Aangenaam is anders

Harry Polak

vrijdag 5 juni 2020

Het eindeloze en zo langzamerhand hopeloze gezoek naar een ander huis met een hebbelijk huurcontract (zie vorige column) leidt tot veel telefoongesprekken met aanbieders. Dat kunnen makelaars (duur) of huizenbezitters (koef noen*) zijn. Soms zijn het bewoners die vóór afloop van hun jaarcontract vertrekken en daarom voor de verhuurder conform het huurcontract vervangers zoeken.

Vaak begin ik in het Hebreeuws om vervolgens snel over te schakelen op het Engels. Dat gebeurt niet zonder het eerst netjes te vragen (“Efsjar ledabeer angliet? = Kan ik Engels spreken?”). Regelmatig is dat geen probleem, al komt het vrij veel voor dat aan de andere kant van de lijn alleen Hebreeuws wordt gesproken.

Inmiddels begin ik met het noemen van mijn naam. Eerst zei ik dat ik Harry heet (“Sj'mi Harry”). Totdat ik erachter kwam, wat ik eigenlijk al vaker had gehoord, dat Israëli’s zeggen: “Harry medabeer”. Letterlijk is dat “Harry spreekt” of in goed Nederlands “U/Je spreekt met Harry.” Dat leidt niet zelden tot de verbaasde wedervraag: met wie? Na de herhaling van mijn naam, maken ze er doorgaans Arik van. Dat laat ik meestal zo, want het gaat mij niet om een correcte weergave van mijn voornaam, ik wil meer weten over het huis waarvoor ik bel.

Vanaf het begin van onze aankomst in Israël gaf mijn voornaam wat probleempjes. Dat begon al bij de Hebreeuwse taalles. In de oelpan (taalklas) zag de juf - mannen heb ik nooit voor de klas gehad, ze zijn er wel – mijn naam in het Hebreeuws (הנרי) op het vel papier en dat werd dan resoluut Henry, op zijn Engels. Terwijl mijn officiële naam op zijn Frans dient te worden uitgesproken, dus Henri. Zo staat het ook in mijn Nederlandse paspoort. In de latere fase van mijn taallessen corrigeerde ik de nieuwe juf van een vervolgklas onmiddellijk. Zo van: “Henry (eigenlijk dus Henri) is mijn officiële naam, maar ik word in het gewone leven ‘Harry’ genoemd. Dan legde ik uit dat Harry (met een ‘a’) de Nederlandse variant is van het bekendere Engelse Harry (met è), zoals in de film Dirty Harry, met Clint Eastwood in de hoofdrol.

Mijn tweede naam is een nog wat groter probleem voor Israëli’s. Jacques, alweer Frans, is op mijn identiteitsbewijs Jack (ג'ק) geworden. Mij best. Namen omzetten in andere talen is veelal een lastige zaak, daar heb ik begrip voor. Mijn Hebreeuwse naam Ja’akov (Jacob) is van die tweede naam afgeleid. Voluit is het Ja’akov ben Mosjé, want mijn vader heette op zijn Hebreeuws: Mosjé ben Menachem. Iedereen die een beetje thuis is in de religieuze kant van het Jodendom weet dat je voor een Toralezing in de synagoge wordt opgeroepen met je Hebreeuwse naam.

By the way, ik hoor al mensen zeggen: is er een ándere dan de religieuze kant van het Jodendom? Jazeker, dat is de seculiere kant. Je kunt op allerlei manieren Joods zijn. Afkomst, dat is de vorm, is de basis, de ruggengraat, het geraamte; religie is de inhoud, het vlees op de botten. Er kan veel vlees op de botten zitten, het kan ook vel over been zijn. Het wemelt van de Joden die niet zo religieus zijn en op een meer wereldse manier proberen inhoud te geven aan hun Joods zijn. Iets wat in Israël door de eerste socialistische zionisten en met de kibboetsnikkim (kibboetsbewoners) sterk is gecultiveerd.

Maar we hadden het over de huizenspeurtocht en namen. Op mijn beurt versta ik de Israëli’s vaak niet goed als zij hun naam noemen. Mosjé, Varda en zo, dat lukt wel. Regelmatig gaat het echter te snel en lukt het pas in een latere fase van de kennismaking om de naam te achterhalen. Ah, verrek, dat zei hij dus: Itamar!

Het kan soms leiden tot rare taferelen. Zo hadden we eens aan het begin van onze huizenzoektocht een afspraak gemaakt met een huiseigenaar die natuurlijk had verstaan dat ik Arik heette. Toen we rond de afgesproken tijd iemand bij de ingang zagen staan en vroegen of hij de eigenaar was van het appartement dat we wilden bekijken, antwoordde hij dat hij op Arik wachtte. O, dat ben ik niet, zei ik toen. Daarna hebben we nog ongeveer tien minuten tegenover elkaar gestaan, totdat we elkaar gingen bellen en verbaasd naar elkaar keken toen we de mobiele telefoon van de andere hoorden overgaan.

Israëli’s hebben de naam niet erg op tijd te zijn bij afspraken. Daar merken we helemaal niks van bij onze huizentocht. Altijd op tijd. Stipt, vaak te vroeg zelfs. Of het nu om makelaars gaat, huiseigenaren of bewoners.

Ook in ander opzicht leidt het gezoek – naast grote frustratie – tot meer kennis van de cultuur en het land. Onze stratenkennis en kennis van buurten is aanzienlijk vergroot. Vaak zoeken we tevens de achtergrond op van een straatnaam of de naam van een buurt. We weten nu wat er steekt achter Tel Chai.

Indertijd leerden we Herzliya beter kennen toen we huizen gingen bekijken voor onze dochter en haar Israëlische echtgenoot S., die in die periode nog in Nederland woonden, doch ons achterna wilden. S. gaf aan waar we naartoe moesten, wij maakten een afspraak met de makelaar of eigenaar en maakten foto’s voor hen plus dat we onze indruk gaven. Dat was een hele verantwoordelijkheid. Uiteindelijk kozen ze toen voor een huis dat we niet als eerste hadden aanbevolen, al was het goed genoeg naar ons idee. Later bleek dat het huis veel last had van schimmelplekken, wat hier wel meer voorkomt. Daarom zijn ze toch maar verhuisd naar een betere optrek. En nu wonen ze heel gelukkig in een mooi koopappartement in een torenflat, zoals veel Israëli’s.


Hoogbouw - ook in Netanya

Onderhand hebben we ook Ra’anana, Kfar Saba, Hod Hasharon en Ramat Poleg bij Netanja beter leren kennen. Eén van die vier plaatsen gaat het worden. Dat is wel zeker. De vraag is wannéér we een lot uit de huizenloterij winnen. De hoofdprijs zou mooi zijn, maar we zijn al tevreden met een iets mindere prijs. Gewoon een redelijk huis in een aardige buurt tegen een schappelijke huur met een normaal contract en een sympathieke eigenaar (m/v). Dat moet voor toch ook voor ons weggelegd zijn?

* koef noen = kost niks, afgeleid van de Hebreeuwse namen van de letters K en N, die ook in het Hebreeuwse alfabet voorkomen.

8 + 1 = ?
als het om geld gaat, verdwijnt de moraal
Dat is zeker zo. Maar hoewel geld duidelijk grote rol speelt op de vastgoed- en bouwmarkt (echt niet alleen in Israël) vind ik dat vooral wantrouwen een hoofdrol speelt op de huurmarkt hier. Huiseigenaren halen de gekste dingen uit om zich in te dekken tegen risico’s. Blijkbaar omdat er nogal wat onbetrouwbare huurders zijn.

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.