sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

zondag 20 september 2015

In mijn vorige column schreef ik dat Jenny Erpenbeck in haar roman Een handvol sneeuw het toeval in elk volgend hoofdstuk een andere kant laat opvallen, waardoor wat er in het Europa van de vorige eeuw is gebeurd, steeds opnieuw in een schrijnend en tegelijk persoonlijk licht komt te staan. Een mens kan duizend doden sterven. Het toeval speelt eveneens een belangrijke rol in Ondergedoken, het boek waarin Marie Jalowicz Simon vertelt hoe zij als Joodse vrouw in het nationaalsocialistische Berlijn van 1940-1945 de vervolging heeft overleefd.

Jalowicz, geboren in 1922 en gestorven in 1998, heeft haar herinneringen pas in het laatste jaar van haar leven ingesproken. Het werden 77 cassettebandjes. Haar zoon Hermann Simon, historicus en directeur van de Stiftung Neue Synagoge Berlin, heeft de feiten aan andere bronnen getoetst en samen met de schrijfster Irene Stratenwerth de tekst geredigeerd en van een nawoord voorzien. Simon merkt in zijn nawoord op dat zijn moeder ‘er altijd van overtuigd was dat het het toeval was waardoor ze de oorlog had overleefd’. Dit nawoord eindigt met een gedeelte van een lezing over onderduikers die Jalowicz in 1993 heeft uitgesproken. Daarvan neem ik hier de twee laatste alinea’s over.

Volgens de definitie van Spinoza is het (toeval) een ‘asylum ignorantiae’. Het woord ‘toeval’ is een hulpconstructie en net als alle hulpconstructies in werkelijkheid een hulpeloosheidsconstructie, waarmee we naïef als we zijn het ondoorgrondelijke omschrijven. Het overleven van elke onderduiker op zich berust op een reeks toevalligheden, die niet zelden nauwelijks te geloven zijn en wonderbaarlijk genoemd kunnen worden.

Die toevalligheden willen opvatten als beschikkingen wijs ik af als onwetenschappelijk en ook als godslasterlijk; want die interpretatie impliceert dat we het niet-kenbare kennen, dat we het ‘per definitionem’ allerhoogste raadsbesluit hebben doorgrond, en dus is die interpretatie even dwaas als aanmatigend. Als het overleven van koelbloedige enkelingen berustte op voorbeschikking of sturing, zou het dan, gezien de miljoenvoudige kindermoord, een zegen of een vloek zijn? We moeten erin berusten dat we het raadsel niet kunnen oplossen, we nemen er genoegen mee, komen uit voor onze onwetendheid en bieden haar een ‘asylum’ door de hulp- of hulpeloosheidsconstructie van het ‘toeval’ te gebruiken en te constateren dat het in alle verhalen van overlevenden de beslissende factor is.

Deze opvatting over toeval of de dingen die gebeuren laat ik voor rekening van de schrijfster. Ik volsta met de vraag of alleen het toeval de loop van de dingen beïnvloedt. Eigenlijk beantwoordt Jalowicz die vraag zelf al door te spreken van ‘het overleven van koelbloedige enkelingen’. Zijzelf behoort zeker tot deze categorie. Zo noteert ze: ‘Ik had geleerd me aan een abnormale situatie aan te passen en me erdoorheen te slaan.’ En als het dragen van een ster verplicht is gesteld: ‘We raakten er heel bedreven in de ster met een enkele ruk los te trekken en hem dan bliksemsnel weer op te naaien met een al van draad voorziene naald, die je ergens in de voering van je jas had gestoken.’ En dit zijn nog maar eenvoudige voorbeelden uit het begin van het boek.

Jalowicz moet zich er geheel alleen doorheen slaan. Haar moeder overlijdt in 1938 en haar vader enkele jaren later. Als ‘koelbloedige enkeling’ weet ze zich telkens te redden. Vijf jaar lang. In Berlijn, in het centrum van de nationaalsocialistische macht. De mensen die haar daarbij helpen doen dat bovendien niet voor niets. Ze moet soms diep voor hen door het stof om in leven te blijven en bejegeningen ondergaan die haar geestelijke en lichamelijke integriteit aantasten. Het is vaak schokkend om te lezen wat ze moet dulden om het leven te rekken.

Toch gaat ze er niet aan onderdoor. Integendeel. Iemand die haar ziet lopen, maakt haar een compliment: ‘Jij schrijdt in trotse vrijheid.’ ‘Ik was heel blij met het compliment,’ schrijft Jalowicz, ‘dat voor mijn gevoel niet alleen voor mijn persoon, maar voor het hele Jodendom gold: Jij schrijdt in trotse vrijheid.’

Onder extreem moeilijke omstandigheden bleef Jalowicz een trotse vrouw en een trotse Jodin. Over het laatste wil ik in deze column nog enkele bijzonderheden naar voren halen die me troffen. Ik doe zo niet voldoende recht aan de verdere inhoud van het boek. Ga daarvoor zelf haar verhaal lezen, in een recensie terecht ‘adembenemend’ genoemd.

Jalowicz is als een goede Jodin opgevoed, van het begin af aan. Ze kende de Hebreeuwse letters al voor ze naar school ging, een ‘oud Joods gebruik’. Haar vader had dit van zijn vader geleerd die tegen hem had gezegd: ‘Je bent nu al drie jaar, jongen. Het is niet de bedoeling, dat je eerst de Duitse letters leert en daarna pas ons heilige alfabet, maar andersom.’ Ook de Pirkee Avot – de Spreuken der vaderen – haalde haar vader vaak aan: ‘Zonder je niet af van de gemeenschap!’ Die verwijzing naar de Pirkee Avot hoorde ze in die moeilijke jaren nog een keer. Maar nu uit de mond van iemand die een oproep had gekregen om op transport te gaan en daaraan gehoor wilde geven. Jalowicz was het daar niet mee eens. Zij wilde het transport naar het Oosten juist vermijden. Maar kort daarna kwam er een gedachte bij haar op, die haar schokte. ‘Dit waren mijn laatste bezoeken aan Joodse familieleden of vrienden geweest. Ik was een heel andere weg ingeslagen.’

Die andere weg betekende bijvoorbeeld dat ze zich niet langer aan de spijswetten kon houden. Maar ook als ze honger had, liet humor haar niet in de steek. ‘Ik heb besloten dat bij de juiste gezindheid paardenvlees koosjer is. Ik ben op dit moment het opperrabbinaat.’ En als ze hoort dat een Joodse vriend is gepakt, zegt ze voor hem kaddisj. ‘Ik weet niet wat er van de Joden in de VS of in Palestina terecht zal komen, zei ik bij mezelf, maar ik ben hier, ik ben een minjan, ik ben heel Israël en ik doe mijn plicht.’

Toen de oorlog was afgelopen, ging Jalowicz op 23 juli 1945, dus vrijwel meteen, naar de Oranienburgerstrasse om zich in te schrijven als lid van de Joodse gemeente. Indachtig de woorden van haar vader. Lid van de communistische partij werd ze op 15 november 1945. In 1946 ging ze studeren en in 1973 werd ze benoemd tot hoogleraar klassieke literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Humboldtuniversiteit, toen nog in Oost-Berlijn.

Mijn moeder is altijd links gebleven, schrijft Hermann Simon in zijn nawoord. ‘Dat ze daarnaast lid van de Joodse gemeente bleef en in feite een koosjer huishouden had, vormde voor haar geen tegenstrijdigheid.’ De foto achterop het boek is genomen in 1984. We zien Marie Jalowicz Simon op die foto bij een cultureel evenement van de Oost-Berlijnse Joodse gemeente.


Marie Jalowicz Simon, Ondergedoken
(Een jonge vrouw overleeft in Berlijn 1940-1945),
vertaling Liesbeth van Nes, De Bezige Bij, Amsterdam 2015

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon