling over het vertalen van zijn verhalen heeft aangesproken.

Dit alles is natuurlijk literatuurgeschiedenis op de vierkante millimeter en zo heel belangrijk is het niet. Het brengt mij wel bij een vraagteken dat ik bij het boek van Sem-Sandberg zet. Zijn boek is aangekondigd als roman, niet als biografie. Een roman geeft in geval van ontbrekende of tegenstrijdige informatie natuurlijk meer ruimte dan een biografie. Sem-Sandberg heeft die ruimte echter als het ware weer ingeperkt door teksten van Milena en ook van anderen in de verhaallijn over te nemen. Zo blijft zijn boek enigszins hangen tussen roman en biografie.

Sommige teksten, helaas vaak alleen maar flarden van de oorspronkelijke artikelen, zijn afkomstig uit Milena’s eigen boeken of uit biografieën over haar. Sem-Sandberg, die kennelijk het Tsjechisch beheerst, heeft daarnaast in Praag onderzoek gedaan en kranten en tijdschriften geraadpleegd waarin Milena heeft gepubliceerd. Dat is winst, immers extra informatie die in andere boeken ontbreekt. Waaraan ik echter meteen toevoeg dat ik door het lezen van het boek van Sem-Sandberg geen andere kijk op Milena heb gekregen. Over de relatie van Kafka en Milena blijven de Briefe an Milena dé bron met naar mijn mening als beste commentaar Die Jahre der Erkenntnis van Reiner Stach. Over het verblijf van Milena in Ravensbrück is het boek van Margarete Buber-Neumann, die met haar in het kamp veel contact heeft gehad, de bron bij uitstek.


Steve Sem-Sandberg, Ravensbrück,
Een duizelingwekkende roman over Milena Jesenská,
vertaling Geri de Boer, Anthos, Amsterdam 2013.

Milena Jesenská was een spil in het rijke Joodse culturele leven van voor de Tweede Wereldoorlog staat op de kaft van Ravensbrück. Dat is niet zonder meer onjuist maar kan mogelijk de indruk wekken dat Milena zelf Joods was. Dat was niet het geval. Een bijzondere vrouw was zij zeker, een levend vuur schreef Kafka begin mei 1920 vanuit Merano aan Max Brod. Milena was, vermeldt de kaft, spontaan, luidruchtig en onstuimig, alles wat een vrouw niet hoorde te zijn. Een eigenzinnige vrouw dus. Niet alleen in haar jonge jaren maar ook later toen zij zich tegen de nationaalsocialisten verzette, wat zij in Ravensbrück, slechts 47 jaar oud, met de dood heeft moeten bekopen. Over die laatste periode nog enkele opmerkingen. Ook om toch tot het lezen van het boek van Sem-Sandberg aan te moedigen.

De Duitsers vielen 15 maart 1939 Tsjecho-Slowakije binnen en Praag werd de hoofdstad van het protectoraat Bohemen en Moravië. Milena begon te schrijven voor het illegale blad V Boy (Ten strijde) en werd lid van een verzetsgroep die vooral Joden in veiligheid bracht. Voor hen stelde Milena haar huis in Praag open en Von Zedtwitz, een medisch student met een auto, bracht hen naar de Poolse grens. Ook Von Zedtwitz behoort tot The Righteous Among The Nations. Op de site van Yad Vashem staat zijn ‘testimony’ over Milena: Milena impressed me as a most intelligent woman, who had great political wisdom, and was incredibly courageous.

Milena is 11 november 1939 door de Gestapo gearresteerd. Vanuit een Praagse gevangenis is ze naar Dresden overgebracht waar haar proces plaatsvond. Meewerken aan illegale bladen was het verwijt, maar daarvan ontbrak het bewijs. Niettemin is Milena naar het concentratiekamp Ravensbrück gedeporteerd. Voorjaar 1940 kon Milena nog een laatste, ontroerende brief schrijven aan haar achtergebleven dochter, Honza, gedeeltelijk overgenomen in het boek van Sem-Sandberg: Je schreef eens dat je ook van me zou houden als ik oud werd, weet je nog? Ik ben al oud, liefje. Een oude moeder, die niemand anders heeft dan jou. Maar dat is veel. Ik ben ontzettend rijk, Honza, en blij, omdat ik jou heb.

Milena, in de woorden van Buber-Neumann, behoorde tot de weinigen die niet in staat waren onverschillig en afgestompt te raken. Zij was moedig en deed in Ravensbrück alles wat in haar vermogen lag om patiënten te redden die het risico liepen in de gevarenzone te belanden. Als politieke gevangene kreeg Milena werk in het Krankenrevier van het kamp. Daar ontdekte ze dat een arts, Rolf Rosenthal, en een vrouwelijke Kapo, Gerda Quernheim, patiënten en in het kamp geboren baby’s ombrachten. Milena gaf hen aan bij Ludwig Ramdohr, het hoofd van de Gestapo van het kamp. Ramdohr arresteerde Rosenthal en Quernheim. Misschien dacht hij aan zijn eigen positie en zijn toekomstige carrière. Wat daarvan ook zij, de arrestatie was een feit en Milena bleef buiten schot. Het had, schreef Buber-Neumann, voor haar ook heel anders kunnen aflopen.

Deze moedige vrouw stierf alsnog 17 mei 1944. Haar nieren waren aangetast en daarvoor is ze niet goed behandeld. Milena is één van de ongeveer 90.000 vrouwen die in Ravensbrück het leven heeft verloren.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009