sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 11 mei 2012

De odyssee van Edgar Hilsenrath, zo eindigde mijn column van vorige week. Maar, zullen we zien, het is evenzeer de odyssee van Nacht, zijn roman over het getto van Mogilev-Podolski.

De Russen bereiken Mogilev-Podolski maart 1944. De Joden zijn weer vrij. Al enkele weken later gaat de achttienjarige Hilsenrath terug naar de Boekovina. In z’n eentje. Als kwartiermaker voor zijn familie. In Die Abenteuer des Ruben Jablonski vertelt hij daarover kort en bondig:

Meine Mutter hatte zwei Flaschen Wodka besorgt, um die russischen Soldaten zu bestechen. Sie gab mir ausserdem zwanzig Rubel und fünf von den geheimen Dollars. Die Dollars nähte sie fürsorglich in mein Jackenfutter ein. Ich verabschiedete mich von meiner Mutter, meinem jüngeren Bruder, vom Grossvater, der Tante und dem Onkel. Dann machte ich mich auf den Weg.

De odyssee van Hilsenrath is begonnen. Te voet bereikt hij Czernowitz, die Perle der Bukowina. Hij weet dan al dat hij schrijver wil worden:

‘Worüber wollen Sie schreiben?’ fragte sie.
‘Über das Ghetto’, sagte ich, ‘und den Krieg.’

Als hij in Czernowitz een tante heeft gevonden, hoort hij van haar wat daar enkele jaren eerder met de Joden is gebeurd. Sie haben gleich ein paar Tausend Juden erschossen, darunter auch den Oberrabiner. Der Rest der Czernowitzer Juden wurde zum Bug abgeschoben, nach Transnistrien. Ein paar Ausnahmefälle konnten bleiben.

Aan zijn moeder laat hij weten: ... Czernowitz (war) einst eine jüdische Stadt. Die Herrengasse hat nicht mehr den alten Glanz ... Diese Zeiten sind vorbei. Czernowitz ist eine triste Stadt geworden.

Na een paar weken loopt Hilsenrath weer verder, naar Sereth, de plaats waar hij eens een gelukkige jeugd had. Hij treft er zijn familie die al enkele dagen eerder Sereth had weten te bereiken. Maar ook Sereth was een dode stad. Die Juden waren nicht mehr da. Es war, als hätte das Städtchen seine Seele verloren.

Hilsenrath besluit naar Palestina te gaan. Hij legt contact met de zionistische beweging Hanoar Hatzioni waarvan hij ook vroeger lid was geweest. Het lukt hem via Bulgarije Istanbul te bereiken om vervolgens door te reizen via Syrië naar Palestina. Daar komt hij 15 januari 1945 aan. Als wir über die palästinensische Grenze fuhren, ging ein Jubelschrei durch die Menge... Wir waren wie berauscht, als wir durch Haifa fuhren, die erste jüdische Stadt, die ich jemals gesehen hatte, obwohl Haifa auch einen arabischen Stadtteil hatte. Hilsenrath gaat werken in een kibboets in de Galil, Kfar Rupin. Maar hij is rusteloos en trekt verder naar andere kibboetsiem. In café Hirsch op de Carmel vindt hij werk als bordenwasser en in het Hadassaziekenhuis, dat geen lift heeft, bestaat zijn werk uit het dragen van brancards.

Daarnaast probeert hij te schrijven maar dat lukt niet goed. In een brief vraagt hij Max Brod om raad. Dat levert niets op want Brod antwoordt hem clichématig. Ook zijn alter ego Jablonski komt niet verder met het schrijven aan zijn roman:

‘Wie kommen Sie mit Ihren Roman vorwärts, Herr Jablonski?’
‘Ich habe in der letzten Zeit nichts geschrieben’, sagte ich.
‘Kommen Sie da nicht aus dem Schwung? Ich nehme an, dass man den Faden verliert, wenn man zu lange unterbricht.’
‘Da haben Sie recht’, sagte ich. ‘Anderseits ist das Ghetto, ich meine das Leben im Ghetto, noch so lebendig, dass ich gar nichts erfinden brauche. Ich sehe noch jeden Tag vor mir mit allem Schrecken, und ich sehe die hungrigen Menschen, als wäre all das gestern gewesen.’

Eind 1947 verlaat Hilsenrath Palestina, op een Griekse vrachtboot, met bestemming Marseille. Waarom? Verlangen naar zijn familie zal hem hebben gedreven want intussen was gebleken dat zijn vader de oorlog had overleefd, in Frankrijk, onder de naam Jean Kléber. Zijn vrouw en hun andere zoon, Manfred, hadden zich al bij hem gevoegd.

Maar er is meer. Overgeleverd is een brief die Hilsenrath 22 oktober 1945 aan zijn vader schreef. Daarin staat een opmerkelijke passage:

Ich verstehe nicht weshalb wir Juden, seit jeher Kosmopoliten, jetzt vor der Wirklichkeit, der Erfüllung unserer geheimen Hoffnungen, jetzt, viel zu spät, einen Nationalstaat errichten, denselben Irrtum begehen den die Welt seit Jahrtausenden begeht, denselben Schovinismus in unseren Reihen züchten. Denn Nationalism(us) ist für mich Schovinism(us), übertriebene Liebe zu einer Utopie; er duldet keinen Weltfrieden, es gibt keine Liebe, keine gemeinsamen Interessen im Hirn eines Patriotten.

Bij het lezen van deze passage dacht ik aan Joseph Roth die, geworteld in Galicië, de landstreek ten noorden van de Boekovina, ook niet veel heil zag in een nationale staat, maar droomde van de ten onder gegane Oostenrijk-Hongaarse dubbelmonarchie waar, meende hij, minderheden vreedzaam naast elkaar leefden. De opvatting van Hilsenrath vind je, in meer theoretische vorm, ook bij Hannah Arendt. Hilsenrath en Arendt, zo kan je hun ideeën samenvatten, wezen het zionisme niet af maar wel het concept van een nationale staat, want dan dreigt het gevaar dat onvoldoende ruimte wordt geboden aan etnische en culturele minderheden. Net als Arendt dacht Hilsenrath in die jaren aan een binationale staat samen met de Arabieren. Jablonski laat hij het zo verwoorden: ‘Die jüdische Staat wird auch ein Araberstaat sein. Wir müssen den Zukunftsstaat zusammen machen.


Boekomslag Verliebt in die deutsche Sprache Die Odyssee des Edgar Hilsenrath

Er was voor de rusteloze Hilsenrath nog een belangrijke reden zijn odyssee te vervolgen. Hilsenrath miste in Palestina het Duits, de taal waarin hij zijn roman probeerde te schrijven. De Duitse taal zal maken dat de odyssee in Duitsland haar eindstation vindt. Maar zover is het nog niet.

Mede omdat het schrijven niet goed lukte, begon Hilsenrath in Palestina al aan depressies te lijden. Het werd er in Frankrijk niet beter op. Zijn depressies verergerden zich. De geraadpleegde artsen probeerden van alles om hem te helpen, zelfs door het toedienen van elektroshocks. Tevergeefs. Hilsenrath kwam er pas weer bovenop toen het hem lukte te schrijven. Hij zat in een café aan de Place de la Comédie, vroeg de kelner om een glas rode wijn en schrijfpapier en ontdekte dat het eindelijk zo ver was. Ich trank Wein und schrieb wie besessen, vertelt hij later. Nach zwei Stunden hatte ich dreissig Seiten geschrieben. Ich wusste plötzlich: es klappte. Ich kan schreiben. Ich bin Schriftsteller. Maar daarmee is zijn boek Nacht nog geen feit, nog lang niet.

In 1951 gaat Hilsenrath naar Amerika. New York wordt zijn nieuwe woonplaats. Tot 1975. Al die jaren zal hij met allerlei kleine baantjes in zijn levensonderhoud voorzien. Vooral als kelner. Dat geeft hem vrije tijd en die vrije tijd gebruikt hij om te schrijven. In cafés en met de pen. Maart 1954 is zijn gettoroman af. Hilsenrath koopt een tweedehands schrijfmachine en gaat het met de hand geschreven manuscript niet alleen uittypen maar ook bewerken. Ook dat kost hem jaren. 1959 – nach fünf Jahren weiterer Arbeit am Text – war die Reinschrift des Gettoromans erstellt, schrijft Helmut Braun in zijn biografie van Hilsenrath, lagen 737 Seiten Typoskripte in fünf Heftern vor, hatte der Autor seine Trauer abgearbeitet, den Kaddish für sein Volk gebetet.

Mooie woorden van Braun. Maar een uitgever voor zijn boek vindt Hilsenrath niet. Dat duurt nog tot 1964 als Kindler Verlag de roman uitgeeft, in een kleine oplage die in Duitsland nauwelijks opvalt. Achter de schermen heeft met name Ernest Landau, een Joodse medewerker van Kindler Verlag, zich tegen een ruimere verspreiding van Nacht verzet. Hij meende dat het gedrag van de Joden in het getto, zoals door Hilsenrath beschreven, de slachtoffers bezoedelde en in het naoorlogse Duitsland voedsel zou kunnen geven aan nieuwe antisemitische argumenten.

De tocht door uitgeversland is gelukkig nog niet teneinde. Een grote Amerikaanse uitgever, Doubleday & Company, bracht in 1966 een Engelse vertaling van Nacht uit die wel veel succes had. Het leidde zelfs tot een pocketuitgave bij Manor Books. Geld leverde dat alles nog niet op. Hilsenrath bleef werken als kelner. Manor Books ging naderhand failliet en eerst toen bleek dat Hilsenrath nog recht had op nooit uitbetaalde honoraria tot $ 167.500. Door het faillissement liep hij dat geld definitief mis.

Ook zijn tweede boek, in het Engels The Nazi and the Barber, kwam bij Doubleday & Company uit. In 1971. De Duitse uitgevers toonden echter geen enkele interesse. Er kwam voorshands geen uitgave in de taal waarin deze roman oorspronkelijk was geschreven. In 1975 was het voor Hilsenrath, die in Amerika het contact met de Duitse taal dreigde te verliezen, de doorslaggevende reden om naar Duitsland te verhuizen.

In 1977 ontmoet Hilsenrath Helmut Braun, die een kleine uitgeverij had en Der Nazi & der Friseur uitgeeft. In 1978 gevolgd door Nacht. En dat is het begin van het succes, ook in Duitsland. Tegen Der Nazi & der Friseur waren eveneens bedenkingen. Het is een satirische roman die daardoor irritatie kan oproepen. Maar de weerstand tegen beide romans, ook in Joodse kring, neemt af.

Dat blijkt wel als Hilsenrath in 1992 de Heinz Galinski Prijs van de Joodse Gemeente Berlijn wordt toegekend. Zijn biograaf Braun vermeldt dat in de feestrede nadrukkelijk ook Nacht* en Der Nazi & der Friseur werden genoemd. Gerade diese beiden Bücher waren bei ihrem Erscheiden unter den Juden in Deutschland und Israel umstritten und hatten für manche Irritation gesorgt. Die Preisverleihung, so empfand ich es, schrijft Braun, zeigte jetzt, dass der Autor und sein Werk nunmehr anerkannt waren und die jüdischen Institutionen ihren Frieden mit Edgar Hilsenrath geschlossen hatten.


Berlijn 2006: Edgar Hilsenrath signeert

In 2006 verscheen Berlin ... Endstation. Hilsenrath beschrijft in die roman de terugkeer naar Berlijn van Joseph Leschinsky, Lesche zoals iedereen hem noemt. Hilsenrath schrijft zijn romans vaak rond een thema dat samenvalt met zijn eigen ervaringen. Maar natuurlijk is Lesche niet één op één Hilsenrath.

De Einzelgänger Hilsenrath was buiten Duitsland van zijn enige geliefde afgesloten, de Duitse taal. ‘Es geht mir nur um die Sprache’, laat Hilsenrath Lesche zeggen. ‘Man kann die deutsche Sprache lieben, ohne die Deutschen zu lieben’. In zijn roman beschrijft Hilsenrath de tegenstrijdige gevoelens en ervaringen van een Joodse schrijver die in Berlijn gaat wonen. Het is voor Lesche niet gemakkelijk in Duitsland te leven. Hij droomt ervan een medescholier uit Halle om te brengen die hem indertijd heeft gepest omdat hij een Jood is. Die medescholier blijkt tot andere gedachten over zijn verleden te zijn gekomen. Er zijn echter in Duitsland ook neonazi’s die de woning van Lesche bekladden en hem bedreigen.

‘Ich nehme es mit der Religion nicht zu genau’, sagte Lesche. ‘Was mich ans Judentum bindet, ist die Schicksalsgemeinschaft, die gemeinsame Vergangenheit, der Holocaust.’
‘Du kannst den Holocaust nicht loswerden’, sagte sie.
‘Ich werde ihn nie loswerden’, sagte Lesche.

In de roman krijgt Lesche, net als Hilsenrath zelf, een beroerte. Op zijn ziekbed overdenkt Lesche zijn leven. Hij denkt ook aan zijn roman. Es war ein Ghetto-roman, und Lesche hatte ihn mit seinem Herzblut geschrieben.

Hilsenrath laat Lesche in Berlin ... Endstation overlijden. De laatste zinnen van de roman luiden:

Lesche starb an einem frühen Freitagabend. Es war die Stunde zwischen Tag und Nacht. Zu dieser Stunde wird bei den gläubigen Juden der heilige Sabbat eingeläutet. Die Hausfrau verhüllt ihr Haupt, hebt beschwörend die Hände, segnet die Sabbatkerzen und spricht ein Gebet mit geschlossenen Augen. Feierliche Stille. Sabbatfrieden.

Delen |

Reacties

Marianne van Waterschoot

vrijdag 25 januari 2013
Beste meneer Frijda, weet u of er ook Nederlandse vertaling voorhanden is van ´Verliebt in die deutsche Sprache ? Zou graag een exemplaar kado doen, maar de beoogde ontvanger begrijpt geen Duits.

Leo Frijda

vrijdag 25 januari 2013
Volgens mij is de biografie van Helmut Braun niet in het Nederlands vertaald.

C. van lindt

donderdag 14 maart 2013
Beste meneer Frijda,
Weet u of er misschien een Nederlandstalige versie is verschenen van het boek 'Berlin Endstation'?
Ik moet hieromtrent een schoolwerk maken, maar mijn kennis Duits is zeer beperkt.
Alvast bedankt voor je antwoord!

Leo Frijda

donderdag 14 maart 2013
Ook voor Berlin Endstation geldt dat er geen Nederlandse vertaling van is.

John Albert Jansen

zaterdag 26 oktober 2013
Geachte heer Frijda,

Heb met veel interesse uw colum gelezen. In de jaren negentig heb ik enkele artikelen geschreven over Edgar Hilsenrath. Overweeg nu een documentaire met en over hem te maken. Heeft u onlangs nog contact met hem gehad en/of met mensen die dichtbij hem zijn?
Hoor graag vanu. Met erkentleijke groet,

Oogland Film
John Albert Jansen
Oostelijke Handelskade 941
1019 BW Amsterdam
www.oogland.com
Mob: 06-13844380

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon