sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Leo Frijda

Van 2009 tot en met 2016 schreef Leo Frijda literaire columns voor Crescas. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books een deel van zijn columns onder de titel ''Het jodendom laat je niet los''. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 ''Op het balkon van de elektrische tram'', een verzameling door hem geschreven opstellen over en rondom Franz Kafka.

vrijdag 4 mei 2012

Auschwitz is het symbool van de sjoa, schreef ik vorige week, maar daardoor kan uit het zicht raken dat in het midden en oosten van Europa veel Joden ook buiten de bekende concentratiekampen zijn omgekomen. Ongeveer 90.000 Joden zijn in 1941 uit de Boekovina naar Transnistrië en de werkkampen aan de andere kant van de Bug gedeporteerd. Lastig te achterhalen valt hoeveel van hen het leven hebben gelaten, vermoord of door honger, ziekte en uitputting omgekomen. Het zijn er, zo staat vast, in ieder geval tienduizenden geweest.

Edgar Hilsenrath en zijn familie zijn 14 oktober 1941 naar Mogilev-Podolski gedeporteerd waar ze na een dagenlange treinreis aankwamen. Op de kaart bij de vorige column is die kleine stad te vinden aan de oevers van de rivier de Dnjestr, Nistru in het Roemeens, vandaar Transnistrië. Er zijn foto’s in omloop, afkomstig van het Bundesarchiv, waarop te zien is hoe de Duitsers, die juni 1941 Rusland binnenvielen, de plaatselijke Joden dwangarbeid lieten verrichten.


Mogilev-Podolski juli 1941
Bron: Deutsches Bundesarchiv, foto: Rudolf Kessler, juli 1941

Van de Joden van Mogilev-Podolski waren velen al omgekomen toen de met de Duitsers verbonden Roemenen daar oktober 1941 een getto inrichtten. Samen met 50.000 andere gevangenen, niet alleen uit de Boekovina, hebben Hilsenrath en zijn familie tot de bevrijding door de Russen, eind maart 1944, in het getto van Mogilev-Podolski gewoond. Gewoond is niet zo’n goed woord. De huizen van Mogilev-Podolski waren na de Duitse invasie voor een belangrijk gedeelte verwoest. Hilsenrath en zijn familie hadden het geluk goede contacten te hebben en met anderen een schoolgebouw te kunnen betrekken. Zij overleefden het, 40.000 anderen niet.

Hilsenrath heeft over zijn persoonlijke ervaringen in Mogilev-Podolski maar weinig losgelaten. Een korte beschrijving staat in Die Abenteuer des Ruben Jablonski:

Inzwischen waren Zehntausende von Deportierten nach Moghilev-Podolsk gekommen. Die meisten übernachteten in den Ruinenfeldern, viele blieben auf der Strasse. Es war Ende Oktober, und der russische Winter mit seiner grimmigen Kälte hatte schon eingesetzt. Im Dezember lagen schon Erfrorene auf der Strasse. Es wurde immer schlimmer. Die Leichenträger hatten Mühe, die Berge von Leichen wegzuschaffen. Ende Dezember brach eine Typhusepidemie aus. Wer nicht an Typhus starb, den raffte der Hunger und die Kälte weg. Das grosse Massensterben begann.

De formulering, Hilsenrath heeft over zijn persoonlijke ervaringen in Mogilev-Podolski maar weinig losgelaten, een citaat uit de biografie van Helmut Braun, is juist maar tegelijk ook weer niet. In zijn boek Fuck America staat het volgende gesprek:

‘Sie schreiben ein Buch?’
‘Ich schreibe ein Buch.’
‘Über das Leben in diesem Ghetto?’
‘Über das Leben in diesem Ghetto.’
‘Über das grosse Sterben?’
‘Über das grosse Sterben.’
‘Über die Verzweiflung?’
‘Über die Verzweiflung.’
‘Schreiben Sie auch über die Hoffnung?’
‘Ich schreibe auch über die Hoffnung.’
‘Sonst nichts?’
‘Sons nichts ... ausser über die Einsamkeit, die jeder von uns mit sich herumträgt. Auch ich.’
‘Sie schreiben alles auf, was Sie verdrängt haben?’
‘Ich schreibe alles auf, was ich verdrängt habe.’
‘Müssen Sie schreiben?’
‘Ich muss schreiben.’
‘Ist das sehr wichtig?’
‘Es ist sehr wichtig.’
‘Sie wollen mir also nicht erzählen, was Sie während des Krieges in diesem Ghetto erlebt haben?’
‘Ich erzähle das nur meinem Buch.’
‘Nur Ihrem Buch?’
‘Nur meinem Buch.’

In bijna gelijke bewoordingen schrijft Hilsenrath later: wie das grosse Sterben aussieht und wie man in solch einem Ghetto überlebt, das habe ich in meinem Roman ‘Nacht’ beschrieben, ohne Beschönigung, so wie es wirklich war. Hilsenrath heeft lang aan zijn boek gewerkt, tot maart 1954, negen jaar. Het viel hem zwaar een boek te schrijven over het getto van Mogilev-Podolski, so wie es wirklich war. Manfred Hilsenrath bevestigt in zijn herinneringen dat het boek van zijn broer een waarheidsgetrouw beeld geeft van het gettobestaan. Al is het geen ooggetuigenverslag maar een roman. Uit Die Abenteuer des Ruben Jablonski:

‘Ich will keinen Augenzeugenbericht schreiben’, sagte ich, ‘sondern einen Roman.’
‘Über das Ghetto kann man keinen Roman schreiben’, sagte sie.
‘Doch, das kann man’, sagte ich.

Hilsenrath heeft als schrijver geen compromissen willen sluiten. Daardoor heeft zijn roman over het getto van Mogilev-Podolski ook weerstand opgeroepen. Zijn beschrijving van het gettoleven is rauw. Moreel hoogstaande keuzes konden de bewoners van het getto zich niet altijd permitteren. De in het getto opgesloten Joden zijn niet allemaal lieverdjes. Bepaald niet. Het zijn wel allemaal slachtoffers. Dat de Joden in het getto moesten zien te overleven, is de Duitsers en de met hen optrekkende Roemenen toe te rekenen. Juist dezer dagen is het belangrijk aan de scheidslijn tussen daders en slachtoffers vast te houden.

In 2008 is bij Uitgeverij IJzer een Nederlandse vertaling van Nacht verschenen met een nawoord van Arnon Grunberg. De roman is geschreven vanuit de beleving van de gettobewoners. Grunberg merkt daarover op: ‘het wordt niet met zoveel woorden gezegd, maar waarschijnlijk Joden’ en dat begrijp ik niet. Al op de eerste bladzij van Nacht ‘frunnikte’ de hoofdpersoon, Ranek - hij is op zoek naar een slaapplaats - ‘een poosje nerveus aan zijn jas, daar waar de vuilgele jodenster zat; die was wat los gaan zitten en hij duwde hem weer vast.’ Om nog een voorbeeld te geven: als Ranek een keer aardappels te eten heeft, fluit hij tevreden voor zich uit. ‘Een oud Joods liedje, waar hij de woorden van was vergeten.’ Passages genoeg waaruit blijkt dat het Joden zijn die in het getto zijn opgesloten.

Geschreven vanuit de beleving van de in het getto opgesloten Joden, speelt de buitenwereld in Nacht nauwelijks een rol. Met de buitenwereld hebben de gettobewoners vrijwel geen contact. Vluchten is ook ‘absurd’, er is geen andere mogelijkheid dan wachten tot de oorlog voorbij is. Niet de buitenwereld maar die Tote bilden die permanente Kulisse des Ghetto-Geschehens, schrijft Klaus Werner. Overleven is het onderwerp van de roman. Voor overleven heb je een slaapplaats nodig en eten en dat is allebei schaars, zeer schaars. Het zoeken naar een slaapplaats en naar eten bepaalt het dagelijkse leven. Ranek heeft een plek gevonden in het nachtasiel. Wie de roman heeft gelezen, kan het nachtasiel niet meer vergeten. Zo is er een slaapplaats onder het fornuis en in een nis onderaan de trap waar degenen die aan vlektyfus lijden worden neergelegd om te sterven.

‘Waarom liggen er zoveel doden op straat?’
‘Dat zijn vooral vlektyfusgevallen.’
‘Maar ook verhongerden?’
‘Ja, die ook.’

Om de kleding van de doden wordt gevochten want die kan worden geruild, bijvoorbeeld in de bazaar aan het begin van de Puschkinskaja. ‘Hier werd gehandeld in oude kleren, voetlappen en schoenen, potten en braadpannen, in vergeelde trouwringen en in de gouden tanden van doden.’ ‘Op een of andere manier lukte het altijd’, denkt Ranek, ‘een oplossing te vinden om uit de zwarte, doodlopende straat van de hopeloosheid te geraken’.

Ranek gaat erg ver om te overleven. Hij steelt zelfs eten van een kind. ‘Ja’, zegt hij in de roman, ‘Ik heb van alles op mijn kerfstok. Maar ik heb nog niemand omgebracht.’ Ranek is een overlever totdat de vlektyfus ook hem inhaalt, net als eerder zijn broer Fred.

Tot slot wil ik eerst nog een gesprek aanhalen uit de roman Fuck America:

‘Hatten Sie Hoffnungen?’
‘Manchmal’, sage ich. ‘In der Nacht der Verzweiflung gab es manchmal noch Momente der Hoffnung.’
‘Hat Sie der Hoffnung am Leben erhalten?’
‘Die Hoffnung hat mir am Leben erhalten.’

Ook in de roman Nacht is er hoop. Op schaarse momenten, maar toch. Zo is er een jongen die een kind, zijn kleine zusje, beschermt en nooit in de steek laat. Die jongen ziet Ranek samen met Debora, de vrouw van zijn overleden broer. ‘Het lijkt erop dat die twee daar beneden echt bij elkaar horen’, zei de jongen, ‘zoals wij tweeën. Zij hebben namelijk ook niemand meer.’ ‘Niemand meer?’ vroeg het kind. ‘Zij zijn ook de laatsten’, zei de jongen.

Debora heeft de hoop nooit opgegeven en komt na de dood van Ranek in gesprek met een oude vrouw, die haar zegt: ‘geluk bestaat ook hier bij ons. Er bestaat nog het geluk van de verkleumden die een warme deken vinden, het geluk van de hongerigen die brood vinden. En het geluk van de eenzamen die liefde vinden.’ Die zinnen, ze verbinden 4 en 5 mei, staan op één van de laatste bladzijden van de roman.

Verliebt in die deutsche Sprache, die Odyssee des Edgar Hilsenrath, is een in 2005 door Helmut Braun uitgegeven boek ter gelegenheid van een tentoonstelling in de Akademie der Künste in Berlijn. Met veel fotomateriaal. Over die Odyssee des Edgar Hilsenrath volgende keer.

Delen |

Reacties

Marianne van Waterschoot

vrijdag 4 mei 2012
Dank voor deze mooie recensie. Ik heb deze dagen de trilogie Nacht-Dageraad-Dag van Elie Wiesel herlezen. De impact is, nu vele jaren later dan de vorige lees\'toer\' - weer groter. Ook ik heb mijn levenservaringen, goed en naar, zien cumuleren met het ouder worden. Maar, deze ervaringen, raken aan het diepste binnenste van mensen. Dan past enkel zwijgen en buigen.

Uw reactie:

vul de beveiligings-code in
jan 2017Een laatste column
okt 2016Kafka’s dierentuin
okt 2016De verbanning van de dood
sep 2016De kleine marktplaats Sadagora
sep 2016Irmgard Keun
aug 2016Brody
jul 2016Clarice Lispector
jun 2016Vuurontstekers
mei 2016Itzik Manger uit Czernowitz
apr 2016Tel me bij de amandelen
apr 2016Stadt der Dichter
apr 2016Tsjernivtsi
mrt 2016Langs de zuidelijke Boeg
mrt 2016In de schaduw van een boom
feb 2016Lin Jaldati
feb 2016Winternabijheid
jan 2016Bleib gesund!
dec 20152015
dec 2015Ruiter in de wolken
nov 2015Hommage aan Andreas Burnier
sep 2015'Jij schrijdt in trotse vrijheid'
sep 2015Een handvol sneeuw
aug 2015Schaduwen van het verleden
aug 2015Onze geschiedenis
jul 2015Damals im Romanischen Café
jul 2015Café Grössenwahn, Königin aller Cafés
jun 2015Kurt Löb
mei 2015Van hagedissen en ratten
mei 2015De benoemer en de verzwijger
apr 2015Aghed
feb 2015Asperges en gevulde eieren
jan 2015Op het spoor van Patrick Modiano
jan 2015Terugblik
nov 2014Mooie series
nov 2014Met een boek naar het museum
aug 2014Appie Drielsma (1937-2014)
jul 2014Opzij geschoven en gezwegen
jul 2014Exilliteratuur
jun 2014Kurt Lehmann of ook Konrad Merz
mei 2014Hommage
mei 2014Joseph Roth (1894-1939)
mei 2014Kafka en de Joden uit Galicië
mei 2014Schrijf dat op, Kisch!
apr 2014Kafka augustus 1914
feb 2014Heine, een voorproefje
jan 2014Kafka's raam
jan 2014Arnold Zweig en Hermann Struck
jan 2014Arnold Zweig
dec 2013Mijn lijstje 2013
dec 2013Nogmaals Jacob Israel de Haan
nov 2013Austerlitz
nov 2013W.G. Sebald
okt 2013Freud, Kafka en Wenen
sep 2013Marcel Reich-Ranicki (1920-2013)
sep 2013De beslissing
aug 2013Dan Pagis
aug 2013jewsandwords
aug 2013Voor de wet
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (2)
jun 2013De groeten van meneer Onhandig (1)
mei 2013Klassenfoto met Walter Benjamin
mei 2013Amsterdam
apr 2013Treinreis naar Czernowitz
apr 2013Het Odessa van Jabotinsky
mrt 20131913
feb 2013Selma Meerbaum-Eisinger
feb 2013Van majestueuze katten en onmuzikale schrijvers
jan 2013Ravensbrück
jan 2013Milena Jesenská
dec 2012Mijn lijstje 2012
dec 2012Varia
nov 2012Schiller in Barnow
nov 2012De gedaanteverwisseling
nov 2012Joseph Schmidt
okt 2012Rondom Kafka (2)
okt 2012Appelfeld en Kafka
okt 2012Appelfeld en de taal
sep 2012Met Kafka naar de synagoge
sep 2012Rondom Kafka
aug 2012Vriendschap
jul 2012Kalman Polgar
jul 2012Een knipoog naar Max Brod
jun 2012Steinbarg en Manger
jun 2012Josef Burg
jun 2012Klara Blum
mei 2012Mythos Czernowitz
mei 2012De odyssee van Edgar Hilsenrath
mei 2012Nacht in Mogilev-Podolski
apr 2012Sereth
apr 2012Eichmann in Wenen
apr 2012Anna Seghers ontmoet Franz Kafka
mrt 2012Anna Seghers
mrt 2012Netty Reiling
mrt 2012Fallada past zich aan
feb 2012Nico Rost en Hans Fallada
feb 2012Karel van het Reve
feb 2012Kafka, Brenner en Feuchtwanger
jan 2012Holocaust Memorial Day
jan 2012De heerlijkheid van het leven
jan 2012Wassermann, Roth en Nederland
dec 2011De Hoge Raad buigt mee
dec 2011Isaak Babel
dec 2011Gerron
nov 2011Aharon Barak
nov 2011Abraham Mapu
nov 2011Naar Kaunas
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (2)
okt 2011Briefwisseling Roth en Zweig (1)
okt 2011Rabbi Nachman en Kafka (2)
sep 2011Rabbi Nachman en Kafka (1)
sep 2011Czernowitz 1907
jul 2011Kafka in Berlijn
jul 2011Met Joseph Roth naar Berlijn
jul 2011Joseph Roth in Amsterdam
jun 2011Ik teken het gezicht van de tijd
jun 2011Het Joodse geheugen
jun 2011De memoires van Claude Lanzmann
apr 2011Heinrich Heine in Jeruzalem
apr 2011Jiri Weil houdt van katten
apr 2011Jiri Weil, getuige
apr 2011Laurent Binet, HhhH
mrt 2011Dan Porat, The Boy
mrt 2011De geheugenhut
mrt 2011The Search Committee
mrt 2011De Finklerkwestie
feb 2011Stefan Zweig, Joods schrijver
feb 2011Stefan Zweig, verdreven Europeaan
feb 2011Kisch, der rasende Reporter
jan 2011Verkeerde grootouders
jan 2011Ilse Aichinger en Kafka
jan 2011Perec, een leeservaring
jan 2011Van Kafka naar Perec
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (2)
dec 2010Kafka, Weltsch en het zionisme (1)
dec 2010Franz Kafka en Mania Tschissik
nov 2010Franz Kafka en Jizchak Löwy
nov 2010Erich Fried
nov 2010Harry Mulisch is zelf een mens
nov 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (2)
okt 2010Hannah Arendt en Gershom Scholem (1)
okt 2010Alexander Granach: ‘Da geht ein Mensch’
okt 2010Karl Emil Franzos: ‘Der Pojaz’
okt 2010Karl Emil Franzos: Zweigeist
sep 2010Hans Keilson
sep 2010Een intelligent hart
sep 2010Ernst Toller
sep 2010Jakob Wassermann: gebroken moralist
aug 2010Jakob Wassermann: Duitser en Jood
aug 2010Byron en de Joden
jul 2010Rathenau, ein begeisterter Deutscher, ein aufrechter Jude
jul 2010Walther Rathenau: Höre, Israel!
jun 2010Multatuli en de Joden
jun 2010Multatuli en W.A. Paap
jun 2010Herman de Man: Jood onder de boeren
mei 2010Herman de Man: ik ben een Jood
mei 2010Carry van Bruggen: een moedige Jodin
mei 2010Carry van Bruggen: De verlatene
apr 2010Carry van Bruggen: Seideravond
apr 2010Izak de Haan
apr 2010Carry van Bruggen
apr 2010Franz Baermann Steiner: Gebet im Garten
mrt 2010Franz Baermann Steiner: Praag, Jeruzalem, Oxford
mrt 2010Assaf Gavron
mrt 2010Celan en Bachmann (2)
mrt 2010Celan en Bachmann (1)
feb 2010Georg Hermann, een beschaafde Duitse Jood
feb 2010Heinz Liepmann bestraft
feb 2010Tussen orthodoxie en assimilatie
jan 2010Soma Morgenstern in de vergeethoek
jan 2010Hooligan in Roemenië
jan 2010Nogmaals Feuchtwanger
jan 2010Het succes van Feuchtwanger
dec 2009Paul Hellmann, medeaanklager
dec 2009Lezen over Auschwitz
nov 2009Ernst Weiss
nov 2009Bruno Schulz
nov 2009De zwarte zwaan van Israël
okt 2009Kafka en Else Lasker-Schüler
okt 2009Rahel Varnhagen
okt 2009Jacob Israël de Haan
okt 2009Noem het slaap
okt 2009Ongemakkelijk
sep 2009Bernard Malamud
sep 2009Leo Perutz
sep 2009De kant van Jeanne Weil
sep 2009De familie Pringsheim
aug 2009Simone Veil
aug 2009Grete Weil
jun 2009Heinrich Heine
jun 2009Ferrara
mei 2009Imre Kertész
mei 2009Aharon Appelfeld
mei 2009Joseph Roth (2)
apr 2009Joseph Roth (1)
apr 2009Zoektochten
mrt 2009Tegen het vergeten
mrt 2009Jeruzalem stond om ons heen
mrt 2009Berditsjev
mrt 2009Engführung
feb 2009Het lezen van Celan
feb 2009Moederland woord
feb 2009Abraham Sonne
feb 2009Canetti en het jodendom
jan 2009Dora Diamant
jan 2009Kafka en het zionisme
jan 2009Canon