Slechts 48 procent steun voor coalitie Netanjahoe

Harry Polak

vrijdag 1 september 2023

In een parlementaire democratie, zoals in Israël, is het volk aan de macht. Via regelmatige verkiezingen maken de Israëlische burgers uit welke politieke partijen hen vertegenwoordigen in het parlement. De volksvertegenwoordiging bepaalt vervolgens hoe de regering er uit komt te zien. De regeerders zetten de koers van het land uit, formeel gecontroleerd door het parlement, tot aan de volgende regeertermijn. Als de huidige coalitie niet eerder valt, zijn de volgende Israëlische verkiezingen pas in 2026 te verwachten.

Overleg staat centraal in een democratie. Geweld is taboe. Daarbij hoort de bereidheid elkaars argumenten serieus te nemen en zich eventueel te laten overtuigen door de ander. Als die bereidheid er niet is, komt het democratisch proces onder druk te staan. De democratie komt ook in de gevarenzone terecht als burgers, politici en anderen zich niet neerleggen bij de oordelen van onafhankelijke rechters die zijn aangesteld om geschillen te beslechten. Rechters opereren binnen de kaders van wetten die door het parlement zijn aangenomen. Wetten horen een rechtstatelijk karakter te hebben, dat wil zeggen dat grondrechten worden gewaarborgd, doorgaans neergelegd in de constitutie of grondwet. Zoals bekend heeft Israël net als Engeland geen grondwet. Er zijn wel basiswetten die een quasi-constitutioneel karakter hebben. Om basiswetten door het parlement te krijgen, is in Israël een meerderheid van de helft plus één (61 zetels bij een plenaire zitting) voldoende.

Voorstanders van de ingrijpende juridische hervormingen die momenteel in Israël aan de orde zijn, verwijten de oppositie onder andere dat zij de laatste verkiezingsuitslag niet zouden accepteren. De huidige regeringscoalitie heeft, nadat vier keer eerder sprake was van een patstelling na verkiezingen, de vijfde verkiezingen gewonnen met 64 zetels (53 procent van de 120 Knessetzetels). De vierde keer werd de patstelling doorbroken door het toetreden van Bennett tot de centrum-linkse regering waaraan ook door een Arabische partij (Ra’am van Mansour Abbas) werd deelgenomen. Die regering viel door toedoen van leden van de partij van Bennett, die vonden dat hun leider verraad had gepleegd.

Om me te laten overtuigen door voorstanders van de juridische hervormingen – voor alle duidelijkheid, zij zijn mijn politieke tegenstanders – lees ik van tijd tot tijd hun opinieartikelen. Die pik ik vooral op van X, het voormalige Twitter, of van Facebook. Zo las ik het artikel gedateerd 21 augustus 2023 van David Israel op JewishPress.com nadat ik dat zag langskomen op de Facebookpagina van een politieke opponent.

David Israel verwijt in dat artikel Yossi Klein Halevi c.s. ten eerste dat zij voorbijgaan aan de recente verkiezingsuitslag van 1 november 2022. Klein Halevi c.s. stellen dat Netanjahoe en zijn coalitie hun beleid baseren op 48,4 procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl er gewoon sprake is van meerderheid, aldus Israel. Ten tweede wordt Klein Halevi c.s. verweten dat zij beweren dat de juridische hervormingen pas ná de verkiezingen een issue werden, terwijl daarvoor al duidelijk was wat de rechtse kiezers op dat vlak wilden.

David Israel duikt in de verkiezingscijfers en komt dan met de volgende tekst: “Therefore, out of 4,764,742 “kosher” votes in the 2022 election, 2,306,136 Israelis voted for the coalition parties, compared with only 2,001,192 who went with the opposition, including the Arab parties. That’s a difference of 304,944 voters. To give you an idea: the entire city of Haifa’s population is only about 290,000.”

Nieuwsgierig geworden naar de exacte cijfers heb ik de verkiezingsuitslagen ook geraadpleegd via de officiële bron die David Israel eveneens moet hebben gebruikt, want het door hem genoemde aantal van ‘koosjere’ stemmen, zeg maar de geldige stemmen, herken ik.

De verdere cijfers die hij noemt, zijn echter onjuist, en dat valt me zwaar van hem tegen, want het artikel is redelijk van toon. Zijn aantal van 2.306.136 voor de coalitie is te hoog, plus dat zijn cijfer van voor de oppositie te laag is: 2.001.192. De ware cijfers zijn: 2.304.964 en 2.042.378, dus het echte verschil is 262.586 en niet 304.944. Dat komt neer op 16 procent!


Los van bovenstaande toch wel storende onjuistheden, is natuurlijk het belangrijkste waaraan hij voorbijgaat, dat Klein Halevi c.s. met hun opmerking over 48,4 procent willen duidelijk maken dat minder dan de helft van de kiezers op de zittende regering heeft gestemd. Bepaald geen basis om ingrijpende hervormingen door te voeren. Je zou dat zelfs enigszins ondemocratisch kunnen noemen, terwijl de huidige coalitie de mond vol heeft van democratie.

Wat betreft het verwijt dat de juridische omwentelingen geen issue waren tijdens de verkiezingsstrijd is het bewijsmateriaal op het eerste gezicht vrij overtuigend. Bij nader inzien blijkt dat de partij van Smotrich (waar ook Rothman toebehoort die de juridische commissie van de Knesset voorzit) slechts twee weken (!) voor de verkiezingsdatum kwam met een uitgewerkt voorstel voor juridische hervormingen. Volgens een artikel uit The Jerusalem Post is niet vol te houden dat de juridische hervormingen binnen de Likoed zo’n heet hangijzer waren, afgezien van de ideeën van de huidige minister van Justitie Yariv Levin. Die is echter als een soort Don Quichot al jaren tevergeefs bezig geweest om het Hooggerechtshof te bevechten. Hij was inderdaad niet de enige, doch eerder is er nooit sprake geweest van serieuze acties van een regering op dat vlak. Niettemin is door de oppositie en het publiek absoluut onderschat wat nu wordt ondernomen inzake de onttakeling van de rechterlijke macht, zoals op de verkiezingsdatum in The New York Times werd geconstateerd.

Het belangrijkste punt heb ik tot het laatst bewaard. David Israel en al degenen die behoren tot het kamp van de voorstanders van het terugdringen van de macht van het Hooggerechtshof en andere juridische sleutelfunctionarissen (de waakhonden van Israël als rechtsstaat, al blaffen ze van tijd tot tijd wel heel hard) veronachtzamen één keihard argument: constitutionele wijzigingen vergen in een ordentelijke (!) democratie twee derde meerderheid, dus 67 procent van het totale aantal zetels. In Israël komt dat neer op 80 zetels van de 120. Een meerderheid van 64 zetels (53 procent van de 120), gekozen door 48 procent van de uitgebrachte geldige stemmen, is toch wel erg schamel. Voormalig president van het Hooggerechtshof Aharon Barak, die de kop van Jut vormt in de ogen van de voorstanders van de huidige juridische coup, wees daar in Haaretz nog eens fijntjes op.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Goede uitleg. Kol hakvod.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016