Het is Bibi én Tibi

Harry Polak

vrijdag 9 juli 2021

Inmiddels bestaat Israël ruim 73 jaar. Het land heeft zichzelf ruimschoots tegen de stroom in bewezen. In veel opzichten doet het land het goed. Toch vind ik het nog steeds een godswonder dat er überhaupt een Joodse staat is herrezen na ongeveer tweeduizend jaar diaspora. De zionistische beweging heeft flink moeten strijden voordat het gros van de Joden ervan overtuigd raakte dat terugkeer naar de geboortegrond van het Joodse volk en het jodendom uiteindelijk de beste garantie is voor het behoud van het jodendom in etnische, culturele en religieuze zin.

Zeker, Joods zijn, daarvoor hoef je niet in Israël te wonen, Joods zijn kan je overal. Nou ja, niet echt overal, wel op veel plaatsen in de wereld. Niettemin ligt in de diaspora de assimilatie veel meer op de loer en als dat iemands bewuste keus is, het zij zo, al is het niet de mijne. Antisemitisme kan het loslaten van het jodendom zowel bevorderen als – juist andersom – meer Joods bewustzijn bewerkstelligen. Antisemieten zijn er goed in om Joden die al bijna zijn vergeten dat ze Joods zijn eraan te herinneren dat je daaraan niet kunt ontsnappen, als het tenminste aan hen, de Jodenhaters, ligt.

Israël is niet dankzij, doch óndanks de volkerenmoord in de Tweede Wereldoorlog van de grond gekomen, aldus Awraham Burg. De helft van de Joden in Europa was uitgemoord en vóór die grote ramp hadden de Engelsen erg hun best gedaan om te voorkomen dat Asjkenazische Joden naar het mandaatgebied Palestina konden ontkomen. Je mag het een geluk bij een ongeluk noemen dat de Arabische staten de Joodse staat een handje hebben geholpen bij het vullen van de leemte die de omgebrachte Europese Joden achterlieten. Joden uit de Arabische landen en ook Iran werden weggepest als wraak voor het uitroepen van een Joodse staat in 1948 en velen van hen trokken naar de nieuwe Joodse staat. Er wonen nog amper Joden in de Arabische landen en dat zegt genoeg.

De eerste Joden in Israël moesten een strijd op twee fronten voeren: intern om andere Joden in de diaspora te bewegen naar Israël te komen en extern om het hoofd te bieden aan de vijandigheid van Arabische zijde en later van de moslimwereld in het algemeen. Vlak daarbij de animositeit van de christelijke Palestijnen en Arabieren elders overigens niet uit.

Joden vormen een (bont) volk met een geringe omvang vergeleken met de Arabieren als diverse natie. Ook in dat opzicht is het verwonderlijk dat het handjevol Joden erin is geslaagd een eigen staat op te bouwen tegen de demografische verdrukking vanuit de omgeving in.

De relatie van de Joodse meerderheid en Israël als Joodse staat met de eigen inwoners van Arabische komaf is op zijn minst ingewikkeld te noemen. Aanvankelijk werden zij onder een soort militair bewind geplaatst, maar al vrij spoedig werden zij staatsburgers met in beginsel dezelfde burgerlijke rechten en plichten als andere, met name natuurlijk de Joodse Israëli’s. De geluiden dat sprake is van discriminatie, racisme of zelfs apartheid binnen de landsgrenzen van Israël zijn echter niet van de lucht. Degenen die dat roepen, hebben in de regel geen enkel oog voor de sterke gronden die er zijn voor de heroprichting van een Joodse staat in het gebied waar Joden en jodendom zijn ontstaan en waar door de eeuwen heen altijd Joden hebben gewoond, in plaatsen als Jeruzalem, Hebron, Tsfat en Tiberias. De strijd tussen Arabieren en Joden in het Engelse mandaatgebied was in wezen een burgeroorlog met als beste remedie een eigen staat voor Joden en Arabieren. Daarvan raakte iedereen overtuigd die zich enigszins in de materie verdiepte en de Joodse geschiedenis niet ontkent.

Palestijnen zijn echter – hebben ze niks beters te doen? – nog steeds druk doende om de Joodse staat te ondergraven: militair (Hamas met op de achtergrond Iran dat ook Hezbollah volop steunt) en diplomatiek. Ook de Arabische partijen in de Knesset zullen naar mijn idee geen traan laten als de Joodse staat wordt vervangen door een binationale staat of een volledig Palestijnse staat met desnoods een Joodse minderheid – als die mag blijven.

Netanjahoe, die nu in de oppositie zit, vertrouwt hen voor geen meter. Daarom hanteerde hij bij de recente verkiezingen als slagzin: het is Bibi óf Tibi. Daarbij zinspelend op het feit dat zijn politieke tegenstanders Arabische Knessetleden nodig zouden hebben om aan een meerderheid te komen.

Het is na vier verkiezingen gelukt Bibi uit het premierschap te stoten, zij het dat het om een hele wankele constructie gaat. Een deel van de Arabische politici onder leiding van Mansour Abbas en zijn streng islamitische Ra’ampartij maakte zich los van de Arabische Eenheidslijst en maakte gemene zaak met andere, in hoofdzaak Joodse politici van allerlei pluimage. Weer een godswonder.

De eerste moties van wantrouwen heeft de wankele coalitie overleefd. En nu was er opnieuw een belangrijke testcase, namelijk de Wet op het Burgerschap (Citizenship Law, zie onder). Het zeer linkse deel (Merets) en de Arabische fractie (Ra’am dus) van de coalitie hadden het zeer moeilijk met die discutabele wet en daarom werd er een moeizaam compromis gevonden, waardoor zij toch binnenboord werden gehouden. Niettemin staakten de stemmen, dat wil zeggen 59-59, waardoor de wet niet is aangenomen.


Arabische Knessetleden tonen zich verheugd na de stemming over de Burgerschapswet

Bibi stemde net als zijn rechtsere partners en de charediem tegen de wet, terwijl zij inhoudelijk voor die wet of een nog strengere en nog meer discutabele variant zijn. Zij deden daarmee exact hetzelfde als de Arabische Eenheidslijst onder leiding van Ayman Odeh. Het is dus niet Bibi óf Tibi, het is Bibi én Tibi (een spraakmakend lid van de Arabische Eenheidslijst).


De Wet op het Burgerschap
Iedere staatsburger die een huwelijkspartner uit het buitenland haalt, heeft recht op gezinshereniging. Zowel in Israël als in Nederland is dat in de wet verankerd. In Nederland worden er aan importbruiden eisen gesteld op het gebied van eigen levensonderhoud en inburgering. In Israël zijn er vanaf 2003 andersoortige eisen gesteld. Toen vonden er veel aanslagen in Israël plaats en er werd gevreesd dat er langs die weg terroristen zouden kunnen binnenkomen, wat ook gebeurde volgens de Shin Beth, de Israëlische BVD. Ook werd ontdekt dat er langs die weg wel erg veel Palestijnen uit Gaza en van de Westelijke Jordaanoever Israël binnenkwamen (een soort verkapt ‘recht op terugkeer’ via gezinshereniging), en als het zo zou doorgaan, zouden er binnen een tiental jaren een paar honderdduizend Arabieren bij kunnen komen.
Vanaf 2003 wordt er daarom jaarlijks een tijdelijke wet aangenomen waardoor het niet zonder meer mogelijk is dat Palestijnen uit Gaza en van de Westoever (en andere vijandige gebieden) zich bij hun huwelijkspartner in Israël kunnen vestigen, laat staan het Israëlisch staatsburgerschap kunnen verwerven. Het kan wel bij bijzondere familieomstandigheden via tijdelijke visa. Nu in 2021 de wet niet is aangenomen, kunnen zeker tienduizenden Palestijnse huwelijkspartners een beroep doen op gezinshereniging. De Palestijnen in kwestie willen altijd naar Israël. Andersom, dus dat een Arabisch-Israëlisch staatsburger naar Gaza of door de Palestijnse Autoriteit geregeerd gebied vertrekt, komt nauwelijks voor. De wet geldt eveneens voor een Joodse Israëli die een Palestijnse huwelijkspartner wil binnenhalen, al komt dat niet of zelden voor. Het gaat niet om racisme, maar om iets anders.

7 + 1 = ?

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.