sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 22 juli 2016

Benjamin Moser schreef Why This World, A Biography of Clarice Lispector, door Adri Boon in het Nederlands vertaald en dit jaar bij De Arbeiderspers verschenen. Tegelijkertijd publiceerde De Arbeiderspers in de serie privé-domein De ontdekking van de wereld, de door Harrie Lemmens vertaalde verzamelde kronieken die Clarice Lispector schreef voor de zaterdageditie van Jornal do Brasil. Ik had nog nooit van Clarice Lispector (1920-1977) gehoord, hoewel zij volgens Lemmens de grootste schrijfster was die Brazilië ooit heeft gehad.

De biografie van Moser en de kronieken van Lispector geven samen een indringend beeld van een zeer bijzondere vrouw die ‘leek op Marlene Dietrich en schreef als Virginia Woolf’. Lees eerst de biografie en daarna De ontdekking van de wereld. Twee boeken die ook u zullen verrassen.


Clarice Lispector

Clarice Lispector is op 10 december 1920 geboren als Chaya Pinkhasovna Lispector. In de kleine plaats Tsjetsjelnik, gelegen in het vroegere Podolië, nu Oekraïne. Haar ouders Pinkhas Lispector en Mania Krimgold waren op de vlucht voor de golf van pogroms waarvoor zij ook in Tsjetsjelnik niet veilig waren. Het was, schrijft Moser, een reeks aanvallen zonder weerga in de geschiedenis, die de velden en steden van Oekraïne bedekte met rivieren van Joods bloed.

Op Wikipedia vond ik een foto van de vroegere synagoge van Tsjetsjelnik, genomen in 2005, die symbool kan staan voor het grotendeels verloren gegane Joods leven in dat deel van Europa.


Synagoge van Tsjetsjelnik

Pinkhas en Mania Lispector en hun dochters Leah en Chaya, toen ruim een jaar oud, bereikten in 1922 Zuid-Amerika, waar ze eerst gingen wonen in Maceió, een plaats in het noordoosten van Brazilië. Pinkhas werd Pedro, Mania werd Marieta en Leah en Chaya werden Elisa en Clarice. Na enkele jaren verhuisde de familie naar het nabij gelegen Recife, de plaats die Clarice Lispector altijd zou blijven beschouwen als de stad waar ze vandaan kwam. Ook daar kan een synagoge symbool staan voor een verloren gegaan Joods leven. De jeugdjaren van Clarice Lispector schuurden, zou men kunnen zeggen, langs onze geschiedenis. In 1636 was in Recife de kolonie Nieuw-Holland gesticht en ook een aantal Joodse Nederlanders trok daar naartoe. Zij bouwden de synagoge Kahal Zur Israel. Isaac Aboab da Fonseca was hun eerste rabbijn. Benjamin Moser, de biograaf van Clarice Lispector, zal hier misschien even aan hebben gedacht toen hij op 6 december vorig jaar tijdens het symposium over Spinoza de tekst van de ban in het Portugees las.

In de 17e eeuw heeft de Joodse aanwezigheid in Recife maar kort geduurd en de synagoge uit die tijd is pas in 1999 bij opgravingen herontdekt en dient sinds 2001 als museum voor de geschiedenis van de Joden in Brazilië (tekst en foto Wikipedia). Clarice Lispector heeft dus nooit van deze bijzondere synagoge geweten. Wel las ik bij Moser dat toen Mania Krimgold, de moeder van Clarice, op 21 september 1929 overleed, zij werd begraven op de Israëlitische begraafplaats van een buitenwijk van Recife, en dat de zilveren kandelaars die van haar moeder Charna waren geweest en die Mania Krimgold op wonderbaarlijke wijze uit haar geboorteland had weten mee te nemen, aan de kleine buurtsynagoge werden gegeven. Misschien dat de familie Lispector lid was van die synagoge. Clarice Lispector zien we in die tijd op het Colégio Hebreo-Iídiche-Brasileiro waar ze ook les krijgt in Hebreeuws en Jiddisj. De kleine Clarice hield op die school zelfs een toespraak in het Hebreeuws.


Synagoge Kahal Zur Israel

Als Clarice Lispector 15 jaar oud is, verhuist Pedro Lispector naar Rio de Janeiro. Hij hoopte dat de hoofdstad hem meer kansen zou geven en ook dat zijn dochters in Rio de Janeiro met zijn grote Joodse gemeenschap geschikte echtgenoten zouden kunnen vinden. De weg van Clarice Lispector zal een andere zijn. Zij gaat rechten studeren aan de universiteit van Brazilië en Moser merkt op dat het meisje uit het sjtetl van Podolië op het punt stond toegang te krijgen tot de hoogste echelons van de Braziliaanse maatschappij. Na haar studie kiest Clarice Lispector voor een carrière in de journalistiek en in december 1943 verschijnt haar eerste roman Dicht bij het wilde hart. Haar debuut had meteen succes en de recensies waren lovend. In 1943 was ze bovendien in het huwelijk getreden met de diplomaat Maury Gurgel Valente. Met hem vertrekt ze op 19 juli 1944 naar Europa. Benjamin Moser:

Haar huidige situatie nu was moeilijk voorspelbaar geweest toen ze tweeëntwintig jaar eerder als passagier derde klasse arriveerde, een arm, hongerig kind uit een gezin van voddige vluchtelingen. Er was geen spoor meer te bespeuren van de lange, moeilijke strijd die haar familie had geleverd: de knappe jonge vrouw die in het Grand Hotel wachtte op haar vliegtuig was een bewonderde schrijfster en een gerespecteerd journaliste, en in haar diplomatieke paspoort prijkte de naam van een voornaam katholiek geslacht.

We vinden Clarice daarna terug als diplomatenvrouw in Napels, in Bern en in Washington. Met Gurgel Valente krijgt ze twee zonen maar uiteindelijk houdt dit huwelijk geen stand, ze scheiden in 1959, en de rest van haar leven zal ze wonen in Leme bij Rio de Janeiro. Tijdens dat bijzondere leven schreef ze niet alleen Dicht bij het wilde hart maar ook haar kennelijk belangrijkste roman De passie volgens G.H. en Het uur van de ster. Daarnaast veel verhalen, waaronder Familiebanden, en de nu in vertaling gepubliceerde kronieken. Het uur van de ster en Familiebanden zijn eerder in het Nederlands vertaald maar die vertalingen, uit 1988 en 1989, zijn antiquarisch moeilijk te vinden. Mij lukte het tot nu toe niet.

Clarice Lispector sterft 9 december 1977. De volgende dag zou ze 57 jaar zijn geworden. Ik neem de epiloog uit de biografie van Moser maar helemaal over:

Clarice Lispector kon niet de volgende dag, haar zevenenvijftigste verjaardag, worden begraven omdat het sabbat was. Op 11 december 1977 werd Clarice Lispector op de Israëlitische begraafplaats van Cajú, niet ver van de haven waar Macabéa haar spaarzame vrije uurtjes doorbracht, ter aarde besteld volgens de orthodoxe rite. Vier vrouwen van de begrafenisonderneming, Chevra Kadisha, wasten haar lichaam vanbinnen en vanbuiten, wikkelden het in een wit linnen laken en legden haar hoofd op een met aarde gevuld kussen, waarna de eenvoudige houten kist werd dichtgespijkerd. Psalm 91, het begrafenisgebed El Malee Rachaniem en de kaddisj voor de rouwenden werden voorgelezen. Er werden geen toespraken gehouden. Drie scheppen aarde werden op de kist gegooid terwijl de woorden uit Genesis klonken: ‘Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.’

Op de grafsteen staat, gebeiteld in het Hebreeuws, de verborgen naam: Chaya bat Pinkhas. Chaya, dochter van Pinkhas.

Men mag toch aannemen dat een orthodoxe lewaje de wens van Clarice Lispector is geweest. Na het lezen van de biografie had ik deze epiloog niet verwacht. Van synagogebezoek en van een orthodoxe leefwijze blijkt in haar volwassen jaren niets. Het roept vragen op die ik in deze column wil aanstippen. Daarvoor grijp ik vooral terug op De ontdekking van de wereld, haar meest autobiografische boek genoemd en het enige boek van haar hand dat ik al kon lezen. Om te beginnen een aantal opmerkingen over het schrijven.

Wat Clarice Lispector daarover in haar kronieken opneemt, kan niet beter worden samengevat dan in haar eigen woorden. Derhalve drie citaten uit De ontdekking van de wereld:

Schrijven is proberen te begrijpen, is proberen te reproduceren wat niet reproduceerbaar is, is tot de diepste kern gevoelens doorgronden die anders slechts vaag en verstikkend zouden blijven. En schrijven is ook een leven zegenen dat niet gezegend is.

Ik ben iemand geworden die op zoek is naar onze diepste gevoelens en woorden gebruikt die dat uitdrukken.
Dat is weinig, heel weinig.

Als ik schrijf heb ik bij wijze van spreken passieve waarnemingen, zo innerlijk dat ze op het moment dat ze worden gevoeld opgeschreven worden, bijna zonder iets wat proces wordt genoemd.

Nu lijken deze citaten mogelijk mysterieus. En zo zijn de teksten van Clarice Lispector ook vaak opgevat. Toch verbazen de verschillende teksten in de samenhang binnen De ontdekking van de wereld veel minder en weet zij de lezer mee te nemen in haar zoektocht ‘naar onze diepste gevoelens’.

Clarice Lispector is regelmatig vergeleken met Kafka. Dat wordt van schrijvers wel vaker gezegd en dan haal ik meestal mijn schouders op. Het zal wel, denk ik dan. Maar bij Clarice Lispector is de vergelijking met Kafka tot op zekere hoogte wel begrijpelijk. De intensiteit van het schrijven hebben zij met elkaar gemeen. En het diepe besef van schuld (‘ik ben de geboren schuldige’, schrijft ze) en toch ook, uiteindelijk, de troost van het schrijven.

Het gaat me echter vooral over een ander aspect dat Clarice Lispector met Kafka gemeen heeft. De Joodse journalist Alberto Dines, schrijft haar biograaf Moser, sprak een keer met haar over de Joodse motieven in haar werk. Clarice Lispector vroeg hem of ze opvielen. Dines: ‘Ik zei dat ze net als Kafka was, wiens literatuur erg Joods is hoewel hij nooit het judaïsme als zodanig benoemt. Die vergelijking beviel haar.’

Inderdaad. Wie begint met De ontdekking van de wereld en niet met de biografie van Benjamin Moser, ontgaat waarschijnlijk de Joodse connectie. Zo schrijft ze in één van haar kronieken dat ze is geboren in Oekraïne, in Tsjetsjelnik, een dorp ‘dat niet eens op de kaart staat, zo klein en onbeduidend is het’. ‘Ik heb’, voegt zij daaraan toe, ‘van de Portugese taal mijn innerlijk leven gemaakt, mijn meest intieme denken.’ In een andere kroniek vertelt Clarice Lispector dat ze nooit meer in haar geboorteland is geweest. Wel was ze een keer in Polen en daar wees ‘een uitgestrekt zwart woud me emotioneel de weg naar de Oekraïne. Ik voelde de roep. Rusland had mij ook. Maar ik hoor bij Brazilië.’ ‘Ik ben een immigrante die in nieuwe grond geworteld is,’ schrijft ze op een andere plaats in het boek. Een Russische immigrante in Brazilië, zal de argeloze lezer concluderen want de woorden Jodin of Joods komen in De ontdekking van de wereld niet voor.

Toch is er in dat boek nog een andere passage die Joodse oren mogelijk treft:

Het leven heeft me af en toe ergens bij laten horen, alsof het me wilde laten zien hoeveel ik mis door nergens bij te horen. En dan wist ik: ergens bij horen is leven. Ik ervoer het met de dorst van iemand die in de woestijn is en gulzig de laatste druppels water uit een veldfles drinkt. En daarna komt de dorst terug en loop ik echt door de woestijn.

Bij het lezen van de biografie van Benjamin Moser had ik zeker niet de indruk dat Clarice Lispector haar Joods-zijn heeft verloochend. Dat is niet aan de orde. Het is meer zo dat zij al te persoonlijke zaken niet heeft willen benoemen, niet om die te verbloemen maar omdat zij daarover niet expliciet kon schrijven. In het bijzonder geldt dat voor wat haar moeder tijdens de pogroms in Podolië was overkomen. Het heeft haar geboorte overschaduwd en haar in haar latere leven met een blijvend schuldgevoel opgezadeld.

Niettemin kan het zo zijn dat zij zonder daarnaar met zoveel woorden te verwijzen Joodse motieven in haar werk heeft gebruikt. In het gesprek met Alberto Dines erkent zij dat met zoveel woorden. Moser geeft in zijn biografie enkele voorbeelden en wijst in dit verband vooral op de mystieke kant van haar werk. Hij merkt op dat Clarice Lispector veel kabbalistische literatuur zou hebben gelezen maar voegt daaraan toe dat ‘die teksten nooit echt belangrijk’ voor haar waren en ‘eigenlijk keek ze erop neer’. Ik vermoed dat Moser er niet helemaal uitkomt en is blijven worstelen met de vraag naar de Joodse motieven in het werk van Clarice Lispector. Zijn beantwoording van die vraag blijft enigszins zweven:

Herbewerkt, vermomd, maar onloochenbaar aanwezig werpen de Joodse motieven in het oeuvre van Clarice Lispector de vraag op in hoeverre ze er bewust gebruik van heeft gemaakt. Ze was niet belijdend. Ze hield op met naar de synagoge te gaan na de dood van haar vader, toen ze twintig was, en anders dan de klassieke Joodse mystici vereerde ze de heilige teksten niet en leek ze er zelfs geen belangstelling voor te hebben.

Haar persoonlijke ervaring vormde een microkosmos binnen het grote historische bewustzijn van de Joden. Vervolging en ballingschap – en de vertwijfeling plus het verlangen naar redding die ermee gepaard gingen – gaven haar een psychologische gesteldheid vergelijkbaar met die van de Joden uit alle eeuwen. Toen deze ervaringen werden gecombineerd met een expressief genie vertoonden de vruchten ervan uiteraard zekere gelijkenissen met het werk van haar voorgangers.

De Joodse motieven in het oeuvre van Clarice Lispector. Volgens Benjamin Moser zijn deze ‘onloochenbaar’ aanwezig. Het brengt me tot twee opmerkingen. Het wordt hoog tijd dat ook andere boeken van Clarice Lispector (opnieuw) in Nederlandse vertaling worden gepubliceerd. En misschien kan Benjamin Moser, die in Nederland woont, voor Crescas een lezing geven over de Joodse kant van Clarice Lispector en de Joodse motieven in haar werk. Verrast en geboeid door de biografie en door De ontdekking van de wereld kijk ik daarnaar uit.


Benjamin Moser (Wikipedia)

Delen |

Reacties

Benjamin Moser

dinsdag 11 oktober 2016
Heel graag spreek ik met Creacas over Clarice ! Bedankt voor de belangstelling. BM

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon