sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 12 oktober 2012

De nieuwe roman van Aharon Appelfeld, De man die niet ophield met slapen, verschijnt dit najaar bij uitgeverij Anthos in de vertaling van Kees Meiling. Deze roman, uit 2010, is één van de meest gevoelige boeken die Appelfeld heeft geschreven en neemt een centrale plaats in binnen het werk van de februari jl. tachtig jaar geworden Israëlische schrijver.

De roman lag al verscholen in eerdere boeken van Appelfeld, vooral Het verhaal van een leven en Het tijdperk der wonderen. In Beyond despair, opgedragen aan zijn ouders, zijn drie lezingen en een gesprek met Philip Roth gebundeld. Ook daarin is al onder woorden gebracht wat Appelfeld in De man die niet ophield met slapen heeft uitgewerkt. Oblivion and awakening are the fixed poles between which we have lived many years, schreef Appelfeld in zijn inleiding op Beyond despair. Over die jaren tussen vergetelheid en ontwaken gaat zijn nieuwe boek. Het is niet zonder meer autobiografisch, maar wel, wat is genoemd,imaginary autobiography.

Uit het gesprek met Philip Roth twee citaten omdat Appelfeld daarin de twee thema’s al aanduidt, het ouderlijk huis en de Hebreeuwse taal, die in De man die niet ophield met slapen eerst nog met elkaar strijden maar uiteindelijk met elkaar verbonden raken waardoor hij in die taal kan schrijven over wat hem in zijn jonge jaren is overkomen.

The need, you might say the necessity, to be faithfull to myself and to my childhood memories made me a distant, contemplative person. My contemplation brought me back to the region where I was born and where my parents’ home stood. That is my spiritual history, and it is from there that I spin the threads.

If it weren’t for Hebrew, I doubt whether I would have found my way to Judaism. Hebrew offered me the heart of the Jewish myth, its way of thinking and its beliefs, from the days of the Bible to Agnon.

De zeventienjarige hoofdpersoon van De man die niet ophield met slapen, afkomstig uit Czernowitz, is al enkele jaren vóór de stichting van de staat Israël via Italië naar Palestina gekomen, zonder zijn ouders, meegenomen door andere vluchtelingen die hem de slapende jongen noemen. In zijn slaap gaat Erwin, die nu Aharon heet, terug naar zijn geboorteland, waar zijn ouderlijk huis stond, en praat hij met zijn vader en moeder. Maar eigenlijk is de titel slechts de helft van het verhaal. Van dag tot dag ontwaakt hij meer en meer uit zijn slaap en leert hij, letterlijk, op eigen benen te staan. Het ontwaken gaat stap voor stap, de zinnen waarin hij in zijn slaap met zijn ouders praat veranderen bijna onmerkbaar van toon, zoals in de muziek van Steve Reich, totdat Aharon zichzelf heeft teruggevonden, niet alleen met de draden naar het verleden maar ook met een nieuwe opdracht, schrijven, en vooral ook met een nieuwe taal.

Celan en Appelfeld zijn allebei in de Boekovina geboren, Celan in Czernowitz en Appelfeld in het daar vlakbij gelegen Sadagora, nu ook deel uitmakend van Czernowitz. Zelf hebben zij de sjoa overleefd maar hun moeders zijn door de nationaalsocialisten vermoord. Duits, de moedertaal van Celan en Appelfeld, is daardoor besmet. Celan dichtte: verdraag je dan, moeder, als toen, ach, als thuis, het zachte, het pijnlijke rijm van het Duits? Appelfeld leerde een nieuwe taal en schreef zijn boeken niet in het Duits maar in het Hebreeuws. Ook dat doet pijn. Aharon, de slapende jongen, heeft zijn moeder beloofd om haar taal te koesteren, zodat hij voor altijd met haar verbonden zal blijven. Maar als hij in zijn slaap met zijn moeder praat, zegt zij hem dat de taal van de zee, de nieuwe taal die hij aanleert, zijn moedertaal zal wegdrukken. En dat is ook zo, want hoe meer Aharon zich zijn nieuwe taal eigen maakt, hoe minder hij zich nog van zijn moedertaal herinnert. Hij verliest zijn moedertaal en is bevreesd dat hij niet meer, zoals vroeger, met zijn moeder zal kunnen praten. In de loop van de roman wordt deze vrees minder. Ook als ik alle woorden ben vergeten, weet Aharon, dan nog zal ik voor altijd met je samen zijn en altijd weer zullen wij met elkaar spreken zoals wij dat vroeger hebben gedaan.


Appelfeld: iedere emigrant draagt twee talen met zich,
twee landschappen, twee werelden.
In ‘verandering van taal’, een film van Nurith Aviv, 2004.

Taal is voor Appelfeld meer dan een hulpmiddel om te communiceren. De taal is een melodie en die melodie klinkt anders in zijn geboorteland dan in zijn nieuwe land. De moedertaal van Aharon, de slapende jongen, is verbonden met het land aan de oevers van de Proet. Als hij slaapt, ziet hij beelden uit zijn jeugd, ruikt hij de geuren van vroeger, voor hem is daar alles fris als na een regenbui. Die beelden, schrijft hij, tonen de liefde die mij in mijn jeugdjaren heeft omringd. Iedere nacht weer keert hij in zijn slaap terug naar zijn geboortestad en ziet hij de lange laan die naar het ouderlijk huis aan de rand van de stad loopt.

Maar er is voor Appelfeld nog een probleem met het Duits. Duits is niet alleen de taal van zijn moeder, het is ook de taal van de assimilatie. Czernowitz was, in de woorden van Appelfeld, een zeer Joodse maar ook zeer geassimileerde stad. De grootouders leefden veelal nog volgens de Joodse traditie maar voor de Duitstalige ouders gold dat zij zich daar niet langer mee verbonden voelden. Ik kom, schreef Appelfeld in Het verhaal van een leven, uit een geassimileerd milieu, waarin geen enkel spoor was van een godsdienstig geloof. In *De man die niet ophield met slapen is dit niet anders. In het ouderlijk huis van Aharon werd niet gebeden, op sjabbat ging men naar het tennispark en speelde vader schaak. Als Aharon de namen van zijn vader en van zijn moeder in Hebreeuwse letters schrijft, komen zij hem als verkleed voor. Grootvader echter, denkt Aharon, had zich verheugd om zijn naam in het Hebreeuws te lezen want zijn leven lang had hij zich zorgen gemaakt of ik mij nog wel aan de Joodse geboden zou houden.

Het is de Tora die Aharon, de slapende jongen, uitnodigt om Hebreeuws te leren. Door gedeelten uit de Tora over te schrijven raakt Aharon steeds meer gewend aan de Hebreeuwse woorden en de melodie van zijn nieuwe taal. Ik heb mij de Hebreeuwse letters eigen gemaakt en ze staan nu in mij gebeiteld. Maar het overschrijven van de Tora leert hem meer dan letters en woorden, het maakt hem ook vertrouwd met de teksten die hij heeft overgeschreven.

Aharon wil schrijver worden net als zijn vader eens was. Zijn vader vond echter geen uitgever voor de boeken die hij schreef. Als Aharon in zijn slaap met zijn vader praat, vertrouwt die hem toe dat Aharon zal doen wat hemzelf niet is gelukt, verhalen schrijven die worden uitgegeven. Eerst is ook zijn vader sceptisch over de inspanningen van Aharon om een nieuwe taal te leren. Maar daarna komt hij tot het inzicht dat Aharon, anders dan hijzelf, het geloof van de grootouders heeft meegekregen. Zij zullen hem de weg wijzen zodat hij weet wat hij moet doen.

Uiteindelijk lukt het Aharon in het Hebreeuws de eerste regels van een verhaal te schrijven. Appelfeld gebruikt het beeld van de gesloten poort die de slapende jongen de weg naar het schrijverschap had versperd. De poort staat nu open en de slapende jongen is ontwaakt. Aharon kan verder gaan al doet het hem nog steeds pijn dat zijn taal nu een andere is dan de taal waarin zijn moeder haar liefde voor hem heeft uitgedrukt en zijn vader zijn boeken heeft geschreven.

Aan het eind van de roman wil Aharon, als hij in zijn slaap met zijn moeder praat, dat zij hem haar zegen geeft. Dat kan zij helaas niet doen want, zegt ze, vroeger kende ik de gebeden en de zegenspreuken wel maar in de loop van de tijd ben ik ze vergeten. Ik kan slechts mijn voorouders vragen je te zegenen. Ik wil je daarom omarmen en dat is mijn zegen. Aharon, schrijver geworden, wil teruggaan naar het land van zijn voorouders, maar zijn moeder raadt hem dat af want daar is het koud en gevaarlijk. Wacht tot je vader uit de kampen is teruggekeerd, zegt ze. Hij zal je helpen.

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon