Dialoog

Harry Polak

vrijdag 13 april 2018

Eén van de dingen die ik heb moeten loslaten na onze alija is mijn betrokkenheid bij interreligieuze en interculturele dialoog (zie onder). In Nederland heb ik me samen met anderen meer dan tien jaar met wisselend succes ingezet om contacten te leggen en onderhouden met andere religieuze en culturele gemeenschappen in Amsterdam en ook daarbuiten. Mijn uitvalsbasis was de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en later deed ik het ook namens het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom.

Het was een soort mitswa. Ik hield me ermee bezig omdat ik er de noodzaak en het belang van inzag. In het begin ging het met veel plezier, meer dan aan het eind, moet ik bekennen. Niet dat het bij de start altijd even makkelijk was – dat is het eigenlijk nooit echt geweest – maar het gaf aanvankelijk hoop op betere relaties en meer onderling begrip. Later verdween die hoop steeds meer en werd het dialoogwerk een herhaling van bijna rituele zetten. Het werd méér van hetzelfde in plaats van iets waar je verder mee kwam. Alsof je met een auto niet vanuit je eerste of tweede versnelling naar een hogere kunt schakelen en in rondjes blijft rijden. Ik wilde meer; het zat er gewoon niet in.

In Israël had ik best een frisse start willen maken met dialoog, doch dat lukt niet vanwege mijn gebrekkige kennis van het Hebreeuws. Er is hier meer dan genoeg te doen op dat vlak. Dat had ik al gezien voordat we hier gingen wonen. Hier is de urgentie eigenlijk veel groter. Circa twintig procent van de Israëlische staatsburgers is niet Joods en daarmee is vreedzaam samenwonen én integratie een belangrijke zaak in dit, ondanks het 70-jarig bestaan, kersverse land met al zijn diverse inwoners. Toen we vanuit Nederland vertrokken, zei iemand mij dat ik gelukkig naar een land ging met minder islam en moslims dan Nederland. Klinkklare onzin, want hier is het aantal moslims beduidend groter.

In Israël gaat het niet zoals in Nederland om meer of minder islam. Dat is nauwelijks een issue. Erkenning van Israël als Joodse staat met Hebreeuws als voornaamste voertaal is wel een fors ding als het gaat om islamitische of christelijke Arabieren met een Israëlisch paspoort. Dat is echter meer een kwestie van politiek, niet zozeer religie, al speelt religie wel degelijk mee.

De onderlinge verhouding tussen seculiere of traditionele Joden en orthodoxe of ultraorthodoxe Joden is eerder iets dat de voorpagina’s van tijd tot tijd beheerst in het enige Joodse land ter wereld. Spanningen met moslims gaan hooguit over de te harde gebedsoproepen vanaf minaretten of het respecteren van Joodse feestdagen, zoals Jom Kipoer, wanneer nagenoeg alle Joodse Israëli’s de auto laten staan. In Akko vond ooit een wellicht onbedoelde provocatie plaats toen een Arabische inwoner met zijn auto door een Joodse wijk reed op de heiligste dag van het Joodse jaar. Niet handig en het liep flink uit de hand, waarbij de Joodse inwoners zich net zo goed incorrect gedroegen.

Onlangs heb ik me toch weer even beziggehouden met dialoog, zij het in de vorm van een terugblik. Mij was gevraagd om voor een groep Nederlandse Joden die al heel lang in Israël woont, wat te vertellen over mijn ervaringen met de dialoog in Nederland. Ter voorbereiding heb ik de jaarverslagen over dialoog doorgenomen van de LJG Amsterdam. Bekende kost, want die heb ik grotendeels zelf geschreven als toenmalige voorzitter van de dialoogcommissie. Al lezend schoot me weer van alles te binnen. Positieve zaken en helaas ook negatieve ervaringen, waar ik indertijd zelfs slapeloze nachten van had. Vrijwilligerswerk is niet altijd een lolletje, zeker niet als je persoonlijk wordt aangevallen en je nauwelijks de kans krijgt je te verweren na er letterlijk uitgegooid te zijn. Dat overkwam me, en niet alleen mij, op de Facebookpagina van het Joods-Marokkaans Netwerk.

Eén van de positieve gebeurtenissen was de komst van een groep Turkse moslimjongeren van de Gülen-beweging naar sjoel. Zij wilden meer horen over Chanoeka. Vlak voordat ze zouden komen, brak er oorlog uit tussen Hamas en Israël (2008). Ik wist toen bijna zeker dat ze zouden afzeggen óf als ze toch zouden komen, het maar over één ding wilden hebben: het Palestijnse lijden door toedoen van het kwaadaardige Israël. Ze kwamen en toen ik vroeg of ze het over Gaza wilden hebben, kreeg ik als antwoord dat ze kwamen voor Chanoeka, dat was de afspraak.

Met aanhangers van Gülen heb ik meer prettige ervaringen gehad. Het zijn hele devote moslims, maar gericht op contact met andersdenkenden vanuit respect en ook nieuwsgierigheid. In Turkije hebben ze het steeds moelijker gekregen nadat Erdogan hen tot staatsvijand heeft verklaard. Hij eist de uitlevering van Fettulah Gülen die in de Verenigde Staten woont. De Amerikanen zijn evenwel geenszins van plan hem het land uit te zetten. Gülen heeft ooit opzien gebaard toen hij in 2010 de raad gaf de Gazavloot uit Turkije te laten aanleggen in Asjdod, opdat de Israëli’s de spullen konden controleren alvorens die naar Gaza zouden worden overgebracht. Als de Turken toen hadden geluisterd, was het niet tot een ernstig incident gekomen met tien doden op de Mavi Marmara. De relatie tussen het steeds islamitischer wordende Turkije van Erdogan en Israël is toen helemáál bergafwaarts gegaan.

In Nederland merkte ik bij andere Turken dan de Gülenisten reeds ruim voor 2010 dat de stemming richting Israël aan het omslaan was, nadat Erdogan met zijn AK-partij in 2003 de macht kreeg. Een vertegenwoordiger van een Turkse moskee in de Amsterdamse Pijp zei dat ooit letterlijk tegen mij: “Ik denk nu veel minder positief over Israël dan vroeger.” Trouwens, tijdens mijn dialoogperiode in Nederland zag ik ook een coalitie ontstaan tussen de zwarte en de islamitische gemeenschappen. Beide groepen hadden een appeltje te schillen met Joden: de zwarte groep vanwege de vermeende rol van Joden bij de slavernij, de moslims in verband met hun solidariteit met de Palestijnen. Diezelfde solidariteit tref je ook aan bij links Nederland, net als bij nogal wat progressieve christenen.

Bij de LJG Amsterdam hadden we ooit protestanten uit Gouda op bezoek. Een deel van hen was fel pro-Israël (dat was het meer stijve deel), een ander deel (de alternatieven) was ongeveer net zo fel voor de Palestijnen. De aanwezige LJG’ers hebben toen een soort van bemiddelaarsrol gespeeld om beide groepen nog een beetje on speaking terms te houden.

De ervaringen met de Marokkaanse Nederlanders waren vanaf het begin heftiger dan met Turkse groepen. De Arabische frustratie of zelfs woede over wat Israël de Palestijnen zou hebben aangedaan én nog steeds zou aandoen, speelde daarbij een grote rol. ( Zeker, er gaan dingen mis, Israël is echter niet de duivel himself, net zomin als dat Palestijnen alleen maar lief en zielig zijn). De meer redelijke Marokkanen maakten een soort onderscheid tussen Joden in Nederland en Israël, voor de anderen was het eigenlijk één pot nat. Al zeiden ze dat ze vooral iets tegen “zionisten en Isra-hel” hadden, niet zozeer tegen Joden als zodanig. Niet zo raar want Jodendom en christendom zijn religies van het boek, aldus de Koran. Daardoor was er ergens iets van respect voor Jodendom en ook Joden. Vooral als die anti-Israël zijn! Vaak heersten er bij de Marokkanen (en dat geldt ook voor anderen) idiote ideeën over de macht van Joden en meer van dat soort wanstaltige vooroordelen. Dat laatste kwam vaak neer op ordinair antisemitisme.

Antizionisme was zo ongeveer een gegeven bij de contacten met Marokkanen, net als bij nogal wat felle linkse, seculiere autochtonen die blindelings partij trokken voor de Marokkaanse immigranten en hun nakomelingen. En samenhangend daarmee met de Palestijnen. Dat leidde in de kring van de dialoogcommissie zelf steeds meer tot felle onderlinge discussies. Niet dat er iemand was die zich geen zionist noemde, al waren enkelen zeer kritisch over wat Israëli’s uitspoken. De vraag was vooral wat je mocht verwachten van een dialoogpartner met wie intensief werd samengewerkt. Wat mij betreft hoef je bij Marokkaanse Nederlanders ( en anderen!) echt niet uit te gaan van veel waardering voor Israël, dat kunnen ze doorgaans nu eenmaal niet opbrengen. Dat hoeft ook niet per se. Echter, als je in Nederland voorstander bent van een goede relatie met Joden, dan is het merkwaardig als je vindt dat de Joodse staat geen enkel bestaansrecht heeft. En als je zegt dat wél te doen (vaak lippendienst, vond ik), dan is het bizar dat Israël zo ongeveer wordt beschouwd als het grootste kwaad van de wereld en dat het totaal niet deugt, kortom, een volstrekt fout land is.

Dat je van Joden niet mag verwachten dat zij gaan samenwerken met overtuigde antisemieten hoef je niemand uit te leggen. Velen willen er echter niet aan dat het net zo logisch dat je niet mag verlangen van Joden dat zij vriendschappelijke banden onderhouden met overtuigde antizionisten. Als je je daar als Jood voor leent, dan doe je – mogelijk zonder het goed te beseffen – in wezen afstand van de Joodse staat en zijn bewoners (het gaat om het land als zodanig, het gaat niet om de zittende regering). Of je laat je op z’n minst lenen voor zoiets tenenkrommends als: “niks tegen Joden, alleen tegen zionisten.” Dan ben je antizionisme aan het witwassen onder het mom van: zolang het maar geen antisemieten zijn. Je sluit dan je ogen voor het onmiskenbare feit dat antizionisme de nieuwe variant van het aloude antisemitisme is. De staat Israël als ‘de Jood’ onder de naties.

Als je voor dialoog bent in Nederland dan zou je ook voor onderlinge contacten en vredesonderhandelingen moeten zijn, hoe moeizaam ook, als het om het Palestijns-Israëlisch conflict gaat. Zoiets komt in de praktijk neer op het nastreven van de ‘twee staten-oplossing’.


Nota bene: Dialoog kun je omschrijven als open gesprekken met andersdenkenden op basis van gelijkwaardigheid om te komen tot wederzijds begrip en het wegwerken van vooroordelen. Bij dialoog verdiep je je oprecht in elkaars achtergronden, leefwereld en waardensysteem. Centraal staat wederzijds respect voor de ander vanuit waarden als “leef en laat leven” en “geluk is belangrijker dan gelijk”. Dialoog betekent allerminst dat je het met elkaar eens hoeft te zijn of te worden, doch er zijn wel grenzen aan de dialoog. Bijvoorbeeld als de ander niet wordt erkend in de essentie van zijn of haar bestaan. Dit wil zeggen bekeerd, bestreden of zelfs vernietigd.

8 + 4 = ?

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.