sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 14 februari 2014

In de cursus die ik voor Crescas geef, over schrijvers tussen jodendom en assimilatie, komt Heine als eerste aan bod, op 20 februari. Bij de voorbereiding kwam ik natuurlijk van allerlei tegen. In deze column drie voorbeelden, de één curieus, de ander opvallend en de laatste, over Holland, vol spot (maar dat niet alleen, zoals zo vaak bij Heine). Een voorproefje.


Mathilde

Heine die sinds 1831 in Parijs woonde, ontmoette in 1834 Augustine Crescence Mirat, door hem Mathilde genoemd. In 1841 trouwde hij met haar.

Van veel gedichten van Heine wordt vaak slechts één regel aangehaald en dat heeft nogal eens tot misverstanden geleid. De eerste regel van Nachtelijke gedachten luidt Denk ik aan Duitsland in de nacht (in de vertaling van Peter Verstegen). Anders dan men vaak meent, staat in het gedicht niet de weemoed naar Duitsland centraal maar de moeder van Heine die hij al twaalf jaar niet meer heeft gezien:

Ik smacht niet zo naar Duitsland, maar
Mijn moeder woont nu eenmaal daar …

En in het laatste couplet komt de zon op en verschijnt Mathilde:

Godlof! Door ’t venster breekt zowaar
Vrolijk Frans zonlicht en ziedaar,
Mijn vrouw verschijnt, mooi als de morgen,
Haar lach verjaagt mijn Duitse zorgen.

Van het echtpaar Heine bestaat een ontroerend portret uit 1851 toen Heine al in zijn ‘matrassengraf’ lag.


Ernst Benedikt Kretz: Heine en Mathilde, 1851

Milena Jesenská moet in één van haar brieven (die helaas verloren zijn gegaan) aan Kafka hebben gevraagd of hij een Jood is. Kafka antwoordt haar dat hij zich niet kan voorstellen dat die vraag ernstig is gemeend. Zo naïef kan Milena ‘als Pragerin’ toch niet zijn! Wel naïef was Mathilde, de vrouw van Heine, voegt Kafka daaraan toe en hij haalt de dichter Alfred Meissner aan die in zijn herinneringen een curieus gesprek heeft opgetekend.

Eerst is Meissner aan het woord:

“Henry verkehrt doch nur mit deutschen Journalisten und die sind hier in Paris alle Juden.” “Ach”, sagte Mathilde, “da übertreiben Sie, es mag ja hier und da unter Ihnen ein Jude sein, zum Beispiel Seiffert – “Nein” sagte Meissner “das ist der einzige Nichtjude”. “Wie?” sagte Mathilde “Jeitteles zum Beispiel” – es war ein grosser starker blonder Mensch – “wäre er ein Jude?” “Allerdings” sagte Meissner. “Aber Bamberger?” “Auch” “Arnstein?” “Ebenso”. So ging es weiter alle Bekannten durch. Schliesslich wurde Mathilde ärgerlich und sagte: “Sie wollen mich ja nur zum Besten halten; zu guter Letzt werden Sie noch behaupten wollen, auch Kohn sei ein jüdischer Name, aber Kohn ist doch ein Vetter von Henry und Henry ist Lutheraner.” Dagegen konnte Meissner nichts mehr einwenden.


Almansor

Afgelopen woensdag las ik in de Volkskrant het volgende:

De Spaanse consulaten in Israël kampen met een stormloop van aanvragers van een Spaans paspoort. Aanleiding is het besluit van de Spaanse regering om alsnog de Spaanse nationaliteit terug te geven aan de nazaten van de Joden die vanaf 1492 uit het Iberische schiereiland werden verbannen.

(…)

De verbanning van de Joden, samen met de moslims, geldt als een van de zwarte bladzijden uit de Spaanse (vaderlandse) geschiedenis. De maatregel werd officieel afgekondigd door de ‘katholieke koningen’ Fernando II van Aragón en Isabel I van Castilië na de eenwording van hun koninkrijken die leidde tot de vorming van Spanje. De joden en moslims kregen daarbij de keuze: of ze bekeerden zich tot het katholicisme of ze konden vertrekken.

Heine heeft die gebeurtenissen van 1492 gebruikt voor zijn tragedie Almansor waaraan hij in 1820 begon en die in 1823 in druk verscheen, dus vóór zijn doop in juni 1825.


Heinrich Heine, Almansor, Eine Tragödie, Berliner Ausgabe, 2013

De tragedie gaat, kort samengevat, over twee bevriende Moorse families. In de ene familie is een zoon geboren, Almansor, en in de andere een dochter, Zuleima. De moeder van Zuleima sterft in het kraambed en Zuleima wordt daarom opgevoed bij de ouders van Almansor. Almansor echter bij de vader van Zuleima. De beide kinderen, het zal niet verbazen, worden verliefd op elkaar.

De pleegvader van Zuleima, Aly, voor de keuze gesteld óf zich te bekeren óf te vertrekken, laat zich samen met Zuleima dopen en blijft in Spanje. De pleegvader van Almansor echter, Abdullah, vlucht samen met Almansor naar Noord-Afrika.

Na enige tijd gaat Almansor in vermomming terug naar Spanje omdat hij Zuleima weer wil zien. De afloop is tragisch als blijkt dat Zuleima met een christelijke Spanjaard gaat trouwen. Uiteindelijk vinden de beide geliefden de dood.

Als Almansor in Spanje is teruggekeerd, ontmoet hij eerst Hassan, de dienaar van Abdullah, die weliswaar is achtergebleven maar als Moorse vrijheidsstrijder. Tussen hen ontspint zich het volgende gesprek:

Almansor:

Wir hörten, dass der furchtbare Ximenes,
Inmitten auf dem Markte, zu Granada –
Mir starrt die Zung’ im Munde – den Koran
In eines Scheiterhaufens Flamme warf!

Hassan:

Das war ein Vorspiel nur, dort, wo man Bücher
Verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen.

Over Almansor schreef Heine in een brief: 'In diesem Stücke habe ich mein eigenes Selbst hineingeworfen, mitsamt meinen Paradoxen, meiner Weisheit, meiner Liebe, meinem Hasse und meiner ganzen Verrücktheit'. Almansor, mogen we dus wel zeggen, heeft trekken van Heine. De vervolging van de Moslims, anders dan die van de Joden, zo kan hij hebben gedacht, zal minder weerstand wekken. Dat was dan een misrekening. De opvoering van de tragedie in 1823 werd verstoord door boze Duitsers, die vonden dat daarin de christenen werden beledigd.

De in Almansor door Hassan uitgesproken regels zijn vaak aangehaald in verband met de boekverbranding van 1933 en de Sjoa. Dat is natuurlijk begrijpelijk. Dat de twee regels in de oorspronkelijke tekst slaan op de verbranding van de Koran, is zeker een extra reden om deze tragedie in onze tijd nog eens op te voeren.


Holland

Van het werk van Heine zijn gelukkig goede vertalingen voorhanden. Ik noem de voortreffelijke vertalingen van zijn gedichten door Peter Verstegen, onder de titel Duitsland, een wintersprookje, en andere gedichten, en verder zijn Reistaferelen, vertaald door Wilfred Oranje, en Over Duitsland, vertaald door H.L. Mulder en Wilfred Oranje.

In mijn lezing over de Joodse kant van Heine zal de nodige aandacht worden besteed aan De rabbijn van Bacherach, in vertaling (van de hand van Ruth Wolf) opgenomen in de door Het Spectrum indertijd uitgegeven verhalenbundel. Die verhalenbundel, waarin ook de Memoires van de heer von Schnabelewopski en Florentijnse nachten staan, is antiquarisch gemakkelijk te vinden. En als men toch antiquarisch zoekt, let dan ook op het boekje van Reich-Ranicki, De kwestie Heine, en de twee boekjes van Martin van Amerongen, Het matrassengraf, Heine’s sterfbed 1848-1856 en Heine in Holland.

Maar kijk, mij bleek dat de uitgeverij Ad. Donker enkele maanden geleden de memoires van de heer von Schnabelewopski opnieuw heeft uitgegeven als hommage aan Ad. Donker ‘die de Duitstalige versie van dit boek als eerste boek van zijn uitgeverij in 1938 het licht deed zien’.

Schnabelewopski verlaat in de door Heine geschreven memoires zijn geboorteland Polen om via Hamburg naar Amsterdam en Leiden te gaan. In Amsterdam ziet hij in de schouwburg het toneelstuk De vliegende Hollander, ‘de wandelende Jood van de oceaan’, en wordt hij verliefd op ‘een prachtige Eva, die mij met haar grote, blauwe ogen verleidelijk aankeek’ en is hij ‘nog nooit zo wild gekust als door deze Hollandse blondine’. Dat neemt zijn vooroordeel weg dat hij tegen blondines had. ‘Ieder land’, laat Heine Schnabelewopski optekenen, ‘heeft zijn bijzondere keuken en zijn bijzondere vrouwelijkheden en alles is op dit terrein een kwestie van smaak. De een houdt van gebraden kip, de ander van gebraden eend; wat mij betreft, ik houd van gebraden kippen en van gebraden eenden en bovendien nog van gebraden ganzen.'

Ja, het is inderdaad een ‘vrolijk werkje’, zoals op de flaptekst van de uitgave van Donker staat. Daarvoor moet men het verhaal zelf maar verder lezen want dit is, ik heb gewaarschuwd, slechts een voorproefje.

Het is echter niet alleen maar een ‘vrolijk werkje’. In Leiden, waar Schnabelewopski zich aan ‘de studie der godgeleerdheid’ wil wijden, gaat hij veel om met ‘de kleine Simson, de trouwe kampioen voor het deïsme’. ‘De Joden zijn steeds de gehoorzaamste deïsten en in het bijzonder zij die, zoals de kleine Simson, in de vrije stad Frankfort geboren zijn.’

Ook de kleine Simson heeft Heine, zo denk ik, trekken van zichzelf meegegeven toen hij dit verhaal in zijn eerste Parijse jaren schreef. Daarom toch nog één citaat. Met de kleine Simson loopt het niet goed af en op zijn sterfbed laat hij zich voorlezen uit de Bijbel. Schnabelewopski gaat hem dan opzoeken:

“Schnabelewopski”, zuchtte de kleine, “het is goed, dat je komt. Je kunt meeluisteren en het zal je goed doen. Dit is een prachtig boek. Mijn voorvaderen hebben het door de hele wereld met zich meegedragen en er heel veel verdriet en ongeluk en bespottingen en haat voor te verduren gehad, of zich er zelfs om laten doodslaan. Ieder blad erin heeft tranen en bloed gekost, het is het geschreven vaderland van de kinderen Gods, het is de heilige erfenis van Jehova.”

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon