sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 17 september 2010

De bemiddeling van de literatuur is geen garantie, maar zonder haar zou de genade van een intelligent hart voor altijd voor ons onbereikbaar zijn. En we zouden misschien de wetten maar niet de jurisprudentie van het leven kennen. Deze mooie zinnen over de literatuur staan in het voorwoord van Alain Finkielkraut bij zijn nieuwste boek Een intelligent hart waarvan begin september bij uitgeverij Contact de Nederlandse vertaling uitkwam. Met als ondertitel: hoe romans je helpen in het leven.


Alain Finkielkraut

Salomo, schrijft Finkielkraut, vroeg de Eeuwige hem een intelligent hart te geven. In de Tanach staat: schenk uw dienaar een opmerkzame geest, zodat ik uw volk kan besturen en onderscheid kan maken tussen goed en kwaad. Salomo wilde een goed bestuurder en rechter over zijn volk zijn. En daarvoor verlangt hij een intelligent hart of een opmerkzame geest. Finkielkraut is geen bestuurder of rechter maar daarom zijn die woorden nog niet onterecht gebruikt want een intelligent hart komt iedereen altijd wel van pas.

De in de vorige columns geciteerde woorden van Wassermann en Toller, de traagheid van het hart, zijn op te vatten als de negatieve variant, bedoeld om aan te duiden hoe men gedachteloos aan de verkeerde kant terecht kan komen. Het leek me, schreef ik, verwant met de zo vaak misverstane opvatting van Hannah Arendt die zich in haar boek over Eichmann geschokt toont over diens onvermogen om na te denken over wat hij had gedaan.

Ook Finkielkraut verwijst in zijn voorwoord uitdrukkelijk naar Hannah Arendt. Omdat nadenken, zo leek me, nog niet zonder meer leidt tot de juiste morele oordelen, herlas ik het opstel van Hannah Arendt over Denken en morele overwegingen uit de bundel Verantwoordelijkheid en oordeel. Daarin begint ze met (nogmaals) uit te leggen dat het in haar boek over Eichmann ging om de voor haar zo verbazingwekkende totale afwezigheid van denken wat kan leiden tot grenzeloos kwaad. En ze stelt zich de vraag: Is ons vermogen tot oordelen, tot onderscheid maken tussen goed en kwaad, mooi en lelijk, afhankelijk van ons vermogen tot denken? Hannah Arendt komt in haar opstel tot de slotsom dat het vermogen tot oordelen niet gelijk is aan het vermogen tot denken. Maar daarmee ben je er nog niet. Er zijn momenten in de geschiedenis dat het denken geen marginale zaak meer is. En dan, meent Hannah Arendt, is het denken wel verbonden met oordelen. Ook dit opstel eindigt met een mooie zin: De manifestatie van de wind van het denken is geen kennis; het is het vermogen om goed van kwaad, mooi van lelijk te onderscheiden. En dit kan inderdaad rampen voorkomen, in ieder geval voor mezelf, tijdens de zeldzame momenten waarop het erop aankomt.

Finkielkraut ziet het lezen van romans, schreef Bas Heijne in de NRC, als een mogelijkheid klaarheid te brengen in morele dilemma's en om tegen de geriefelijke aannames van de tijdgeest te denken. Literatuur als moreel instrument. Weliswaar noemt Finkielkraut de bemiddeling van de literatuur geen garantie maar, betoogt hij, het maakt de genade van een intelligent hart wel bereikbaar. Hij behandelt acht boeken die mogelijk behulpzaam kunnen zijn. De grap van Milan Kundera, Alles stroomt van Vasili Grossmann, Het verhaal van een Duitser van Sebastian Haffner, De eerste man van Albert Camus, De menselijke smet van Philip Roth, Toean Jim van Joseph Conrad, Aantekeningen uit het ondergrondse van Fjodor Dostojevski, Washington Square van Henry James en Babette’s feestmaal van Karen Blixen.

Binnen het onderwerp dat in deze columns veelal aan de orde komt, is het opstel over het boek van Sebastian Haffner een goed voorbeeld, al is diens boek strikt genomen geen roman. Het verhaal van een Duitser werd al geschreven in 1939 maar is pas in 2000 uitgegeven, na de dood van Haffner (1907-1999). Sebastian Haffner was in 1938 naar Engeland uitgeweken met zijn verloofde en latere vrouw Erika Hirsch die van Joodse afkomst was. Haffner heette eigenlijk Raimund Pretzel maar, eenmaal in Engeland, wilde hij zijn achtergebleven familieleden niet in gevaar brengen. Zo werd hij Sebastian Haffner. Hierna noem ik hem steeds bij die naam.

Haffner stond aan de goede kant. Ook voor hem was de boekverbranding van 1933 een ijkpunt. De liefhebbers van boeken, schrijft hij, zagen zich plotseling beroofd van hun wereld (...) en als ze het nog waagden te praten over de nieuwe Joseph Roth of Jakob Wassermann, dan staken ze de koppen bij elkaar en fluisterden als samenzweerders. We waren vervolgd tot in de schuilhoeken van ons privéleven maar, voegt hij daaraan toe, de duivel heeft een heleboel netten. Eén van die netten heeft hij de verleiding van die Kameradschaft genoemd en dat vooral is de les die Finkielkraut uit het boek van Haffner trekt.

In 1933 is Haffner werkzaam als stagiair bij het Hooggerechtshof in Berlijn. Als hij op 31 maart van dat jaar naar zijn werk gaat, ik volg vrijwel steeds de bewoordingen van Finkielkraut, lijkt alles normaal, business as usual. Het is stil in de bibliotheek als er van verre enige herrie wordt gehoord. Het lawaai komt dichterbij en er wordt met deuren geslagen. Iemand zegt: Die smijten de Joden eruit, en twee of drie personen proesten het uit, referendarissen net als hijzelf, merkt Haffner stomverbaasd op. Even later dringen een paar bruinhemden de bibliotheek binnen en verkondigen grof: Niet-ariërs dienen direct de zaak te verlaten. Of ze nu advocaat of rechter zijn, de Joden pakken hun spullen bij elkaar en vertrekken zonder een woord te zeggen.

Als Haffner enige tijd daarna ingeschreven staat voor het laatste examen dat toegang geeft tot de magistratuur, moet hij met de andere referendarissen naar een kamp waar ze de vorming zullen krijgen, nodig voor de ideologische taak die hun te wachten staat. Interessant is wat er dan gebeurt. Meedoen, zo vat ik zijn belangwekkende verhaal noodgedwongen veel te simpel samen, geeft ook Haffner een gelukkig gevoel. We zijn, schrijft hij, verkameraadschappelijkt. Overdag heeft men geen tijd om na te denken en is er geen gelegenheid om ik te zijn. De kameraadschap, ervaart Haffner, neemt de eigen verantwoordelijkheid weg en vervangt alles wat met individualiteit en cultuur te maken heeft.

Haffner heeft weerstand geboden aan de verleiding van die Kameradschaft. Hij wist zich, in de woorden van Finkielkraut, aan de bekoring van de ontindividualisering te onttrekken. Zijn carrière bij de rechterlijke macht geeft hij op. Hij kon zijn verkameraadschappelijkte land achter zich laten en als Sebastian Haffner het herstel van de betrekkingen met de cultuur concretiseren door de voornaam van de grootste Duitse musicus te kiezen.

Finkielkraut komt in zijn opstel over Het verhaal van een Duitser tot de conclusie dat Haffner met de verkameraadschappelijking een zeer drukbezocht gebied van het bestaan aan het licht heeft gebracht en dat we allemaal wel op enig ogenblik bezweken zijn voor de verleiding daarvan. Het hebben van een opmerkzame geest is nodig om zelfstandig te kunnen blijven denken. Om op beslissende momenten niet te bezwijken voor de lokroep van het groepsdenken. Het lezen van romans kan daarbij misschien helpen. Finkielkraut geeft hiermee een argument om door te gaan met deze columns.

Wie geïnteresseerd is in het boek van Haffner, moet wel een uitgave van 2002 of later lezen. In eerdere uitgaven ontbreken de hoofdstukken 35 tot en met 40 waarin is beschreven hoe het toeging in het kamp waar de referendarissen voor hun afsluitend examen naar toe werden gestuurd. Compleet en niet duur zijn de uitgaven van Deutscher Taschenbuch Verlag (laatste druk 2009) en van Rainbow pockets (laatste druk 2010).

Delen |

Reacties

Eva van Sonderen

zondag 19 september 2010
De verlokkingen van het nationaal-socialisme in termen van "zich onderdompelen in de groepsziel" wordt heel beeldend en duidelijk beschreven in een boek van een Nederlands-Joodse auteur, nl. "De tranen van de voorouders" van Daan van Kampenhout. Dit is geen literatuur, maar een sociaal-psychologisch boek. De ondertiteling luidt: Opstellingen en rituelen bij collectieve trauma's. De auteur is niet alleen facilitator van de zgn. Familieopstellingen, maar ook een kenner van sjamanistische rituelen. Hij gebruikt het schema van het 'levenswiel' (ontleend aan het Indiaanse medicijnwiel), met vier compartimenten: de familieziel, de groepsziel, de individuele ziel en de universele ziel; en beschrijft het individuatieproces dat zich kan ontwikkelen als een continue 'reis' door deze vier componenten van het levenswiel. In een boeiend hoofdstuk over zijn werk met groepen in Duitsland, beschrijft hij de sterke aantrekking van de nazi-groepsziel. Het is een intelligent boek dat helaas niet de aandacht heeft gekregen die het verdient, doordat het zo onconventioneel is, en geen puur theoretisch werk is, maar een persoonlijke 'road movie' door verschillende landen (o.a. Israel en Duitsland) waar de auteur groepen heeft begeleid.
Daan van Kampenhout: De Tranen van de Voorouders, Altamira-Becht, 2007.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon