sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

zondag 9 oktober 2016

Philippe Claudel, ik lees hem altijd graag, schreef De boom in het land van de Toraja. Deze roman, vertaald door Manik Sakar, is juni van dit jaar verschenen bij De Bezige Bij. Op de flap staat dat de hoofdpersoon, een filmmaker van middelbare leeftijd, door het overlijden van zijn beste vriend nadenkt over de plek die de dood in het leven heeft. Dat nadenken levert de volgende overpeinzing op:

In de twintigste eeuw, de eeuw waaruit ik stam, hebben beschavingen hun kennis aangewend voor twee belangrijke, tegenstrijdige wegen: de zoektocht naar steeds efficiëntere vernietigingsinstrumenten en de verbetering van de bestaansomstandigheden en het behoud van de menselijke soort. Bij beide heeft de mens de wetenschap gebruikt: natuurkunde en scheikunde om de dood te brengen, geneeskunde en farmacie om de mens zo lang mogelijk in leven te houden.

Op 28 augustus jongstleden was Andrea Maier te gast bij de VPRO. Zij is hoogleraar ouderengeneeskunde en gerontologie. Minst genomen verrassend was dat zij veroudering omschreef als een ziekte en niet zozeer als een natuurlijk proces tussen geboorte en dood. Tegen die ziekte, tegen de dood zou je ook kunnen zeggen, zal op termijn, meent Andrea Maier, een medicijn worden gevonden. Vragen wat dat betekent, werden of niet gesteld of niet beantwoord, omdat Andrea Maier uitdrukkelijk binnen haar vakgebied wilde blijven en haar vakgebied is, in de woorden van Claudel, de “geneeskunde en farmacie om de mens zo lang mogelijk in leven te houden”.

Ook Elias Canetti (1905-1994) schreef over “de verbanning van de dood” en van hem verscheen kortgeleden de Nederlandse vertaling van Het boek tegen de dood, een boek dat Canetti overigens nooit heeft geschreven.


Elias Canetti, Het boek tegen de dood, vertaling Ria van Hengel,
nawoord Peter von Matt, privé-domein, De Arbeiderspers 2016

Canetti moet zich al eind jaren dertig hebben voorgenomen een boek tegen de dood te schrijven. Op 15 februari 1942 noteert hij echter:

Vandaag heb ik besloten mijn gedachten tegen de dood te noteren zoals het toeval ze mij aangeeft, zonder enige samenhang en zonder ze aan een tiranniek plan te onderwerpen. Ik kan deze oorlog niet laten voorbijgaan zonder in mijn hart steeds maar weer te slaan met de hamer die de dood bedwingt.

Het boek tegen de dood heeft Canetti uiteindelijk nooit geschreven, maar hij heeft wel steeds zijn “gedachten tegen de dood” genoteerd. Zonder ze aan een tiranniek plan te onderwerpen. In 1965 kon hij daarom schrijven: “de hoofdzaak van wat er tegen de dood te zeggen is, bestaat, in de Aufzeignungen, en misschien valt die wel bijzonder op tussen alles wat zo heel anders is”. En zo is het gegaan. De thans in Het boek tegen de dood bijeengebrachte notities zijn vooral terug te vinden in de Aufzeignungen, de selecties van de aantekeningen die Canetti vanaf 1942 heeft gemaakt en in de loop van de tijd in verschillende boeken heeft gepubliceerd.

Het boek tegen de dood bevat dus geen afgerond betoog, maar een groot aantal over een lange periode bijeengebrachte aantekeningen en in zijn nawoord heeft Von Matt de vele thema’s opgesomd die Canetti in die aantekeningen tegen het licht houdt. In verscheidenheid zijn Canetti’s aantekeningen tegen de dood – zoals het hele aantekeningenproject – nauwelijks te overtreffen, schrijft zijn biograaf Sven Hanuschek. Dit betekent dat Het boek tegen de dood moeilijk te recenseren valt. De vele thema’s vragen bovendien, om Von Matt nogmaals aan te halen, “van de lezer een mee- en verderdenken dat uitgaat boven een instemmend knikken of een afwijzend hoofdschudden”. Daarbij komt dat in het bestek van een column mijn opmerkingen ook nog eens te beperkt zijn om een goed beeld te geven van alles wat Canetti in zijn aantekeningen over de dood aansnijdt. Er zit dus niets anders op dan het boek zelf te gaan lezen. Het loont de moeite.

Canetti is tegen de dood. Het gaat hem echter niet “om zijn afschaffing, die niet mogelijk schijnt te zijn”. Het gaat Canetti “om de verbanning van de dood”. Laten we het zo zeggen, Canetti is tegen de dood, hij “vervloekt” de dood en hij kan de dood, zo noteert hij in 1943, “niet laten zegevieren terwijl de mensen bij miljoenen blijven sterven”. Canetti’s strijd tegen de dood maakt hem geen bondgenoot van Andrea Maier, maar is vooral getoonzet door wat Claudel de daarmee tegenstrijdige weg noemt, het brengen van de dood. “Het zou toch kunnen”, noteert Canetti, “dat een machtige haat jegens de dood ten minste één effect heeft: dat de mensen eindelijk worden beroofd van het plezier in het doden.”

Toch vond ik een aantekening, uit 1944, waarin Canetti het toekomstbeeld van Andrea Maier omarmt, zij het als argument tegen het moorden:

Het is helemaal geen schande, het is niet zelfzuchtig, het is juist goed en gewetensvol dat je juist nu van niets zozeer vervuld bent als van de gedachte aan onsterfelijkheid. Zie je ze niet, mensen die wagonsgewijs de dood in worden gestuurd?
(…)
Onsterfelijkheid! Wie zou er dan nog willen moorden, wie zou het dan nog in zijn hoofd halen om te moorden als er niets om te brengen viel?

Canetti heeft de oorlogsjaren in Londen doorgebracht, nadat hij als Jood samen met zijn Joodse vrouw Wenen had moeten verlaten. Hem knaagde het gevoel van schuld tegenover hen die niet konden wegkomen. Ook in Het boek tegen de dood kom je dat tegen. In 1943 vinden we de volgende aantekening: “Om de emigranten te doden heeft deze oorlog zijn eigen methode bedacht: hij brengt al hun familieleden op het continent om het leven.” En na de oorlog roept hij uit: “O schande, schande dat ik alle slachtoffers heb overleefd …”.

In de oorlogsjaren is Canetti begonnen aan zijn boek Massa en Macht, dat weliswaar niet rechtstreeks over de Sjoa gaat, maar waarover Canetti, toen hij het af had, kon schrijven: ”Jetzt sage ich mir, dass es mir gelungen ist, dieses Jahrhundert an den Gurgel zu packen.” Over zijn aantekeningen over de dood kan hetzelfde gezegd worden. “Ik moet hem grijpen, de dood”, had hij zich in 1942 al voorgenomen. “Jij hebt beide gevoelige plekken geraakt, massa en dood”, noteert hij later.

Er is ook een inhoudelijke samenhang tussen Massa en Macht en Het boek tegen de dood. Als voorbeeld de volgende aantekening:

Het is het wezen van de machthebber dat hij zijn dood haat, maar alleen zijn eigen dood, en dat de dood van anderen hem niet alleen koud laat maar iets is wat hij nodig heeft. Die spanning tussen zijn eigen dood en de dood van anderen bepaalt hem.

En in 1982 laat hij zijn bezetenheid van de dood volgen op die van de massa:

Van de massa ben je niet meer bezeten. Je bent er niet meer op uit recepten voor haar goede gedrag en haar welzijn te bedenken.
Van de dood ben je meer dan ooit bezeten. De massa is voor jou opgezogen door de massale dood. Je eigen dood kan alleen nog maar onbelangrijk zijn. Hier staat als een paal boven water dat het uitsluitend om de dood in het algemeen gaat.

In zijn nawoord op Het boek tegen de dood merkt Von Matt op dat het schrijven van de aantekeningen het karakter van een ritueel heeft gekregen.

Canetti ontmoet daarin het mateloze doden dat hij moet meemaken, het doden in de reguliere oorlog, het doden en het zinloze bombarderen van hele steden, het over het hele continent georganiseerde doden van alle mensen van het Joodse geloof of van Joodse afkomst.

Von Matt voegt daaraan toe: “Het is niet slechts zijn particuliere wond, het is de wond van zijn eeuw.” Dat is treffend, maar ik maak daarbij wel een kanttekening. Canetti beperkt zich in Het boek tegen de dood net als in Massa en Macht uitdrukkelijk niet alleen tot wat de Joden in de vorige eeuw is overkomen. Na het lezen van een boek van Simon Wiesenthal schrijft hij:

Op een of andere manier ben ik ook een soort politieman geworden, maar ik heb me er niet bij kunnen neerleggen dat alleen voor de Joden te zijn, ik wilde het zijn voor de hele mensheid en haar totale geschiedenis.

Dit lijkt nogal hoog gegrepen. Wat Canetti in dit verband echter vooral bedoelt en steeds opnieuw benadrukt, is zijn ontdekking “dat alles wat ooit is gebeurd als aanleg en mogelijkheid in ieder van ons aanwezig is”.


Mijn veilige auto, dat zijn mijn potloden

Canetti is een schrijver, een groot schrijver die terecht in 1981 de Nobelprijs voor Literatuur heeft gekregen. Vooral De behouden tong en ook De stemmen van Marrakesch waardeer ik zeer. Het boek tegen de dood is een andersoortig boek, en eenduidig zijn de aantekeningen niet altijd. Canetti geeft daaraan zelf een mooie draai: “Het enige waarmee ik consequent vijftig jaar lang ben doorgegaan zijn de aantekeningen, en dat juist omdat ze inconsequent zijn.” Het boek tegen de dood, dat in die aantekeningen verborgen zat, zal de lezer verrassen. Dat komt door de inhoud maar ook door de vorm. Zo worden de vele, vaak korte overdenkingen afgewisseld met aforismen en zelfs kleine verhaaltjes.

Over het schrijverschap:

De auto waarin je tegen elk gevaar beschermd bent moet nog uitgevonden worden. Pas als je uitstapt ben je weer vatbaar voor de dood. Veilige, absoluut veilige auto’s, waarin mensen instappen om zich een poosje onsterfelijk te voelen.

Mijn veilige auto, dat zijn mijn potloden. Zolang ik schrijf, voel ik me (absoluut) veilig. Misschien schrijf ik wel alleen daarom. Maar het maakt niet uit wat ik schrijf, als ik maar niet ophoud. Het kan van alles zijn, zolang het maar voor mezelf is, geen brief, niets wat van buitenaf is opgelegd of wordt geëist. Als ik echter een paar dagen niets heb geschreven, ben ik radeloos, wanhopig, somber, kwetsbaar, wantrouwig, bedreigd door honderd gevaren.

Tot slot dit kleine verhaaltje, dat ik te ontroerend vind om het weg te laten:

Na de regen ging hij naar buiten om slakken te zoeken. Hij praatte tegen ze, ze kropen niet voor hem weg. Hij nam ze in zijn hand, bekeek ze en zette ze terug op een plek waar geen vogel ze kon zien.
Toen hij stierf, kwamen alle slakken uit zijn buurt bij elkaar om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon