sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

zondag 29 september 2013

Februari 1937. Zo’n zeven of acht jongeren komen heimelijk bij elkaar in een woning in Berlin-Grünewald. Voorgelezen wordt de in een Zwitserse krant gepubliceerde open brief die Thomas Mann aan de universiteit Bonn richtte nadat hem het Duits staatsburgerschap was ontnomen en hij door de universiteit van de lijst van eredoctoren was geschrapt. Een van die jongeren was de toen 16-jarige gymnasiast Marcel Reich-Ranicki die op 18 september jl. is overleden.

De reactie van Reich-Ranicki op de open brief van Thomas Mann staat in zijn boek Mein Leben (ik heb alleen de oorspronkelijke uitgave, niet de Nederlandse vertaling). Reich-Ranicki:

Ich hatte ja keine Ahnung, worauf ich mich gefasst machen sollte, wie er sich also entschieden hatte, wie weit er gegangen war. Doch schon der dritte Satz hat die Unsicherheit behoben. Denn hier war von den ‘verworfenen Mächten’ die Rede, ‘die Deutschland moralisch, kulturell und wirtschaftlich verwüsten’. Da konnte kein Zweifel mehr sein: Thomas Mann hatte sich in diesem Brief zum ersten Mal und in aller Deutlichkeit gegen das ‘Dritte Reich’ gestellt.

Toen de brief was voorgelezen, schrijft Reich-Ranicki, ben ik weggegaan, ‘ich wollte allein sein – allein mit meinem Glück.’

Wie mijn vorige column heeft gelezen, weet dat Thomas Mann al eerder, begin februari 1936, een open brief publiceerde. Maar ik citeerde vooral de latere open brief aan de universiteit Bonn, omdat Thomas Mann daarin zijn weerzin tegen het Derde Rijk nog duidelijker en scherper heeft verwoord. De passage die Reich-Ranicki de centrale gedachte van Thomas Mann noemt, citeerde ik echter niet. Het gaat om deze zin:

Zij (de nationaal-socialisten) hebben de ongelooflijke vermetelheid zichzelf voor Duitsland aan te zien! Terwijl toch wellicht het ogenblik niet ver is dat het Duitse volk geen offer te groot zal zijn om niet voor hen te worden aangezien.

Thomas Anz schrijft in zijn boek over Reich-Ranicki terecht dat diens herinneringen ‘eine in vieler Hinsicht exemplarische Geschichte des 20. Jahrhunderts in Deutschland’ vormen. Lezen dus! Twee aspecten die mij intrigeren, wil ik naar voren halen, beter gezegd proberen aan te raken. Waarom is Reich-Ranicki in 1958 weer naar Duitsland gegaan? Wat betekende het jodendom voor hem?

Verliefd op literatuur

Voor het antwoord op de eerste vraag, waarom is Reich-Ranicki in 1958 weer naar Duitsland gegaan, moeten we terug naar die 16-jarige gymnasiast in Berlijn. Reich-Ranicki was in 1920 in Polen geboren maar kwam in 1929, toen de zaak van zijn vader failliet was gegaan, met zijn ouders naar Berlijn, naar ‘het land van de cultuur’.

In zijn herinneringen vertelt Reich-Ranicki dat hij nooit meer zoveel gelezen heeft als in de tijd dat hij in Berlijn het gymnasium bezocht. Reich-Ranicki was verliefd:

Ein extremes, ein unheimliches Gefühl hatte mich befallen und überwältigt. Ja, ich war verliebt. Halb zog sie mich, halb sank ich hin – ich war verliebt in sie, die Literatur.

Al in zijn gymnasiumtijd las Reich-Ranicki de Duitse klassieken, Goethe, Schiller, Kleist, Heine, en ‘vereerde’ hij Thomas Mann, de schrijver van de Buddenbrooks. Ook de schrijvers van wie in 1933 de boeken zijn verbrand, Joseph Roth, Stefan Zweig, Lion Feuchtwanger. Namen en titels waren weliswaar in de bibliotheken van de stad doorgestreept maar nog steeds te ontcijferen.

Het waren de twee kanten van Duitsland waarmee hij al op het gymnasium had kennis gemaakt. Daar werden, tot zijn verbijstering, de leerlingen nog met een rotting geslagen. Naast de liefde voor de literatuur, ‘das Glück, dass ich dem Deutschen verdankte’, bleef de angst voor ‘dem deutschen Rohrstock, dem deutschen Konzentrationslager, der deutschen Gaskammer, kurz: vor der deutschen Barbarei.’

Als Reich-Ranicki zich herinnert dat hem in februari 1937 de open brief van Thomas Mann is voorgelezen, voegt hij daaraan toe:

1937 habe ich noch nicht wissen können, dass Thomas Mann während des Zweiten Weltkrieges in der internationalen Öffentlichkeit eine Rolle spielen würde, die noch nie einem deutschen Schriftsteller zugefallen war: Er wurde zur weithin sichtbaren Gegenfigur. Sollte ich mit zwei Namen andeuten, was ich als Deutschtum in unserem Jahrhundert verstehe, dann antwortete ich, ohne zu zögern Deutschland – das sind in meinen Augen Adolf Hitler und Thomas Mann. Nach wie vor symbolisieren diese beiden Namen die beiden Seiten, die beiden Möglichkeiten des Deutschtums.

Als Jood met een Poolse nationaliteit is Reich-Ranicki op 28 oktober 1938 Duitsland uitgewezen. Naar Polen. Zijn ouders waren hem voorgegaan. De hoofdstukken uit Mein Leben over wat hem en de andere familieleden in Warschau is overkomen, behoren tot de meest indrukwekkende en aangrijpende van zijn autobiografie. Reich-Ranicki beschrijft ‘wozu Menschen fähig sind, wenn ihnen unbegrenzte Macht über andere Menschen eingeraumt wird.’ ‘Die Juden im Warschauer Getto … ist Grauenhaftes widerfahren.’ Reich-Ranicki heeft het getto overleefd. Zijn ouders niet. Zij zijn vermoord in het vernietigingskamp Treblinka. Reich-Ranicki stond op de ‘Umschlagplatz’ toen zij werden weggevoerd. ‘Ich wusste, dass ich sie zum letzten Mal sah.’

Genoeg. De vraag laat zich hiermee nog dringender stellen. Waarom is Reich-Ranicki in 1958 weer naar Duitsland gegaan? Het antwoord is mede te vinden in wat in Reich-Ranicki omging toen hij op 13 augustus 1955 vernam dat Thomas Mann de dag daarvoor in Zwitserland was overleden:

Ich fühlte mich verlassen. Denn ich wusste, dass er, Thomas Mann, mich beeindruckt und beeinflusst, vielleicht sogar geprägt hatte, wie kein anderer deutscher Schriftsteller unseres Jahrhunderts. Ich wusste, dass es seit Heine keinen Schriftsteller gegeben hatte, dem ich in so hohem Mass und auf so tiefe Weise verbunden war.

Reich-Ranicki kon in 1958 toch naar Duitsland gaan omdat Duitsland, ondanks alles, voor hem ook het land van Thomas Mann was.

Ich bin ein Jude

‘Ich bin ein halber Pole, ein halber Deutscher und ein ganzer Jude’, zei Reich-Ranicki in 1958 tegen Günter Grass. In zijn autobiografie neemt hij dat ‘ganzer’ terug. Hij kan niet, meent hij, ‘ein ganzer Jude sein’ omdat God in zijn leven geen rol speelt. Reich-Ranicki gebruikt hier dezelfde formulering als Canetti.

Nee, religieus is deze kleinzoon van een rabbijn zeker niet. ‘Das ist es’, schrijft hij, ‘was ich an der mosaischen Religion nicht ertragen kann: ihre Weigerung und Unfähigkeit, unzählige seit Menschengedenken existierende, aber längst sinnlos gewordene Gebote und Vorschriften zu reformieren.’ Dit is een wel erg grove versimpeling. Gelukkig schrijft hij ook: ‘Aber ich weiss zugleich und vergesse es nicht: Die Juden haben keine Schlösser und Paläste erbaut, keine Türme errichtet, keine Reiche gegründet. Sie haben nur Worte aneinander gereiht. Es gibt keine Religion auf Erden, die das Wort und die Schrift höher schätzen würde als die mosaische.’ Ook Reich-Ranicki en Amos Oz kunnen elkaar de hand schudden.

In 1973 publiceerde Reich-Ranicki zijn boek Über Ruhestörer, Juden in der deutschen Literatur. Omdat het boek de ‘Juden in der deutschen Literatur’ tot onderwerp heeft, is het opgedragen aan allen die door de Duitsers zijn vermoord, alleen omdat zij Joden waren. ‘Zu ihnen gehören mein Vater David Reich, meine Mutter Helene Reich, geb. Auerbach, und mein Bruder Alexander Herbert Reich.

Een ‘Ruhestörer’ was Reich-Ranicki zelf ook en Thomas Anz haalt uit dat boek verschillende zinnen aan die zowel op die Joodse schrijvers als op Reich-Ranicki slaan. Onder andere uit het hoofdstuk over Heine: ‘Ein geborener Provokateur war er und ein ewiger Ruhestörer’. Daarmee is meteen een eventueel misverstand uit de weg geruimd, want Reich-Ranicki hield van ‘Ruhestörer’ als Heine. ‘Ruhestörer’ is een geuzennaam. Het gaat mij echter vooral om het volgende.

Een van de hoofdstukken uit Über Ruhestörer, Juden in der deutschen Literatur, is getiteld Im magischen Judenkreis. Die drie woorden zijn afkomstig uit een door Reich-Ranicki in dat hoofdstuk overgenomen opmerking van Ludwig Börne uit 1832:

Es ist wie ein Wunder! Tausend Male habe ich es erfahren, und doch bleibt es mir ewig neu. Die einen werfen mir vor, dass ich ein Jude sei; die anderen verzeihen es mir; der Dritte lobt mich ganz dafür; aber allen denken daran. Sie sind wie gebannt in diesem magischen Judenkreise, es kann keiner hinaus.

In Mein Leben staat het hetzelfde, voor Reich-Ranicki kennelijk belangrijke, citaat. Alleen de laatste zin ontbreekt maar aan de betekenis van het citaat doet dat niet veel af. Zo’n anderhalve eeuw later had Reich-Ranicki nog steeds dezelfde ervaringen als Börne. Daarvan geeft hij in zijn autobiografie verschillende voorbeelden. En altijd is zijn antwoord dan: ‘Aber sie haben schon recht, ich bin ein Jude.’

Tot slot

Als Reich-Ranicki in 1979 in China is en toevallig Yehudi Menuhin ontmoet, vraagt deze hem wat hij daar doet.

‘Ich halte hier Vorträge über Goethe und Thomas Mann.’ Menuhin schweigt, doch nicht lange – und sagt dann: ‘Nun ja, wir sind eben Juden.’ Nach einer kurzen Pause: ‘Dass wir von Land zu Land reisen, um deutsche Musik und deutsche Literatur zu verbreiten und zu interpretieren – das ist gut und richtig so.’ Wir sehen uns nachdenklich an, schweigend und vielleicht melancholisch.


Bronnen:
Marcel Reich-Ranicki, Mein Leben, Stuttgart 1999.
Thomas Anz, Marcel Reich-Ranicki, München 2004.
Marcel Reich-Ranicki, Über Ruhestörer, Juden in der deutschen Literatur, München 1973.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon