sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 14 november 2014

Het afgelopen half jaar heb ik geen columns geschreven. Ik heb die tijd benut om mijn voor Crescas geschreven columns over Kafka te bundelen en nog eens tegen het licht te houden. Meestal leidde dit tot de nodige aanpassingen en aanvullingen. Bovendien schreef ik een aantal stukken over en rondom Kafka die niet eerder zijn gepubliceerd. Alles bij elkaar een nieuw boek dat over enige tijd bij Amphora Books zal verschijnen. Ik houd u op de hoogte.

Intussen is in Warschau een nieuw museum geopend, Polin, dat beoogt de lange geschiedenis van de Joodse aanwezigheid in Polen in al haar facetten te laten zien. Ik ben benieuwd wat dit nieuwe museum te bieden heeft. Sommigen van ons zullen misschien moeite hebben om naar Polen te gaan en een bezoek aan het museum te brengen. Dat valt te begrijpen en te respecteren. Toch kan juist nu, meer dan zeventig jaar na de sjoa, de tijd gekomen zijn om een bezoek aan het nieuwe museum te brengen. Lees daarvoor het boek van Jan. T. Gross, Buren, De vernietiging van de joden in Jedwabne, in 2002 bij De Bezige Bij verschenen. De vertaling is van Albert Witteveen en Jorien Hakvoort.

Op het eerste gezicht geeft Buren de lezer veeleer een argument of een extra argument om niet naar Polen te gaan. Gross toont immers overtuigend aan dat de moord op de Joden van Jedwabne, een kleine plaats in het noordoosten van Polen, niet is gepleegd door de Duitsers maar door hun buren. Ruim 300 Joden vonden daar 10 juli 1941 op de meest gruwelijke wijze de dood. Wreed omgebracht door de Poolse inwoners van Jedwabne.

Natuurlijk, schrijft Gross, past ‘de tragedie van het jodendom van Jedwabne binnen de moorddadige oorlog die Hitler tegen alle Joden voerde’. ‘Maar wat de rechtstreekse betrokkenheid van de Duitsers bij de massamoord van 10 juli 1941 op de Joden in Jedwabne betreft, moeten we constateren dat die hoofdzakelijk beperkt bleef tot het maken van foto’s’.

Gross:

En wat de Joden zagen, tot hun afschuw en naar ik veronderstel hun onbegrip, waren bekende gezichten. Geen anonieme mannen in uniform, kleine radertjes in een grote oorlogsonderneming, agenten die orders uitvoerden, maar hun eigen buren, die verkozen om te doden en die bezig waren met een bloedige pogrom: gewillige beulen.

Gross, zelf afkomstig uit Polen en tegenwoordig hoogleraar in de Verenigde Staten, wijst erop dat ‘Polen net als diverse andere volken om zijn eigen verleden weer terug te winnen zichzelf opnieuw zijn geschiedenis zal moeten vertellen.’ Daaraan heeft Gross met zijn boek bijgedragen. De pogrom van Jedwabne heeft in Polen geleid tot de nodige discussies maar uiteindelijk ook tot meer openheid en inzicht. Zo was na de oorlog in Jedwabne een monument geplaatst waarop was aangegeven dat op die plek de Joden van de stad door de Duitsers waren vermoord. Die onjuiste, verhullende tekst staat niet meer op het nieuwe monument uit 2001. Na zestig jaar kon het verleden niet meer worden verdrongen.


Het nieuwe monument in Jedwabne (Wikipedia)

De laatste alinea van het boek van Gross luidt:

Tot slot wil ik zeggen dat ik geloof dat we aan het begin staan van een tijdperk waarin de nieuwe generatie die in Polen is opgegroeid met vrijheid van meningsuiting en met politieke vrijheden, in staat is om de onverbloemde geschiedenis van de Pools-Joodse verhoudingen tijdens de oorlog onder ogen te zien.

