sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 7 januari 2011

Niet iedereen is het meteen duidelijk dat de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982) Joods is. Perec klinkt Frans. Perec is echter de Poolse schrijfwijze van Peretz en zo spreek je het ook uit. Een van de centrale figuren in de familie is de Pools-Jiddische schrijver Jitschok Leib Peretz, met wie iedere zichzelf respecterende Peretz verwant is, al is daar soms een acrobatisch genealogisch onderzoek voor nodig. Ik persoonlijk zou een achterachterneef van Jitschok Leib Peretz zijn. Hij zou een oom van mijn grootvader geweest zijn. Dit schrijft Georges Perec in W. of de jeugdherinnering, in 1991 uitgegeven in de serie privé-domein van De Arbeiderspers. Nog steeds te koop. In die serie was al eerder Ik ben geboren uitgekomen, een verzameling korte teksten, met een nawoord van vertaler Rokus Hofstede. De Arbeiderspers heeft ook Het leven een gebruiksaanwijzing uitgegeven. En enige tijd geleden is dan eindelijk ’t Manco verschenen, de Nederlandse vertaling van La Disparition, het befaamde boek van Perec waarin de letter e niet voorkomt. De vertaler, Guido van der Wiel, heeft twee handzame toelichtingen geschreven die gratis te downloaden zijn (ga daarvoor naar de site van De Arbeiderspers).

Manet van Montfrans schreef al in 2003 Georges Perec, een gebruiksaanwijzing, een nuttige inleiding op het werk van Perec. Daarin lees ik dat vooral Kafka grote invloed op hem heeft gehad. En inderdaad vind je die invloed op verschillende plaatsen in het werk van Perec terug. Bijvoorbeeld in zijn magnum opus Het leven een gebruiksaanwijzing, in 1978 bekroond met de Prix Médicis.

Een passage uit het laatste hoofdstuk van Het proces van Kafka (in de vertaling van Thomas Graftdijk) luidt:

Op de vooravond van zijn eenendertigste verjaardag ... kwamen er twee heren naar K.’s woning. In geklede jas, bleek en vet, met schijnbaar onwrikbaar vastzittende hoge hoeden... Zonder dat het bezoek hem aangekondigd was zat K., eveneens in het zwart gekleed, in een leunstoel bij de deur en trok langzaam nieuwe, strak om de vingers spannende handschoenen aan.

In Het leven een gebruiksaanwijzing heeft in de slaapkamer van Gaspar Winckler een schilderij gehangen waarop drie mannen te zien waren:

Twee van hen stonden rechtop, bleek en vet, in geklede herenjassen, met op hun hoofd een hoge hoed die op hun schedel geschroefd leek te zijn. De derde, die ook in het zwart gekleed was, zat bij de deur in de houding van een meneer die iemand verwacht en was bezig nieuwe handschoenen aan te trekken waarvan de vingers precies om de zijne pasten.

Dit is natuurlijk een opvallende verwijzing. In het werk van Perec komen echter ook veel sterk versluierde verwijzingen voor. Zoals we nog zullen zien, gaat het dan vooral om de versleuteling van persoonlijke omstandigheden. Van Montfrans merkt op dat Perec Kafka heeft ontdekt door het lezen van Seul, comme Franz Kafka, de studie van Marthe Robert, en dat ook voor Perec geldt dat het schrijven hem tegen wil en dank maar onvermijdelijk heeft gevoerd naar het probleem van de eigen geschiedenis en de eigen verhouding tot zijn Joodse afkomst. In hun werk benaderen beide schrijvers de met hun Joodse afkomst samenhangende problemen bovendien met de grootste terughoudendheid. Ieder op zijn eigen, boeiende manier.

In mijn vorige column schreef ik dat in de romans en verhalen van Kafka het woord Jood niet voorkomt. Het leidt tot de vraag hoe Kafka verstaan wordt door iemand die niets afweet van de persoonlijke en maatschappelijke omstandigheden van Kafka. Ook voor die lezer moet het wel duidelijk zijn dat Kafka, ik citeer Van Montfrans, het schuldgevoel dat verbonden is met ontworteling en vervolging aan de orde stelt. Het is dus niet nodig maar misschien toch wel verhelderend indien naast de teksten uit de romans en verhalen, gedeelten uit de dagboeken en brieven van Kafka zouden worden afgedrukt. Het is enigszins de methodiek die Canetti in zijn Het andere Proces heeft toegepast. Maar degene die dat voor zijn eigen werk daadwerkelijk zo heeft gedaan is Georges Perec in zijn boek W. of de jeugdherinnering uit 1975. Het boek kent een interessante ontstaansgeschiedenis.

Perec had van oktober 1969 tot augustus 1970 in 19 afleveringen een verhaal, W, gepubliceerd in het tijdschrift La quinzaine littéraire. Het feuilleton, dat soms doet denken aan Kafka’s De strafkolonie, sloeg niet aan, de lezers begrepen het niet en waren niet geïnteresseerd. Perec heeft daarna zijn in 1973 en 1974 begonnen jeugdherinneringen samengevoegd met het feuilleton. Het resultaat is verbluffend. De herinneringen en het feuilleton blijken steeds een zelfde thema aan te roeren waardoor er al lezende steeds duidelijker dwarsverbanden zichtbaar worden. Een fijnmazig net van onderlinge verwijzingen waardoor beide verhalen met elkaar verbonden worden, schrijft Van Montfrans.


Georges Perec

Maar nu eerst een samenvatting van wat Georges Perec in zijn jeugd is overkomen. Perec is 7 maart 1936 in Parijs geboren. Zijn ouders, Icek Perec en Cyrla Szulewicz, waren kinderen van Poolse immigranten uit de eerste helft van de vorige eeuw. De families woonden voor de oorlog in de Rue Vilin, in het 20e arrondissement van Parijs. De familie Perec op nummer 24 en de familie Szulewicz op nummer 1. In 1939 is Icek Perec als vrijwilliger het leger ingegaan en 16 juni 1940 is hij aan een niet tijdig behandelde schotwond overleden. In 1942 heeft Cyrla Perec haar zoon Georges naar de vrije zone in het zuiden van Frankrijk gestuurd waar Esther, de zuster van Icek Perec, samen met haar man David Bienenfeld al woonde. De verdere oorlogsjaren is hij de meeste tijd in een klooster ondergebracht. Het was een voordeel dat zijn achternaam Frans klonk. Cyrla Perec is in januari 1943 gepakt en 11 februari 1943 naar Auschwitz op transport gesteld. Omdat van Cyrla Perec nadien nooit meer iets is vernomen, geldt die datum als datum van overlijden. Esther en David Bienenfeld hebben de oorlog overleefd en zijn naar Parijs teruggekeerd. Hun neef Georges hebben zij bij zich in huis genomen.

Dit is natuurlijk een te korte en droge opsomming. Daarom raad ik met klem aan W. of de jeugdherinnering te lezen want, schrijft Van Montfrans terecht, ‘sinds de tweede helft van de jaren tachtig is steeds duidelijker geworden dat Perecs W. of de jeugdherinnering binnen de omvangrijke literatuur over de Tweede Wereldoorlog een bijzondere plaats inneemt’. Het is bovendien verstandig met dit boek te beginnen omdat het in het werk van Perec een sleutelpositie inneemt en ook goed laat zien hoe zijn hele oeuvre als één grote autobiografische puzzel kan worden beschouwd.

Een enkel voorbeeld. Voor E, Pour E, is de opdracht voorin W. of de jeugdherinnering. Dat betekent, de uitleg is van Perec zelf, Pour eux, voor hen, te lezen als voor mijn ouders. Het slaat terug op de passage j’ai été un parmi eux, ik schrijf omdat ik een van hen geweest ben ... ik schrijf omdat zij een onuitwisbaar stempel op mij hebben gedrukt en het spoor ervan de schriftuur is: hun herinnering is ongeschreven gebleven; het schrijven is de herinnering aan hun dood en de bevestiging van mijn leven. Zo komt de overlijdensdatum van zijn moeder, 11 februari 1943, in het werk van Perec steeds opnieuw in versleutelde vorm terug, bijvoorbeeld in de combinatie van de cijfers 11, 2, 4 en 3. Ook in W. of de jeugdherinnering.

Afwezigheid en gemis, volgende week zal ik dat verder uitdiepen, zijn kernbegrippen in het werk van Georges Perec. Sinds 1969 ging Perec één keer per jaar naar de Rue Vilin waar hij als kind heeft gewoond. Het is een straat in een buurt in verval. De beschrijving daarvan is terecht gekomen in De Rue Vilin uit de bundel Ik ben geboren. Het is één van de ontroerendste teksten die Perec ooit heeft geschreven, oordeelt Rokus Hofstede in zijn nawoord op Ik ben geboren. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Tot slot nog een stukje uit Ik ben geboren waarin Perec opmerkt dat hij niet precies weet wat Jood-zijn inhoudt, wat Jood-zijn voor hem betekent. Het is een vanzelfsprekendheid en ook een merkteken, schrijft hij, maar niet een merkteken omdat hij ergens bij hoort. Het is eerder een afwezigheid, een vraag, een problematisering, een onduidelijkheid, een onbehagen: een onbehagelijke zekerheid, waarachter zich een andere zekerheid aftekent die abstract, zwaar en onverdraaglijk is: de zekerheid dat ik ben aangewezen als Jood, als Jood ergo als slachtoffer, en dat ik het leven uitsluitend dank aan toeval en ballingschap.

Delen |

Reacties

Jacqueline van Maarsen-Sanders

vrijdag 7 januari 2011
In het boek QUOI DE NEUF SUR LA GUERRE (Robert Bober, Gallimard/folio) ben ik een passage tegengekomen die iets vertelt over Georges Perec die als kind in een kast verschuild zit terwijl zijn ouders uit huis gehaald worden. De eigenaardigheid die hij hieraan over houdt staat in dit boek beschreven. Schrijft hij hierover ook in zijn jeugdherinneringen? Ook de wederwaardigheden van andere bekende personen komen onder andere naam in dit boek voor.
Jacqueline van Maarsen




Leo Frijda

dinsdag 11 januari 2011
Georges Perec en Robert Bober waren goede vrienden. Robert Bober (1931) was eveneens een zoon van oorspronkelijk Poolse Joden. Samen met Perec maakte hij in 1979 de filmdocumentaire Récits d'Ellis Island. In 1993 publiceerde hij de door u genoemde roman Quoi de neuf sur la querre?, in 1997 in Nederland uitgekomen onder de tiel Nog nieuws over de oorlog? In die roman komt inderdaad ook een jongen genaamd Georges P voor die bij de moeder van zijn vriend Raphael gaat logeren en geen boterhammen met jam wil hebben. Georges vertelt in het donker van de nacht, als de beide jongens in één kamer slapen, aan Raphael dat zijn vader op een dag thuis kwam met een pot jam. Als enige tijd later de politie langskomt, het is 1942, verstopt de dan 9 jaar oude Georges zich op bevel van zijn vader in de kast met de deur op een kier zodat hij heeft kunnen zien dat zijn ouders werden weggevoerd. In de kast stond de pot jam die zijn vader op een dag had meegebracht.

Dit verhaal uit de roman van Robert Bober, dat ik voor de andere lezers van de columns aanhaal, staat niet in W of de jeugdherinnering van Perec. Dat kan ook moeilijk, zoals eigenlijk al uit mijn column blijkt. In 1942 was Georges Perec geen 9 maar 6 jaar oud. Zijn vader was al in 1940 overleden. Zijn mnoeder is in januari 1943 in Parijs opgepakt en toen bevond Georges Perec zich in het zuiden van Frankrijk.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon