Oelpan

Harry Polak

vrijdag 27 januari 2017

Nadat we ons huis in Herzliya hadden ingericht met alle huisraad en andere spullen die begin april met de zeecontainer waren gearriveerd, gingen we op zoek naar een geschikte oelpan (taalcursus). Iedere nieuwe immigrant (oleh chadasj) krijgt ongeveer een half jaar gratis oelpan aangeboden, daarna moet je het zelf betalen als je verder wil leren.

We gingen ons licht eerst opsteken in Tel Aviv. We hadden goede verhalen gehoord van onze dochters over Oelpan Gordon, vlakbij de S’derot Ben Gurion in het centrum. Toen we ons wilden aanmelden, bleek dat we eerst een toets moesten doen om ons niveau te bepalen. Na het oriënterende bezoek aan Gordon in Tel Aviv bedachten we dat we eigenlijk beter dichter bij huis een oelpan konden zoeken. Naar Tel Aviv is vanaf ons huis ongeveer een uur reizen met de bus. Twee uur reizen (heen en terug) voor een oelpan van circa drie uur is best veel. Het bleek dat in Ra’anana, als het ware bij ons om de hoek, ook een oelpan was. We hebben ons toen daar laten inschrijven voor de oelpan die in september zou beginnen. Irith, mijn vrouw, had overigens gelijk de volgende dag kunnen beginnen, maar dat was een oelpan met een les op elke werkdag en dat vonden we wat veel van het goede. Inschrijving voor mij was wat onzeker, omdat ze niet konden garanderen dat er een oelpan zou worden gestart voor enigszins gevorderden.

Toen we in augustus in Ra’anana informeerden wanneer onze oelpan precies zou beginnen, bleek het kantoor gesloten te zijn. Dat deden ze altijd vlak voor de oelpan zou starten, zei de portier. Helemaal handig leek ons dat niet, want mensen gaan vlak voor de start natuurlijk informeren naar de dagen en de tijden, maar dat ziet men in Ra’anana blijkbaar anders. Begin september waren ze weer open en toen werd ons verteld dat de oelpan pas een aanvang zou nemen na alle feestdagen, medio oktober. Dat hadden ze wel wat eerder kunnen zeggen, vonden wij. Na enig heen en weer praten, besloten we dat Gordon in Tel Aviv uiteindelijk toch een slimmere keus was. Ten eerste zouden die wel iets voor ons kunnen hebben in september en ten tweede hadden ze daar meer aanbod met allerlei niveaus.

Dus gingen we weer naar Tel Aviv. Er was nog wat gedoe over een papier van het ministerie van Immigratie en Absorptie dat we moesten laten zien om gratis lessen te kunnen krijgen. In Ra’anana beweerden ze dat ze het nooit van ons hadden ontvangen toen we vertelden dat we toch maar naar Tel Aviv gingen. Na protesten van onze kant werd er opnieuw gezocht en werden de papieren gelukkig gevonden. Ze zaten in een verkeerde map.

Op een dondermiddag zaten we klaar in een groot lokaal met veel anderen voor de Gordon-test. De toets begon simpel en werd allengs moeilijker. Ik bleef ongeveer halverwege steken. Bij het nakijken, viel ik door de mand. Ik was nogal slordig omgesprongen met de verleden tijd en werd daarom ingedeeld op een lager niveau dan ik had gehoopt. Voor Irith was het simpeler: ze wilde beginnen vanaf het allereerste begin, dus met het alef beet (alfabet) hoewel ze dat beginnersniveau al lang ontstegen is.

Na de toets bleek opeens dat we ook bij Gordon pas over een paar maanden konden beginnen. We wilden namelijk niet elke werkdag op cursus maar zo’n twee tot drie keer in de week, gezien onze andere verplichtingen: oppassen op onze oudste kleinzoon. Toch maar weer terug naar Ra’anana dan? We besloten onze inschrijving bij Gordon te handhaven.

Onze lessen zouden starten in november en december. Omdat ik starten in december voor mijn groep (“Kita alef plus plus”) wel erg laat vond, koos ik ervoor alvast in te stromen in een klas voor gevorderden in oktober. Mij werd verteld dat dat niveau voor mij te hoog was, maar ik zei dat ik het gewoon wilde proberen. Irith had het probleem dat haar oelpan van start ging in de tweede helft van november en we zouden dan juist twee weken naar Nederland gaan en begin december weer terug zijn. Haar klas zou met het alef beet beginnen en dat beheerste ze al, dus iets later instromen, zou geen probleem moeten geven.

