sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 10 juni 2016

De al eerder gepubliceerde lezingen van Amos Oz uit 2002, Hoe genees je een fanaticus, heeft De Bezige Bij afgelopen mei opnieuw uitgegeven met een voorwoord van Ahmed Aboutaleb. Oz maakt zeer behartigenswaardige opmerkingen over Israël en over het fanatisme, die ‘onverzettelijke rechtheid in de leer’. Hiertegen, meent hij, kan literatuur helpen. In zijn boek Een intelligent hart vond Alain Finkielkraut dit ook al. Niet alle literatuur, schrijft Oz, want literatuur kan helaas ook ‘nationale eigendunk bevorderen’ maar wel bepaalde literaire werken. En daarvoor wijst Oz op Shakespeare, Gogol en Kafka en haalt hij met instemming Yehuda Amichai aan die zei: ‘Waar we gelijk hebben kunnen geen bloemen groeien.’

Amos Oz stelt dat ‘we het rationele vermogen nodig hebben om compromissen te sluiten’ en als het over het Israëlisch-Palestijnse conflict gaat, kan ik zijn wijze woorden alleen maar beamen. Wat hij in 2002 zei, is nog steeds actueel en de moeite van het lezen meer dan waard.

Op een ander vlak kan dat ‘rationele vermogen om compromissen te sluiten’ echter ook een handicap zijn. Dan heb je andere eigenschappen nodig, bedacht ik bij het lezen van het boek van Amos Oz. Dat kwam niet zozeer om wat Oz in zijn lezingen te berde brengt. Die gedachte kwam bij mij op omdat ik kort daarvoor de dagboeken en brieven van Herman Hissink had gelezen en de door Pauline Micheels geschreven biografie van Henriette Boas. Herman Hissink (1915-2011) en Henriette Boas (1911-2001), twee boeiende maar ook nogal eigenzinnige mensen met uitgesproken opvattingen.

Het boek van Herman Hissink, Natuurlijk bestaat God, past eigenlijk niet zo goed binnen de literatuur die ik in deze columns aanhaal. Toch wil ik aan zijn boek enige aandacht besteden omdat Hissink op het Haagse gymnasium mijn leraar Nederlands was. Bovendien een leraar aan wie ik goede herinneringen bewaar, al heb ik indertijd bitter weinig waargenomen van zijn persoonlijkheid zoals die thans in zijn door Gerard Koolschijn postuum uitgegeven dagboeken en brieven naar voren komt.

Veel laat ik in deze column onbesproken. Zoals zijn religieuze opvattingen, zijn reizen naar Griekenland en de vele toneelstukken die hij heeft geregisseerd. Vooral in de na zijn pensionering bijgehouden dagboeken heeft hij daarover veel wetenswaardigheden geschreven. De lovende recensies onderstrepen dit.

Het gaat me hier om de persoon Hissink. Koolschijn beschrijft hem zo: ‘(…) een eenheid van voelen, denken en handelen, die hem herkenbaar maar ook ongenaakbaar maakt, enthousiast en tegelijk star, met een eigenwijsheid die door zijn gevoel voor humor weer innemend wordt.’

De volgende overpeinzingen kunnen als voorbeeld dienen, ook voor Hissink’s wijze van schrijven. De eerste:

Vroeger waren kinderen nieuwsgierig hoe de Noordzee eruit zag. Toen mijn vader veertien werd mocht hij kiezen tussen een zilveren horloge en een reis naar Amsterdam met een blik over zee. Hij koos de zee. Een juiste keus. Gossaert noemt de zee ‘het eeuwige oerbeeld van God’. Dat kun je van een horloge niet zeggen.

Een tweede:

In de lucht klinkt ergerlijk het geluid van straaljagers. Wel geld voor oorlogstuig. Hoeveel brandstof vreet zo’n apparaat? Hoeveel zuurstof? Toen het eindelijk wegstierf, zeilde een buizerd in grote kringen moeiteloos en geruisloos boven de boerderij. Het ware meesterschap.

Hissink heeft niet veel op met ‘dit razende tijdsgewricht’ met ‘de economie als hoogste autoriteit’. ‘Waar ligt bij het ingrijpen in de natuur de grens?’ vraagt hij zich af. ‘Tijden van afbraak staan voor de deur, van verwoesting en verval, verschrikkingen zoals de aarde nooit heeft aanschouwd. Elk debat is tot onvruchtbaarheid gedoemd nu alle normen relatief zijn’.

In deze visie moet ook de auto het ontgelden. Hissink vreet zich op ‘van machteloze drift, met hartkloppingen en bloeddruk naar de hersens’ als hij ‘in de stad alleen met levensgevaar kan oversteken en het autopark – welke ploert heeft dat eufemisme bedacht? – me met zijn uitlaatgassen voor het dilemma plaatst: adem definitief inhouden en ter plaatse creperen óf al mijn organen aan vergiftiging prijsgeven.’

Tegenover deze uitbarstingen van woede over de afbraak van de natuur staan gelukkig prachtige waarnemingen. De liefde voor de ongerepte natuur vult vele bladzijden van zijn dagboeken. Eén van zijn tochten naar Griekenland beschrijft hij zo:

We huurden een onverstoorbare ezel en trokken drie dagen de leegte in. Ons pad steeg naar een mooie hoogvlakte met een heldere beek, waarlangs witte vogelmelk ontelbaar bloeide. Oude platanen, nachtegalen. Nog hoger geklommen, stopten we voor de nacht bij een wit-blauw kerkje tussen vervallen terrassen vol olijven, vruchtbomen en een keur van bloemen.
(…)
’s Avonds staken we in het kerkje alle kaarsjes aan en praatten tot het laatste kaarsje spetterend uitging. De wereld voor onszelf! Onze ezel stond op een terras begroeid met grassen, klavers, malva’s en kruiden die je bij ons alleen nog in reservaten vindt.

Hissink ijverde een leven lang voor de goede zaak. Over zijn leraarschap schrijft hij: ‘Je moet in het leven niet een vat vullen, maar een vuur ontsteken. De school is teveel bezig met het vullen van vaten, vuurontstekers zijn schaars.’ De eigenzinnige Hissink was zo’n vuurontsteker. In zijn lessen op het Haagse gymnasium maar ook in wat mij indertijd helaas is ontgaan.

Herman Hissink en Henriette Boas, werelden van verschil. Eigenzinnig was Henriette Boas echter eveneens. Pauline Micheels gebruikt onder meer dit woord om haar te typeren. ‘Eigenzinnig en onzeker tegelijk. Altijd op zoek naar de waarheid achter de dingen, wars van de waan van de dag.’

De classica Henriette Boas, vooral bekend geworden als de onvermoeibare schrijfster van vele ingezonden brieven, blijft ook na lezing van de biografie van Micheels een wonderlijke verschijning. Intelligent, ze was cum laude gepromoveerd, haar uiterlijk daarentegen interesseerde haar hoegenaamd niet. Ischa Meijer typeerde haar als ‘intellectuele clocharde’. Eten was ook maar een bijkomstigheid. Karakteristiek lijkt me de volgende waarneming: ‘Boterhammen (ja, zonder boter) trok ze met klauwachtige vingers uit elkaar en stopte de stukken in haar mond, omdat dat nu eenmaal moest. Dito met sinaasappel.’ In haar huis lagen boeken en kranten hoog opgestapeld. ‘Zij leidt er het leven van een lezend en schrijvend persoon’, schrijft een journalist van Het Parool die dit heeft gezien. ‘Boeken tegen alle wanden op, in vensterbanken, in een boekenmolen, op de grond en op de tafel, tafeltjes en stoelen, voor zover die meubels niet gebukt gaan onder een heuvellandschap van mappen met knipsels en opengeslagen kranten.’ Daarvan bestaat een foto, gemaakt door Theo Noort, die op internet te vinden is.

Het kost Henriette Boas, die de oorlogsjaren in Londen doorbracht en daarna enkele jaren in Israël woonde, veel moeite om in Nederland passend werk te vinden. Na enkele tijdelijke betrekkingen wordt ze in 1964 aangesteld als lerares klassieke talen aan het lyceum in Badhoevedorp. Ze zal daar tot haar pensionering blijven werken. Een geboren lerares is Boas kennelijk niet. Micheels schrijft dat vrijwel ieder schooljaar ‘haar eigenzinnige gedrag tot (grotere of kleinere) fricties’ leidt. Het oordeel van de leerlingen over hun lerares is wisselend. ‘Ze heeft zéér bijgedragen aan mijn liefde voor het klassieke erfgoed’, meent één van hen. Een ander echter oordeelt dat ze ‘geen enkele passie voor het lesgeven’ had.

In haar brieven brandde echter wel degelijk een vuur. Natuurlijk, ze is gezien ‘als een uiterst irritante luis in de pels’ ‘met haar monomane schrijfgedrag, haar gedram en haar dikwijls harde kritiek’. Centraal stond echter ‘de Joodse zaak’. Aan het ijveren voor ‘de Joodse zaak’, zoals zij die zag, had ze een dagtaak, want ‘er zijn zoveel misverstanden over het jodendom op te helderen’. Het ging haar uitdrukkelijk om ‘liefde voor het jodendom en voor Israël, behoefte aan wetenschappelijke nauwkeurigheid en verzet tegen verkeerde voorstellingen van zaken’.

Laat ik als voorbeeld één van haar opvattingen noemen waarover verschillend kan worden gedacht maar die de moeite van het overdenken waard is. Henriette Boas meent dat de voortdurende nadruk op het slachtoffer-zijn ons niet werkelijk helpt, maar juist traumatiserend kan werken. Henriëtte Lakmaker vat dit in een geschreven portret zo samen: ‘Zij verzet zich tegen de rol van slachtoffer – en geeft de Joodse geschiedenis aldus haar waardigheid terug.’

Pauline Micheels noemt Henriette Boas een waarheidszoekster. Die eretitel geldt zeker voor haar betrokkenheid bij de zaak Weinreb die vele jaren heeft voortgesleept en eerst in 1976 is geëindigd met het rapport van het RIOD dat voor Weinreb vernietigend was. Diens memoires bleken nagenoeg uitsluitend uit fantasieën, leugens en verdachtmakingen te bestaan. Dat had Henriette Boas na het verschijnen van de memoires direct al geconstateerd. Als je die goed leest, oordeelde ze al in 1969, blijkt veel onwaar of niet verteld. Willem Frederik Hermans deelde die mening. Heel anders dachten Renate Rubinstein en Aad Nuis over Weinreb en diens memoires. Zij meenden dat Weinreb na de oorlog ten onrechte was veroordeeld en gerehabiliteerd moest worden. Rubinstein vond Boas maar een babbelende schooljuffrouw die anderen voortdurend met feiten op de vingers tikte en vooral niet serieus genomen moest worden.

Op 12 maart 1970 vindt in Groningen een druk bezocht forum plaats waar Renate Rubinstein en Aad Nuis tegenover Henriette Boas en Willem Frederik Hermans staan. In het boek van Micheels is een foto afgedrukt waarop alle deelnemers te zien zijn en wordt een verslag van de bijeenkomst aangehaald dat A.J. Heerma van Voss voor de Haagse Post heeft geschreven. Dit verslag is, aldus Micheels, ‘droog en tegelijk hilarisch’. En dat klopt. Maar wat ik vooral voor mij zag, hoewel slechts met enkele woorden beschreven, is het moment waarop Henriette Boas de zaal verlaat omdat voor haar ‘de maat vol is’. Heerma van Voss:

Zij staat, nu definitief, op. Hermans helpt haar in de jas en verlaat glimlachend, haar koffers dragend, ook de zaal.

Hermans glimlacht en helpt Henriette Boas in haar jas en draagt haar koffers, vooral ook, waag ik te vermoeden, uit eerbied voor deze eigenzinnige kompaan in de strijd tegen ‘tekstvervalsers en leugenaars’. Alleen al om deze scène had ik hier graag bij willen zijn.

In 1997 promoveert de historica Regina Grüter op een studie over Weinreb: Een fantast schrijft geschiedenis. Micheels citeert de slotzin van deze studie:

Maar zoals W.F. Hermans, Henriette Boas en de onderzoekers van het RIOD hebben gedemonstreerd, is het mogelijk door feitelijk en nauwkeurig onderzoek en vrijgeven van bronnen klaarheid te krijgen in het listige labyrint van een fantast die zijn eigen geschiedenis tracht te schrijven.

Nee, die Henriette Boas was niet slechts een babbelende schooljuffrouw die niet serieus moest worden genomen. Zij was wel degelijk ook een vuurontsteker.

Delen |

Reacties

R. van Geens

donderdag 16 juni 2016
Als altijd een buitengewoon interessant stuk.

Wat een verrassing te lezen dat ook u op Gymnasium Haganum hebt gezeten! Waarschijnlijk de nodige jaren na mij - ik ben nu bijna tachtig. Maar het was inderdaad in menig opzicht een fantastische school. Hissink heb ik dus nooit als leraar Nederlands gehad, in mijn tijd waren dat dr. B.C. Damsteegt en drs. A.B.M. Brans.
Brans - oom Yen - was ook leraar Geschiedenis en Muziek, een typische Brabander en levensgenieter. Zelf speelde hij viool in een Brabants symfonie orkest en hij was de dirigent van het schoolorkest. Bij de uitvoeringen in Diligentsia zong hij zo luid mee, dat hij boven het orkest uit te horen was. Brans was - zoals wij zeiden - katholiek op wieltjes, waarmee wij aangaven, dat hij aan dat geloof niets meer deed. In de grote pauze ging hij altijd met Borleffs, een van de leraren Latijn, naar de kroeg op het Zoutmanplein een borreltje drinken. Verder was hij muziekrecensent voor “Het Binnenhof” katholiek dagblad voor Den Haag. Soms wilde hij op een avond twee recensies schrijven. Dan kreeg ik zijn perskaart en ging naar het Residentie Orkest. Na de pauze kwam hij naast me zitten en vroeg mij hoe het voor de pauze was. Brans was een verstandig man met pedagogische kwaliteiten, een man aan wie ik op al zijn vakgebieden veel te danken heb.
Damsteegt was een uiterst droge man. Ik heb hem zegge en schrijve een maal zien glimlachen. Maar een buitengewoon groot kenner van het Nederlands. Hij is dan ook later hoogleraar in Leiden geworden. Damsteegt leidde het schoolkoor, op dezelfde wijze als hij les gaf: droog. Er was geen schmack of lack aan, maar het resultaat was verbluffend. Zijn stokpaardje was het woordje “het”. Wie het waagde het uit te spreken met de e van vet werd onherroepelijk gecorrigeerd, al was je net bezig om een gedicht op je allermooist voor te dragen. “Ut’ klonk het dan er dwars doorheen. Dat in alle talen ter wereld de lidwoorden kort zijn en zonder nadruk wist ik al heel lang, maar ik ben er pas kort geleden achter gekomen, dat het niet zozeer Damsteegts stokpaardje was, maar dat die uitspraak al omstreeks 1275 is vastgelegd in de Lutgart-tekst. Gelijk had hij dus wel, het is dus ut, du en un.

Ik moest aan dit alles denken, omdat u schreef, dat u eigenlijk maar weinig van Hissink wist. Maar is dat niet altijd zo? Veel meer dan wat ik hierboven vermeldde weet ik niet over hen. Je onthoudt wat feitjes, welke leraar als eerste een auto kocht, de lerares Frans, die zichzelf ophing in de meisjes -w.c. in de benedengang, dezelfde grappen, die ze elk jaar weer debiteren. Ik denk, dat je in je middelbare schooltijd weinig belangstelling hebt voor de leraar cq. lerares als mens. Maar zou je meer moeten weten? Stel, dat een van je leraren het persoonlijk heel moeilijk heeft, doe je dan meer je best voor dat vak? Ik denk het niet.

met vriendelijke groeten,

Roland van geens

Leo Frijda

donderdag 16 juni 2016
Interessante reactie maar ik heb je met mijn woordkeus 'Haagse gymnasium' op het verkeerde been gezet. Ik zat op het Sorghvliet gymnasium, indertijd 's Gravenhaags Christelijk Gymnasium geheten, en daar was Hissink mijn leraar Nederlands. Je opmerking over de kijk van leerling op leraar deel ik. Nogmaals, het maakt je reactie voor mij niet minder waardevol. Groet. Leo

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon