Cultuurverschillen van klein tot groot

Harry Polak

vrijdag 25 oktober 2019

Laatst hadden we het aan tafel in de soeka over cultuurverschillen. Wat doet men anders in Nederland dan in Israël? Je moet oppassen met dat soort generalisaties. Dat bleek al gelijk toen we het onderling oneens waren of iets nou wel of niet zo was. Bovendien geldt dat mensen eigenschappen hebben, volkeren niet. Niettemin kan je met de nodige prudentie algemene uitspraken doen als ”Nederlanders zijn nuchter” en “Israëli’s zijn gastvrij.” Er zit zeker wat in, alleen gaat het lang niet voor iederéén op. Plus dat nuchterheid niet is voorbehouden aan Nederlanders en gastvrijheid niet aan Israëli’s.

De discussie begon toen onze kleindochter het laatste stukje zalm van de voor iedereen bestemde schaal in haar mond stak. Haar moeder, onze oudste dochter, vond dat eigenlijk maar zozo, want ze had al veel zalm gepakt. Conform de gewoonte in Nederland had ze het even moet aankondigen of zelfs overleggen. Zo van: ik pak het laatste stukje zalm, hoor. Of: wil iemand anders het laatste stukje, anders neem ik het?

Haar echtgenoot, onze Israëlische schoonzoon, vond het onzin. Dat laatste stukje zalm lag er gewoon om te worden gepakt. Daarover ga je toch niet in overleg? Dat was ik helemaal met hem eens. Die rare Nederlandse gewoonte om het laatste snackje te laten liggen, omdat niemand het durft te pakken … Of als iemand het toch pakt dan hoort er een omslachtig Nederlands ritueel bij.

Vervolgens kwamen we te spreken over het gedrag op de weg in Nederland en Israël. Altijd een dankbaar onderwerp. Over het niet zelden onverantwoordelijke rijgedrag van Israëli’s waren we het snel eens: bijvoorbeeld op het laatste moment bedenken dat je op de snelweg wil afslaan en dan van helemaal links naar rechts schieten, en passant een paar auto’s snijdend, om nog nét de afslag te kunnen halen. En zo zijn er nog tal van voorbeelden te geven, variërend van motorrijders die met ware doodsverachting zigzaggend tussen de auto’s voorbij schieten tot en met idioten op elektrische fietsen die op de stoep rakelings langs voetgangers zoeven om nog sneller op hun bestemming te kunnen komen.

Over het volgende verschilden we totaal van mening. Onze schoonzoon die lang in Nederland heeft gewoond, vond de Nederlanders niet moeilijk doen over het ritsen van auto’s. Mijn vroegere ervaringen waren volkomen tegengesteld. Als we van vakantie uit Frankrijk of Italië terugkwamen, viel mij op dat je in Nederland vaak moeilijk kon ritsen, terwijl dat in de vakantielanden meestal niet zo’n ding was. Door de ANWB is ooit een speciale actie op touw gezet om ritsen bij wegversmallingen soepeler te laten verlopen. Naar mijn idee was dat vooral nodig omdat Nederlanders andere auto’s niet zomaar laten invoegen. Daardoor wordt weinig efficiënt van de weg gebruikgemaakt, want Nederlanders beginnen al vroeg in te voegen, omdat ze bang zijn dat ze er anders niet meer tussen worden gelaten. Daardoor blijft de rijstrook die pas verderop ophoudt, grotendeels onbenut. Als je blijft doorrijden tot aan het invoegpunt dan word je in Nederland al gauw voor asociaal versleten. Aan 'voordringers' heeft men een hekel. Er is zelfs een verkeersbord gemaakt om dat rare gedrag te veranderen.

In Israël is het ondenkbaar dat niet wordt doorgereden tot het laatste punt waarop je kunt invoegen. In dit land wordt heel optimaal van alle rijstroken gebruikgemaakt. Bij stoplichten raken alle rijstroken vanzelf gevuld, want Israëli’s duiken in ieder gat dat ze zien. Daar was onze schoonzoon het helemaal mee eens. Hij vond het verbazingwekkend dat auto's bij stoplichten in Nederland niet zelden geduldig achter elkaar gaan staan op de rechterrijstrook, terwijl de linkerrijstrook dan grotendeels vrij blijft. Daar ging hij dan meestal staan. Je bent Israëli of niet.

Zo zijn er talloze cultuurverschillen. In het verleden irriteerden die me wel eens. Inmiddels weet ik niet beter. Als je bij het afrekenen bijvoorbeeld je creditkaart aanbiedt dan wordt die doorgaans uit je handen gegrist en na de creditcardafhandeling achteloos op de toonbank of balie teruggegooid. Het gebeurt veel minder vaak dat die netjes wordt aangereikt aan de klant. Als dat zo is dan moet je de kaart wel gelijk aanpakken anders wordt die alsnog op de toonbank gedeponeerd. Het hangt natuurlijk wel van het soort winkel en het winkelpersoneel af.

Ze zijn hier vaak lomp, zo niet ongemanierd. Anderzijds zijn Israëli’s van het soort “ruwe bolster, blanke pit.” Er hoeft maar iemand iets te overkomen (vallen op straat bijvoorbeeld) of iedereen schiet te hulp. Mensen laten bij wijze van spreken alles uit hun handen vallen om anderen die hulp nodig hebben een handje te helpen.


Ahmed Tibi

Bepaald minder onschuldig is de recente opschudding over het toegenomen onderlinge geweld in de Arabische sector en een uitspraak daarover van minister Erdan van Openbare veiligheid. Hij zou hebben gezegd dat Arabieren nu eenmaal gewelddadiger zijn. Later werd gezegd dat die uitspraak uit zijn context was gelicht. De minister haastte zich om meer politie-inzet te beloven in Arabische steden en dorpen. Het kan zijn dat een en ander in een stroomversnelling is gekomen door grote demonstraties van Arabische zijde en gesprekken die op hoog niveau zijn gevoerd over hoe illegaal wapenbezit en onderlinge wraakacties in de Arabische sector kunnen worden beteugeld.

Ahmed Tibi, een bekend Arabisch Knessetlid uit het Ta’al-smaldeel van de Verenigde Arabische Lijst, stuurde hierover een opinieartikel naar Yediot Acharonot. De geweldcijfers in de Arabische sector steken slecht af bij vergelijkbare cijfers in het Joodse deel van de Israëlische samenleving. Echter, vóór 2000 schijnt dat niet het geval te zijn geweest. In dat jaar begon de tweede Intifada en werden bij ernstige rellen binnen Israël dertien rebellerende Arabieren gedood door de politie. Daarna ontstond er (nog) meer vijandschap tussen de politie en de Arabische inwoners van Israël. De politie trok blijkbaar zijn handen enigszins af van dat deel van de bevolking. Er zijn pogingen ondernomen om meer Arabieren te rekruteren voor de politie. Tevergeefs. Er werden ook meer (of weer) politieposten geopend in Arabische gebieden. Het is duidelijk dat én Arabische inwoners plus hun eigen leiders én de politie plus bewindslieden de handen ineen moeten slaan om het onderlinge geweld tussen Arabieren terug te dringen. Het gros van de Arabieren zal, mag ik aannemen, een gewoon leven willen leiden en deel wensen uit te maken van de Israëlische samenleving. Anderzijds is het struisvogelpolitiek om eerwraak en allerlei soort gewelddadige fenomenen (mishandeling, schieten in de lucht bij bruiloften) niet aan te pakken, al zitten die diep ingebakken in de cultuur van veel Arabieren. Culturen kunnen echter veranderen. Mensen zijn nu eenmaal veranderlijk. Groepsdruk vanuit de familie of familieclans is daarbij wel een forse hindernis.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016