sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 22 november 2013

“Van een buurvrouw die zichzelf een hartstochtelijk lezeres noemt,” hoorde Austerlitz “dat ze in de dagboeken van Kafka een kleine krombenige man met mijn naam was tegengekomen, die de besnijdenis van de neef van de schrijver uitvoerde.”

Austerlitz brengen we vooral in verband met de slag, op 2 november 1805 in Zuid-Moravië geleverd tussen Napoleon en Russische en Oostenrijkse troepen. Nederlanders denken bij Austerlitz ook aan een piramide en Fransen aan een station. Misschien weten sommigen dat Austerlitz de eigenlijke achternaam van Fred Astaire was. Maar een Joodse achternaam? Toch moeten in Praag enkele Joden met die achternaam hebben gewoond. Eén van hen had Jacques Austerlitz kunnen zijn die, nog geen vijf jaar oud, door zijn moeder in 1939 is meegegeven met een kindertransport naar Engeland.

W.G. Sebald heeft in de hoofdpersoon van Austerlitz, zijn laatste boek, twee bestaande levensgeschiedenissen verwerkt, van een Joods meisje dat daadwerkelijk met een kindertransport Engeland heeft bereikt en daar net als de romanfiguur Austerlitz bij een streng gelovige dominee is opgevoed, en van een enigszins excentrieke collega van Sebald die op latere leeftijd onderzoek heeft gedaan naar wat er als kind met hem is gebeurd. Van die collega is de foto op de omslag van het boek. In de roman, door Sebald overigens een ‘Prosabuch unbestimmter Art’ genoemd, krijgt Austerlitz deze foto van de door hem in Praag teruggevonden vriendin van zijn moeder, Vĕra Ryšanová, die vóór 1939 ook zijn kindermeisje was.

In mijn vorige column noemde ik Sebald een eigenzinnig chroniqueur van het Europa van de vorige eeuw. Kon ik zelf maar zo schrijven, denk ik altijd als ik Sebald lees. In sterke mate geldt dit ook voor Austerlitz. De verteller, die veel reist, vooral met de trein, ontmoet Austerlitz op verschillende plaatsen in Europa, de eerste keer op het station in Antwerpen. Austerlitz heeft zich bovendien gespecialiseerd in 'bouwhistorische zaken' en is net als Walter Benjamin geïnteresseerd in stedelijke architectuur. Reminiscenties aan Kafka en Benjamin, maar ook aan Canetti en Améry, maken Austerlitz tot meer dan de zoektocht van één persoon naar het eigen verleden. “Jüdisches Schicksal,” schreef een recensent, “ist für Sebald nicht Ausnahme, sondern paradigmatisch für den modernen Menschen.”

De zoektocht naar het eigen verleden brengt Austerlitz naar Praag waar hij Vĕra Ryšanová terugvindt die hem vertelt over zijn kinderjaren en over zijn ouders, Agáta Austerlitzová en Maximilian Aygenwald. Zijn vader is de dag voordat de Duitsers Praag binnentrokken, op het laatste moment dus, naar Parijs ontkomen. Verdere sporen van zijn vader zal Austerlitz niet meer terugvinden. Zijn moeder is in Praag achtergebleven en heeft hem met een klein koffertje en een rugzakje – un petit sac à dos avec quelques viatiques, zei Vĕra – met een kindertransport naar Engeland laten gaan. Die woorden van Vĕra, dacht Austerlitz, vatten zijn hele latere leven samen.

Agáta Austerlitzová heeft zich daarna voor transport moeten melden wat haar werd aangezegd door twee boodschappers. Deze boodschappers “hadden een wat onduidelijk, flakkerend gezicht, en ze droegen allebei een jasje, dat was voorzien van diverse plooien, zakken, rijen knopen en een ceintuur, die er bijzonder nuttig uitzagen zonder dat duidelijk werd waartoe ze moesten dienen.”

Ook hier grijpt Sebald terug op Kafka, ook al zegt hij dit niet met zoveel woorden en laat hij het aan de lezer over om een verbinding te leggen met Het proces dat zo begint: “Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, werd hij op een morgen gearresteerd (…) een man, die hij hier in huis nog nooit had gezien, kwam binnen. Hij was slank en toch stevig gebouwd, hij droeg een nauw aansluitend zwart pak, dat als een reiskostuum voorzien was van verscheidene plooien, zakken, gespen, knopen en een ceintuur en dientengevolge, zonder dat het je duidelijk werd waartoe het dienen moest, bijzonder praktisch leek.”

Agáta Austerlitzová komt in Theresienstadt terecht en haar leven eindigt als ze naar een concentratiekamp wordt doorgestuurd. Austerlitz brengt een bezoek aan Theresienstadt, de vestingstad, niet het kleine fort. De beschrijving van de stad met de troosteloze, schijnbaar onbewoonde kazernewoningen rond de centrale paradeplaats komt geheel overeen met wat ik mij nog herinner van het bezoek dat ik zelf halverwege de jaren zestig aan Theresienstadt heb gebracht. Moeilijk voorstelbaar dat daar indertijd 'tegen de zestigduizend personen in het getto waren samengeperst, op een bebouwde oppervlakte van hoogstens één vierkante kilometer'. Het bezoek van Austerlitz aan Theresienstadt is bovendien interessant omdat daarin de film Der Führer schenkt den Juden eine Stadt van Kurt Gerron een rol speelt, over wie Charles Lewinsky, zie mijn column van 9 december 2011, zijn indrukwekkende roman Terugkeer ongewenst schreef. Austerlitz laat een kopie in slow motion van de film maken en ontdekt dan op de achtergrond het gezicht van een jonge vrouw waarin hij zijn moeder meent te herkennen, iets dat wordt versterkt als hij daarna een archieffoto van zijn moeder vindt.

Veel meer nog dan de zoektocht van Austerlitz in Praag en Theresienstadt intrigeerde mij het proces van 'vergeten en herinneren' dat daaraan vooraf ging. Austerlitz, die op school hoort dat zijn werkelijke naam Jacques Austerlitz is, heeft lang moeten leven met de onzekerheid wie hij eigenlijk was. Dat had gevolgen. “Zodra ik iemand ontmoette, dacht ik al dat ik te dichtbij was gekomen, zodra iemand toenadering zocht, begon ik mij terug te trekken.” Eerst op latere leeftijd, als Austerlitz met vervroegd pensioen is gegaan, breekt het herinneren door het vergeten. Al vroeg in het boek staat daarover de centrale zin: “Niemand kan precies verklaren wat er in ons gebeurt als de deur wordt opengerukt waarachter de verschrikkingen van de kindertijd verborgen zijn.”

Austerlitz is in 1939, nog geen vijf jaar oud, aangekomen op Liverpool Street Station. Op dat station, in een wachtruimte, komen meer dan een halve eeuw later de tot dan weggestopte herinneringen weer boven. “In feite had ik het gevoel," zei Austerlitz, "dat de wachtruimte waar ik als verblind middenin stond, alle uren van mijn verleden bevatte, al mijn van jongsaf onderdrukte, uitgewiste angsten en verlangens (…)”.

“Ja, en ik zag niet alleen de dominee en zijn vrouw, zei Austerlitz, maar ik zag ook het jongetje dat ze kwamen afhalen. Hij zat heel alleen terzijde op een bank. Zijn benen, die in witte kniekousen waren gestoken, kwamen nog niet op de grond, en als het rugzakje dat hij op zijn schoot omklemd hield er niet was geweest, had ik hem waarschijnlijk niet herkend, zei Austerlitz. Maar nu herkende ik hem wel, door dat rugzakje, en voor het eest van mijn leven zo ver ik kon terugdenken herinnerde ik mezelf als klein kind, op het moment dat ik begreep dat het in deze wachtruimte moest zijn geweest dat ik meer dan een halve eeuw geleden in Engeland was aangekomen.”

Nu de deur eenmaal is opengerukt, komen meer herinneringen boven. “(…) onlangs verbeeldde ik mij zelfs dat er weer iets bij me bovenkwam van het afsterven van mijn moedertaal, het van maand tot maand afnemende gemurmel waarvan ik vermoed dat het minstens nog een tijdlang in mij heeft gezeten als een soort gebrabbel of geklop van iets dat opgesloten is en dat telkens als je er aandacht aan wilt schenken van schrik ophoudt en zwijgt.” Als Austerlitz daarna twee vrouwen hoort praten over het kindertransport dat hen met de veerboot Praque naar Engeland heeft gebracht, weet hij dat hij naar Praag moet gaan. Daar krijgt hij op het staatsarchief het adres waar zijn moeder voor de oorlog heeft gewoond en als hij naar dat adres toe gaat “had ik de ervaring dat ik hier al eens eerder was geweest, dat de herinnering zich aan mij openbaarde, niet door de inspanning van het nadenken, maar door mijn zintuigen, die zo lang verdoofd waren geweest en nu weer wakker werden.”

Mijn vorige column beëindigde ik met de opmerking dat in Austerlitz de verteller meer dan in de eerdere verhalen terugtreedt om, zoals Uwe Schütte schrijft, ‘dem von der Gewaltgeschichte gezeichneten Opfer respektvoll Platz zu machen'. Maar ik gaf ook aan dat, in de eigen woorden van Sebald, “obwohl der Erzähler immer wieder versucht, draussen zu bleiben, Kräfte im Spiel (sind), die ihn hineinziehen.” Dat is het geval aan het eind van Austerlitz als de verteller het boek van Dan Jacobson Heshels rijk aanhaalt, eveneens een zoektocht, zie daarover mijn column van 4 november 2011. Jacobson bezocht Kaunas en het beruchte fort IX en zag daar de namen van de negenhonderd Fransen die naar dat fort waren gedeporteerd, onder wie Max Stern, Paris, 18-5-44. Sebald, 18 mei 1944 geboren, werd door zijn vrienden Max genoemd. Twee jaar geleden was ik eveneens in Kaunas en fort IX. Ook dit is niet alleen maar toeval en ik vind het prettig te denken dat, zij het op enige afstand, Sebald en ik kennelijk het nodige gemeen hebben.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon