Jom Ha Sjoa

Harry Polak

vrijdag 4 mei 2018

In Nederland heb ik een paar keer de 4 mei-herdenking in de Nieuwe Kerk meegemaakt. Je komt er alleen in met een uitnodiging. De vereniging JONAG (Joodse Naoorlogse Generatie) kreeg altijd twee toegangskaarten. Die werden elk jaar over andere bestuursleden verdeeld. De laatste keer dat ik de herdenking in de Nieuwe Kerk en op de Dam meemaakte was in 2015. Ongeveer een jaar voordat we naar Israël vertrokken. Daarom vond de secretaris van JONAG, Mirjam Kervers z.l., dat ik samen met mijn vrouw mocht gaan. Als bijzondere herinnering aan Nederland, zei ze liefdevol. De te vroeg overleden Mirjam wist als geen ander hoe vaak ik van huis was geweest voor JONAG en daarom wilde ze wat terugdoen voor mijn vrouw.

Het waren altijd hele plechtige herdenkingen. De programmering had een vrij vast stramien. Er was altijd een min of meer bekende Nederlander die een voordracht hield. Daar hield je in ieder geval een mooi boekje aan over. En afhankelijk van de spreker en het onderwerp ook iets om over na te denken. Er was altijd muziek, niet zelden in de vorm van een koor. De krijgsmacht was present via een geestelijk verzorger die het ‘Onze Vader’ uitsprak of iets anders, passend bij de denominatie van de geestelijke in uniform. Zo maakte ik mee dat rabbijn Menno ten Brink onder meer het ‘Kaddisj’ uitsprak. Ik had voor die gelegenheid mijn keppel meegenomen en heb die toen even opgezet. Eigenlijk had ik ook moeten gaan staan, maar dat durfde ik niet, want iedereen bleef zitten, ook het koninklijk paar. Dus als ik was gaan staan, had ik vast een of ander protocol verstoord …

Ik heb via een andere bestuursfunctie van vrij dichtbij de discussie meegemaakt over de tekst die bij de kranslegging op de Dam wordt uitgesproken. Het heeft flink wat overredingskracht gekost, doch inmiddels wordt ronduit gezegd dat er een krans wordt gelegd voor “de meer dan 100.000 Joden, Roma en Sinti die werden vervolgd en vermoord in concentratie- en vernietigingskampen enkel en alleen om wie ze waren.”

Voor mij was 4 en 5 mei belangrijk, hoewel er geen heel directe familie is omgebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn grootouders van vaderskant waren al voor de oorlog overleden en mijn ouders hebben de oorlog niet in Europa meegemaakt. Een tante, zus van mijn vader, zat ondergedoken in België en een neef van mijn vader wist onder te duiken in Utrecht. Beiden hebben het gelukkig overleefd. Van wat verder afstaande familie kan dat niet worden gezegd, zag ik toen ik een tijdje geleden aan de gang ging met het opzetten van een stamboom. Zij krijgen een naam op het
Namenmonument
, opdat zij niet vergeten worden. Ik heb een naam van grootmoederskant geadopteerd (Mina, één van de Wafelmannen die zijn vermoord door de nazi’s en hun handlangers). Dat ga ik ook nog doen voor een familielid van de kant van mijn grootvader, een Polak dus.

De meest belangrijke herdenking voor mij was altijd de Jom HaSjoa-herdenking van de Joodse gemeenschap in de Hollandsche Schouwburg. Niet besloten en ook voor de rest heel anders dan de formele nationale herdenking op de Dam. Die laatste was zeker emotioneel, doch in de Hollandsche Schouwburg was de emotie pas echt voelbaar. Onder andere door de plek. Het was een voorportaal van de absolute hel in het oosten, via Westerbork. Je besefte dat je daar stond met degenen die het hadden overleefd en met hun nageslacht, net als ik van ná de Sjoa. In de Hollandsche Schouwburg voelde je je één met elkaar als Joden. Op de Dam kwamen allerlei groepen bijeen om hun leed te delen; het was zonder twijfel gedeelde smart, alleen veel afstandelijker. Niettemin heel belangrijk voor Nederland als land en als natie, inclusief minderheden, de nieuwe Nederlanders.

In Israël wordt Jom HaSjoa genoemd “Dag van de herinnering aan de Sjoa en het heldendom” (Jom lezikaron lasjoa velagvoera). Dat hoorde ik voor het eerst van een Israëlische ambassadeur die in de Hollandsche Schouwburg sprak en zich er wat over had verbaasd hoe de herdenkingsdag in Nederland wordt aangeduid. Hij had natuurlijk gelijk. Jom Hasjoa vehaGevoera werd ingesteld ter herinnering aan de opstand in het Getto van Warschau. Israëli’s zouden er niet aan moeten denken zich de Sjoa alleen maar te herinneren als nederlaag. Want dat ís de Sjoa. Immers, één op de twee Europese Joden en één op de drie de Joden in de wereld werd vermoord. Voor Israëli’s is het van levensbelang de wil om terug te vechten en het koesteren van hoop te benadrukken. Wie zal hen dat kwalijk kunnen nemen? Zonder die levenshouding was het land allang verdwenen.

Al voor onze alia hadden we meegemaakt hoe nagenoeg iedereen in Israël bij het loeien van de sirenes (om tien uur) twee minuten stilstaat. Ook op de snelweg wordt gestopt en gaan de meeste inzittenden naast de auto staan. Bussen stoppen eveneens en veel passagiers gaan naar buiten, hebben we aan den lijve ervaren. Het is indrukwekkend hoe de herinnering aan de Sjoa het land in zijn greep houdt. Radio en televisie, kranten, het staat allemaal in het teken van wat het Joodse volk doormaakte tijdens de Sjoa, de waanzinnige volkerenmoord in het beschaafde Europa, die volstrekt uniek mag worden genoemd door het industriële en mensonterende karakter ervan.

Dit jaar maakten we de herdenking van de Sjoa mee georganiseerd door Elah en de IOH, de vereniging van Nederlandse Joden in Israël. Het was vlakbij waar we wonen. Een indrukwekkende bijeenkomst. In dat opzicht vergelijkbaar met de Hollandsche Schouwburg. Doch in Israël voelt het anders aan. In ieder geval voor mij. In Nederland was het altijd loodzwaar, hier op zichzelf niet minder, doch je beseft terdege dat je in Israël bent, wat je kan zien als het Joodse antwoord op de Sjoa. Geen wraak, wel veerkracht. Dóórgaan na de Grote Ramp, omdat Joden als opdracht hebben het Jodendom te doen voortleven en iets van het leven te maken.

Net zoals je in Nederland een nationale herdenking hebt op 4 en 5 mei, een herdenking die dus in het teken van de natie en het land staat, heb je hier naast Jom HaSjoa (vehaGvoera) Jom Hazikaron en Jom Haätsmaoet. Ook op Jom Hazikaron loeien sirenes (11 uur), om het land en zijn bewoners eraan te herinneren dat er meer dan twintigduizend mannen en vrouwen gevallen zijn voor Israëls onafhankelijkheid en daarna. In Nederland wordt één oorlog herdacht (plus de politionele acties, strijd in Korea en vredesmissies daarna), in Israël worden vele oorlogen herdacht. En dat in de wetenschap dat het nog niet is afgelopen. Iran is vastbesloten dit land te vernietigen, en Iran is niet de enige.

In een poging de strijd tussen Palestijnen en Israël een andere wending te geven werd er op Jom Hazikaron voor de dertiende keer een aparte bijeenkomst georganiseerd in Tel Aviv. Daar werden niet alleen de Israëlische doden herdacht, er werd ook stilgestaan bij de doden aan Palestijnse kant. Het deed me echter denken aan de felle discussies in Nederland over de vraag of de tijd was gekomen om samen met de Duitsers te herdenken op de Dam. Nederland is nog niet zo ver, hoewel Duitsland inmiddels een goede buur is geworden. Israël is er ook nog lang niet aan toe om op Jom Hazikaron aandacht te besteden aan wat Palestijnen de Nakba noemen. Zolang dit soort initiatieven alleen nog maar aan de Israëlische kant van de grens kunnen plaatsvinden, zo lang is naar mijn idee de tijd nog lang niet rijp voor gezamenlijk herdenken. Ondanks hele goede bedoelingen.

8 + 1 = ?

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.