Meer over het weer

Harry Polak

vrijdag 1 april 2022

Het dagelijkse weer is in Israël niet echt een frequent gespreksonderwerp. In de lage landen aan de Noordzee kan je vier jaargetijden op een dag meemaken, zoals regelmatig met enige overdrijving wordt gezegd. Daarentegen is het weer in Israël een groot deel van het jaar zeer constant, dus daar ben je gauw over uitgepraat. Maanden achtereen een strakblauwe lucht, iets boven de dertig graden, met tussendoor ook dagen waarbij bewolking is te zien.

De zomers zijn heet en droog plus dat die ook nog eens lang duren. Vanaf juni tot en met september of nog wat langer. Ook in Israël heb je zoiets als het voorjaar en het najaar, met heerlijke temperaturen. Rond de 25 graden met af en toe wat regen. Bij lange na niet zulke gigantische plensbuien als in de winter. Echt koud, vergeleken met Nederland, is het dan niet met temperaturen van tien tot vijftien graden of wat hoger. Althans in de centrale kuststreek (de Sharonregio) die ongeveer loopt van Herzliya tot Haifa.

Israël is langgerekt. Vandaar dat er diverse klimaatzones zijn. De hooggelegen Golan met het wintersportgebied op en rond de Hermon in het noorden is een totaal ander verhaal dan de Negev met zijn verzengende woestijnklimaat in het zuiden. Jeruzalem dat hoog ligt (op circa 800 meter) net als bijvoorbeeld het eveneens hooggelegen Sfat zijn afwijkend ten opzichte van de kustvlakte, want het kan er in de wintermaanden behoorlijk koud zijn en het wil er nog wel eens sneeuwen.

Ik zou liegen als ik zou beweren dat het klimaat niet een grote rol heeft gespeeld bij het besluit om naar Israël te verkassen, al was het bij lange na niet de doorslaggevende factor. Voor mijn vrouw geldt dat veel minder dan voor mij. Maar zij is dan ook niet geboren in de tropen, zoals ik. Er zijn talloze mensen die houden van het Hollandse weer vanwege de afwisseling en de koelte. Zo ken ik Israëli’s die het meestal hete Israël zijn ontvlucht en tevreden zijn met het wisselvallige en doorgaans frisse weer in Nederland. Aan mij is dat weertype niet besteed.

De winter is beslist niet mijn favoriete jaargetijde. Desondanks heb ik in mijn jeugd veel geschaatst in de strenge winters die toen veel vaker voorkwamen. Ooit heb ik zelfs een molentocht op de meren achter Leiden uitgereden. Het was niet niks om me 75 kilometer lang voort te bewegen op eenvoudige houten (Friese) schaatsjes die je moest onderbinden. Friese doorlopers waren veel geschikter geweest voor zo’n lange tocht.

De twee anderen met wie ik de Leidse molentocht uitreed, hadden een betere uitrusting. De één had echte Noren (dus schoen en schaats aan elkaar), de ander had ijshockeyschaatsen (eveneens schoen en schaats aaneen). Die laatste schaatsen waren niet ideaal voor de molentocht, maar echt veel beter dan mijn wat armoeiige ijzers. Degene met de Noren, eigenlijk een vriend van mijn vriend (ik was niet zo dik met hem), keek misprijzend naar mijn Friese schaatsjes en hij moest tot zijn ergernis regelmatig wachten op mij. Gelukkig ook op mijn vriend met zijn hockeyschaatsen, die ging ook niet zo snel. Was dat laatste niet het geval geweest dan was hij vast in één keer doorgereden tot aan de finish.

De eerste keer dat we in Israël op vakantie waren, lang geleden, hadden we een strandperiode gepland bij Nachsholiem, iets onder Haifa. Dat ging mis, want juist tijdens de paar dagen die we aan zee zouden vertoeven, stond er een straffe, kille wind. Op het strand werd je zowat gezandstraald. Het was mei, dus het weer was nog niet echt stabiel. Voor de rest hadden we toen best mooi weer. Het was zelfs flink warm in een kibboets vlakbij de Dode Zee.

De derde keer waren we in januari in Israël. Dat hebben we geweten. Toen we aankwamen om onze oudste dochter op te zoeken, die ruim een half jaar in Israël verbleef (ze heeft toen meer Engels plus wat Russisch geleerd dan Hebreeuws), was het land in de greep van een diepe depressie. Met onze huurauto maakten we een spookrit tijdens hevige slagregens met een stormachtige wind vanaf het vliegveld Ben Goerion naar kibboets Mashabei Sadei in de noordelijke Negev. Bij een spoorwegovergang heb ik toen nog een grote plank van de rails gehaald, waarna wij zonder problemen met de auto het spoor konden oversteken en de volgende trein ongetwijfeld ook een stuk veiliger kon passeren.

Tijdens die vakantie maakten we zelfs wat sneeuw mee in de Negev. Veel was het niet, doch genoeg voor de kinderen van de kibboets om kleine sneeuwpoppen te maken. Toen waren de weersomstandigheden wel degelijk het gesprek van de dag in Israël. De dag daarna stonden er gigantische files richting Jeruzalem, want daar had het flink gesneeuwd en dat wilde iedereen met eigen ogen aanschouwen. Het viel me op dat de Israëli’s heel onwennig en zowaar zelfs voorzichtig rondreden met hun auto, terwijl ik veel behendiger rondtoerde, omdat ik nu eenmaal meer aan sneeuw was gewend in Nederland.


De Kotel in de sneeuw (Isreality, februari 2021)

Ook nu is de ongewone weersgesteldheid een gespreksthema in Israël.

Het is in geen eeuw zo koud geweest als momenteel in maart.

Er werd zelfs gerept over een witte Poerim en dat terwijl dat feest dit jaar laat valt vanwege het Joodse schrikkeljaar. Onze elektriciteitsrekening zal ongetwijfeld hoger zijn dan normaal, omdat we de airco/verwarming vaak aan hadden staan. Huizen zijn in Israël bijna altijd van beton. Prettig in de zomer, al dat steen, maar in de winter zijn de huizen ronduit onbehagelijk.

Als het koud is – in Nederland natuurlijk veel meer dan in Israël met zijn aangename Mediterrane klimaat – moet ik regelmatig denken aan de meest donkere periode in de vorige eeuw. Toen moesten mensen kou, honger, dorst, vernedering en andere ellende zien te overleven – als hen dat tenminste werd vergund, want de meesten gingen er direct aan als ze waren gearriveerd in de op vernietiging van Joden en andere ‘Untermenschen’ gerichte kampen. Ik kan het niet helpen dat zulke gevoelens mij vooral overweldigen als de koude toeslaat. Wat zit ik dan te zeuren over een beetje kou met een geriefelijk dak boven mijn hoofd en een verwarming plus volop voedsel binnen handbereik?

Met de huidige oorlog in Oekraïne bekruipen mij dat soort gevoelens wederom. De menselijke soort is erin geslaagd zich goeddeels te ontworstelen aan de grillige natuur (voor een belangrijk deel helaas door diezelfde natuur uit te buiten). Gebrek aan voedsel, akelige ziekten en andere narigheid heeft de moderne mens in hoge mate weten te overwinnen. Al zijn er hele continenten waar overleven wegens gebrek aan van alles nog steeds een dagtaak is.

Anderzijds zijn mensen blijven hangen in eeuwige vijandschap ten opzichte van elkaar, terwijl samenwerken veel meer oplevert en er op zichzelf genoeg is om netjes te verdelen onder elkaar. Zou het komen omdat mensen denken dat het kwaad alleen in de ander zit? Dat alleen anderen bezeten kunnen zijn door de duivel, het absolute Kwaad? De rabbijnen hebben dat vast heel goed beseft en zijn tot de slotsom gekomen dat ieder mens een neiging tot het Goede en een neiging tot het Kwade heeft. Zelfs de Allerhoogste wordt in het jodendom wel eens gekapitteld over de onbarmhartige keuzen die Hij of Zij maakt(e), zoals bij de vernietiging van Sdom en Amorra (Gomorra). Of meer recent door wat er is gebeurd tijdens de Sjoa, wat mensenwerk was – zonder interventie van de Eeuwige, wat nou net het probleem is.

Wat voor weer het wordt, kan je niet kiezen. Wél wat je dag in dag uit met je leven doet en hoeveel ruimte daarbij is voor anderen.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016