sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 17 juni 2011

De literatuur is het geheugen van de mensheid, meende Hans Keilson. Arnon Grunberg vond dat misschien wel de belangrijkste verdediging van literatuur. Wie mijn columns volgt, zal het niet verbazen dat ik zulke woorden graag aanhaal. Niet voor niets begon ik mijn vorige column met assimileren is ook kapotmaken, triomf van het vergeten. Joodse literatuur is het Joodse geheugen. Het is het verhaal van onze geschiedenis, te lezen en te herlezen om te ontdekken en niet te vergeten wat de Joden hebben meegemaakt en welke tradities zij tegen alle verdrukking in hebben bewaard. Veel is opgetekend. Het verhaal van de Russische Joden die eindelijk toestemming kregen te emigreren, is echter nog maar mondjesmaat verteld. Daarvoor hebben we nu David Bezmozgis.

Op de achterkant van zijn eerste boek Natasja (Natasha and other stories) uit 2004 staat David Bezmozgis (Riga, 1974). Zijn nieuwste boek De vrije wereld (The Free World) vermeldt echter: David Bezmozgis (Riga, 1973) emigreerde in 1980 met zijn ouders van Letland naar Canada. Zoeken op internet leerde mij dat 1973 het correcte geboortejaar is. Internet is nuttig want al surfend ontdekte ik ook dat Bezmozgis toch niet de enige schrijver is die de Joodse immigratie uit de Sovjet-Unie tot onderwerp van een roman heeft gemaakt. Maxim D. Shrayer, in 1967 in Moskou geboren en in 1987 naar de Verenigde Staten geëmigreerd, publiceerde in 2007 de roman Waiting for America, A story of Emigration. Shrayer, hoogleraar Russisch, Engels en Joodse Studies aan het Boston College, schreef, zag ik, ook de verhalenbundel Yom Kippur in Amsterdam (2009). In Nederland zijn die boeken niet te koop. Ik kon ze bestellen, maar dat duurt even. Misschien kom ik er te zijner tijd op terug.

Het eerste boek van Shrayer, Waiting for America, A story of Emigration, moet gaan over een jonge Russische Jood die in 1987 samen met zijn ouders Moskou verlaat en via Wenen in Rome en de nabij gelegen kustplaats Ladispoli terechtkomt in afwachting van een visum voor de Verenigde Staten. Vooral naar dat boek ben ik nieuwsgierig want het is exact dezelfde tocht die de door Bezmozgis beschreven familie Krasnanski heeft gemaakt. Ook zij bereiken Rome na een tussenstop in Wenen en vinden tijdelijke woonruimte in Ladispoli, waar, zo begrijp ik, indertijd veel Russische Joden op een visum hebben gewacht. Ladispoli komt in het boek van Bezmozgis tot leven: de Russische bedrijvigheid was gecentreerd rond de Piazza Marescotti, niet ver van het strand. Het plein deed dienst als markt, arbeidsbureau en buurtcentrum. Er is verder de Club Kadima, met veel Joodse activiteiten.

Ook de familie Krasnanski wilde naar Amerika emigreren. Sjoera, een nicht die enkele maanden eerder naar Chicago was geëmigreerd, zou borg voor hen staan. Dat gaat niet door want Sjoera en haar man stonden al borg voor een ander familielid. De keuze viel daarna op Canada maar dat ging niet zonder slag of stoot want het is lastig reizen met een grote Joodse familie. Te veel meningen. Bovendien blijkt het aanvragen van een visum voor Canada een moeizame en langdurige procedure. Maar de Canadese overheid geeft de voorkeur aan mensen uit de Baltische staten. Daarop was de hoop dus gevestigd.

De familie Krasnanski, eigenlijk heetten ze vroeger Eisner, bestaat uit vader Samuel en moeder Emma, de zonen Alec en Karl, de schoondochters Polina en Rosa en de twee jongens van Karl en Rosa. Hun lotgevallen worden beschreven, met flashbacks naar het verleden. Weggaan uit je land blijkt niet gemakkelijk te zijn. In het huidige politieke klimaat hier in Nederland is het goed dat je daaraan nog eens wordt herinnerd. Bij de grensovergang op het treinstation van Tsjop worden ze al vernederd door Russische douanebeambten die hen inwendig onderzoeken. In Rome verblijven ze eerst in een waardeloos hotel: geen lift, geen eten, geen electriciteit. Ze hebben dan nog maar weinig te besteden. Dat heeft gevolgen als ze een tram nemen die de verkeerde kant opgaat. Aangezien ze hun geld hadden uitgegeven aan een tram die de verkeerde kant op ging, hadden ze geen geld meer voor een tram in de goede richting. Met hulp van verschillende organisaties en de handigheid van Alec lukt het na enige tijd toch om andere woonruimte te vinden.

Waarom naar Amerika of Canada en waarom niet naar Israël? Dat was veel eenvoudiger geweest. Op een visum voor Israël konden ze aanspraak maken. In één van de verhalen uit Natasja gaan de opa en oma wel naar Israël. De vader en de oom niet. Waarom wezen we onze visa voor Israël af? Waarom waren we de staat Israël zo ondankbaar terwijl die het ons toch mogelijk had gemaakt om uit de Sovjet-Unie weg te komen? Voor mijn vader en mijn oom was het antwoord op deze vragen: 150 miljoen boze Arabieren. Voor mijn opa, die zijn hele leven zionist was geweest, was dit geen antwoord.

De familie Krasnanski is daarover eveneens verdeeld. Alec en Karl willen niet naar Israël, omdat zij er geen zin in hebben om vanaf de luchthaven Ben-Goerion meteen door te moeten naar een militair trainingskamp. Alleen Rosa, de vrouw van Karl, denkt er anders over. Toen Chicago geen optie meer was, zag zij haar kans schoon om te pleiten voor Israël. Haar ouders en haar broer zijn er al, ze zouden geen gasten in een vreemd land zijn, maar gerespecteerde burgers die zich in het land van hun voorouders vestigden. Rosa krijgt echter geen poot aan de grond, niet bij Alec en Karl maar al helemaal niet bij Samuel, die eigenlijk tegen zijn zin uit Riga is weggegaan.

In Club Kadima leest Samuel de krant en ontmoet hij een lotgenoot, Josef Roidman. De jongens van Rosa leren er Hebreeuwse liedjes. Een Joodse organisatie, Sochnut, de Jewish Agency dus, verzorgt lezingen. Er loopt daar ook een Lubavitsjer rabbijn rond, een jonge man met een pluizig baardje, en onder diens invloed gingen Emma en Roos op vrijdagavond kaarsjes branden. De jongens werden zelfs al uitgedost met kleine tsietsiets, waarvan de franje onder hun hemd uit kwam, en met een zwart keppeltje, te groot voor hun hoofd. Intussen regelt Karl zijn zaakjes die het daglicht niet kunnen verdragen en gaat Alec op de versiertour.

Tijdens zijn verblijf in Ladispoli hield Samuel zich bezig met het op papier zetten van het ware verhaal van zijn leven en de tijd waarin hij had geleefd. De flashbacks die dat oplevert, zijn de meest indringende en ontroerende passages uit het boek. Samuel heeft veel meegemaakt en tijdens zijn leven veel doden moeten betreuren, zijn grootvader, zijn vader en daarna ook zijn moeder en zijn broer Reuven. In zijn gedachten laat hij zich meevoeren door gevoelens van heimwee en rouw. Jood ja, ik maak deel uit van het Joodse volk, zegt hij onomwonden tegen de Lubavitsjer rabbijn, maar religieus en zionist, nee, dat niet. Samuel is bovendien trouw aan zijn keuze voor het communisme. Ik ben nooit uit de Partij gezet en de Partij heeft me nooit enige sanctie opgelegd.

Eén van die ontroerende passages wil ik hier aanhalen. Tot verbazing van zijn vrouw wil Samuel naar een film die in Club Kadima wordt vertoond, een Amerikaanse film gebaseerd op Sjolem Aleichems Tevye der milkhiker. Hij had dat toneelstuk vroeger ook al gezien, in 1919 of 1920, in een opvoering van de Joodse amateurtoneelvereniging van Rogozna (in de Oekraïne, waar de familie toen nog woonde). Die herinnering drijft hem naar de filmvoorstelling:

Een keer per maand onthaalde zijn moeder Reuven en hem op een bezoekje aan het theater. De oude synagoge, die door de Joodse afdeling van de Communistische partij was omgebouwd tot een gezelligheidsvereniging en een theater, was altijd tot de nok gevuld. Het was de enige plek waar hij zijn moeder zag glimlachen en haar hoorde lachen. Tijdens de uitvoeringen keek hij minstens zo vaak naar haar als naar het toneel.

Toen Samuel zijn levensverhaal op papier wilde zetten, kwam het geen moment bij hem op dat zijn verwoede pogingen om zich alles te herinneren zijn moeder en zijn broer weer tot leven zou wekken in zijn dromen.

Het levensverhaal van Samuel en de lotgevallen van de familie Krasnanski, wachtend op een visum voor Canada, heeft Bezmozgis in een roman vastgelegd. Joodse literatuur is het Joodse geheugen, dat geldt ook voor zijn boek. De roman is bovendien goed geschreven, soms met een aangenaam lichtvoetige en ironische toon, al is de aanprijzing op de achterkant, Bezmozgis is de nieuwe Philip Roth en de nieuwe Tsjechov, misschien wat te veel van het goede.

Delen |

Reacties

Maxim D. Shrayer

maandag 26 september 2011
Dear Mr. Frijda,

I read your column with great interest—although I fear my rudimentary reading knowledge of Dutch has prevented me from appreciating it subtleties. Yes, you're correct that neither my "Waiting for America" nor my "Yom Kippur in Amsterdam" are availably in the Netherlands. I believe they would be of interest to the Dutch reader and would welcome a Dutch translator.

I look forward to further contacts.

Sincerely,

Maxim D. Shrayer
shrayerm@bc.edu

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon