sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 28 augustus 2015

Vorige week is in Boekhandel Van Rossum aan de Beethovenstraat in Amsterdam het nieuwe boek van Paul Hellmann gepresenteerd, Irene, mijn grootmoeder, De neergang van een Weens-Joodse familie. Het is zijn derde boek na Mijn grote verwachtingen uit 2009 en Klein kwaad, Het proces-Demjanjuk, uit 2011.

Paul Hellmann heeft de oorlog in de onderduik overleefd maar zijn vader, Bernhard Hellmann, en zijn grootmoeder, Irene Hellmann-Redlich, zijn in de kampen vermoord. Zijn vader in Sobibor en zijn grootmoeder in Auschwitz.

In Mijn grote verwachtingen heeft Hellmann zijn ‘herinneringen’ aan de eigen onderduik opgetekend en beschreven waarom de ondergang van zijn vader en diens moeder pas in volle omvang tot hem doordrong in de late jaren zeventig. Ik beëindigde mijn bespreking van dit boek indertijd zo:

Het is in 1995 kort na zijn pensionering dat Paul Hellmann een bij een antiquair al omstreeks 1980 opgedoken hutkoffer met brieven, documenten, albums en losse foto’s van zijn vaders familie opent. Het doorbreekt het zwijgen. Het leidt in 2005 tot het bezoek aan Auschwitz en Sobibor en daarna tot de beslissing als medeaanklager op te treden in het proces tegen Demjanjuk en zo zijn positie als buitenstaander op te geven.

In zijn tweede boek, Klein kwaad, beschrijft Paul Hellmann zijn zoektocht naar de sporen van zijn eveneens ondergedoken maar verraden en in Sobibor vermoorde vader. Parallel daaraan doet hij verslag van het door hem als mede-aanklager bijgewoonde proces-Demjanjuk.

En nu dus Irene, mijn grootmoeder, De neergang van een Weens-joodse familie. In het twee weken geleden door mij genoemde boek van Judit Neurink, De Joodse bruid, Het verdwenen verleden van Irak, vindt de hoofdpersoon, Zara, net als Paul Hellmann, haar familiegeschiedenis terug in alsnog opgedoken voorwerpen die haar Joodse grootmoeder, Rahila, heeft verborgen. Al lezende in het dagboek van haar grootmoeder, ontvouwt zich voor Zara de geschiedenis van de Joden in dat deel van de wereld. Ze beseft: ‘In mij leven eeuwen Joodse geschiedenis voort.’

Paul Hellmann vermijdt grote woorden en zulke zinnen vind je bij hem dan ook niet terug. De geschiedenis van zijn grootmoeder heeft hij opgetekend aan de hand van door hem teruggevonden brieven. Het is vooral een feitelijk relaas geworden, ingetogen verteld, al ligt daaronder vaak verbazing, ontroering en pijn. In één van haar brieven, geschreven kort vóór de oorlog, noteert zijn grootmoeder: ‘De schaduwen van het verleden trekken aan mij voorbij’. Woorden die mij goed lijken te passen bij de zoektocht van Paul Hellmann. Eigenlijk vormen de tot nu toe door hem geschreven boeken een trilogie die onder die noemer kan worden samengevat.

Grootmoeder Irene Redlich (1882-1944) en grootvader Paul Hellmann (1876-1938) woonden voor de oorlog in het centrum van Wenen aan de Günthergasse, vlakbij het Burgtheater en de Opera. In een groot en prachtig ingericht appartement. Onder de elf kamers was een bibliotheek met open haard. Paul Hellmann heeft zijn boek geïllustreerd met oude foto’s, onder meer van de ‘Damenzimmer’, de kamer van Irene. Helaas ontbreekt een foto van de bibliotheek. De familie bezat enkele schilderijen van Gustav Klimt, waaronder ‘het portret van een oudere man met een opvallende witte haardos tegen een donkere achtergrond’. Dat schilderij is ook in het boek afgebeeld. ‘Het hing’, schrijft Paul Hellmann, ‘in het appartement aan de Günthergasse; te oordelen naar de interieurfoto’s zou het goed hebben gepast in de statige bibliotheek’. Een zeer rijke familie dus, met gouvernantes voor de drie kinderen en een zomerhuis in Altaussee.

In dit deel van het boek overheerst bij Paul Hellmann de verbazing, vooral als hij in zijn zoektocht stuit op Traumzeit für Millionäre, een boek waarin staat dat zijn grootvader, naar wie hij is vernoemd, de 110e plaats inneemt op de lijst van bijna 1.000 rijkste Weners in het jaar 1910. Wel zal na de Eerste Wereldoorlog het in de kledingindustrie verdiende familiekapitaal steeds verder afkalven totdat daarvan na de beurskrach van 1929 nog maar weinig is overgebleven.

Een sterke onderlinge band en Bildung, schrijft hij, waren voor zulke geassimileerde Joodse families kenmerkend. Een groot deel van de dag besteedde men aan muziek, literatuur en beeldende kunst. In hoge mate gold dat voor Irene. Zij had, blijkt uit haar brieven, vele contacten met schrijvers als Hugo von Hoffmansthal en Jakob Wassermann en met musici als Richard Strauss. Strauss heeft zelfs enkele liederen aan haar opgedragen, waaronder ‘na een logeerpartij in Altaussee’ het lied Schlechtes Wetter, getoonzet op een gedicht van Heinrich Heine. Jakob Wassermann had eveneens een zomerhuis in Altaussee en men kwam ‘vaak’ bij elkaar op bezoek.

‘De wereld van gisteren’ gaat open in dit boek van Paul Hellmann. Men denkt dus al gauw aan Stefan Zweig, in 1881 in Wenen geboren, slechts één jaar eerder dan Irene Redlich. Ook Zweig was afkomstig uit een zeer welvarend Joods gezin. In zijn herinneringen merkt hij op dat hij ‘noch op school, noch op de universiteit, noch in de letteren ooit ook maar de minste tegenwerking of geringschatting (heeft) meegemaakt als Jood’.

Wellicht gold dit ook voor de familie Hellmann. Paul Hellmann schrijft dat in de brieven van zijn grootmoeder nergens aan de orde komt dat zij behoorde tot een bevolkingsgroep die afkeer en zelfs haat opriep. Hij laat doorschemeren op dit punt niet alle vragen te kunnen beantwoorden, al maakt hij toch enkele voorzichtige kanttekeningen. Zo meent hij dat als gevolg van (de toenemende) antisemitische discriminatie ‘de Joodse intelligentsia weinig anders overbleef dan zich terug te trekken in eigen kring: een culturele elite van buitenstaanders die de nadruk legde op Bildung en zich onderscheidde door steun te verlenen aan wegbereiders van de (moderne) kunst’.

Het maken van terugtrekkende bewegingen zal de familie Hellmann uiteindelijk niet helpen. Als haar echtgenoot Paul Hellmann in 1938 is overleden, neemt Irene februari 1939 de wijk naar Engeland, naar haar dochter Ilse. Al ongeveer een maand later nam zij ‘het fatale besluit’ naar Rotterdam te gaan, naar haar zoon Bernhard die daar al enige jaren woonde met zijn vrouw en hun in 1935 geboren zoon Paul. In de loop van de oorlog gaat Irene op zichzelf wonen en duikt zij na enige tijd onder. Zij vindt een verblijfplaats in Bilthoven en later in Amsterdam.

Tussen verbazing en pijn vinden we ook ontroering. In het boek staan enkele foto’s van de kleine Paul met zijn beide grootouders. Uit 1937. Paul Hellmann toont zich in zijn boek vooral ‘geroerd’ als hij in brieven leest over bezoeken die hij samen met zijn vader aan zijn grootmoeder in Bilthoven moet hebben gebracht. In één van die brieven schrijft zijn grootmoeder:

Ik kan niet beschrijven wat zo’n bezoek voor mij betekent. Van vroeg tot laat speelden Paul en ik samen winkeltje. Kon je het maar zien, wij tweeën vormen een wonderlijk liefdespaar. Ik vroeg hem of hij het leuk vond als ik weer bij hem zou komen wonen. ‘Ik geloof het wel,’ zei hij, ‘dan kunnen we veel praten.’ Na elk afscheid van hem ben ik erg droevig.

Irene zelf voelde zich die oorlogsjaren in Nederland ‘eenzamer dan ooit’. ‘Ik ben niet meer dan een verwaaid blad’, schrijft ze. Laat ik er maar kort over zijn. Begin 1944 is Irene in Amsterdam gepakt. In Westerbork kwam zij ‘in strafbarak 67, gelegen naast de strafbarak met het nummer 66, waar (haar zoon) Bernhard een jaar eerder was vastgezet’. Op 3 maart verliet Irene Westerbork. In een goederentrein richting Auschwitz. Op 6 maart is zij daar vermoord. Het was de dag dat Paul Hellmann negen werd. Ruim zeventig jaar later schreef hij een indringend en mooi portret van zijn grootmoeder, ingetogen maar ook met verbazing, ontroering en pijn.


Paul Hellmann, Irene, mijn grootmoeder,
De neergang van een Weens-joodse familie,
Uitgeverij Augustus, Amsterdam 2015

Delen |

Reacties

salomon bouman

vrijdag 28 augustus 2015
Weer een boeiende bijdrage. Jammer dat ik de Sail moest misse..maar weet je wat we moeten maar wee eens mailen in Amicitia. hart gr en shabbatshalom

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon