Carry van Bruggen: een moedige Jodin

Leo Frijda

vrijdag 14 mei 2010

Mijn vorige column eindigde met de vraag of alleen de vader de verlatene is. De beslissing om het geloof vaarwel te zeggen is dramatisch, zo staat in de uitgave van De Engelbewaarder over Carry van Bruggen, omdat tegelijk met de desertie de liefde tot de vader in het geding is. Ruth Wolf heeft dat in haar biografie vanuit een iets ander gezichtspunt ook onder woorden gebracht. De vier kinderen zullen allen levenslang getekend blijven door het 'verraad' tegenover hun vader, en gevangen in hun herinnering aan de orthodoxie die hun vader heeft belichaamd: Jozef voelt zich duidelijk steeds minder thuis in het stuitend platte milieu van zijn vrouw; Esther zal nooit meer het door haar vader uitgekozen Joodse krankzinnigengesticht kunnen verlaten; Roosje (...) zal blijvend geplaagd worden door schuldgevoelens omdat zij haar vader in de steek heeft gelaten; en Daniël, die het smadelijkst heeft geleden onder het antisemitisch getreiter eerst van dorpsgenoten en later van medestudenten, die het oprechtst heeft geworsteld om het behoud van de eens zo geliefde Joodse traditie, Daniël belandt in een bestaan dat door de auteur als volstrekt eenzaam en verlaten wordt gekenmerkt.

In de vorige column schreef ik dat de eigen weg die de kinderen gaan, steeds lijkt te gaan ten koste van de Joodse identiteit. Ik heb dat woordje lijkt met opzet ingevoegd. De roman is immers maar een momentopname in het assimilatieproces aan het begin van de vorige eeuw. Neem Daniël.

Daniël, lezen we, bewaart aan de Joodse feesten een schat aan herinneringen. Bij Daniël, die eveneens gedichten publiceert, denk je al gauw aan Jacob Israël de Haan met zijn gedicht Rondom het jaar uit het Het Joodsche Lied, dat al in 1911 in het blad De Beweging werd afgedrukt, dus kort na het verschijnen van De verlatene. Het lijkt er bijna op dat Jacob Israël de Haan van zijn kant weer aan dat boek refereert. Hoe dan ook, in Rondom het jaar denkt de dichter aan de Joodse feestdagen van weleer.

Ik, die smaden en haten zoude, een Knaap
Vreezend en leerend ben ik toen geweest,
Dierbaar waren mij vastendag en feest,
Heerlijk van vrome droomen was mijn slaap,

Mijn jeugd verging, zegt de dichter van wroeging en geklag:

Nu ben ik een verlatene, verlangen
Verbijt mijn hart naar ´t schoon, dat ik verstiet.

Tot slot. Autoritaire vaders, met weinig flexibiliteit, tegen wie kinderen zich afzetten, komen overal voor. Niet alleen in Joodse kring. En het niet altijd even gemakkelijk te vinden evenwicht tussen de regels van een gemeenschap, een collectiviteit zou Carry van Bruggen zeggen, en zelfstandig blijven denken is eveneens een thema van alle tijden. Het is het assimilatieproces binnen de Joodse gemeenschap aan het begin van de vorige eeuw dat aan de roman een eigen, specifiek accent geeft dat niet altijd goed is begrepen.

Een voorbeeld van dat onbegrip is mijns inziens de biografie van M.-A. Jacobs uit 1962. Carry van Bruggen gebruikt het kleinsteedse milieu in de mediene om het assimilatieproces van haar tijd zo scherp mogelijk te laten uitkomen. En ter wille van de contrastwerking overdrijft ze. Om dat duidelijk te maken ben ik begonnen met columns over Izak de Haan en de eenakter Seideravond. Als Jacobs over De verlatene schrijft, een roman die ze toch al niet zo geslaagd vindt, generaliseert ze waardoor het lijkt dat het in het boek om algemene waarheden over jodendom gaat. Zo spreekt Jacobs over het formalisme van de Joodse godsdienst en ook over het gemis aan geestelijke inhoud bij de Joden en in hun eredienst ... Zij acht, in overigens fraai Vlaams, vader Lehren in De verlatene het slachtoffer van zijn fanatische gehechtheid aan de Joodse geplogenheden. Dit alles is extra vervelend omdat het zogenaamd wettische van de Joodse traditie de verkeerde verstaander alleen maar zal sterken in diens vooroordeel. Door te generaliseren ziet Jacobs bovendien onvoldoende wat Carry van Bruggen al in De verlatene voor ogen stond en in haar filosofische werken, Prometheus en Hedendaags fetisjisme, heeft uitgewerkt, een, in de woorden van Madelon de Keizer, alternatief samenlevingsmodel waarin het individu niet aan het collectief was geofferd en de twijfel niet door het dogmatisme was onderdrukt. Daar zal het haar steeds weer om gaan.

En vergeet niet wat Ruth Wolf terecht opmerkt over de Joodse kant van Carry van Bruggen: Of zij zich verzet dan wel losmaakt, of zij glimlacht om de herinnering of zich verbijt van pijn om wat voor haar verloren ging, onder alle omstandigheden herkennen wij haar diepe betrokkenheid bij deze vroegere levensvormen.

Kort na haar tragisch overlijden, ze leed jaren aan een ernstige depressie, werd Carry van Bruggen positief herdacht in de Joodsche Wachter van 25 november 1932. Dat is opvallend want van nationalisme en daarom van zionisme wilde de individualist Carry van Bruggen niets weten. Het geringste verschil in individuele aanleg gaat de grootste nationale verschillen, gesteld dat hier iets aan te wijzen viel, in betekenis te boven, schreef ze in Hedendaags fetisjisme. Toch herdenkt De Joodsche Wachter Carry van Bruggen met de veelzeggende woorden: zij was een moedige Jodin.

3 + 3 = ?

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.