sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 27 april 2012

Sereth, nu Siret, gelegen aan de gelijknamige rivier, was een kleine plaats in de Boekovina met, in 1941, ongeveer 1600 Joden. De oorlog bereikte ook de Boekovina en de Joden van Sereth zijn naar Transnistrië gedeporteerd wat de meesten van hen niet hebben overleefd. Auschwitz is het symbool van de sjoa maar daardoor kan uit het zicht raken dat in het midden en oosten van Europa veel Joden ook buiten de bekende concentratiekampen zijn omgekomen.


Kaart van de Boekovina en Transnistrië

‘Hoor je de joden jammeren?’
‘Niet meer,’ zei de wind. ‘De eerste dagen was het tamelijk hard, vooral het geroep om water. Daarna werd het gejammer zachter en nu hoor je niets meer.’
‘Denk je dat ze allemaal dood zijn?’
‘Nee,’ zei de wind, ‘niet allemaal’.

Nee, niet alle Joden uit Sereth zijn dood. De broers Edgar en Manfred Hilsenrath leven nog, de één werd schrijver van romans, het citaat is uit zijn boek De thuiskomst van Jossel Wassermann, en de ander is gaan werken voor het ruimtevaartonderzoek in Amerika. Dit voorjaar is een boek gepubliceerd waarin Manfred Hilsenrath herinneringen ophaalt aan de hand van bepaalde passages uit de romans van zijn broer. De aanhalingen uit de romans en de herinneringen van Manfred Hilsenrath zijn achter elkaar geplaatst. Zwei Seiten der Erinnerung, die Brüder Edgar und Manfred Hilsenrath heet het door Volker Dittrich samengestelde en uitgegeven boek.

Bij die opzet kan wel een vraagteken worden geplaatst. Zo gaat De thuiskomst van Jossel Wassermann over Pohodna, een sjtetl dat aan de rivier de Proet zou liggen. Pohodna is niet zonder meer Sereth al zal Hilsenrath ongetwijfeld veel hebben verwerkt van wat hij in Sereth heeft gezien en meegemaakt. Dat geldt zeker ook voor zijn (niet in het Nederlands vertaalde) roman Die Abenteuer des Ruben Jablonski, die de ondertitel Ein autobiographischer Roman draagt en waarin Sereth wel bij name wordt genoemd.

Helmut Braun heeft zijn biografie van Edgar Hilsenrath, in 2006 bij Dittrich verschenen, de titel Ich bin nicht Ranek meegegeven, een aanhaling van Hilsenrath zelf waarmee hij heeft willen zeggen dat hij niet kan worden vereenzelvigd met Ranek, de hoofdpersoon uit zijn roman Nacht. Toch gebruikt ook Helmut Braun voor zijn biografie passages uit de romans. Als men maar in het oog blijft houden dat de romans niet één op één het levensverhaal van Hilsenrath vormen, is dat niet erg. Vrijwel alle romans van Hilsenrath weerspiegelen zijn levensverhaal. Waarschijnlijk is Edgar Hilsenrath, na Isaac B. Singer, de laatste schrijver die het talent, de kennis en de kracht heeft om het vooroorlogse jodendom in zulke authentieke kleuren tot leven te wekken, staat op de achterkant van De thuiskomst van Jossel Wassermann, in de vertaling van Elly Schippers. En daar gaat het om. De wind, die in het eerdere citaat uit dit boek aan het woord komt, is de wind die waait om de trein met de uit Sereth gedeporteerde Joden. Nog een citaat uit die roman:

En de wind buiten fluisterde de rebbe iets in het oor. En de rebbe knikte en zei: ‘Ja, je hebt volkomen gelijk. De gojim zijn dom. Ze plunderen nu onze huizen. En ze graven in onze tuinen. En ze denken dat we alles wat we bezaten achtergelaten hebben. En ze lachen in hun vuistje, terwijl ze niet weten dat we het beste hebben meegenomen.’
‘Wat is het beste?’, vroeg de wind.
En de rebbe zei: ‘Onze geschiedenis. Die hebben we meegenomen.’
En de wind zei: ‘Maar rebbe, dat kan toch niet. De geschiedenis van de joden is in het sjtetl achtergebleven.’
‘Nee,’ zei de rebbe, ‘je vergist je. Alleen de sporen van onze geschiedenis zijn achtergebleven.’

Edgar en Manfred Hilsenrath zijn niet in Sereth geboren. Daar woonden hun grootouders, de ouders van hun moeder, en andere verwanten. Edgar is 2 april 1926 in Leipzig geboren waar zijn vader handelde in bont. De familie is daarna naar Halle verhuisd, de vader was in die plaats een kleine meubelwinkel begonnen. In Halle zijn Edgar en de drie jaar jongere Manfred opgegroeid totdat hun vader, gedwongen door de steeds verdergaande antisemitische maatregelen, zijn vrouw en twee zonen naar de familie in de Boekovina stuurde. Op 14 juli 1938 kwamen zij met de trein in Sereth aan.

Later zal Edgar Hilsenrath worden gevraagd welke streek hij als zijn Heimat ervaart en hij antwoordt (ik citeer uit de biografie van Helmut Braun):

Meine stärkste Bindung besteht zu diesem kleinen Städtchen in der Bukowina, in dem meine Grosseltern gelebt haben. (...) Siret war und ist meine Lieblingsstadt. Das lässt sich nicht besser erklären. Dort lebten Juden, Zigeuner, Ukrainer, Rumänen, Ungarn und Deutsche friedlich zusammen. Ein warmherziger Vielvölkerstaat. Hier in der Bukowina, in diesem kleinen osteuropäischen Ort, fühlte ich mich zum ersten Mal frei von den Bedrohungen der Nazis.

Hilsenrath vertelt in Die Abenteuer des Ruben Jablonski over het bruisende leven in Sereth, es war immer was los in Sereth. Juden, Ukrainer, Rumänen und die anderen Volksgruppen lebten friedlich zusammen:

‘Wenn der Hitler sich mal hierher verirren würde’, sagte ein alter Jude in der Synagoge, ‘dann würde er Mund und Augen aufreissen.’
‘Wass soll denn der Hitler hier machen?’ sagte sein Nebenmann. ‘Glauben Sie, dass Hitler nicht Besseres zu tun hat, als nach Sereth zu kommen? Ich wette mit Ihnen: Der Hitler hat noch nie etwas von Sereth gehört.’
‘Und warum nicht?’
‘Nun, ich weiss es nicht.’
‘Glauben Sie wirklich, Sereth läge am Arsch der Welt?’
‘Am Arsch Europas’, sagte der Jude. ‘Und Europa ist nicht die Welt.’

En, inderdaad, in Sereth bleef het voorlopig rustig. Tot juni 1941. Maar zover is het nog niet en ik zou graag Sereth uitgebreid tot leven roepen aan de hand van De thuiskomst van Jossel Wassermann en Die Abenteuer des Ruben Jablonski. Ik zal me bedwingen want beide romans kan de lezer van deze columns, vast en zeker ook een liefhebber van boeken over onze geschiedenis, gemakkelijk zelf aanschaffen. De thuiskomst van Jossel Wassermann is bij Ambo | Anthos verschenen en Die Abenteuer des Ruben Jablonski (net als de andere romans van Edgar Hilsenrath) bij de Deutscher Taschenbuch Verlag.

Laat ik de grootvader van de broers Hilsenrath een centrale plaats geven met enkele citaten over de talen die de Joden van Sereth spraken en over hun leven volgens de Joodse tradities. In Die Abenteuer des Ruben Jablonski schrijft Hilsenrath dat de eenvoudige Joden in Sereth Jiddisj spraken maar de meer ontwikkelden Duits, zij het met een Boekoviner accent.

Im Hause meines Grossvaters konnte man drei sprachliche Variationen hören. Wenn man unter sich war, sprach man Kauderwelsch, eben ein Durcheinander von Jiddisch und Deutsch; mit einfachen Leuten, zum Beispiel dem Sattlermeister von nebenan oder den Strassenhändlern, die zu uns in die Küche kamen, um einen Schnaps oder Kaffee zu trinken, sprach man Jiddisch, mit vornehmen Besuch, zum Beispiel dem Herrn Apotheker oder dem Herrn Doktor, sprach man Hochdeutsch. Besonders mein Grossvater war ein Meister der drei Sprachvariationen. Niemand konnte so gut auf Jiddisch wettern und fluchen wie er. Aber er konnte auch Kauderwelsch, und wenn er mit dem Apotheker, oder Doktor Deutsch sprach, konnte man glauben, er wäre bei Schiller oder Goethe zur Schule gegangen.

Nog een mooie passage uit Die Abenteuer des Ruben Jablonski. Een oudere heer vertelt aan de moeder van Hilsenrath wat een Duitse officier eens tegen hem heeft gezegd:

‘Ihr Juden sind ausser den Volksdeutschen die einzigen, die unsere Sprache verstehen. Und glauben Sie mir, gnädige Frau, der hat doch tatsächlich einen persönliche Brief an den Kaiser geschrieben und ihm mitgeteilt, dass die Juden schon wegen der Sprache die natürlichen Verbündeten des Deutschen Reiches seien.’
‘Es ist nur schade’, sagte meine Mutter, ‘dass Hitler das nicht weiss.’
Und der ältere Herr nickte und sagte: ‘Ja, der Hitler, der ist eben ein Dummkopf.’

Over het leven volgens de Joodse tradities laat ik Manfred Hilsenrath aan het woord:

Das hat mir etwas gewundert, das Edgar in ‘Jossel Wassermanns Heimkehr’, da schreibt er ja sehr viel über Sereth, dass er da die ganzen religiösen Sitten und Gebräuche der Juden so schön beschreibt, weil zu hause selbst hat er wirklich nicht viel an Religion gedacht. Er wollte nie mit dem Grossvater in den Tempel gehen, am Freitagabendtisch hat er immer gekichert und ich mit ihm.

Eines, was der Grossvater unbedingt wollte, war, dass kein Schinken ins Haus kam. Kein Schweinefleisch. Ein koscheres Haus, und das muss respektiert werden. Aber Edgar hat immer seine Mutter angebettelt: ‘Ich muss Schinken haben!’ Und die Mutter hat nachgegeben. (...) Und der Grossvater hat das ein Paar Tage später entdeckt, und das gab einen furchtbaren Krach im Hause.

Helmut Braun nuanceert in zijn biografie dit beeld enigszins. Edgar Hilsenrath heeft in Sereth wel degelijk veel van de Joodse rituelen en gebruiken meegekregen. Hij was drie jaar ouder dan zijn broer en bereidde zich ernsthaft voor op zijn bar mitswa in 1939. Kort daarna, schrijft Braun, verlor er sein Interesse an der Religion. Hilsenrath heeft echter altijd zijn Joodse hart behouden en dat is het belangrijkste laat hij Jossel Wassermann zeggen. Zijn moeder had op zijn verzoek varkensvlees in huis gehaald. In de biografie van Braun zag ik een foto uit 1977 waarop hij samen met zijn moeder de seideravond viert in de Joodse gemeente van Berlijn. Die keer was dat op haar verzoek. Zijn moeder stierf een half jaar later in Israël, in Nahariya.

Sereth lag helaas niet am Arsch Europas. Oostenrijk was het hart van Europa, schrijft Hilsenrath in De thuiskomst van Jossel Wassermann, en Oostenrijk was de hoop op een mogelijk samenleven onder één kroon, in een staat met vele volkeren, nationaliteiten, religies, talen, zeden en gewoonten. Wij, in de Boekovina, waren dus het hart van Europa, maar als de meest oostelijke provincie waren we tegelijkertijd het achtereind van dat hart, iets wat ze in Czernowitz, onze hoofdstad, niet graag hoorden.

Nee, Sereth lag helaas niet am Arsch Europas. Sereth lag midden in Europa. Eind juni 1941 verlaten Edgar en Manfred Hilsenrath met hun moeder Sereth. Samen met de overige familieleden en bijna alle andere Joodse inwoners. Weer per trein. Uiteindelijk, 14 oktober 1941, naar Transnistrië, het land tussen de rivieren Dnjestr en Bug. Voor de volgende column zult u de hiervoor afgedrukte kaart nog een keer nodig hebben.

Delen |

Reacties

Wout van Bekkum

vrijdag 27 april 2012
Dank voor de mooie columns die voor mij vaak een leestip bevatten. Kent u intussen het boek "Mendelssohn op het dak" van Yiri Weil? Een aanrader.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon