sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 24 september 2010

Als je de media mag geloven, heeft de roman Der Tod des Widersachers (In de ban van de tegenstander) van Hans Keilson er nog langer over gedaan om te worden herontdekt dan Call it sleep van Henry Roth. In de ban van de tegenstander verscheen in 1959 en zou pas in een recensie in The New York Times van 5 augustus 2010 eindelijk als een masterpiece van een genius zijn erkend. Matthijs van Nieuwkerk sprak al over de Nobelprijs voor literatuur. Hier past enige nuancering.

In Nederland was Keilson inderdaad relatief onbekend al had Uitgeverij Van Gennep december vorig jaar ter gelegenheid van de 100ste verjaardag van Keilson een herziene vertaling van In de ban van de tegenstander op de markt gebracht en had de Joodse Omroep mei van dit jaar een uitzending aan hem gewijd. Maar in Duitsland bleef er altijd wel ruim aandacht voor Keilson. Rond 1980 vertaalde zich dat in herdrukken van zijn boeken. Van 1985 tot 1988 was Keilson zelfs voorzitter van het PEN-Zentrum van Duitstalige schrijvers in het buitenland. Zijn verzameld werk verscheen in 2005. In 2008 kreeg Keilson de prestigieuze Welt literatuurprijs en een jaar later wijdde het eerbiedwaardige literaire tijdschrift de Neue Rundschau bijna een geheel nummer (2009/4) aan Hans Keilson (100). Daarin staan o.a. een bespreking van In de ban van de tegenstander (van de hand van H. Detering) en een interview met Keilson (door J.J. Rohwer) dat uitgebreider is en dieper graaft dan de meeste interviews die hem nu in het spoor van de mediahype zijn afgenomen. Het zou goed zijn als het boeiende interview van Rohwer, die Keilson ein Meister feiner Zwischentöne noemt, ook in Nederlandse vertaling wordt gepubliceerd. Misschien kan Van Gennep het overnemen in een nieuwe druk van In de ban van de tegenstander.


Hans Keilson

Keilson is op 12 december 1909 geboren en in 1936 naar Nederland gevlucht waar hij is blijven wonen en vooral bekend is geworden door zijn werk als psychiater voor door de oorlog getraumatiseerde kinderen. Al in 1933 had hij Das Leben geht weiter (Eine Jugend in der Zwischenkriegszeit) geschreven, het laatste boek van een debuterende Joodse schrijver dat nog bij S. Fischer Verlag kon verschijnen. Zijn tweede boek Komödie in Moll is in 1947 uitgegeven bij de Duitstalige afdeling van Querido. In de ban van de tegenstander, dat als zijn belangrijkste boek wordt beschouwd, verscheen in 1959. De drie boeken vormen samen, in Keilsons eigen woorden, zijn biografie. Die biografie beslaat een lange periode. Het valt moeilijk voor te stellen maar uit het interview van Rohwer blijkt dat Keilson zelfs nog enige, zij het vage, herinnering heeft aan de moord op Rathenau.

Tijdens de intocht van Hitler, die op 30 januari 1933 aan de macht kwam, bevond Keilson zich in Berlijn. Hij studeerde daar aan de universiteit en de Preussische Hochschule für Leibesübungen. Rohwer houdt hem voor dat ook de studenten van die hogeschool meededen aan de boekverbranding van 10 mei 1933. Dat kan hem toch niet zijn ontgaan? De reactie van Keilson is opmerkelijk. Eerst geeft hij een verrassend antwoord:

Anscheindend ist in mir ein Bedürfnis, all das zu glätten. Es mag aus dem Gefühl kommen, dass ich sonst kein Deutsch mehr schreiben kann.

Maar Rohwer houdt aan en spreekt van Ausweichen. Keilson geeft dan toe:

Ja, in meiner Haltung lag eine starke Tendenz, nicht die ganze Wirklichkeit zu sehen (...) Um nicht der Tatsache ins Auge sehen zu müssen, dass man dort, wo man bleiben wollte, nicht bleiben durfte (...) Es lebte sich leichter mit einer Täuschung.

Een eerlijke poging de eigen reacties op gebeurtenissen tegen het licht te houden. Dat is ook het kenmerk van zijn roman. In de ban van de tegenstander is, kort gezegd, het verhaal van iemand, de verteller, die geconfronteerd wordt met een 'tegenstander', een 'vijand', een zekere 'B', die het op hem en de zijnen gemunt heeft. Lezing van de roman laat er geen twijfel over bestaan dat deze de Jodenvervolging in Duitsland tot onderwerp heeft. Toch vallen nergens in de roman de woorden Duitsland, Hitler of Joden. Slechts één passage licht, zou je kunnen zeggen, een tipje van de sluier op. Als de verteller zich in gezelschap van een groep aanhangers van de 'tegenstander' bevindt en het gesprek gaat over de grafschennis waaraan zij zich schuldig hebben gemaakt, laat de verteller – onvoorzichtig vindt hij ook zelf - de naam Hillel vallen.

De verder consequent doorgevoerde abstrahering gaat gepaard met het onbenoemd laten van de vraag naar het waarom. Al in het begin van de roman, de verteller is nog maar tien jaar oud, maakt de vader zich zorgen over onze vijand en zegt hij: ik vrees dat wij hem wel zullen leren kennen. En dan volgen deze zinnen: 'Maar waarom?' vroeg ik verder. 'Wat hebben wij dan gedaan?' 'Wij zijn ...' antwoordde vader. Verder ging hij niet. Er valt een stilte. Vanaf dat moment was de kinderlijke onbevangenheid van de verteller aangetast. Het was maar een schrammetje, maar in de loop der jaren werd het een wond die diep in het vlees sneed en die zich nooit meer heeft gesloten.

Het ontbreken van een antwoord op de vraag 'Wat hebben wij dan gedaan' is essentieel. Het nergens benoemen van het waarom van de vervolging, ook niet als de verteller een enkele keer de 'tegenstander' hoort spreken, uitmondend in 'tieren' en 'schreeuwen', maakt het naakte feit van de vervolging alleen maar schrijnender. Het licht valt daardoor geheel op wat een individu kan overkomen onder een hem uitsluitend totalitair systeem. Zonder benoembare reden. Het knappe is dat het boek als het ware boven de jodenvervolging wordt uitgetild en tegelijkertijd toch daarover en daarover alleen gaat.

Ook Kafka heeft in Het proces de schuldvraag niet benoemd waardoor alle aandacht kon uitgaan naar de reacties van de hoofdpersoon. Het zijn natuurlijk geheel verschillende schrijvers, die moeilijk kunnen worden vergeleken, maar het abstraheren van de vraag naar het waarom bood Keilson een zelfde mogelijkheid. De aandacht verschuift daardoor bijna vanzelfsprekend naar het peilen van de reacties van de verteller op een vervolging, die hem steeds meer omklemt. Ook het gevoel van persoonlijk falen komt dan in beeld. In het interview met Rohwer zegt Keilson:

An Nebbich. Ein Leben ohne Schuld gibt es nicht – das wäre Lüge. Es geht – ob grosse oder kleine Schuld, ob grosse oder kleine Vergehen – weniger um die Darstellung einer Schuld als um das, was einen sich schuldig fühlen lässt.

Een voorbeeld daarvan is wat er met de ouders van Keilson is gebeurd. Ook zij konden naar Nederland uitwijken maar zijn tijdens de oorlog opgepakt en via Westerbork in Auschwitz-Birkenau terecht gekomen waar ze zijn vermoord. Bis heute werfe ich mir vor, sie nicht gerettet zu haben, als sie in Holland waren, zegt Keilson tegen Rohwer.

De passages over de ouders behoren tot de meest indringende en gevoelige van het boek. Eerst is het slechts een enkele bladzijde waarin Keilson beschrijft dat zij de beide oudjes meenamen. Vader had zijn rugzak om. Moeder huilde. Ik zal hen nooit terugzien. In dit korte hoofdstuk komt de verteller nog niet veel verder dan: Maar ik liet hen in de steek! In het volgende hoofdstuk lukt het de verteller toch langer stil te staan bij het weghalen van zijn ouders. Hij beschrijft de rugzak van zijn vader, een oude, door veel regenvlagen verweerde rugzak die in zijn leven al vaak was ingepakt en uitgepakt. Het hoofdstuk eindigt met het peilen van de eigen gevoelens van haat. Ik haat hem. Mijn haat bestaat geheel uit het vurige verlangen hem dood te kunnen slaan. Tegelijk haat ik hem omdat ik hem niet heb kunnen doodslaan. Met enige schroom citeer ik uit dat hoofdstuk ook nog de volgende zinnen:

Mijn God, in het stervensuur van hem die u als vijand tegenover mij hebt geplaatst, vraag ik u uit een ootmoedig hart: waarom hebt u rugzakken geschapen waarmee u oude mensen op reis laat gaan door uw mooie wereld naar hun afschuwelijke einde?

De Duitse titel luidt Der Tod des Widersachers. De Nederlandse vertaling heeft als titel In de ban van de tegenstander. Beide boektitels zijn goed en dekken de lading. De tegenstander is de vijand die de verteller haat en wiens dood hij verlangt en steeds opnieuw overdenkt. Maar de verteller is ook in de ban van de tegenstander. Daarover te hebben nagedacht en de eigen reacties in een zo indringend boek tegen het licht te hebben gehouden, op het grensgebied tussen roman en essay, schrijft Detering, is de grote verdienste van de nu 100-jarige Keilson die het interview met Rohwer besluit met: Ich bin kein Unterlegener, kein Sieger, kein Besiegter. Ich lebe. Moge Keilson 120 jaar oud worden.

Mediahype ach. Maar als daardoor het boek van Keilson, waarvan ik maar een enkel aspect heb kunnen aanstippen, weer gelezen wordt en ook zijn twee andere romans herdrukt worden, dan is dat prima natuurlijk.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon