Hooligan in Roemenië

Leo Frijda

vrijdag 22 januari 2010

Dagboek 1935-1944 van de Roemeense schrijver Mihail Sebastian is pas in 1996 door zijn familie vrijgegeven. De Nederlandse vertaling heeft daarna nog tot 2007 op zich laten wachten. De uitgever, Wever & Bergh, heeft toen aangekondigd dat een eerder boek van Sebastian, Sinds tweeduizend jaar, in oktober 2007 zal verschijnen. Het is er nog steeds niet en dat is jammer want het vormt een interessante aanvulling op het dagboek. Als Wever & Bergh Sinds tweeduizend jaar toch nog uitgeeft, dan wel met achterin alle bijlagen die in de Duitse editie staan, waaronder het bij de oorspronkelijke uitgave afgedrukte voorwoord van Nae Ionescu en de door Sebastian daarna geschreven brochure Hoe ik een hooligan ben geworden.

Sebastian is als Iosif Hechter op 18 oktober 1907 in Braila aan de Donau geboren. Sinds tweeduizend jaar, verschenen in 1934, beschrijft de ontwikkeling van een jongeman, een naam heeft hij in het boek niet, die zich sterk met zijn geboortegrond verbonden voelt. Hij houdt van het land aan de Donau waar hij is opgegroeid. Over zijn familie maar ook over anderen, zoals de boekverkoper Abraham Sulitzer, vertelt hij liefdevolle en warme verhalen. Op de omslag van de Duitse editie staat een schilderij van Chagall en dat is treffend, want de schilderijen van Chagall herinneren de verteller, die zegt niet vroom te zijn, aan de synagoge in Braila. Jood in Roemenië. Het blijkt niet gemakkelijk. De scheldpartijen en gewelddaden die hij meemaakt doen pijn. Blijvend, als een open wond, schrijft Sebastian. Het steeds luider klinkend antisemitisme komt extra hard aan omdat ook zijn vrienden daarvan niet vrij blijken te zijn. Ik zal nooit ophouden Jood te zijn maar ik zal ook nooit ophouden een mens van de Donau te zijn.

In Sinds tweeduizend jaar komt een hoogleraar voor, Ghita Blidaru, een mentor aan wie de verteller zich helemaal geeft. Voor Blidaru heeft Nae Ionescu model gestaan. Ionescu heeft heel lang voor de jongeren in Roemenië een voorbeeldfunctie vervuld. Sebastian had hem in 1931 gezegd, ik schrijf een Joods boek, en hem om een voorwoord gevraagd. Toen het boek in 1934 verscheen, was het tij gekeerd, Hitler was in Duitsland aan de macht en Ionescu had zich in de veranderde omstandigheden gevoegd. Hij schrijft een onverholen antisemitisch voorwoord en noemt de verteller steeds Iosif Hechter, hoewel die naam in het boek nergens voorkomt. Het gevolg was dat de rechtse pers in Roemenië schreef over die Jood (Judenbengel) uit Braila met de naam Iosif Hechter wiens intellectuele bagage die van een hooligan is. Sebastian pakt het op als een erenaam en zijn antwoord, de brochure Hoe ik een hooligan ben geworden, is een vlijmscherpe analyse waarin hij aantoont dat Ionescu in zijn voorwoord alles samenvat wat antisemieten tot dan toe hebben beweerd. Dat is Ionescu, die vroeger de Joden bewonderde, gelukt.

De in 1936 in Roemenië geboren schrijver Norman Manea heeft zijn memoires De terugkeer van de hooligan genoemd. Die memoires zijn in 2006 door Meulenhoff in Nederlandse vertaling uitgebracht. Manea is als jongetje met zijn familie naar een werkkamp in Transnistrië gedeporteerd, is naar Roemenië teruggekeerd maar in 1986 naar New York gegaan waar hij nog steeds woont. Sinds tweeduizend jaar en Hoe ik een hooligan ben geworden nemen in het eerste gedeelte van het boek van Manea een centrale plaats in. Dat boek is een aparte column waard maar hier gaat het me alleen om de term hooligan. Manea, die de jaren 1934 en 1935 de hooligan-jaren noemt, is daarover niet erg duidelijk. Ik kreeg de indruk dat je het Roemenië van die jaren goed moet kennen om te begrijpen wat toen met hooligan werd bedoeld. Een herrieschopper en kwaadspreker, een verrader. Ja, maar overgenomen als erenaam ook steeds meer een ongewenste buitenstaander. Het geldt voor Manea, het gold voor Sebastian.

Sebastian is op 25 mei 1945 onderweg naar de universiteit, waar hij een lezing zou houden, door een Russische vrachtwagen overreden. Zijn postuum verschenen dagboek geeft een onthutsend beeld van het wijdverbreid antisemitisme in Roemenië. En ook in het dagboek ontpoppen veel goede vrienden van Sebastian zich als aanhangers van een regiem dat nauw met de Duitsers samenwerkt. In het dagboek staat centraal wat er met de Joden gebeurt. Met daarnaast zijn persoonlijke omstandigheden, zijn vriendinnen, het schrijven aan een boek (Het ongeval) en aan toneelstukken die uiteindelijk nog slechts onder een andere, niet-Joodse, naam konden worden opgevoerd. Sebastian is een scherp waarnemer van de politieke aftakeling. Soms met profetische blik. Al in 1936 schrijft hij dat wij afstevenen op een georganiseerde pogrom. Hij weet dat hij zelf evenmin is gevrijwaard van vervolging. Wij zitten in het hart van de hel. Sebastian beschrijft indringend wat er in Boekarest gebeurt, waar de maatregelen tegen de Joden steeds grimmiger worden. Wie opgepakt werd, is dat voorgoed.

Het valt op dat Sebastian steeds zo goed van alle feiten op de hoogte was. Op 29 januari 1941 schrijft hij dat in de bossen van Banesa talloze Joden zijn vermoord en op 4 februari 1941: Wij hebben één van de grootste pogroms uit de geschiedenis beleefd. De Joden van Jilava heeft men eerst van hun kleren beroofd, nadien gefusilleerd en het ene lijk op het andere gegooid. Sebastian voegt daaraan toe: In de loop van de geschiedenis zijn er ontelbare Adolf Hitlers opgestaan. Er ontbrak hun slechts een gunstig milieu, het juiste moment, de gunstige voorwaarden om hun locale daden om te buigen tot wereldpolitiek. Op 21 augustus 1942 noteert Sebastian dat hij veel hoort over het bloedbad van de Joden aan beide zijden van de Dnjestr. Het is een klus, weet Sebastian, die mede door de Roemenen zelf is geklaard.

Sebastian wordt teruggeworpen op zijn Joods zijn. Hier en nu Jood zijn. Ik kan niet anders. Jom Kipoer wordt belangrijk voor hem. In 1941: Ik heb gevast en ben voor de sjofar ’s avonds naar de tempel geweest. Een zekere onverschilligheid. Vroeger in Braila was het zoveel aangrijpender! In 1942: Gisteren Jom Kipoer. Vastendag waarop wij proberen te geloven, te hopen. In 1943 noemt hij het Avinoe Malkenoe. Wil ik geloven? Neen, maar zonder twijfel is er in zoveel inconsequentie een behoefte aan warmte, aan rust. En als het Poeriem is, leest hij het boek Esther en schrijft: Er gaan eeuwen, millennia voorbij en ons verhaal is nog steeds hetzelfde. Met zijn Dagboek 1935-1944 heeft hooligan Sebastian aan dat verhaal het verhaal van Roemenië toegevoegd.

3 + 3 = ?

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Columns 2011

Columns 2010

Columns 2009

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.