Herdenken op 4 mei

Harry Polak

vrijdag 5 februari 2021

Zo langzamerhand heeft iedereen zijn of haar zegje gedaan over de affaire rond de schrijver Abdelkader Benali, die zich heeft teruggetrokken voor het geven van de 4 mei-lezing. Ik heb het gedoe op de voet gevolgd in de Nederlandse media. Vermoedelijk heb ik weinig gemist van wat er aan nieuwsartikelen en opiniestukken verschenen is. Van Rosanne Hertzberger in NRC tot en met Ephimenco in Trouw. In het NIW van 29 januari jongst leden liet Jeroen Krabbé in de rubriek Forum zijn licht schijnen over de zaak. Daar kon ik me goed in vinden.

“Ik denk niet dat Benali een antisemiet is. Maar als je achteraf je uitspraken ongewenst vindt, dan moet je daar ronduit je afschuw over uitspreken. Zeggen dat het je enorm spijt. Als hij daarna zijn lezing had gehouden, was dat oké geweest. Maar in plaats daarvan beroept hij zich op dronkenschap. Twittert dat er een hetze tegen hem wordt gevoerd en dat die georkestreerd is. Juist dat laatste lijkt op smerige complottheorieën. Zo’n opmerking verwijst naar de zogenaamde Joodse lobby die achter de schermen de wereld zou besturen. Hij zegt zich terug te trekken omdat hij wil voorkomen dat slachtoffers van de eerste en tweede generatie zich gekwetst zouden voelen. Maar zijn uitspraken zouden iedereen een doorn in het oog moeten zijn. Niet alleen het handjevol Joden dat er nog is.”

Binnenkort verschijnt wat Benali te berde had willen brengen in een publicatie uitgegeven door de Arbeiderspers en in Vrij Nederland. Ik ben heel benieuwd naar zijn bijdrage aan de herdenkingscultuur rond 4 mei.

Vorig jaar heeft Grunberg hele verstandige dingen gezegd over het waarom en het hoe van het herdenken. Hij stelde dat herdenken meer moet zijn dan een ritueel. Het zou het verlangen naar meer kennis in zich moeten hebben. Over hetgeen herdacht wordt uiteraard. Grunberg signaleerde ook dat men steeds meer denkt dat we het verhaal over de oorlog en de Joden inmiddels wel kennen. Volgens hem is dat in wezen een botte weigering om er nog langer kennis van te nemen. Hij vertelde over een psychotherapeut die beweerde dat we rituelen en gemeenplaatsen nodig zouden hebben om het afschuwelijke verleden op afstand te houden, om er niet onderdoor te gaan. Dat beaamde Grunberg, maar hij zei er tegelijkertijd bij dat als mensen niet ziek worden van wat er gebeurd is, er blijkbaar niets herdacht is en niets is begrepen.

Zijn slot vond ik niet zo sterk. Hij wilde natuurlijk ook een verwijzing naar het heden in zijn betoog. Daar is niks mis mee, want er mogen, nee, moéten lessen worden getrokken uit het verleden. Doch zijn op het eind ingelaste vereenzelviging met Marokkaanse Nederlanders (waar zijn de Turken toch bij dit soort solidariteitsuitingen?) verdiende veel meer uitdieping. Want hoe zit het andersom met de binding van veel Marokkaanse Nederlanders aan hun nieuwe vaderland en 4 mei? En hoe wordt er over het algemeen vanuit die kring aangekeken tegen het lot van Joden tijdens de Sjoa?

Bij het volgen van het recente 4 mei-debat in de media stuitte ik op een herdenkingslezing van Abdelkader Benali op 4 mei in het jaar 2017 bij Studium Generale van de Universiteit van Utrecht. Als dat de voorbode is van wat Benali op de vierde mei in de Nieuwe Kerk in Amsterdam had willen zeggen dan ben ik eigenlijk blij dat hij zich heeft teruggetrokken. Ik hoop maar dat de komende publicatie van hem wél een link legt met de nationale Dodenherdenking, want dat miste ik ten enenmale in zijn Utrechtse voordracht. In die voordracht van hem is 4 mei geheel ontjoodst. Dat is iets waartegen Robert Vuijsje een goed geformuleerde aanklacht heeft laten horen.


Nationaal Monument op de Dam (foto van site Nederlands Veteraneninstituut)

Een link die burgemeester Aboutaleb op 4 mei 2015 op de Dam overduidelijk wél heeft gelegd. En ook Kamervoorzitter Khadija Arib wist het hart van menigeen te raken met haar toespraak in het Wertheimplantsoen tijdens de Auschwitz-herdenking, die nu de Nationale Holocaust Herdenking heet. Was Aboutaleb nog wat algemeen, maar wel raak, Arib belichtte het individuele verhaal van een Joodse vriendin die de Sjoa als klein meisje heeft overleefd. Zo hoort het, herdenken van de oorlog wordt des te sterker als je de echte slachtoffers aan het woord laat. Of het nu gaat om vervolgde Joden, verzetshelden of burgers die bombardementen en andere ellende hebben doorstaan.

Het is begrijpelijk dat Benali en tal van andere nieuwe Nederlanders op zoek zijn naar een eigen manier om aan te haken bij de 4 mei-herdenking. Dat is zeer te waarderen en verre te prefereren boven al degenen die in het geheel geen boodschap hebben aan de mei-herdenking en de twee minuten stilte. Volgens Benali is herdenken iets abstracts als er geen eigen herinneringen aan te pas komen. Arib heeft dat met haar ontroerende optreden gelogenstraft door het relaas van een ander, een vriendin, met compassie te vertolken. Naar mijn mening is dát de essentie van herdenken op 4 mei: dat je oprecht medeleven toont voor het leed van anderen, van de ware slachtoffers. Dat vergt inlevingsvermogen en als je dat niet kunt opbrengen dan is herdenken in wezen tamelijk zinloos, in ieder geval mislukt, omdat het een mission impossible is gebleken. Zeker, dat inleven is absoluut makkelijker naarmate je dichterbij degene staat die wordt herdacht, omdat het een gezinslid of familie is. Of een vriend(in), buurman dan wel een plaatsgenoot en noem maar op.

In het betoog van Benali in de Domstad komt hij aanzetten met het verhaal van gedepriveerde Marokkanen (Berbers) uit Noord-Marokko, destijds een kolonie van Spanje. Zij werden door de Franco geronseld om te vechten in zijn leger, dat – zoals bekend – werd ondersteund door nazi-Duitsland. In het hele relaas komen de Nederlandse slachtoffers van de naziperiode mondjesmaat of niet aan bod. Omdat het begint met zijn schooltijd in Rotterdam komt het bombardement van 1940 uiteraard wel langs. Over Rotterdamse Joden die werden vervolgd, weggevoerd en vermoord in de vernietigingskampen in ‘het Oosten’ geen woord, geen letter.

Benali heeft in Utrecht een interessant betoog gehouden over wat ‘Spaanse’ Marokkanen is overkomen in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog. Zij waren zonder meer slachtoffer (of toch ook een beetje dader in het leger van het fascistische Spanje onder Franco?) van barbarij, wat voor Benali dé kapstok is voor herdenkingsverhalen. De Tweede Wereldoorlog was inderdaad je reinste barbarij, zoals iedere oorlog. Wat die oorlog zo afwijkend maakt, is dat er ook sprake was van industriële volkerenmoord. Dat gaat nog een stap verder dan ‘gewone’ barbarij. En genocide hoort daarom bij de vier mei-herdenking. Dus het navrante lot van Joden, Sinti en Roma. Om die reden lijkt mij het persoonlijke relaas van Benali in Utrecht op uitgerekend die dag niet de goede plek, op alle andere dagen in het jaar kan het prima.

De nationale Dodenherdenking is geen ‘Jodenherdenking’, het betreft álle Nederlanders, maar zonder Joden is het geen herdenking.

7 + 3 = ?
Uitstekend verwoord, Harry.
Helemaal mee eens!! M.I. zouden al die verdedigers - tegen wil en dank??-politiek extra correct?- dit stuk even grondig tot zich moeten nemen, dan wordt een en ander hopelijk ook voor hen duidelijk!!

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.