Als wat Gross veronderstelt, in het nieuwe museum tot uitdrukking komt, en daar lijkt het op, kan deze ontwikkeling een goede reden zijn toch naar Polen te gaan en het museum te bezoeken. Mogelijk ook voor degenen die daar tot nu toe moeite mee hadden. Met het boek van Gross in de hand. Dat wel.

Was de opening van het nieuwe museum in Warschau de aanleiding op een al eerder verschenen boek te wijzen, een kort geleden verschenen boek vormt de aanleiding op een al langer bestaand museum te wijzen. Enkele jaren geleden bezocht ik het Felix-Nussbaum-Haus in Osnabrück, in 2001 uitgebreid met een door Daniel Libeskind ontworpen nieuw gedeelte. Ik was onder de indruk van het werk van Nussbaum dat in Osnabrück bijeen is gebracht en kocht daarom in de museumwinkel de biografie van Peter Junk en Wendelin Zimmer en een uitgave met enkele brieven van Nussbaum. Er is een goede reden om nu op Nussbaum te attenderen want vorige maand verscheen Orgelman, Felix Nussbaum, Een schildersleven, geschreven door Mark Schaevers en uitgegeven door De Bezige Bij.

Schaevers is de auteur van Oostende, de zomer van 1936, dat vooral gaat over de schrijvers die toen in Oostende verbleven, onder hen Zweig, Kisch en Roth. Ik schreef daar eerder over. Ook Nussbaum was die zomer in Oostende. Hij bracht zelfs een kwart van zijn leven door in Oostende en Brussel. Om zijn werk te zien heeft het echter nauwelijks zin naar België te gaan. Het Joods Museum in Brussel bezit van hem slechts twee gouaches en twee aquarellen. In Osnabrück daarentegen vindt men de meeste werken van Nussbaum, in totaal ongeveer 300, waaronder het bekende, indringende zelfportret met jodenpas uit 1943.

Orgelman is geschreven als een zoektocht naar wat er nog over Nussbaum kon worden teruggevonden. Van die zoektocht heeft Schaevers op enthousiaste wijze verslag gedaan. Hoewel veel sporen zijn verwaaid, heeft Schaevers toch nog veel naar boven weten te halen. Zijn biografie is bovendien verlucht met een groot aantal afbeeldingen van schilderijen en steeds wordt vermeld waar deze zijn ontstaan en wat met die schilderijen kan zijn bedoeld. Wie naar Osnabrück gaat om het museum te bezoeken, moet zeker eerst het boek van Schaevers lezen. Daaruit een voorpoefje.

Nussbaum is op 11 december 1904 in Osnabrück geboren. In een welvarend gezin, zijn vader bezat een groothandel in ijzerwaren. De kleine Joodse gemeente van Osnabrück schommelde voor de oorlog tussen de 400 en 435 leden. Ook de Nussbaums voelden zich deel van de Joodse gemeenschap, al gingen ze kennelijk niet regelmatig naar de synagoge en hielden ze zich niet aan alle voorschriften. In 1926 heeft een jonge Felix Nussbaum de synagoge van Osnabrück geschilderd. Het bewaard gebleven schilderij is bekend onder de naam Die beiden Juden of Inneres der Synagoge zu Osnabrück.


Felix Nussbaum, Die beiden Juden, 1926
Öl auf Leinwand, 115 x 99 cm
Felix-Nussbaum-Haus Osnabrück, Leihgabe der Niedersächsischen Sparkassenstiftung
© Pictoright / VB Bild-Kunst, Bonn 2014

De synagoge, opvallend groot voor een betrekkelijk kleine gemeente, is tijdens de Kristallnacht in vlammen opgegaan en niet herbouwd. Het schilderij is daarom ook historisch van betekenis. Interessant is dat Libeskind het museum zo heeft gebouwd dat de punt van de grote zaal wijst naar de plek waar eens de synagoge stond.

Op het schilderij zien we rechts Nussbaum zelf en links Elias Abraham Gittelsohn, indertijd de voorzanger van de gemeente. Schaevers: ‘Gittelsohn is afgebeeld als een baardige, wat verdwaasde, in gebed verzonken man. Ook Nussbaum draagt een gebedssjaal, maar hij is gladgeschoren, zelfbewust. De vertegenwoordiger van een nieuwe generatie, minder in tradities gevangen?’

Gittelsohn moet, zo lees ik bij Junk en Zimmer, eerder ruimdenkend dan bekrompen zijn geweest. Maar Nussbaum wilde waarschijnlijk Die beiden Juden ook binnen het jodendom tegenover elkaar plaatsen. En hij koos partij door zichzelf op het schilderij af te beelden. Nussbaum had zeker het gevoel een ‘vertegenwoordiger van een nieuwe generatie’ te zijn. Een jaar eerder schreef hij een brief aan Ludwig Meidner die is teruggevonden. In die brief laat Nussbaum zijn oudere collega-schilder weten dat hij met betrekking tot het Joodse geloof slechts vragen heeft. Hij is ‘niet geleerd genoeg om God te ontkennen’ en ‘misschien niet geleerd genoeg om God te ontkennen.’ Daaraan voegt hij toe dat hij ‘uit liefde voor zijn ouders’ zich nog wel aan de Joodse feestdagen wil houden. Dat en ook ‘schilderkunst, natuur, vreugde in het leven,’ zo meent hij, ‘is wellicht God.’

In 1931, hij woont dan al niet meer thuis maar in Berlijn, gaat Nussbaum een stap verder. In Maler im Atelier stelt hij schilderen en jodendom tegenover elkaar.


Felix Nussbaum, Maler im Atelier, 1931
Öl auf Leinwand, 87 x 100 cm
Privatsammlung
© Pictoright / VG Bild-Kunst, Bonn 2014

Op dit schilderij zien we Nussbaum, werkend aan een doek met daarop een naakte vrouw. ‘Vier heren zijn binnengedrongen,’ schrijft Schaevers, ‘ze dragen baarden en bruidskleren; allicht proberen ze hem over te halen om aan de sabbat deel te nemen, zonder succes. De zoeker Nussbaum heeft niet het geloof, maar de schilderkunst gevonden.’

Het jodendom heeft Nussbaum echter niet losgelaten. Het zelfportret met jodenpas, velen zullen het kennen, maakt dat al duidelijk. Maar er zijn veel meer schilderijen waarin Nussbaum het lot van de vervolgde Joden voor altijd heeft vastgelegd. Ik haal er één naar voren, Jaqui auf der Strasse, geschilderd in 1944 toen Nussbaum en zijn vrouw in Brussel waren ondergedoken. Jaqui moet een jongen zijn geweest die hen af en toe kwam opzoeken. Hij is geschilderd met ster in een lege ommuurde straat.


Felix Nussbaum, Jaqui auf der Straße, 1944
Öl auf Sperrholz, 70,5 x 49 cm
Felix-Nussbaum-Haus Osnabrück, Leihgabe der Niedersächsischen Sparkassenstiftung
© Pictoright / VG Bild-Kunst, Bonn 2014

Hoe het met Jaqui is afgelopen, is onbekend. Schaevers: Mag ik hier alsnog een oproep plaatsen: ‘Wie herinnert zich Jaqui?’

Het laatste schilderij dat Nussbaum heeft geschilderd, heet Triumph des Todes. Een angstaanjagend schilderij, afgesloten 18 april 1944. Twee maanden later, op 20 juni, worden Nussbaum en zijn vrouw opgepakt en op 2 augustus komen zij in Auschwitz aan. Zij hebben het niet overleefd. Nussbaum moet hebben gezegd: Wenn ich untergehe, lasst meine Bilder nicht sterben. Het heeft even geduurd maar in Osnabrück zijn de schilderijen van Nussbaum sinds 1970 stap voor stap weer tot leven gekomen en in 2001 in het nieuwe gebouw van Libeskind ondergebracht. Nussbaum verdient het dat we ook dat museum bezoeken.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon