sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 22 juni 2012

Begeistert und eingenommen von Steinbargs unübertrefflichen Fabeln, berauscht von Itzik Mangers Balladen, schreef Josef Burg, over wie ik in mijn vorige column berichtte. Steinbarg en Manger gelden als de belangrijkste vertegenwoordigers van de Jiddisje literatuur uit Czernowitz. Door Steinbarg en Manger zien we in Czernowitz een opleving van het Jiddisj, ook onder de jeugd die, meent Burg, zu Jiddisch kommen wie Schmetterlinge zum Licht.

Toen Steinbarg was overleden, schreef Rose Ausländer het gedicht Dichterbildnis, waarin ze dezelfde vergelijking maakt. Of dat slechts toeval is, weet ik niet.

Es starb ein Schöpfer, und die Dinge sind,
was sie vor ihm gewesen: Dinge.
Ein Vater starb, es starb ein Kind.
Es trauern die verwaisten Schmetterlinge.

Ik vond dit gedicht in My dear Roisele, Itzig Manger, Elieser Steinbarg, Jiddische Dichter aus der Bukowina.

Dit boek geeft veel informatie, niet alleen enkele vertalingen van de gedichten van Steinbarg en Manger in het Duits, maar ook de nodige herinneringen van tijdgenoten en interessant beeldmateriaal. Emile Schrijver en Harrie Teunissen schreven voor Crescas al eerder over Steinbarg. Over hem zal ik daarom minder uitvoerig zijn dan over Manger.


Manger

Steinbarg

Steinbarg is geboren 18 mei 1880 in Lipcany, indertijd Bessarabië, maar gaat in 1919 naar Czernowitz waar hij met een korte onderbreking is gebleven tot zijn plotselinge dood, 27 maart 1932. Het in druk verschijnen van zijn fabels, Mesjolim, heeft Steinbarg daardoor niet meer mogen meemaken. Zijn grafmonument is ontworpen door Arthur Kolnik. Daarop staan de eerste regels van de fabel De hamer en het stuk ijzer, door Willy Brill heel mooi vertaald. De vertaling is op internet te vinden. De eerste regels van het gedicht luiden:

In de grote wijde wereld, kinderen, is het lamentabel!
Bitter! Laten wij ons maar verkwikken met een fabel.

Van Willy Brill is de verzamelbundel Sprakeloos water, Spiegel van de moderne Jiddische poëzie, een prachtige uitgave, in 2007 verschenen bij Meulenhoff. Daarin staan de gedichten in het Jiddisj (zij het in Latijnse transcriptie) en daarnaast in het Nederlands. Het gedicht De hamer en het stuk ijzer staat er niet in, wel zijn drie andere fabels opgenomen. Mij viel op hoe origineel en progressief Steinbarg is. Zijn fabels nemen steeds een wending die je als lezer niet verwacht. Bovendien gaat het bij Steinbarg niet alleen om een morele les zoals we van een fabel gewend zijn. Zijn fabels eindigen meestal met de open vraag waarom het in de wereld zo bitter gesteld is. Neem De adviseur in de vertaling van Willy Brill. Reb Muis zit erover in dat de kat, die onverlaat, ons eeuwig naar het leven staat. Hij belegt een vergadering: Honderd muizen, tienmaal ’t quorum zogezegd (tsen minjonim staat in het origineel), stroomden samen voor ’t beraad. Reb Muis weet het: alle sores komen voort uit haat! En haat – da’s een wetmatigheid – haat komt voort uit nijd, uit nijd!

De kat, meent reb Muis, kan het niet verbijten dat een muis, zo’n sikkepit, een even lange staart als ’t kattenvolk bezit. De oplossing is dus het couperen van de muizenstaart. Op aanraden van een geleerde muisgenoot wordt het voorstel van reb Muis geamendeerd. De kat mag – een ware mitswe – zelf de muizen van hun staart ontdoen. Dat loopt verkeerd af en de muizen hebben jammerlijk geleden: Een kat haat muizen, ook als ze zijn besneden.

Muizen aller landen
hoe ook uw staart mag zijn
is hij groot of is hij klein –
een kat blijft kat, gewapend tot de tanden!

Het overlijden van Steinbarg, 27 maart 1932, was een schok voor de Joden van Czernowitz. In My dear Rosele staan foto’s van de duizenden die Steinbarg de laatste eer bewezen. Ook is een verslag uit de Czernowitzer Allgemeine Zeitung van 31 maart 1932 afgedrukt waaruit blijkt dat op de begrafenis Itzik Manger één van de sprekers was, hoewel hij toen al in Warschau woonde.

Voor wie geen Jiddisj kent, is het werk van Manger toegankelijker dan de fabels van Steinbarg. Zo is in 2007 in de Nieuwe Jiddische bibliotheek een vertaling van Henriette Silverberger verschenen van Het lied van het paradijs (in een eerdere vertaling van L. Fuks: Het boek van het paradijs). Net zo wonderbaarlijk als het boek zelf is de prijs waarvoor deze recente vertaling te koop is (€ 5,99 bij Bol.com). Wie dit boek nog niet heeft, raad ik aan geen moment te aarzelen. Kopen!

Hoofdpersoon van Het boek van het paradijs is Sjmoeël-Abbe, een aardig maar ook ondeugend engeltje, dat door Sjimen-Ber naar de aarde wordt gebracht om daar in een vroom Joods gezin geboren te worden. Sjimen-Ber geeft in zo’n geval engeltjes een kneep in de neus waardoor ze alles vergeten wat ze in het paradijs hebben meegemaakt. Sjmoeël-Abbe weet Sjimen-Ber te misleiden en kan dus wel vertellen hoe het toegaat in het paradijs. Sjmoeël-Abbe wordt geboren op sjabbes die verloopt als elke andere sjabbes: plechtig en saai. De tsjolent vindt hij echter heerlijk, het enige gerecht dat de echte paradijssmaak heeft. Manger zal aan Heine hebben gedacht, die tsjolent die Himmelspeise had genoemd. Heine en Manger, ze hebben ook wel iets van elkaar, ze konden in ieder geval allebei het spotten niet laten.

Als Sjmoeël-Abbe geboren wordt, kan hij dus vertellen wat hij in het Joodse paradijs heeft meegemaakt. En dat is niet alleen maar fraai. Sjimen-Ber drinkt veel te veel. En in het paradijs is zelfs Koning David zijn oude streken nog altijd niet kwijt. De aartsvaders wonen in mooie villa’s met grote stukken land die door de arme engelen bewerkt worden. Gerechtigheid is ook in het paradijs niet te vinden.


Het gebedshuis van de wonderrabbi van Sadagora (vlakbij Czernowitz)

Prachtig, vertelt Sjmoeël-Abbe, is ook de Profeet Eljohoe-boulevard. Daar wonen de notabelen van het paradijs. Het mooiste huis is van de Sadegoerer tsaddek. Op aarde heeft hij een weelderig leventje geleid en in het paradijs is dat ook het geval. Nee, ook in het paradijs is geen gerechtigheid. Maar het paradijs blijft toch het paradijs. Manger begon aan zijn boek in 1939 toen hij als balling in Parijs woonde en heimwee had naar het land van zijn jeugd. Op één van de laatste bladzijden vindt de rebbe het maar een merkwaardige wereld, dat paradijs waarover Sjmoeël-Abbe vertelt. Een wereld van ruzie, verdorvenheid en diefstal, oj wej! Hoe is dat mogelijk jongetje? Ja, ’t is vast en zeker alleen verbeelding. Maar Sjmoeël-Abbe antwoordt:

Het is geen verbeelding maar de zuivere waarheid. Misschien is het paradijs zoals u zich dat voorstelt wel een fantasie, een waanidee. Het paradijs waar ik vandaan kom is het echte paradijs en ondanks zijn onvolkomenheden is het toch mooi. Het bewijs: ik heb heimwee en als het mocht zou ik zo rechtsomkeert maken.

Waar ligt dat paradijs van Manger? Manger is 30 mei 1901 geboren. In haar inleiding op Sprakeloos water noemt Willy Brill Verbesj als zijn geboorteplaats. In de korte biografische schetsen aan het eind van het boek schrijft ze echter: ‘Geboren in 1901, volgens de ene bron in Berlijn, volgens een tweede in Jassy in Roemenië, en volgens hemzelf in Tsjernowits in de Boekovina.’ Dat biedt weinig duidelijkheid. Gelet op andere bronnen moet als geboorteplaats Czernowitz worden aangehouden waar zijn vader, Hillel Manger, kleermaker was. Brill schrijft terecht dat het landschap aan de oevers van de Proet Manger’s inspiratiebron vormde: daar aan de oevers van de Proet spelen onze kinderjaren, dichtte hij. Naast Czernowitz was Manger ook goed bekend met het gebied tussen Stoptschet en Kolomea, eveneens aan de Proet gelegen. Hij reed vaak mee met zijn grootvader die in dat gebied hout voor de bouw vervoerde.

Mein Grossvater, der Fuhrmann aus Stoptschet,
spannt ein die Pferde “Hüa!” und wir fahren,
bergauf, bergab, in verlorenen Jahren,
die Wolken und die Vögel fliegen um die Wett.

In Czernowitz bezocht Manger het gymnasium maar hij haalde teveel streken uit en werd weggestuurd. En dan begint zijn leven als bohemien en troubadour. Manger wordt de prins van de Jiddisje ballade. Na Czernowitz woonde hij in Iasi en Warschau al kwam hij ook vaak terug naar Czernowitz, soms zelfs voor enkele maanden. Alfred Kittner heeft in zijn herinneringen uitvoerig beschreven hoe Manger zich in die tijd gedroeg, tagsüber, in welcher Stadt immer er auch weilen mochte, von Schenke zu Schenke bummelend, stets einen Bierkrug, ein Schnapsglas, eine Weinflasche vor sich auf dem Tisch, nachts – phantasierend, skandierend – auf einer Parkband liegend oder auf der Landstrasse dahinschlenderend. Seine Zunge war gefürchtet, kein Spottwort scharf genug. Maar daarachter, schrijft Kittner ook, versteckte sich ein grosses Kind, das sich Freunden gegenüber bis zur zärtlicher Demut sanft und gütig zu erweisen vermochte.

Van een aan Manger gewijd gedicht van Alfred Margul-Sperber luiden de laatste regels:

Er sang: und die Welt wurde lustig und jung.
Er trank: und die anderen wurden betrunken.

Het is natuurlijk beter Manger zelf aan het woord te laten. Bijvoorbeeld over de zangers uit Brody, in de vertaling van Willy Brill:

Ik sprong op de kar van de Broder Zangers,
ben mijlenver meegereden,
door steden en dorpen, door zingende jaren,
al zwervend gebrek en honger geleden.

(...)

Bij een kroeg of een joods logement wordt gestopt,
het is herfst, de regen beukt op de ruiten,
wij zetten al zingend de bloemetjes buiten.

(...)

Ach, wat zou ik meer willen aanhalen van deze heerlijke gedichten. Of nog liever, had ik Manger maar eens meegemaakt als hij één van zijn balladen voordroeg. Willy Brill, die schrijft dat Manger poëzie zong, heeft er negen in helder Nederlands vertaald. Voor wie nog meer gedichten van Manger wil lezen en geen Jiddisj kent, is er een uitgebreide uitgave in het Duits van Efrat Gal-Ed met als titel Dunkelgold, net als Sprakeloos water prachtig vormgegeven. Twee boeken om niet alleen in de kast te zetten maar om regelmatig in te lezen. In Dunkelgold staat een ruime keuze uit de gedichten van Manger, naast elkaar in het Jiddisj en in het Duits. Bovendien is een CD bijgevoegd waarop Manger verschillende van zijn gedichten voordraagt. Eén daarvan, Op de weg staat een boom, is ook te vinden op YouTube.

De dichtregels Mein Grossvater, der Fuhrmann aus Stoptschet, zijn uit dit boek, evenals de gegevens over het leven van Manger. In het kader van een column moet ik er kort over zijn, op gevaar af de indruk te hebben gewekt dat Manger slechts een drinker en spotter was. Zijn grote productiviteit laat al zien dat dit niet klopt. Belangrijker is dat Manger als dichter geworteld was, diep geworteld, in het jodendom zoals dat nog te vinden was in het Oost-Europa van vóór de oorlog. Helaas haalden de omstandigheden van zijn tijd hem daar weg. In 1938 werd Manger Polen uitgewezen. Hij strandde eerst in Parijs en daarna, steeds verder op de vlucht voor de nazi’s, in Londen. Londen wordt voor langere tijd zijn woonplaats. In 1951 gaat Manger naar New York. Daar verschijnt in 1952 een verzamelbundel met 250 gedichten. Zes gedichten zijn nieuw, waaronder ‘k Heb jaren gedoold:

‘k Heb jaren gedoold in den vreemde,
nu ga ik dolen in eigen land.
Met één paar schoenen, één hemd aan het lijf,
mijn stok – kan ik zonder? – in de hand.

In dit door Willy Brill vertaalde gedicht, waarin Manger refereert aan Jehuda Halevi, vereenzelvigt hij zich met het land, met thuis, met Israël. Brill die, anders dan Efrat Gal-Ed, niet vermeldt uit welke bundel de door haar opgenomen gedichten zijn, lijkt te suggereren dat Manger dat gedicht in Israël heeft geschreven. Manger ging echter pas in 1958 voor het eerst naar Israël. Hij kwam er daarna vaak en werd er geëerd. In 1966 ging hij definitief naar Israël. Hij was toen al ernstig ziek en werd ondergebracht in een sanatorium in Gedera waar hij 20 februari 1969 stierf.

Mangers Entscheidung für das Jiddische war eine bewusste Hinwendung zur Sprache des Volkes und zu der in ihr mitsprechende Lebenswelt: dem osteuropäischen jüdischen Alltag, der religiösen Überlieferung, der Volkserzählung, dem Volkslied.

Met deze conclusie van Efrat Gal-Ed ben ik het eens, zij het met een kanttekening. Van de gedichten van Manger die ik las in de vertalingen van Willy Brill en Efrat Gal-Ed, heb ik genoten. Dat was niet alleen uit nostalgie. Daarvoor zijn die gedichten te goed. Bovendien zijn ze onze geschiedenis. En onze geschiedenis, ik parafraseer een regel uit een boek van Hilsenrath, onze geschiedenis heeft Manger meegenomen uit zijn geboorteland aan de oevers van de Proet.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon