sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 12 maart 2010

‘Voor Paul Celan heeft ieder gedicht met waarheid te doen’, schrijft Barbara Wiedemann in haar essay Claire Golls Angriffe auf Paul Celan. Als de ontkenning daarvan samenvalt met wat hij als antisemitisme ervaart, valt voor Celan de bodem onder zijn gedichten weg. Zo moet ook de reactie van Celan op de recensie van Blöcker van 11 oktober 1959 worden begrepen. Al op 21 oktober 1959 schreef Celan het gedicht Wolfsboon, gericht aan zijn vermoordde moeder, met de regels: Gisteren / kwam een van hen en / doodde jou / andermaal in / mijn gedicht. Deze aangrijpende en verhelderende tekst die Celan tijdens zijn leven niet in een bundel heeft opgenomen, verwoordt hetzelfde als de brief van 12 november 1959 die ik in mijn eerste column over de briefwisseling Bachmann-Celan citeerde: Wie over de Todesfuge datgene schrijft wat deze Blöcker heeft geschreven, die schendt de graven.

Celan stuurde de recensie van Blöcker aan zijn vrienden, dus ook aan Bachmann, op 17 oktober 1959 (in mijn ellende) en aan Max Frisch, op 23 oktober 1959 (Hitlerei, Hitlerei, Hitlerei). Bachmann woonde toen samen met Max Frisch. Max Frisch antwoordde op 6 november 1959. In de briefwisseling Bachmann-Celan is ook de brief van Max Frisch opgenomen, samen met een eerder ontwerp van die brief die niet is verstuurd. Max Frisch heeft het duidelijk moeilijk met een antwoord aan Celan. Hij probeert om Celan te ontzien (uw persoonlijke probleem, waarover het mij niet toekomt te spreken) en tegelijk zijn eigen standpunt onder woorden te brengen. Dat leidt tot de nodige omtrekkende bewegingen. Naar de kern genomen maakt Frisch onderscheid tussen literaire kritiek en wat hij noemt symptomen van politieke aard. Hij schrijft aan Celan: Als u van een kritiek, zoals die van Blöcker, een politiek fenomeen maakt, dan klopt dat voor een deel, geloof ik, maar voor een ander deel niet, en het ene probleem vervalst het andere. Voor Celan is dat een antwoord dat op volledig onbegrip wijst.

Bachmann antwoordt niet direct op de brief van Celan van 17 oktober 1959 en al op 21 oktober 1959 dicht Celan in Wolfsboon: Moeder, ik heb / brieven geschreven. / Moeder, er kwam geen antwoord. Bachmann reageert pas op 9 november 1959. Zij gaat niet rechtstreeks op de recensie van Blöcker in en wil het liefst persoonlijk contact: Konden we elkaar maar zien! Daarop volgt dan de brief van Celan van 12 november 1959. In die brief vraagt Celan aan Bachmann hem niet meer te schrijven maar al enkele dagen later komt Celan daar op terug: Maar je moet me begrijpen: mijn noodkreet – je hoort hem niet (...). En Max Frisch, die dit ‘geval’ – dat een schreeuw is! – tot iets literair interessants maakt ...

Hierna stokt de briefwisseling. De contacten worden niet geheel verbroken, Bachmann en Celan zien elkaar in 1960 nog enkele keren en er worden ook nog enkele brieven gewisseld, maar veelvuldig en diepgaand is de correspondentie dan niet meer. Wel is er nog een lange, niet verstuurde brief van Bachmann van september/oktober 1961. In die periode is het zo onterechte en infame plagiaatverwijt van Claire Goll weer in alle hevigheid naar buiten gekomen en in de pers uitvergroot. Bachmann en ook anderen hebben zich in die affaire zeer voor Celan ingespannen. In de niet verstuurde brief schrijft Bachmann:

Ik geloof werkelijk dat het grootste ongeluk in jezelf schuilt. Het ellendige dat van buiten komt – en je hoeft niet te verzekeren dat het waar is, want ik weet het immers voor een groot deel – is weliswaar vergiftigend, maar het is te doorstaan, het moet te doorstaan zijn. Het kan nu alleen van jou afhangen het op de juiste wijze tegemoet te treden, je ziet toch dat alle weerwoorden, elk voor-jou-opkomen, hoe juist het ook geweest mag zijn, je ongeluk niet verminderd heeft (...). Je verliest ook vrienden, omdat de mensen voelen dat ze er minder toe doen, dat ook hun tegenspreken er niet toe doet als dat hun nodig lijkt.

Het is de soort brief die men schrijft maar niet verstuurt als men veel om iemand geeft. De grote betekenis van Celan voor Bachmann kan moeilijk overschat worden. Maar doordat ik benadruk dat de recensie van Blöcker en het plagiaatverwijt van Goll de kern van het dichten en van het bestaan van Celan aantasten, kan het lijken dat Bachmann dit misschien niet voldoende heeft aangevoeld en meer voor hem had kunnen doen. Dat denk ik echter niet.

Die constatering van machteloosheid bij zijn vrienden betekent nog niet dat Celan alleen maar overgevoelig was, zoals sommige critici hebben gemeend. Terecht schrijft Barbara Wiedemann in haar essay: Man sollte sich hüten, Paul Celans Einordnung der Affäre in einen antisemitischen Zusammenhang vorschnell als eine seiner Überempfindlichkeiten abzutun. Het artikel van Claire Goll dat aan het begin stond van de in 1960 weer opgelaaide plagiaatdiscussie, staat vol zinswendingen die moeilijk anders dan als antisemitisch kunnen worden begrepen. Neem deze: Seine traurige Legende, die er so tragisch zu schildern wusste (...): die Eltern von den Nazis getötet, heimatlos, ein grosser, unverstandener Dichter, wie er unaufhörlich wiederholte. Doordat Claire Goll spreekt over een ‘legende’, merkt Wiedemann op, wordt der Dichtung Celans die Erlebnisgrundlage genommen. Der damit verbundene Identitätsverlust entziegt Celan den Boden unter den Füssen.

Zou men eigenlijk Joods moeten zijn om Celan volledig te kunnen aanvoelen? Daarop heeft Celan zelf het antwoord gegeven toen aan de orde was of hij zich niet ook juridisch tegen het verwijt van plagiaat zou moeten verweren. Zover is het om verschillende redenen niet gekomen. Maar Celan heeft toen even gezocht naar een in auteursrecht gespecialiseerd advocaat die hij zou kunnen vertrouwen. Es muss nicht unbedingt ein Jude sein, schreef Celan aan één van zijn verwanten, ein aufrechter Mensch - jeder aufrechte Mensch ist mir wilkommen. Wenn es aber ein Jude ist, so müsste es einer sein, der das Jüdische als das empfindet, was es ist: als eine Gestalt des Menschlichen.

(Het essay van Barbara Wiedemann, waaruit ik uitvoerig heb geput, staat in haar boek Paul Celan, Die Goll-Affäre, Dokumente zu einer ‘Infamie’, Suhrkamp, 2000.)

Delen |

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon