De Giro d’Italia en nog wat

Harry Polak

vrijdag 18 mei 2018

Eén van onze schoonzoons coacht wielrenners op professionele wijze. Samen met een compagnon heeft hij een bedrijf opgezet dat onder andere testen afneemt en trainingen begeleidt om wielrenners nog beter te laten worden dan ze al zijn – aangepast aan hun eigen ambitieniveau. Zelf is hij ook helemaal fietsgek. Hij heeft op allerlei plekken in de wereld rondgefietst, wat goed is te zien aan de stempels in zijn paspoort. Toen hij in Israël op vakantie was met onze middelste dochter en hun zoontje wist hij in no time via internet contact te leggen met Israëlische fietsfanaten. Zo reed hij met hen ’s ochtends in alle vroegte in hoog tempo rondjes in het Yarkon Park in Tel Aviv, ging hij mountainbiken ergens in de buurt van Haifa en reed hij even op neer van Herzliya naar Jeruzalem, ondanks de hitte. De eerste keer huurde hij ergens een racefiets. Tegenwoordig neemt hij zijn eigen racefiets mee in het vliegtuig wanneer hij naar ons toekomt, want hij was niet tevreden over het gehuurde materiaal.

Onze fietsende schoonzoon heeft ook eenmalig advies gegeven aan de Israëlische wielerclub over het exploiteren van een nieuwe wielerbaan, de eerste heuse velodrome in het Midden-Oosten. Via hem hoorde ik al iets over een vermogende weldoener die Israëlische fietserij wil opstoten in de vaart der volkeren. Sinds de Giro d’Italia met veel publiciteit in Israël van start ging met drie etappes weet ik om welke mecenas het gaat: Sylvan Adams, een Canadees die onlangs alija maakte. Hij heeft flink veel geld verdiend in de makelaardij. Dat stelt hem niet alleen in staat een mooi appartement aan de boulevard van Tel Aviv te bewonen, hij sponsort er ook de Israëlische wielrennerij mee. En hij is de man die veel sjekels neertelde om de Giro naar zijn nieuwe vaderland te halen. Je bent gek op fietsen of je bent het niet.

Zelf ben ik ook wel eens op de fiets geklommen om heel bescheiden rond te toeren in Nederland. Geen racefiets, slechts een Batavus supersportfiets met tien versnellingen. De fietsfanaten in mijn studentenflat kregen me niet zo gek om in één dag een rondje IJsselmeer te doen, maar toen mijn toenmalige vriendin, nu mijn vrouw, en ik een keertje in de zomer op een huis gingen passen in Wageningen, besloot ik er op de Batavus heen te gaan. Dat beviel prima, ondanks een fikse regenbui die ik onderweg over me heen kreeg. Het was mooi weer, dus ik was in no time droog dankzij de rijwind. Bij de Reeuwijkse plassen raakte ik wat verdwaald, maar ik bereikte Wageningen nauwelijks later dan mijn geliefde, die met de trein was gegaan. Ik moet er wel bij vertellen dat ze in Amsterdam veel later van huis was gegaan. Met de Batavus ben tijdens die vakantie nog de grens overgestoken achter Nijmegen in de richting van het Reichswald. De Duitse douane vond het maar vreemd, maar ik had mijn paspoort bij me en er was niks verdachts aan me te bespeuren, dus mocht ik verder.

In Frankrijk hebben we twee keer de Tour de France zien langskomen. De eerste keer was min of meer toevallig, want de Tour kruiste de route naar onze vakantiebestemming in Bretagne, waar we met onze drie jonge kinderen een huisje hadden geboekt. We zijn speciaal uitgestapt om de Tour te zien en we waren net op tijd om de wielerkaravaan in een flits voorbij te zien komen. In Parijs hadden we de renners jaren daarvoor (we hadden toen nog geen kinderen) al eens gezien. We hadden een plekje aan de Champs Elysees bemachtigd. Toen viel me al op dat die wielrenners verdomd hard gaan, zo’n veertig tot vijftig km per uur. Op mijn Batavus wist ik dertig of wat meer te halen en dat vond ik al heel wat.

Uiteraard wilden we de Giro zien langskomen. Daarvoor hoefden niet eens zoveel moeite te doen, want ze zouden Herzliya passeren. We hebben het eerste stuk van de etappe van Haifa naar Tel Aviv thuis op tv gekeken. Daarvoor moesten we wel een dagabonnement nemen op Eurosport, maar dat was zeer de moeite waard. Het zag er fantastisch uit. De mooiste plekken waar ze langsreden, werden voorzien van een begeleidende tekst, zodat de gemiddelde kijker, die niks van Israël weet, een beetje wegwijs werd gemaakt. Een vroegere collega van me had ook gekeken en meldde me enthousiast dat ze vanuit de lucht Herzliya had gezien en nu wist op wat voor mooie plek we wonen.

Drie dagen Giro met veiligheidsmaatregelen en wegafsluitingen om de renners ruim baan te geven, had Israël probleemloos op zijn conto geschreven. Best een prestatie in zo’n roerige regio met veel vijandige buren. En net zo goed met eigen inwoners die ieder positief punt van Israël de grond in willen boren. Het gaat veelal om Arabische Israëli’s (er zijn gelukkig veel uitzonderingen) en enige Joodse Israëli’s die één lijn met hen trekken. Voor hen is dit land in zonde geboren en moet het linksom of rechtsom zo snel als mogelijk te gronde gaan.

De meeste (sport)commentaren in Nederlandse kranten waren zuinig tot zuur over de Giro d’Italia in het heilige land. Ik las slechts één columnist die het prima vond en al die collegiale azijnpissers maar niks vond. Hulde aan Sylvain Ephimenco in Trouw daarvoor en trouwens ook aan De Speld die het gemopper van Bert Wagendorp van de Volkskrant op de hak nam.

Nog maar amper bijgekomen van de succesvolle Giro, die op zondag 27 mei zijn slot beleeft in Rome, of we werden wakker met het verheugende nieuws dat Israël weer eens het Eurovisie Songfestival had gewonnen. We hadden even gekeken naar dat zangfestijn met veel glitter en bombarie, braaf onze stem op Netta Barzilai uitgebracht, doch niet verwacht dat Israël als eerste zou eindigen, ondanks de veelbelovende prognoses. Dat Eurovisiegedoe is niet mijn ding en het liedje vond ik wel grappig, maar mijn muzikale voorkeur gaat toch uit naar iets anders, wat Eurovisie niet weet te bieden. Totdat ik wat op Facebook zag langskomen, waardoor ik dacht: die Netta heeft best wat in haar mars. Ook haar commentaren op de zege waren treffend, net als de inhoud van het liedje ‘Toy’.

Ten slotte: uiteraard kan ik niet heen om de pogingen door het grenshek van Gaza te breken. Het is diep triest dat mensen zich zo gek laten maken om zoiets te proberen, en dat er daarbij dan doden vallen, is naar mijn idee verschrikkelijk én onvermijdelijk. Israël heeft het weer helemaal gedaan in de ogen van de wereldopinie. Ik heb niemand gehoord die een goed idee heeft geopperd om de bestormers van het grenshek tegen te houden zónder dat er doden vallen. Flyers met waarschuwing om weg te blijven bij de grens, traangas, op de benen schieten, het helpt niet als mensen als dolle stieren blijven doorrennen om met geweld (molotovcocktails, brandende autobanden of erger) door het hek te breken. Dat laatste mag onder geen beding gebeuren, want ik maak me weinig illusies waar het toe zal leiden als Gazanen in groten getale de grens weten over te steken.

Ik zag een filmpje van de NOS om het Palestijns-Israëlisch conflict uit te leggen. Twee dingen vallen direct op als je de geschiedenis een beetje kent: (1) er wordt gedaan alsof er al eeuwen een land Palestina bestond dat door de Joden uit Europa onder de voet is gelopen en ingepikt (2) geen woord over de wortels van het Jodendom in en de band van Joden met dit land, want die heilige plekken van Joden die waren er zomaar opeens en blijkbaar niet al veel eerder dan de paar islamitische heiligdommen die er later bij zijn gekomen (3) van Arabische Joden en hun doorgaans onvrijwillige vertrek heeft de NOS nog nooit gehoord.

Tegen dat soort valse geschiedschrijving kan geen geslaagde Giro of gevoelig zingende Netta op. In de ogen van velen was Israël fout, is Israël fout en blijft Israël fout. Al doet het CIDI nog zo zijn stinkende best om dat te weerleggen.

7 + 1 = ?

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.