sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 22 april 2016

Israel Chalfen schreef een boek over de jeugdjaren van Paul Celan, toen nog Paul Antschel. Ik citeer:

‘Paul’ nennten die Eltern Antschel den am 23. November 1920 geborenen Knaben, und dieser Name kam in die Geburtsakte. Aber sie gaben dem Sohn einen weiteren Namen: am achten Lebenstag wurde der Neugeborene in den ‘Bund Abrahams’ aufgenommen und bekam beim kultischen Vorgang den hebräischen Namen ‘Pessach’, den auch einer seiner Ahnen getragen hatte, der Grossvater mütterlicherseits seines Vaters.

Pesach en het bittere kruid spelen in het leven van Paul Celan op verschillende momenten een rol. Mogelijk ook, zo is opgemerkt, bij zijn zelfgekozen dood in de nacht van 19 op 20 april 1970. In 1970 viel de seideravond op 20 april. Ach, als het toeval is, is het dat toch ook weer niet. Daartoe volgen we Celan door de ogen van Brigitta Eisenreich en Gisela Dischner.

Brigitta Eisenreich ontmoette Paul Celan voor het eerst in 1952. Zij studeerde toen aan de Sorbonne in Parijs. Een jaar later bloeide een liefdesrelatie op die bijna negen jaar heeft standgehouden. Naast zijn huwelijk met Giselle Lestrange en naast andere relaties. ‘Er war der viel Geliebte’, schijft Brigitta Eisenreich in haar herinneringen, in 2010 uitgegeven onder de titel Celans Kreidestern. Ton Naaijkens noemt het ‘een zeer bijzondere briefwisseling’.


Brigitta Eisenreich, Celans Kreidestern, Suhrkamp 2010

Brigitta Eisenreich woonde vanaf 1957 in Auteuil bij de Pont Mirabeau, in een kleine woning, gelegen op de hoogste verdieping, vlak onder het dak. Om elkaar boodschappen te kunnen doorgeven, had Brigitta Eisenreich aan de deur van die woning een lei met een krijtje bevestigd. Celan tekende bij de gedichten die hij haar gaf, steeds een sterretje. Vandaar de titel van het boek: Celans Kreidestern. Het woord Kreidestern vinden we terug in het gedicht À la pointe acérée uit 1961. Daaruit een gedeelte:

Nach oben verworfen, zutage,
überquer, so
liegen auch wir.

Tür du davor einst, Tafel
mit dem getöteten
Kreidestern drauf:
ihn
hat nun ein – lesendes? – Aug.

In haar herinneringen merkt Brigitta Eisenreich op dat ‘Celans Gedichte zwar immer wirklichkeitsnah’ zijn ‘aber nie autobiographisch im genauen Sinn des Wortes aufzufassen sind’. Met deze opmerking in gedachten beperk ik mij in deze column tot wat zij naar voren brengt over het gedicht Mandorla, eveneens uit 1961.

‘Das Jüdische stand immer mehr im Mittelpunkt seines Denkens’, schrijft Brigitta Eisenreich die niet Joods was. Over het jodendom liet Celan zich tegenover haar, zou men kunnen zeggen, slechts met een omweg uit. Hij zei er niet veel over maar gaf haar Joodse boeken, van Martin Buber, van Gershom Scholem. Hij gaf haar ook Liebesmystik der Kabbala van M.D. Georg Langer, in de uitgave van 1956. Dat vond ik interessant, omdat Langer een van de leraren is geweest van wie Kafka Hebreeuwse les had gekregen. Celan zal dat zeker hebben geweten. Een hoofdstuk in mijn boek over Kafka, Op het balkon van de elektrische tram, gaat over Langer.


Het boekje van Langer in de uitgave van 1956. De eerste uitgave is van 1923. In 2006 verscheen bij Melzer een nieuwe uitgave onder de titel Die Erotik der Kabbala.

Terug naar het gedicht Mandorla. Brigitta Eisenreich:

Celan hat mir die Bedeutung von Mandorla/Mandel erklärt – als Bezeichnung der Vulva in vielen religiösen Traditionen. Um dies alles besser zu verstehen, ist es von Nutzen, das Büchlein von M.D. Georg Langer, Liebesmystik der Kabbala, das Celan mir zur gleichen Zeit geschenkt hat, zu konsultieren.

Toen Celan aan Brigitta Eisenreich het boek van Langer ten geschenke gaf, typte hij tevens zijn gedicht Mandorla voor haar uit, later opgenomen in de bundel Die Niemandsrose. Amandel, in het Italiaans Mandorla, komt in de gedichten van Celan verschillende keren voor. Zo schreef hij voor Ilana Shmueli het gedicht Mandelnde, de Amandelende die hij liet wachten voordat hij voor de eerste en enige keer naar Israël ging. In het verband van deze column is vooral ook het vroege gedicht Zähle die Mandeln uit april 1952 interessant. Daarvan luiden de eerste en de laatste regels:

Zähle die Mandeln,
zähle, was bitter war und dich wachhielt,
zähl mich dazu:

(…)

Mache mich Bitter.
Zähle mich zu den Mandeln.

In de vertaling van Ton Naaijkens:

Tel de amandelen,
tel wat bitter was, je wakker hield,
tel mij erbij:

(…)

Maak me bitter.
Tel me bij de amandelen.

In 1952 viel de seideravond op 10 april. In de Kommentierte Gesamtausgabe van Celans gedichten staat bij dit gedicht onder meer het volgende commentaar:

Bitteres gehört, wenn auch nicht in Form der Bittermandel, sondern der der Bitterkräuter, zum Sedermahl, in Erinnerung an die in Ägypten durch das jüdische Volk erlittene Bitternis.


Gisela Dischner, Wie aus weiter Ferne zu Dir, Suhrkamp 2012

De relatie van Celan met Gisela Dischner dateert van latere tijd dan die met Brigitta Eisenreich. Ze ontmoetten elkaar in 1964. De latere hoogleraar germanistiek aan de universiteit van Hannover was toen 24. De door Dischner aan Celan gestuurde brieven waren al eerder als ‘Privatausgabe’ verschenen en daaraan heeft Ronald Bos in het tijdschrift De Parelduiker, jaargang 2002, nummer 1, een uitvoerige bijdrage gewijd. Bos had bovendien met Gisela Dischner gesproken en dat – openhartige - gesprek heeft hij in zijn artikel verwerkt. Het loont de moeite om de publicatie van Bos in De Parelduiker antiquarisch aan te schaffen.

In Wie aus weiter Ferne zu Dir staan nu ook de brieven van Celan aan Gisela Dischner, bovendien aangevuld met haar herinneringen aan de tijd dat zij contact had met Celan. Dat heeft ze gevoelig gedaan. De overgang van vriendschap naar een intieme relatie verwoordt ze zo: ‘In dieser Überschreitung zum anderen (Deleuze) ereignete sich ein gegenseitiges Sich-Verwandeln diesseits von Bezitz und Identifikation, ein Anteilnehmen in der Offenheit der Beziehung.’

Van 3 tot 16 april 1968 was Celan in Londen waar Berta Antschel woonde, de zuster van zijn vader die al eind jaren dertig naar Engeland was uitgeweken. Gisela Dischner verbleef daar toen ook. Celan logeerde niet ver van zijn tante in een hotel aan de Willesden Lane. Celan schreef een gedicht met als titel Mapesbury Road, later opgenomen in de bundel Schneepart. De Mapesbury Road loopt tot de Willesden Lane.

Gisela Dischner kreeg Mapesbury Road in het handschrift van Celan met onderaan de datum 14/15 april 1968. Het tweede couplet van dit gedicht neem ik over:

Voor alle duidelijkheid ook de later gedrukte tekst van dit couplet:

Ihr zur Seite
die
magnolienstündige Halbuhr
vor einem Rot,
das auch anderswo Sinn sucht –
oder auch nirgends.

Celan schrijft dit gedicht al op 15 april voor Gisela Dischner af. Enkele dagen daarvoor hadden ze samen een wandeling gemaakt die hen ook door de Mapesbury Road voerde. In een brief van een week later schrijft Gisela Dischner daarover aan Celan: ‘Ich muss lernen, Deine Gedichte unvermittelter zu sehen (die Germanistik verdirbt einen auch), mir zunächts eine Magnolienblüte zu vergegenwartigen (es ist wunderbar, wie viele es hier gibt - und Mandelbäume!) und nicht gleich zum ‘Zeithof’ weiterzugehen.’ De betekenis van de amandelboom in het werk van Celan was haar niet ontgaan.

In mijn vorige column citeerde ik Edith Silbermann over de Volksgarten in het Czernowitz van voor de oorlog en de daar bloeiende kastanjebomen en struiken. ‘Die Volksgarten’, schreef Edith Silbermann, ‘hatte einen alten Bestand von Buchen, Kastanien und Ahornbäumen, dazwischen gab es Rasenflächen, von duftenden Jasmin-, Hagedorn- und anderen Sträuchern umsäumt.’

Inderdaad kan een link worden gelegd tussen het gedicht Mapesbury Road en het Czernowitz uit de tijd dat Celan daar opgroeide. Op 10 april 1968 schreef Celan vanuit Londen aan zijn echtgenote Gisèle Lestrange:

Diese Aufenthalt in Londen tut mir gut. Ich habe Leute gesehen, Fried (…), den Rabbiner Friedlander (ein Freund des sehr noblen Martin Luther King) und andere.
Die Tante verwöhnt mich – was Dich sicherlich nicht verwundert. Aber sie ist ziemlich erschöpft, und ich habe beschlossen, auch aus diesem Grunde, am Dienstag, den 16., zurückzukommen. Vorher werde ich am kommenden Freitag den ‘Seder’ (den ersten Abend des jüdischen Osterfestes) bei Leo und Regine feiern (…).
(…)
Hier blühen die Magnolien – ich möchte sie fühlen und riechen können wie früher, in Czernowitz.

In 1968 viel de seideravond op 14 april. Celan vierde deze avond, die toen net als dit jaar samenviel met de avond van sjabbat, met zijn nog overgebleven familie. In Londen en niet in Czernowitz want daar woonden geen familieleden meer. Hij zal ook nooit meer naar Czernowitz terugkeren.

Albert H. Friedlander (1927-2004) was in 1968 rabbijn van een liberale synagoge in Londen. Hij is tevens bekend als docent aan het Leo Baeck College en vicepresident van de World Union for Progressive Judaism. Aan Celan schreef hij naar aanleiding van hun ontmoeting (geciteerd in een noot bij de brief aan Gisèle Lestrange van 10 april 1968):

Wir denken häufig über ihnen schönen Besuch. Es war doch sehr anstrengend für Sie; aber es war hoch wichtig für uns. Ihre Botschaft muss doch in unseren Gemeinden gehört werden (natürlich ist es eine universelle Botschaft – aber sie sind auch der grosse jüdische Dichter unserer Zeit). Ich benutze ihre Gedichte in meinen Predigten, und hoffe auch Aufsätze zu schreiben um das Publicum zu dem tiefen Sinn ihrer Worte zu führen. Die Rabbiner besonders müssten zu dieser Kenntnis kommen (…) ich fühle wirklich die Pflicht das heutige Judentum zum Anerkenntnis von Paul Celan zu führen.

Tenslotte nog een keer Paul Celan zelf:

Maak me bitter.
Tel me bij de amandelen.

Het kan zijn dat ik in deze dichtregels teveel eigen interpretatie leg, maar ze laten me de laatste dagen niet meer los omdat ze een belangrijk aspect van de seideravond zo prachtig in één beeld samenvatten.

Delen |

Reacties

rolf kat

donderdag 28 april 2016
weer een prachtige column van leo. heel interessant en professioneel.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon