Brabants bont

Harry Polak

vrijdag 1 maart 2019

In het Brabants Dagblad van 14 februari 2019 stonden twee ingezonden stukken die gericht waren tegen Israël. Op zichzelf niet zo bijzonder, dat komt meer voor en mogelijk ook steeds vaker als het om Israël gaat. Wat mij echter in hoge mate stoorde, is dat beide stukken een loopje namen met de werkelijkheid. Nu heeft iedereen tot op zekere hoogte een eigen versie van de realiteit. Het wordt echter kwalijk als antizionisten via aantoonbare halve waarheden en hele leugens hun gelijk proberen te halen. De goegemeente (in dit geval in Brabant) wordt op die manier om de tuin geleid om maar vooral heel erg tégen Israël te zijn, “de Joodse schurkenstaat.”

Laten we één van die stukken eens bij de kop pakken en analyseren wat er allemaal voor klinkklare onzin of halve waarheden in staan. Redacties maken een kop op basis van de inhoud van een stuk. De kop luidt: “Geen burgers en ook geen burgerrechten.” Daarmee is de toon gezet. De onderkop: “Israël kent geen burgers maar ingezetenen. En die hebben niet allemaal dezelfde rechten. Een analyse over feiten en propaganda (sic, HP).“

De schrijver van het opiniestuk stelt zonder blikken of blozen in zijn opiniebijdrage (en de koppenmaker neemt dat dus braaf over): “Er zijn namelijk helemaal geen burgers in Israël en dus ook geen burgerrechten. Er zijn alleen ingezetenen. En die hebben niet allemaal dezelfde rechten.”

Iedere Israëli, Joods, Arabisch of anders, is gewoon stáátsbúrger van het land met een Israëlisch paspoort en in beginsel gelijke rechten en plichten. Ingezetenen zijn er ook, bijvoorbeeld Arabisch inwoners van het oostelijk deel van Jeruzalem die hebben geweigerd het Israëlisch staatsburgerschap aan te nemen. Je zal mij niet horen beweren dat er geen complicaties zijn rond gelijke rechten en plichten. Bijvoorbeeld: Arabische Israëli’s gaan in de regel niet in het leger, dus gelijke plichten gaan niet helemaal op. De bewering dat dit land louter ingezetenen kent en geen burgers is echter volslagen lariekoek. Erger nog, het is leugenachtige laster, omdat daarmee tegelijkertijd wordt beweerd dat er dus geen sprake is gelijke rechten. (Over plichten gaat het natuurlijk niet bij dit soort opiniemakers.)

Over die discriminerende wetten heb ik regelmatig een en ander gelezen. Meestal wordt het getal vijftig genoemd, soms ook honderd. Op de site van Adalah, de organisatie voor de rechten van de Arabische minderheid, is een database te vinden, waarin deze wetten worden opgesomd. Het zijn er momenteel 65, aldus Adalah, dat is gevestigd in Haifa. Het is nogal een klus om de hele database door te ploegen. Mij viel direct op dat het als discriminerend wordt opgevat als wetten wijzen op het Joodse karakter van Israël. Blijkbaar is Adalah van mening dat Israël een binationale staat of zelfs een Arabische of Palestijnse staat zou moeten zijn.

In een democratie hebben minderheden rechten en plichten, en ook de meerderheid heeft rechten en plichten, zoals het bepalen van het nationale karakter van een staat, de landstaal en dergelijke. Er zijn zeker ingewikkeldheden, omdat Israël zijn Joodse karakter wenst te bewaken. Zo kunnen Arabieren in Israël niet zomaar trouwen met een Palestijn(se) van de Westbank (Judea en Samaria) om zich vervolgens in Israël te vestigen. Er werd namelijk ontdekt dat dit vanaf een gegeven moment wel erg vaak gebeurde en op die manier zou Israël via de achterdeur langzaamaan een Arabische meerderheid kunnen krijgen. Dus werd daar wettelijk een stokje voor gestoken, waar zeker enige kritiek op mogelijk is vanuit Nederlandse verhoudingen. De situatie is hier echter anders.

In het opiniestuk wordt er op gewezen dat de Arabische minderheid van 21 procent zo’n 3 procent van de grond in particulier bezit heeft. Dat klinkt niet goed. Als je je verdiept in hoe dat zit, kom je erachter dat in Israël de meeste grond staatsgrond is of eigendom is van het Joods Nationaal Fonds, dat indertijd grondaankopen voor Joodse immigranten deed. Grond wordt hier doorgaans geleased, dus er is hoe dan ook weinig particulier grondbezit. Het doet me denken aan de gemeente Amsterdam, die bijna alle grond in bezit heeft en via erfpacht aan particulieren ter beschikking stelt. Het grondbezit van Marokkaanse Amsterdammers zal dus wel circa 0 procent zijn. Dat zal echter ook gelden voor Amsterdammers met een ándere etnische achtergrond, dus het is totaal geen bewijs voor discriminatie. Terug naar Israël: ik heb het vermoeden dat het Joodse particuliere grondbezit niet veel hoger is dan 12 procent. En in dat geval kloppen de verhoudingen en is er geen sprake van discriminatie. Al weet ik dat Arabische steden en dorpen nogal eens moeite hebben met de mogelijkheid tot uitbreiding. Zij doen echter weinig aan hoogbouw, zoals in de Joodse sector, en daarom hebben ze relatief veel grond nodig. Uitbreiding gebeurt wel op allerlei plekken, zoals bij Fureidis tegenover Zichron Yaakov.

Het gedeelte in het opiniestuk over regeringsdeelname is onvolledig en wat erop volgt over de natiestaatwet is ronduit demagogisch. Druzen (zij zien zichzelf als Arabieren, maar zijn loyaal aan Israël) nemen wel degelijk deel aan de regering. Het is zeer de vraag of de Arabische partijen dat überhaupt zouden willen, want dan worden ze medeverantwoordelijk voor Israël als Joodse staat. Arabische Israëli’s, niet alleen Druzen, zijn op allerlei plekken te vinden in de samenleving: bij de rechterlijke macht, in de Knesset, in de medische sector, bij de politie en noem maar op. De natiestaatwet geeft aan dat Israël bedoeld is als Joods land. Het vormt met enkele andere basiswetten de grondwet. Ook Groot-Brittannië heeft geen grondwet. En bijvoorbeeld de Griekse grondwet omschrijft Griekenland als Grieks land. Niet-Joden zijn allerminst tot tweederangsburgers verklaard. Gelijkwaardigheid voor Joden en niet-Joden was in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948 al geregeld en in een andere, latere basiswet verankerd. De status quo inzake het Arabisch blijft onveranderd, aldus een letterlijke (!) passage in de natiestaatwet. De schrijver is niet op de hoogte of zit bewust te liegen. Niks “van tafel geveegd.”

Ook de passage over BDS is misleidend. BDS doet het voorkomen alsof het alleen om de bezetting na 1967 gaat. BDS gaat echter ook uit van het vermeende ‘recht op terugkeer’. Dat staat nogal losjes in het opiniestuk. Echter, als daaraan tegemoet zou worden gekomen, verandert Israël in één klap van nationaal karakter. Palestijnen zullen de meerderheid vormen en Israël als Joodse staat verdwijnt langs demografische weg. Het ‘recht op terugkeer’ bestaat niet eens, en voor zover er sprake van is, gold het hooguit en ten dele (!) voor de vluchtelingen van 1948 (enkele honderdduizenden) en niet voor de miljoenen zogeheten Palestijnse vluchtelingen van nu, volgens de UNRWA. Overigens wordt in dit verband nooit gerefereerd aan de grotere groep Joden uit Arabische landen en Iran die naar Israël en elders zijn vertrokken én gevlucht met achterlating van alles.

Het wordt wat eentonig. Ook op de rest van de nogal activistische tekst die uit de pen van een ex-journalist komt, is het nodige af te dingen. De organisatie Jewish Voice for Peace” steunt BDS en is nauwelijks te beschouwen als een organisatie die het goede met Israël voor heeft. Palestijnse leiders hebben voorts regelmatig verklaard dat er geen plaats is voor Joden in het toekomstige Palestina. Net zo min als Joden zich mogen vestigen in Jordanië. Als het over de ‘bezette gebieden’ gaat, is er zeker allerlei scherpe kritiek mogelijk, doch de opsteller van het opiniestuk vergeet gemakshalve dat veel van wat daar gebeurt, is gebaseerd op de Oslo-afspraken met de indeling in A-, B- en C-gebieden. Dat ‘de Muur’ (grotendeels een elektronisch hekwerk) “middenin” bezet gebied staat, wordt direct gelogenstraft met één blik op de kaart. De ‘groene lijn’ is verder geen officiële grens, slechts een wapenstilstandslijn.

Het wordt wat vermoeiend. Inzake de grensrellen bij Gaza wordt alléén met de beschuldigende vinger naar Israël gewezen. Alsof Israël het oké moet vinden dat Gazanen door het grenshek heen breken om met kwade bedoelingen op de woonplaatsen van Israëli’s af te kunnen stormen.

Ten slotte eindigt het opiniestuk geheel in stijl met de rest van het verhaal. Het Arabische vredesplan wordt erg rooskleurig weergegeven. Het is evenwel een soort dictaat, dus take it or leave it, en niet onderhandelbaar. Niet wordt genoemd dat het plan ook verwijst naar VN-resolutie 194, die door de Palestijnen (al dan niet terecht) wordt gezien als onderbouwing van het ‘recht op terugkeer’. Verder wijkt het Saoedische plan af van VN-resolutie 242, dat geen totale terugtrekking uit bezet gebied voorschrijft, doch spreekt van terugtrekking uit ‘bezette gebieden’. Dus zonder lidwoord ‘de’ en dat is veelbetekenend. Velen denken dat deze belangrijke resolutie slechts eist dat Israël zich terugtrekt uit in 1967 veroverde gebieden; er wordt tegelijkertijd geëist dat daar vrede en veiligheid tegenover moeten staan. Van Hamas valt dat al helemaal niet te verwachten en Abbas financiert plegers van aanslagen op Joodse Israëli’s.

Het andere anti-Israëlstuk, op dezelfde pagina, was minstens zo erg. Als Brabant zo wordt ‘voorgelicht’ dan maken ze het daar wel bont. Brabants bont.

PS Een week later plaatste het Brabants Dagblad een weerwoord van mij. Dat kon maar circa 150 woorden bevatten. Bovenstaand opiniestuk was ruim 900 woorden. Bovendien had het een vette kop en was er een grote foto bij geplaatst van een verwoest gebouw in Gaza. Bij een korte ingezonden reactie heb je bijna altijd het nakijken.

8 + 3 = ?
Uitstekend stuk. En goed dat je meteen een reactie aan die Brabantse krant hebt gestuurd, al hebben ze de eerdere teneur voortgezet door zo'n foto er bij te plaatsen. Dit lijkt me ook een uitstekend stuk om aan Groen Links te sturen, de partij die BDS steunt?
Dankjewel. Even een misverstand rechtzetten: de foto van Gaza stond niet bij mijn stukje, maar bij het opiniestuk waar mijn weerwoord over ging. Zo erg hebben ze het nou ook weer niet gemaakt. Mijn probleem met het BD is dat ze niet eerst wat simpele feiten checken alvorens ze zo'n misleidend opiniestuk te plaatsen. Scherpe meningsverschillen OK, maar aantoonbare onzin en zelfs misleiding, daar moet een serieuze krant niet aan meewerken. Ze kunnen het wel plaatsen als ze per se willen, maar dan gelijk een opponent uitnodigen voor een andere (correctere!) kijk op de werkelijkheid. En dan naast elkaar plaatsen. De lezer wordt op die manier serieus genomen als het gaat om nieuwsgaring. Ach, weten ze daar in Brabant veel als het om het Palestijns-Israëlisch conflict gaat...

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.