Joseph Roth (1)

Leo Frijda

vrijdag 17 april 2009

Een ontwortelde die van hotelkamer naar hotelkamer trok, schreef ik eerder over Joseph Roth. Er ligt symboliek in dat Joseph Roth het hotel waar hij het langst kwam, hotel Foyot in Parijs, vanuit het tegenover gelegen café Le Tournon heeft zien afbreken, nadat hij als laatste gast daar was vertrokken. Joseph Roth was bijna zijn hele leven aan de drank, zuipt zwart gif, schreef Klaus Mann na een ontmoeting met Joseph Roth. Roth schreef zijn boeken in cafés als Le Tournon. Het wekt verbazing maar ook bewondering dat hij ons toch zoveel boeken heeft nagelaten. Een echte verteller die nog altijd wordt gelezen. Ook in Nederland. Uitgeverij Atlas geeft de laatste tijd zijn boeken, fraai vormgegeven, opnieuw in vertaling uit. En nu is er een nieuwe biografie van de hand van Wilhelm von Sternburg. Daarover valt veel goeds te zeggen. De biografie is zeer leesbaar, plaatst Joseph Roth in zijn tijd, ontrafelt door Joseph Roth in het leven geroepen mythes en maakt de vele tegenstrijdigheden in diens leven en werk zichtbaar.

Een biografie over Joseph Roth. Het is bepaald geen gemakkelijke taak. Joseph Roth valt nu eenmaal moeilijk in een hokje te plaatsen. Daar zijn veel voorbeelden van. Zo schreef hij als journalist in de begin jaren twintig voor de socialistische krant Vorwärts en stond hij bekend als der rote Joseph. Maar in de jaren dertig was hij legitimist, een stroming die het herstel van de Habsburgse monarchie voorstond. Joseph Roth was in 1894 geboren in Brody, een grens- en garnizoensplaats in Galicië met ongeveer 17.500 inwoners van wie ruim tweederde Joden waren. Galicië behoorde tot de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Naar zijn verloren gegane vaderland heeft Joseph Roth altijd verlangd. “Mijn sterkste belevenis”, schreef hij, “was de oorlog en de ondergang van mijn vaderland, het enige dat ik ooit heb bezeten, de Oostenrijks-Hongaarse monarchie”. Zijn voorkeur voor een herstel van de Habsburgse monarchie komt conservatief over. In bovennationale staten, en daaronder rekende hij de dubbelmonarchie, zag Joseph Roth echter een garantie voor vrede. Terugkijken was voor Joseph Roth verbonden met zijn afkeer van nationale staten, met zijn weerzin tegen het Duitsland van zijn tijd. Joseph Roth was van het begin af aan één van de meest fervente tegenstanders van het nationaalsocialisme (die Hölle regiert, schreef hij op 23 februari 1933 aan Stefan Zweig). Uiteindelijk ging het Joseph Roth om menselijkheid. Een pessimistische moralist, zo besluit Von Sternburg het eerste hoofdstuk van zijn biografie.

Erstaunlich, wie sie ihn geliebt haben, die Freunde, die Frauen, die Kollegen. Er waren dan ook velen aanwezig op 30 mei 1939 bij de begrafenis van Joseph Roth die zich letterlijk had dood gedronken. Het was, al kan men dat van een begrafenis eigenlijk zo niet zeggen, een hilarische gebeurtenis. Jüdisch-katholisch-socialistisch-monarchistische Gespentsterszenen, noemt Von Sternburg het. Monarchisten en communisten stonden om zijn graf. De monarchisten legden een krans namens Otto von Habsburg, wat de woede opwekte van de razende reporter Egon Erwin Kisch die een kluit aarde en rode bloemen in het graf wierp. De begrafenisceremonie werd geleid door een katholieke geestelijke, wat de aanwezige Joden uit Galicië in het geheel niet beviel. Zij vroegen om een rabbijn en klaagden luid dat Roth een Jood was die volgens Joods gebruik begraven moest worden.

Was Joseph Roth katholiek geworden? Wie zijn boeken Juden auf Wanderschaft en Hiob heeft gelezen, zal dat niet spoedig beamen. Joseph Roth heeft echter wel degelijk met het katholicisme gekoketteerd. Maar, zo staat vast, hij heeft zich nooit laten dopen. In de herinneringen van Soma Morgenstern, Joseph Roths Flucht und Ende, vorig jaar opnieuw door Kiepenheuer & Witsch als paperback uitgegeven en door Von Sternburg terecht het beste boek met herinneringen aan Joseph Roth genoemd, valt uitgebreid te lezen hoe Friderike Zweig en Johannes Oesterreicher, een gesjmadde katholieke geestelijke, geprobeerd hebben Joseph Roth een geheel katholieke begrafenis te geven. Door het ontbreken van een doopbewijs ging dat niet door, al leidde Oesterreicher uiteindelijk wel de begrafenisceremonie. Er wordt niets voor mij gelezen, mis noch kaddisj, geen van beide, dichtte Heinrich Heine. Ook geen kaddisj voor Joseph Roth, al was dat wel afgesproken. Joseph Gottfarstein zou kaddisj zeggen voor zijn vriend Joseph Roth. Door het ontstane gekrakeel zag hij daarvan af.

Roth hield ervan mythen over hem te laten voortbestaan. Maar zelfs als hij koketteerde met het katholicisme, waarvan hij overigens maar bitter weinig afwist, zei hij tegelijkertijd dat hij zijn Jood-zijn nooit zal verloochenen. Het gaat wellicht wat ver om de woorden van Morgenstern over te nemen die schreef dat Joseph Roth eerder uit alkoholischen dan katholischen motieven handelde. Hoe dan ook, veel uitlatingen van Joseph Roth wijzen erop dat hij van zijn Jood-zijn niet kon en niet wilde loskomen. Zo schreef hij in 1936 aan Stefan Zweig: Was ein kleiner Jude ist, brauchen Sie nicht ausgerechnet mir zu erzählen. Seit 1894 bin ich es und mit Stolz. Volgens Morgenstern moet Stefan Zweig na de begrafenis (waar hij niet bij kon zijn) hebben gezegd: “Hoe kon je het toelaten dat een zo Joods mens als onze vriend Joseph Roth door Kaplan Oesterreicher begraven werd”.

Zo is het. Zijn hart sloeg jüdisch. Daarover volgende keer verder.

Wilhelm von Sternburg, Joseph Roth, Eine Biographie. Kiepenheuer & Witsch, 2009.

3 + 3 = ?

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.