Ik was best wat zenuwachtig toen ik op een zondagmorgen begin oktober naar Gordon ging voor mijn eerste les. Het bleek om een grote klas te gaan met allemaal gepensioneerden. Veel Fransen, wat Russen, een Roemeens paar en ook een Italiaans stel, een enkele Amerikaan plus zowaar een Nederlandse vrouw. Zij onderwierp mij gelijk aan een misjpochologietest. Het bleek dat we geen familie van elkaar konden zijn. De mevrouw in kwestie kwam vooral naar de oelpan voor de gezelligheid. Huiswerk maken deed ze nooit. Ze zat al jaren in deze groep, die onder de hoede werd genomen door lerares Malka, die eveneens de pensioengerechtigde leeftijd was gepasseerd. Aan het tempo was dat niet te merken. Malka praatte de hele les vol over van alles en ondertussen leerde ze ons allerlei nuttigs op grammaticaal gebied. Ik kon nauwelijks de helft volgen maar omdat de onderwerpen voor mij wel te volgen waren (vrij veel over de politiek en interessante maatschappelijke kwesties) kon ik het net bijbenen. De meeste anderen spraken al behoorlijk Hebreeuws, wat ik niet kan zeggen.

Het waren boeiende lessen. Ik moest zowaar ook nog een spreekbeurt doen. Dat deed ik vanaf papier, wat Malka eigenlijk niet oké vond. Half november kondigde ik aan dat we op vakantie zouden gaan naar Nederland en dat ik daarna wilde overstappen naar een lagere groep. Malka wilde me eigenlijk niet laten gaan. Ze had wel gemerkt dat ik lang niet alles kon volgen, maar ik deed mijn huiswerk netjes en ze merkte dat ik uit de voeten kon met de grammatica-oefeningen. Ik hield echter voet bij stuk, want eerlijk gezegd werd ik er niet gelukkig van dat ik amper de helft kon volgen.

Begin december zijn zowel Irith en ik gestart in onze groepen. Irith heeft drie keer per week les en ik tweemaal. Voor beiden aan het eind van de middag en begin van de avond. Irith heeft een hele trage klas met allemaal gepensioneerden, vooral Fransen en veel Russisch sprekenden. De Fransen praten bij voortduring met elkaar en geven de leerkracht bij wijze van spreken nauwelijks de kans er tussen te komen. Aanvankelijk vond Irith dat ze wel erg weinig opstak, maar inmiddels gaat het beter. Er zijn wat Fransen vertrokken en dat scheelt. Er is alleen nog een Amerikaanse dame die overal vraagtekens bij zet. Ze vindt het bijvoorbeeld maar raar dat in het Hebreeuws de letter ‘tsadi’ bestaat en wil alsmaar weten waar die vandaan komt. Dat houdt op die manier de boel flink op.

Wat mijn groep betreft: allemaal jongeren, want ik heb ervoor gekozen niet bij gepensioneerden te gaan zitten. Het niveau van de groep sluit precies aan bij mijn wensen. Er wordt druk geoefend met de toekomende tijd. Daar ben ik na eerdere Hebreeuwse lessen in Nederland over de verleden en tegenwoordige tijd zelf mee aan de slag geweest, maar als je het uitgelegd krijgt, blijft het toch beter hangen. Sara is een jonge, fantastische leerkracht. Een vakvrouw. Haar Hebreeuws kan ik voor bijna honderd procent volgen. Ze praat dan ook niet al te snel en houdt rekening met ons niveau. De meesten spreken nog weinig Hebreeuws, dus dat is een hele geruststelling voor mij. Dan kan ik meekomen.

Hopelijk zijn Irith en ik aan het eind van deze oelpan ergens in het late voorjaar een stukje verder. Onze middelste dochter, die vrij aardig Hebreeuws spreekt (dankzij Gordon en een Israëlische ex), zei toen ze weer eens bij ons logeerde: “Nou pap, als je zo doorgaat, haal je me in.” Dat zou mooi zijn. We zullen zien. נראה (niree).

7 + 2 = ?

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.