sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 24 januari 2014

Van 1896 tot 1907 bewoonde het gezin Kafka de eerste verdieping van het huis Zu den drei Königen aan de Zeltnergasse nummer 3. Van 1897 tot 1906 bevond zich op de begane grond ook de zaak van Hermann Kafka: Galanteriewaren en gross Geschäft.

Franz Kafka had een eigen kamer die volgens een dienstmeisje er zo uitzag:

Naast de deur stond een bureau. Hierop lag het Romeinse recht in twee delen. Tegenover het raam stond een kast met daarvoor een fiets, dan het bed, naast het bed een nachtkastje, en bij de deur een boekenrek en een wastafel.

Waar keek het raam van de kamer van Kafka op uit? Uit Kafka´s Praag, een reisleesboek, van de hand van Klaus Wagenbach, weet ik nu dat de kamer van Kafka aan de straatzijde lag ‘en niet, zoals in sommige slimme reisgidsen staat, met het raam naar de Teyn-kirche’. In het huis Zu den drei Königen was overigens wel degelijk een kamer met een raam naar de kerk. Midden jaren zestig was ik in Praag op zoek naar sporen van Kafka en heb ik aangebeld bij het huis Zu den drei Königen. De man die open deed wist weliswaar niet dat Kafka daar had gewoond, maar zei dat er in het huis inderdaad een kamer was met een raam naar de Teyn-kirche. Ik mocht daar wel even kijken. Die kamer maakte op mij een wonderlijke, wat geheimzinnige indruk met slechts één raam, dat uitzicht gaf op het interieur van een kerk.

Ik had indertijd eigenlijk al beter moeten weten, want Kafka heeft het uitzicht vanuit zijn kamer aan de Zeltnergasse twee keer beschreven. In een brief aan Milena Jesenska vertelt hij dat hij regelmatig bij het raam bleef staan, worstelend met de weerzinwekkende geschiedenis van het Romeinse recht, en op een keer een afspraakje maakte met een meisje dat in de confectiezaak aan de overkant van de straat werkte, waar hij haar vaak in de winkeldeur had zien staan.

Verder is er het verhaal Das Gassenfenster (Het raam aan de straat), door Kafka al geschreven toen hij nog aan de Zeltnergasse woonde en in 1912 opgenomen in Betrachtung. Het is een kort verhaal en dus neem ik het maar helemaal over (in de vertaling van Nini Brunt):

Wie eenzaam leeft en zich toch hier en daar graag zou willen aansluiten, wie met het oog op de veranderingen van de tijd van de dag, het weer, de stand van zaken en dergelijke zo maar een of andere willekeurige arm wil zien, waaraan hij zich zou kunnen vasthouden – die zal het zonder raam aan de straat niet lang volhouden. En als het zo met hem staat dat hij helemaal niets zoekt en alleen als een vermoeid man, de blik afwisselend op publiek en hemel gericht, naar het vensterkozijn gaat en hij niet wil en zijn hoofd wat achterover houdt, dan trekken de paarden beneden hem toch mee in hun gevolg van wagens en lawaai en daarmee eindelijk naar de menselijke harmonie.

W.G. Sebald, ik noemde hem in mijn columns al vaker, ook in relatie tot Kafka, schrijft in zijn voorwoord tot Die Beschreibung des Unglücks, Zur österreichischen Literatur von Stifter bis Handke, het volgende, waarbij hij in het midden laat of de kamer met het raam naar de kerk de eigen kamer van Kafka was:

Die Familie Kafka bewohnte in den Jahren 1896 bis 1907 eine Wohnung in der Zeltnergasse in Prag. Durch eines der Fenster dieser Wohnung blickte man nicht nach draussen hinaus, sondern in den Innenraum der Teyn-kirche, in welcher, wie es hiess, ein jüdischer Knabe namens Simon Abeles sein Grab hatte, der von seinem Vater ums Leben gebracht worden war, weil er zum Christentum hatte übertreten wollen. Wer versucht, sich die gemischten Gefühle zu vergegenwärtigen, mit denen der junge Franz Kafka von diesem eigenartigen Logenplatz herab beispielweise das düstere Karfreitagsritual verfolgt haben mag, der kann vielleicht ermessen, wie akut das Gefühl der Fremdheit trotz unmittelbarster Nachbarschaft im Prozess der Assimilation zu sein vermochte.

Al lag de kamer van Kafka aan de straatkant, hij zal natuurlijk ook wel eens door het raam naar het interieur van de Teyn-kirche hebben gekeken. Bovendien zal hij de geschiedenis van Simon Abeles en diens graf in de Teyn-kirche hebben gekend. Zijn twee jaar jongere stadgenoot Egon Erwin Kisch, wiens broer Paul Kisch bij Kafka in de klas zat, heeft die droevige geschiedenis uit het eind van de zeventiende eeuw later beschreven in Geschichten aus sieben Ghettos. De titel van het verhaal van Kisch, Ex odio fidei …, is afgeleid van de Latijnse tekst onder het portret van Simon Abeles dat zich in de (sacristie van de) Teyn-kirche bevindt. Daar staat dat de Joodse vader, Lazar Abeles, uit haat tegen het Christelijk geloof, ex odio fidei Christianae, zijn zoon heeft gedood. Maar, schrijft Kisch, in werkelijkheid was het veeleer een justitiemoord, ex odio fidei, ‘aus Glaubenshass’, want het stond allerminst vast dat de elfjarige Simon Abeles tot het Christelijk geloof wilde overgaan en evenmin dat hij geen natuurlijke dood was gestorven en was omgebracht.

In het verhaal van Kisch komt de volgende passage voor:

Das Kind soll von den Jesuiten einem getauften Juden namens Kafka, in Logis gegeben worden sein, von dem es Lazar Abeles zurückholte. Dieser Kafka ist abgängig und die Rolle, die ihm in absentia zugeteilt wird, vollkommen unklar; einmal heisst es, dass ihm das Kind geraubt wurde, ein andermal, dass er im Einvernehmen mit Lazar Abeles gestanden.

De naam Kafka in het verhaal van Kisch intrigeerde mij en daarom raadpleegde ik de studie van Marie Vachenauer uit 2011 die het geval Simon Abeles uitgebreid heeft onderzocht en beschreven.


Marie Vachenauer, Der Fall Simon Abeles,
Eine kritische Anfrage an die zugänglichen Quellen, Berlijn 2011.
Op de omslagfoto staat de Teyn-kirche tussen de huizen van de oude stad.

Simon Abeles voelde zich eenzaam en liep daarom op een vrijdagmiddag in september 1693 van huis weg. Buiten het getto ontmoette hij de kort daarvoor gedoopte Jood Franz Georgius Kawka. Diens naam, schrijft Vachenauer, kwam in die tijd onder de Joden van Praag in verschillende varianten voor: Kawka, Kavka, Kafka en ook Kaffka. Deze Franz Georgius Kawka nodigt Simon bij hem thuis uit en draagt hem over aan de Jezuïeten die Simon, nog slechts elf jaar oud, ondervragen en tot de conclusie komen dat hij bereid is zich in het Christelijk geloof te laten onderrichten en zich te laten dopen. Aan Kawka vragen zij Simon zo lang in zijn huis te willen opnemen. Kawka voldoet aan dat verzoek. Daarna is zijn rol echter dubieus. Het lijkt er op dat Kawka van Lazar Abeles losgeld heeft verlangd waarna Simon weer in het ouderlijk huis kon terugkeren. Kawka, waarschijnlijk bang dat zijn dubbelrol uitkomt, heeft Praag verlaten en van hem ontbreekt daarna ieder spoor, ‘Kawka kam nirgends an, kam nie zurück, wurde nie mehr gesehen und so blieb es auch’.

De zaak krijgt een ellendig vervolg als Simon Abeles 21 februari 1694 sterft, waarschijnlijk na een aanval van epilepsie. De autoriteiten nemen aan dat Lazar Abeles zijn zoon heeft vergiftigd of doodgeslagen, hoewel daar geen bewijs voor was te vinden. Lazar Abeles wordt kort na zijn gevangenneming dood aangetroffen. Hij zou zich aan zijn gebedsriemen hebben opgehangen. Daarmee is het nog niet gedaan. Ook een zekere Löbl Kurzhandl wordt van de moord op Simon Abeles beschuldigd en daarvoor veroordeeld. Maar laat ik tot slot aanhalen waarom het graf van Simon Abeles in de Teyn-Kirche te vinden is.

Het lijkje van Simon Abeles, 22 februari 1694 op de oude Joodse begraafplaats begraven, is op 27 februari daaropvolgend opgegraven en toen is ‘geconstateerd’ dat van een ‘wonder’ sprake was. Hoewel na de teraardebestelling dus al vijf dagen waren verstreken, zag Simon er nog ‘fris’ uit en was van lijkengeur geen sprake. Uit een wond bij de slaap stroomde ‘vers bloed’. Samen met de aanname dat Simon de wens had geuit Christelijk te worden en zich te laten dopen was dit ‘wonder’ voldoende reden om hem in de Teyn-Kirche te begraven. Op 31 maart 1694 vond de begrafenis van het Joodse kind Simon Abeles voor de tweede keer plaats. ‘So viele Menschen waren zusammengekomen,’ schrijft Vachenauer, ‘wie es nur bei königlichen Krönungen der Fall war.’ ‘Über zwei Stunden lang läuteten ununterbrochen die Glocken aller 70 Prager Kirchen’.

Ook na de zeventiende eeuw was Praag niet vrij van antisemitisme. In 1897, toen Kafka dus al in het huis Zu den drei Königen aan de Zeltnergasse woonde, vonden de ‘decemberonlusten’ plaats die gepaard gingen met plunderingen van Joodse winkels en bedrijfspanden. Ook synagogen moesten het ontgelden voordat de orde kon worden hersteld. De zaak van Hermann Kafka is gespaard gebleven, volgens de commentatoren omdat hij vloeiend Tsjechisch sprak en de naam Kafka, hoewel Joods, niet als zodanig werd herkend. Kafka moet in het Tsjechisch torenkraai betekenen en Hermann Kafka had die vogel als embleem voor zijn zaak gekozen:


Uit Klaus Wagenbach, Franz Kafka,
Bilder aus seinem Leben, Berlijn 2008

Niettemin rijst de vraag of de decemberonlusten van 1897 ook de Zeltnergasse hebben bereikt en of Kafka die vanuit het raam van zijn kamer heeft gezien. Ik heb daarvoor geen aanwijzingen gevonden, ook niet in het boek van Michal Frankl, “Prag ist nunmehr antisemitisch”, Tschechischer Antisemitismus am Ende des 19. Jahrhunderts, Berlijn 2011. Wel vond ik in dat boek een plaatje uit een krant, voorstellende de plundering in een andere straat in Praag met optreden van de ordepolitie. Hoe dan ook, de jonge Kafka zal vrijwel zeker iets van die onlusten hebben meegekregen.

Vele jaren later, in 1920, zag Kafka vanuit zijn kamer een soortgelijk tafereel als in 1897 afgebeeld. November van dat jaar bewoonde het gezin Kafka het Oppelthaus, hoek Pariser Strasse / Altstädter Ring. De kamer van Franz Kafka zag uit op de Pariser Strasse. De 16e november kwam het in Praag tot ernstige ongeregeldheden. Onder andere werd het Joodse Raadhuis, het hart van de Joodse gemeente, bestormd. Archieven werden verwoest en Torarollen vertrapt.

Kafka schrijft aan Milena Jesenska:

Die ganzen Nachmittage bin ich jetzt auf den Gassen und bade im Judenhass. “Prasive plemeno” (schurftig ras) habe ich jetzt einmal die Juden nennen hören.

Gerade habe ich aus dem Fenster geschaut: berittene Polizei, zum Bajonettangriff bereite Gendarmerie, schreiende auseinanderlaufende Menge und hier oben im Fenster die widerliche Schande, immerfort unter Schutz zu leben.

Delen |

Reacties

rolf kat

woensdag 29 januari 2014
iedereen die geïnteresseerd is in duits-joods literatuur, en die de columns van leo frijda niet heeft gelezen, heeft veel gemist. zijn \"het jodendom laat je niet los\" is een pareltje voor de liefhebbers.

sowieso is daarnaast het lezen van die schrijvers, joseph roth, lion feuchtwanger, stefan zweig, franz werfel, franz kafka, enzovoorts, aan te raden om een beeld te krijgen van het maatschappelijk leven (voor joden) in midden-europa 1880-1940. wereldliteratuur!

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon