sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 22 oktober 2010

Soms rolt men van de ene verrassing in de andere. Door het lezen van Der Pojaz stuitte ik op de Autobiographischer Roman van Alexander Granach, Da geht ein Mensch, volgens Mario Adorf de mooiste en meest aangrijpende en geestige biografie van een toneelspeler die ooit is verschenen. In zijn bibliotheek heeft Adorf het boek een plaats gegeven naast Joseph Roth en Lion Feuchtwanger. Ik doe er niets aan af.

Alexander Granach is op 18 april 1890 als Jessaja Szajko Gronach geboren in Werbowitz, tegenwoordig Werbiwizi. Het ligt naast Seroka. Seroka naast Czerniatyn. Czerniatyn naast Horodenka. Horodenka naast Gwozdziez. Gwozdziez naast Kolomea. Kolomea naast Stanislau en Stanislau naast Lemberg. Zo begint Granach het verhaal van het eerste gedeelte van zijn opvallende leven, een leven dat hem, anders dan Sender Glatteis uit Der Pojaz, grote roem als toneelspeler brengt.

Da geht ein Mensch houdt ons een spiegel voor van een verdwenen Joods leven. We zien Granach opgroeien in het kleine dorp Werbiwizi, in een talrijk en arm Joods gezin dat hij met veel gevoel beschrijft. Zijn onderwijzer op het Cheider bijvoorbeeld, rabbi Schimschale der Milnitzer, die zijn leerlingen geduldig Hebreeuws leert en aan hen vraagt een halve dag niet te eten en te drinken want hij wil een belangrijk verhaal van Mojsche Rabejna vertellen en eine gute Geschichte kann man mit Hunger und Durst auf der Zunge schmecken. We lezen ook over de harde kanten van het bestaan als het niet goed gaat met de bakkerij van zijn vader. De vele kinderen verlaten één voor één het gezin: so wurde die Familie immer kleiner, aber die Armut grösser. Granach gaat al heel jong, hij is nog maar tien jaar oud, als bakkersgezel werken. We volgen hem op zijn zware tocht langs verschillende bakkerijen in bijna heel Galicië. Het is een harde leertijd maar het vormt hem zoals men deeg kneedt.

Uiteindelijk komt Granach in Lemberg en daar, in de hoofdstad van Galicië, bezoekt hij het theater. En net als Sender Glatteis wordt hij door het toneel gegrepen. Welch eine Welt! Welch eine Pracht! Das ist die Welt, wo ich hingehöre! Granach is nog maar 16 jaar oud als hij naar Berlijn gaat. Ook daar bezoekt hij het theater, terwijl hij zijn brood verdient door in een bakkerij te werken. Hij leest Maxim Gorki, ook eens bakker, en denkt: Wenn ein Bäcker, ein Dichter werden kann, warum soll dann ein anderer Bãcker kein Schauspieler werden können? Eerst speelt hij mee in stukken die in het Jiddisj zijn geschreven, vooral van Gordin. Intussen leert hij Duits om zich verder te ontwikkelen. En dan leest Granach Der Pojaz van Karl Emil Franzos. Het overvalt hem. Kam er doch aus meiner Gegend. Ich sah plötzlich Städte und Dörfer, Menschen aus meiner Heimat. Bovendien ging die jongen in het boek ook naar het theater, naar een opvoering van De koopman van Venetië. Shylock und der Pojaz und ich werden eins, schrijft Granach en hij zal zich zijn leven lang met Shylock bezighouden.

Granach is in Berlijn, die heisseste, kochendste Theaterstadt Europas en het lukt hem om toegelaten te worden tot de theaterschool van Max Reinhardt. Granach, die X-benen heeft, laat deze zelfs breken om met rechte benen op het toneel te kunnen staan. Hij heeft succes maar als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, moet hij in dienst. Ook dat is een zware tijd die zijn nog zo prille carrière jaren onderbreekt. Maar na de oorlog lukt het hem de draad weer op te pakken. In 1920 speelt hij in München voor de eerste keer de rol van Shylock. Hiermee eindigt Da geht ein Mensch:

Mit siebzehn Jahren lag ich auf der Erde und lernte aus dem Roman von Karl Emil Franzos den Shylock kennen. Ich lag da und heulte über das Unrecht, das diesem Menschen widerfahren war. Damals beschloss ich, mein ganzes Leben dranzusetzen, um einmal der Welt dieses Unrecht ins Gesicht schleudern zu können. Jetzt war ich neunundzwanzig und lag wieder auf der Erde und hätte die Erfüllung dieser Aufgabe vor mir.

Granach schrijft aan het verhaal van Shylock een eigen slot. Hij laat Shylock vluchten, via de rijke stad Amsterdam, waarna Shylock in Galicië aankomt en een wonderrabbi spreekt. De rabbi geeft hem de raad te trouwen. Shylock volgt die raad op en uit dat huwelijk worden kinderen geboren. Vele generaties later worden sommigen van zijn nazaten toneelspeler en ontdekken het genie Shakespeare, der eine dunkle Gestalt mit so viel Kraft, so viel Leben, so viel Gerechtigkeitssinn und so viel menslicher Würde beschenkt hat. Die nazaten uit Galicië spielten ihn als Opfer und den Anklager dieser schlechten Gesellschaft, die ihn anspeit und verfolgt, und als Vertreter der Menschenrechte des Juden, wozu die Gnade seines Schöpfers ihn auch gemacht hat.

Und man muss ihn so lange spielen, bis einmal der Mensch in seinem Mitmenschen den Bruder erkennt und seinen Nächsten liebt wie sich selbst und ihm nichts antut, was er selber nicht erleiden möchte.

Granach schreef zijn boek en dit slot tijdens de sjoa, toen hij, verjaagd door de nazi’s, al in Amerika woonde.

Hoe het Granach verder is gegaan, valt te lezen in twee andere boeken, Heimat los!, de herinneringen van zijn zoon Gad Granach, en Du mein liebes Stück Heimat, de in 2008 uitgegeven brieven van Granach aan Lotte Lieven. Gad Granach is de in 1915 geboren zoon uit een al in 1921 ontbonden huwelijk van Granach. Lotte Lieven is zijn levenslange Zwitserse geliefde met wie hij na 1933, op een enkele uitzondering na, nog slechts briefcontact kon onderhouden.

Gad Granach schrijft over de Berlijnse tijd van zijn vader. In 1925 speelde Granach de rol van Shylock ook in Berlijn. Als mein Vater den Shylock spielte, war er jeden Abend vollkommen erschöpft, so sehr belastete ihn diese Rolle, schrijft zijn zoon. Maar dan wordt het 1933 en Granach vlucht, eerst naar Polen en daarna naar Rusland. De brieven die Granach uit Polen en Rusland en later uit Amerika aan Lotte Lieven schrijft, zijn de moeite van het lezen meer dan waard. Ook deze brieven weerspiegelen onze geschiedenis. In Polen speelt Granach in het Jiddisj. We lezen over zijn optreden in plaatsen als Lodz, Lemberg en Krakau. In Lodz en Kiew speelt hij Shylock, in het Jiddisj. Eind 1937 wordt Granach in Rusland, verdacht van spionage, gevangengenomen. Na bemiddeling door Lion Feuchtwanger kon hij Rusland toch verlaten en gaat hij via Zwitserland naar de Verenigde Staten waar hij 27 mei 1938 aankomt. Daar heeft hij de draad opnieuw moeten oppakken. Granach moet weer een andere taal leren, nu Engels. Du kannst dir nicht recht vorstellen, was es heisst zum x-ten Male den Kampf ums Dasein aufzunehmen, schrijft hij aan Lotte Lieven. Maar hij doet het. Hij gaat naar Hollywood en speelt in 15 films, waaronder Ninotschka van Ernst Lubitsch, met Greta Garbo. In verschillende brieven aan Lotte Lieven schrijft hij steeds opnieuw over Shylock. Van de figuur Shylock kan hij zich niet losmaken. Alle Joden hebben een Shylock-complex, schrijft hij Lotte Lieven. Der gesellschaftliche Shakespeare war sicher anti(semit), aber das Genie in ihm verteidigt den Juden wie noch nie eine Jude verteidigt wurde. In 1942 begint hij te schrijven aan Da geht ein Mensch. Das Schreiben regt mich so auf wie früher mein Mephisto oder mein Shylock. Granach kan zijn boek afmaken maar de publicatie daarvan maakt hij niet meer mee. Op 14 maart 1945 sterft hij. Auch nach einer Nazi-Nacht muss Tag werden, had hij in één van zijn brieven geschreven. Zelf heeft hij die dag niet meer mogen meemaken.

Nog een paar woorden over zijn zoon Gad Granach. Gad Granach sloot zich aan bij de zionisten. Hij ging naar Hamburg om zich voor te bereiden op een leven in Palestina. Juni 1936 kwam hij per boot in Haifa aan. In zijn boek beschrijft hij zijn verdere leven in Erez Israel. Maar daar, zo lijkt het, gaat deze column niet over. Wel over de vele wegen die voordien zijn bewandeld door een Jessaja Szajko Gronach uit Galicië. Galicië, een streek waar eens zoveel Joden woonden.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon