Asperges en gevulde eieren

Leo Frijda

vrijdag 20 februari 2015

Ter gelegenheid van de première van Le Renard, een ballet van Strawinsky, uitgevoerd door Les Ballets Russes van Diaghilev, gaven Sydney Schiff, een mecenas van Joodse afkomst, en zijn vrouw Violet 18 mei 1922 een feest voor zo'n veertig gasten in Hotel Majestic in Parijs. Behalve Strawinsky en Diaghilev waren ook Picasso, Joyce en Proust uitgenodigd. Het was één van de weinige momenten dat Proust zich nog buitenshuis vertoonde. Precies zes maanden later overleed hij. In de wedloop met de dood werkte hij hard om Op zoek naar de verloren tijd te voltooien.


Richard Davenport-Hines, Een avond in Hotel Majestic,
Over Proust en het Parijs van de jaren twintig,
De Bezige Bij, 2006

De gasten kregen champagne geserveerd en, zo lezen we bij Davenport-Hines, om de vele Russische ballingen onder de gasten te eren werden Russische hors-d’oeuvres en kaviaar aangeboden. Voor de maaltijd koos Schiff, een enthousiast bewonderaar van Proust, voor asperge, “een groente die Proust prachtig en speels in zijn boek had beschreven.”

Geschikte vleesschotels voor proustianen waren bijvoorbeeld schapenbout met sauce béarnaise (een saus van eieren en boter die op smaak wordt gebracht met sjalotjes, dragon en kervel), boeuf à la gelée (gekruid vlees en worteltjes in aspic, samengesteld uit de beste lendenbiefstuk, runderschenkel en kalfspoten) … ook rode poon of griet, gestoofd in sauce hollandaise, zou proustianen die van vis hielden zeker bevallen.

Tegen de tijd dat de koffie al werd geserveerd, kwam Joyce binnen, niet voor het diner gekleed en laveloos. Hij leek niet in orde en ging zitten zonder iets te zeggen, “met zijn hoofd in zijn handen en een glas champagne voor hem op tafel.” Proust kwam nog later. Anders dan Joyce was Proust wel elegant gekleed, maar hij oogde “bleek als de maan in de middag.” Van de speciaal voor hem gekozen gerechten zal hij niet hebben geproefd.

Het had op 18 mei 1922 een interessante literaire ontmoeting kunnen worden tussen Proust en Joyce die elkaar nog niet eerder hadden ontmoet. Van het door hen gevoerde gesprek, dat onduidelijk, verward en absurd moet zijn geweest, zijn verschillende versies overgeleverd. Joyce zou erover hebben geklaagd dat, terwijl hij het over kamermeisjes wilde hebben, Proust alleen maar over hertoginnen wilde spreken. Volgens de meeste versies echter zou het gesprek zich hebben beperkt tot de vraag van Proust aan Joyce of hij Du Côté de chez Swann had gelezen. “Non, monsieur,” zei Joyce. En de vraag van Joyce of hij Ulysses had gelezen, moet Proust op gelijke wijze hebben beantwoord: “Mais non, monsieur.”

Wie, zoals ik, indertijd genoot van “Een avond in Hotel Majestic, kon het vorig jaar verschenen boek van Monika Reichert, *Auch Joyce sass mit am Tisch oder das Lämpchen im Eisschrank, natuurlijk niet ongelezen laten.


Monika Reichert, Auch Joyce sass mit am Tisch oder das Lämpchen im Eisschrank, Aus den Erinnerungen einer Gastgeberin,
Waldemar Kramer, 2014

Monika en Klaus Reichert hebben in de loop van de jaren veel bekende persoonlijkheden aan tafel genodigd en Monika Reichert heeft steeds opgetekend welke gerechten zij haar gasten serveerde. En dat niet alleen, zij geeft ook gedetailleerd aan welke ingrediënten voor elk van die gerechten nodig zijn en hoe deze gerechten te bereiden. Het is dus tevens een kookboek geworden.

Onder de gasten vooral ook schrijvers, maar Joyce zat bij de Reicherts niet “auch mit am Tisch.” De titel van het boek slaat op het diner dat het echtpaar op 2 februari 1982 organiseerde om te herdenken dat Joyce honderd jaar eerder in Dublin was geboren. De gekozen gerechten weerspiegelden de plaatsen waar Joyce had gewoond: Dublin, Triëst, Zürich en Parijs, met als voorgerecht ‘gebratene Schweinenieren und geröstete Dorschrogen, die Lieblingsspeisen von Mr. Leopold Bloom’. Het hoofdgerecht was ‘Brasato al Barolo’. Zo op het oog bevalt me dit recept erg goed, lende van het rund met veel kruiden en groenten. De Barolo is natuurlijk wel wat prijzig. Ook de verdere gerechten, ‘Clafoutis aux Cerises’, uit Frankrijk, en ‘Basler Leckerli’ bij de koffie, doen me het water in de mond lopen.

Tijdens de Buchmesse 1967 in Frankfurt was een zekere Vladimir Kafka te gast. Hij had donkere, melancholieke ogen en, schrijft Monika Reichert, alle vrouwen vielen voor hem. Kafka kreeg het gerecht voorgeschoteld dat de inwoners van Frankfurt kennelijk het liefst eten: ‘Frankfurter Grüne Sosse mit Tafelspitz und harten Eiern’. Het interesseerde mij wie deze Kafka was. Hij blijkt een vertaler te zijn geweest die zich heeft ingezet voor de Duitse en Tsjechische literatuur. Van Franz Kafka heeft Vladimir Kafka onder meer Het slot in het Tsjechisch vertaald. Ook vertaalde hij Günter Grass, Heinrich Böll en Robert Walser. Al drie jaar na het diner bij Monika en Klaus Reichert overleed Vladimir Kafka, slechts 39 jaar oud.

Paul Celan heeft tweemaal bij Monika en Klaus Reichert gegeten, in 1967 en in 1968. In 1968 kwam Celan uit Freiburg waar hij Heidegger had ontmoet. “Wir waren entgeistert,” schrijft Monika Reichert, “denn wir kannten Celans uns befremdende Verehrung Heideggers, die aber bisher nie ein Thema war.”

Celan kam in Haferlschuhen und Lodenmantel. Klaus fragte ihn, wieso gerade er sich habe mit Heidegger treffen können, und Celan antwortete: ‘Ja, ich habe ihn gefragt, was er mir zu seiner Vergangenheit zu sagen hätte. Er sagte, er werde sich eine Antwort überlegen. Die hat er mir aber dann nicht gegeben.’ Damit war dieses Thema erledigt.

Deze herinnering van Monika Reichert komt overeen met wat ook uit andere bronnen over de ontmoetingen tussen Celan en Heidegger bekend is. Zo nam Heidegger in 1967, bij hun eerste ontmoeting, Celan mee naar zijn berghut in Todtnauberg, gelegen in het Schwarzwald. Daar schreef Celan in het boek voor bezoekers: 'Ins Hüttenbuch, mit dem Blick auf den Brunnenstern, mit einer Hoffnung auf ein kommendes Wort im Herzen'. Kort daarna schreef Celan het gedicht Todtnauberg waarin hij voortborduurt op wat hij in het boek voor bezoekers optekende (in de vertaling van Ton Naaijkens):

de in het boek
-wier namen nam het op
voor die van mij?-,
de in dit boek
geschreven regel met
de hoop, heden
in mijn hart
op een van een denker
afkomstig
woord

Monika en Klaus Reichert serveerden Celan na de soep Noisette de Porc aux Pruneaux, varkensvlees dus, zij het wel, zo lijkt het, smakelijk bereid. Het toetje echter, Orangencreme, volgens oma’s recept, zal een ieder goed smaken.

En dat brengt me op de gevulde eieren die in mijn familie volgens oud recept geserveerd worden. Daarvan vond ik in Auch Joyce sass mit am Tisch een ander recept, Oeufs Mimosa, dat zelfs ik kan wagen bij een geschikte gelegenheid eens uit te proberen. Schrijvers kunnen zich aanmelden.

Hart gekochte Eier
Thunfisch-Stücke in Öl (Saupiquet in der Dose schmeckt gut)
Mayonnaise
Kapern (kleine)
Salz
Pfeffer
Cayenne Pfeffer

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009