Religieuze intolerantie onder Joden in Israël

Harry Polak

vrijdag 8 juli 2022

Het gebouw van de progressieve Joodse Gemeente Beth Shmueli in Ra’anana is twintig jaar oud en dat was reden voor een feestje. Ook de burgemeester was er even bij. Deze Joodse Gemeente zelf werd al tien jaar voordien opgericht. Het is hele prestatie geweest om een eigen gebouw te realiseren, want niet-orthodoxe synagogen krijgen geen cent van de staat, in tegenstelling tot de orthodoxie. Er is hard gespaard voor een eigen accommodatie. Doch het lukte pas om voldoende geld bij elkaar te krijgen toen een vermogende Amerikaanse sponsor de laatste stoot gaf om de financiering rond te krijgen.

De eerste keer dat ik het gebouw van de progressieve gemeente (kehilla) bezocht, was tijdens een Israëlreis van ARZA, de zionistische vereniging op liberaal-Joodse basis. Dat was in 2006. Toen mijn vrouw en ik vanaf 2016 in Israël gingen wonen, gingen we eerst naar een sjoel (synagoge) in Tel Aviv. In het noorden van de stad bevindt zich Beth Daniël, de progressieve gemeente aldaar. Dat vonden we eigenlijk te ver vanuit onze toenmalige woonplaats Herzliya. Daarom gingen we ook wel eens naar Beth Shmueli in Ra’anana. In ieder geval tijdens Jom Kipoer (Grote Verzoendag), wanneer autorijden not done is in Israël. Uiteindelijk zijn we na onze verhuizing naar Ra’anana lid van geworden van Beth Shmueli.

De sfeer bij Beth Daniël in Tel Aviv deed ons wel wat denken aan de LJG Amsterdam, die we node missen. Het is een grote gemeente in vergelijking met Beth Shmueli in Ra’anana. De diensten bij Beth Daniël en Beth Shmueli zijn erg progressief. Té naar onze smaak. Bij de LJG zijn de diensten veel uitgebreider, dus langer én een stuk traditioneler. In Herzliya ontdekten we in de buurt van het Nederlandse verzorgings- en verpleeghuis Beth Juliana een conservative sjoel die ons meer aanstond. Alleen was die wat ver weg vanaf ons huis toen we nog in Herzliya woonden. Nu helemaal, al hadden we best kunnen gaan zoeken naar een conservative gemeente in Ra’anana of het naburige Kfar Saba.

Onlangs las ik dat de huidige interim-premier Yair Lapid een duidelijke band heeft met Beth Daniël in Tel Aviv, zijn woonplaats (zij het dat hij nu gaat verhuizen naar de ambtswoning van de premier in Jeruzalem). Lapid was er actief lid en zijn zoon werd daar bar mitswa. Lapid staat zoals zoveel Israëlische politici positief tegenover non-orthodoxe stromingen in Israël. Niettemin is dat onvoldoende om die stromingen, dus de progressieven en conservatieven, op het schild te hijsen. De orthodoxie heeft al sinds de start van de Joodse staat het monopolie op de religieuze beleving van het jodendom. Het orthodoxe rabbinaat regeert met strakke hand, daartoe in staat gesteld door de Israëlische overheid. De staat is medeplichtig aan de achterstelling van de non-orthodoxe Joodse stromingen, die met elkaar in de wereld de meerderheid vormen.

Israël kent vrijheid van godsdienst voor allerlei gezindten, dus moslims, druzen, christenen en noem maar op. Alleen progressieve en conservative Joden komen er in het Joodse land bekaaid vanaf. En dat is gewoon een schande. De situatie voor de non-orthodoxe stromingen is beter buiten Israël. In Nederland stelt de niet-Joodse overheid zich bijvoorbeeld neutraal op als het gaat om de diverse stromingen binnen het jodendom. Ik heb dat van zeer nabij meegemaakt, omdat ik het progressieve jodendom bestuursmatig mocht vertegenwoordigen bij het ministerie van Justitie (gevangenisrabbijnen) en bij Defensie (krijgsmachtrabbijnen).

Voor (ultra)orthodoxen, of het nu om jodendom, islam, christendom of andere religies gaat, is er maar één weg. Alles wat daarvan afwijkt, is niet de ware religie. Tolerantie is dan een teken van zwakte. Het jodendom kent een groot aantal regels en de orthodoxe is beducht voor het loslaten van bij wijze van spreken één regel, omdat het de inleiding kan zijn voor het laten varen van meer regels. Dan is het eind zoek, wordt gedacht. Anderzijds stoot de orthodoxie daarmee juist velen af die wel degelijk geven om de rituelen en regels, maar niet om álle regels tot in de puntjes.

Het is bizar dat de zogeheten status quo uit de begintijd van de staat Israël door politici nog altijd overeind wordt gehouden. Het maakt dat het toch vrij moderne Israël op een aantal punten fors achterloopt inzake scheiding tussen overheid en religie. Burgerlijk huwelijk, openbaar vervoer op sjabbat en Joodse feestdagen en nog wat van die zaken blijven al tientallen jaren slechts stippen aan de horizon. Veel krokodillentranen, maar als het erop aankomt, verandert er niks aan de zogenaamde status quo die al lang over zijn houdbaarheidsdatum heen is.

Als het aan de Israëlische bevolking zou liggen, was er tijden geleden al verandering gekomen in de bevroren situatie uit 1948 en was het (ultra)orthodoxe opperrabbinaat het laatste woord ontnomen op tal van terreinen.

De organisatie Hiddush, die ijvert voor religieuze vrijheid en gelijkheid, houdt sinds 2009 jaarlijkse peilingen naar wat Joodse Israëli’s vinden van tal van zaken die te maken hebben met overheid, religie en burger.

Uit de meest recente Index, zoals ze de peilingen noemen, blijkt dat een meerderheid van 61 procent voor gelijkberechtiging is van de drie grote stromingen in het jodendom, dus orthodoxie, progressief en conservative jodendom.

Ongeveer eenzelfde percentage (59 procent) is voor scheiding van religie en staat, 81 procent is voor vrijheid van religie en geweten, dus de vrijheid om religieus of seculier te zijn.

Interessant is ook hoe er over sjabbat wordt gedacht: 73 procent houdt geen sjabbat conform de halacha, de Joodse wet. Niettemin houdt 21 procent van deze groep zich wel aan bepaalde rituelen rond sjabbat, zoals sjabbatkaarsen aansteken en kidoesj maken (zegenspreuk over de wijn uitspreken). En dertig procent van deze groep doet niet aan religieuze rituelen, maar beschouwt de sjabbat wel als een dag met een speciale sfeer, terwijl 22 procent haar beschouwt als een gewone vrije dag.

Als het gaat om openbaar vervoer op sjabbat blijkt 64 procent daar vóór te zijn. Het zou een zaak van gemeentelijke overheden moeten zijn, die de routes en frequentie bepalen. Het blijkt dat in alle politieke partijen (behalve de ultraorthodoxe uiteraard) de voorstanders in de meerderheid zijn: bij Likoed 54 procent, bij de rechtsere Yamina zelfs 69 procent.

Er staan nog veel meer wetenswaardige zaken in de Index, waaruit overduidelijk blijkt dat de Israëlische bevolking dus verder is in haar denken dan de politici aandurven. Natuurlijk speelt in de politiek mee dat de ultrareligieuze partijen een coalitie aan een meerderheid kunnen helpen, wat hen wind in de rug geeft bij allerlei eisen die ze menen te kunnen stellen. De net gevallen regering Bennett-Lapid heeft echter aangetoond dat een regering de sterk religieuze partijen niet altijd nodig heeft om aan een, zij het krappe meerderheid te komen.

Lapid had het in zijn maiden speech als kersverse interimpremier op de Israëlische tv-zenders over de noodzaak om elkaar niet te verketteren. Politici horen het goede voorbeeld te geven aan het volk, zo stelde hij.

Politici zouden eindelijk eens serieus de erkenning van het non-orthodoxe deel van de Kotel (Klaagmuur) moeten regelen. Het compromis daarvoor lag al klaar, doch werd te elfder ure tegengehouden door de ultra’s, die de andere twee stromingen het licht in de ogen niet gunnen.


Snuitende jongeman die een bladzij uit een non orthodox gebedenboek als zakdoek gebruikt

Het is ronduit hemeltergend dat recent weer een bar mitswa-plechtigheid bij de Kotel in het non-orthodoxe deel wreed werd verstoord door een stel fanatieke ultrareligieuze dwazen. Eén van hen bestond het zelfs om een bladzijde uit een verscheurde liberale sidoer (gebedenboek) te gebruiken om daar zijn neus in te snuiten. Of in ieder geval mee af te vegen.

Het kan altijd nog erger, dacht ik, toen ik dat las. Het laat zien dat er Joden zijn die in hun religieus fanatisme geen benul hebben van één van de belangrijkste leefregels uit de Tora: ואהבת לרעך כמוך (houdt van uw naaste als van uzelf).

8 + 3 = ?

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Bekijk hier ons gerelateerde cursus aanbod

Salomon Bouman Item in samenwerking met Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland. Het Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland is opgericht in 1919 in navolging van soortgelijke genootschappen in het buitenland, die voortkwamen uit de traditie van de Wissenschaft des Judentums. Van oudsher organiseert het genootschap lezingen waarin joodse wetenschap in de ruime zin van het woord centraal staat. Er worden lezingen gehouden over joodse cultuur, religie, geschiedenis, literatuur, medische onderwerpen, fysica, filosofie, muziek, of een combinatie daarvan. Het genootschap organiseert 6 à 7 lezingen per jaar. Deze worden altijd op zondag gehouden. De contributie bedraagt € 25 per jaar. meer informatie: genootschapjoodsewetenschap.nl
Demografische veranderingen in Israel

In zijn lezing legt Salomon Bouman de nadruk op de grote veranderingen in Israël in de jaren voor en na de oorlog van 1967. Hij belicht het belang van die oorlog voor de diaspora en met name voor de...

Shelly Bodenheimer
Online privéles Ivriet

Wil je in eigen tempo, op jouw niveau vanuit huis Ivriet leren? Geen reistijd meer en wel persoonlijke begeleiding? Dat kan! Je maakt eerst onze toets zodat we alvast een beetje weten wat je niveau...

Emanuel Tov
De Dode Zeerollen - introductie

Sinds de vondst van deze teksten in 1947 houden de Dode Zeerollen de wetenschap bezig. Deze lezing vertelt wat de Dode Zeerollen eigenlijk zijn, hoe, waar en door wie zijn ze gevonden en wat hun...

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.