Chidoesj (vernieuwing

Harry Polak

vrijdag 20 november 2020

Tot vlak voor ons vertrek naar Israël was ik in Nederland als vrijwilliger actief voor het NVPJ. Die vier letters staan voor Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom. Het is de koepelorganisatie van de negen liberaal-Joodse gemeenten in – wat de Fransen – de “lage landen” noemen.

De meest ingewikkelde klus die ik deed, was het Verbond vertegenwoordigen in het overleg met het ministerie van Justitie. Ook bij Defensie had ik een dergelijke vertegenwoordigende functie. Daar was het een fluitje van een cent. Dat kwam omdat de liberale en de orthodoxe rabbijnen die als geestelijk verzorgers werkten voor de Nederlandse militairen, door één deur konden – mede dankzij hun hoofd. Die was van (modern-)orthodoxe huize. Hij had een open vizier en oog voor de gezamenlijke belangen van de drie Joodse ‘kerkgenootschappen’. Hij zag in dat onderling ruziënde rabbijnen geen sier zouden maken bij Defensie. Militairen moeten op het slagveld gezámenlijk opereren en blindelings op elkaar kunnen vertrouwen. Daar hangt het succes vanaf. Achteraf, als de strijd gestreden is, kun je het hebben over meningsverschillen. Na de veldslag komen meestal de ethische en veelal ook religieuze vragen van militairen. Daarvoor hadden verschillende religies binnen de Nederlandse krijgsmacht hun eigen geestelijk verzorgers. Protestanten, rooms-katholieken, humanisten, moslims, hindoes, boeddhisten en Joden konden allemaal aan hun trekken komen.

Bij gevangenissen konden de veroordeelden eveneens een beroep doen op geestelijk verzorgers, want na de misdaad komt in het gunstigste geval het berouw en veelal daarmee samenhangende godsdienstige of humanistisch geïnspireerde vragen. Geruime tijd zorgde het NIK (Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, de orthodoxe koepel) voor de vertegenwoordiging van Joods Nederland bij Justitie. Daar kwam verandering in toen aan de toenmalige minister van Justitie Hirsch Ballin werd verzocht om tevens liberaal-Joodse geestelijk verzorgers aan te stellen. Dat geschiedde, want de Nederlandse overheid heeft geen voorkeur voor orthodox of liberaal c.q. progressief jodendom. Zo hoort het ook. De overheid dient neutraal te zijn. Bovendien is het een kwestie van scheiding tussen kerk en staat.

Een verschil van dag en nacht met Israël waar de overheid, die alle burgers dient te vertegenwoordigen, een monopolie heeft toegekend aan het (ultra-)orthodoxe jodendom als het om Joodse inwoners gaat. Het strikt (ultra-)orthodoxe opperrabbinaat bepaalt in hoge mate het Joodse leven in de Joodse staat. In dat opzicht is Israël allerminst de staat vóór en nog minder ván alle Joden. Het is een situatie die al zo is sinds de stichting van de staat in 1948. Om aan de verhitte strijd tussen gelovige en andere, minder of niet-gelovige Joden een eind te maken werd door premier Ben-Goerion de ‘status quo’ ingesteld. Dat wil zeggen: bevriezing van de situatie van toen. Die zogenaamde status quo is een lachertje, want was er toen sprake van hooguit enkele honderden Talmoedstudenten die werden vrijgesteld van militaire dienst, nu zijn het er duizenden.

Er is verzet tegen de sinds 1948 geldende situatie op Joods-religieus gebied. Het mag vooralsnog niet baten, ondanks ingrepen van het Hooggerechtshof dat toeziet op gelijke rechten en plichten van alle Israëli’s. De (ultra-)orthodoxe rabbijnen zijn uiterst gewiekst in het omzeilen en tegenwerken van gerechtelijke uitspraken die hen niet bevallen. Hun machtspositie geven zij natuurlijk niet zonder slag of stoot op. Zolang de politiek dat toestaat (Netanjahoe heeft hen nodig, maar eerder was dat ook het geval bij politici van andere kleur,) blijft het zo. Het zal veel Israëli’s een worst wezen, de rest vindt het oké zo.

Eén van de organisaties die strijdt tegen de achterstelling van alles wat niet (ultra-)orthodox is, is Hiddush. Die organisatie is voor religieuze gelijkheid en gelijkwaardigheid, zoals ze als ondertitel meegeven. Ze geven een bulletin uit. Het laatste is van 12 november 2020/25 chesjwan 5781. Het bevat een overzicht van wat er momenteel gaande is op het gebied van religieuze en andere gelijkberechtiging. Eén van de trekkers daar is rabbijn Uri Regev. Hij moet naast grote dossierkennis over eindeloos geduld en onuitputtelijk optimisme beschikken, anders houd je het gevecht geen dag vol.

Terwijl de Israëlische kranten (terecht) vol staan met Amerikaans verkiezingsnieuws en alles wat met Covid-19 te maken heeft, speelt zich onder de waterspiegel een krachtmeting af inzake religieuze kwesties met voor Israël zelf verstrekkende gevolgen.

Zo is er nog steeds de eindeloze soap rond een plek aan de Kotel (Klaagmuur), waar nog steeds geen ordentelijke mogelijkheid bestaat voor egalitair gebed en Toradiensten. Verder verzetten de ultra’s zich met hand en tand tegen dienstplicht voor jesjiwa-studenten. Kachol Lawan heeft zowel het ministerie van Defensie als dat van Justitie in handen en de ultra’s willen resultaten zien (op basis van het regeerakkoord, neem ik aan), op straffe van intrekking van steun aan de regering Netanjahoe.

Uiteraard kan de kwestie “Wie is Jood?” niet ontbreken in dit rijtje. Het Hooggerechtshof heeft uitspraken gedaan over de aanspraken van niet (ultra-)orthodoxe ‘bekeerlingen’ en dus zijn ultrareligieuze partijen doende om wetgeving te realiseren om daar onderuit te komen. Ook deed het Hof uitspraken over het toestaan aan vrouwen om halacha-examens te mogen doen. Het Opperrabbinaat acht de rechters daartoe niet bevoegd, want dat is een halachische (Joods-religieuze) kwestie voor religieuze autoriteiten.

Nog opvallender wellicht is het tumult dat is ontstaan over de orthodoxe rabbijn Eliezer Melamed, die het had gewaagd mee te doen aan een online conferentie, waaraan ook een liberale Franse rabbijn deelnam. Melamed haastte zich na afloop het volgende te verklaren: "Reform Judaism seems like a religious-Jewish movement, but is a distortion and deception of the Holy Torah of Israel. We should fight against any granting [of] any religious authority to their representatives, just as the Chief Rabbinate of Israel has done since its establishment until today." Het mocht niet baten, want opperrabbijn Jitschak Josef riep op om rabbijn Melamed voortaan te boycotten.

Het ergste is dat het Legerrabbinaat is aangevallen omdat het middels een halachische spitsvondigheid zijn goedkeuring had gegeven aan het samen begraven van niet-Joodse en Joodse militairen, zij het dat de niet-Joodse doden dieper en duidelijk gemarkeerd zouden worden begraven. (Al in 2013 werd besloten niet als Joods erkende soldaten samen met hun Joodse kameraden te begraven. Voor alle duidelijkheid: moslims en andere gelovigen hebben hun eigen begraafplaatsen.)

Alsof het voorgaande nog niet genoeg is, wordt in de laatste Nieuwsbrief ook gewag gemaakt van een scherpe aanval op een van de moderne orthodoxe rabbijnen in Israël, te weten rabbijn Benny Lau, die iets ondersteunends had geschreven over LHBTQ-families. Gezegd werd door zijn haatdragende tegenstanders dat hij moest worden weggevaagd (“erased”), en dat zijn woorden blasfemisch waren.

Hiddush heeft nog een hele lange en haast onbegaanbare weg te gaan, voordat waar kan worden gemaakt wat in de Israëlische Onafhankelijkheidsverklaring is toegezegd: “[De staat Israël] zal volledige sociale en politieke gelijke rechten handhaven voor al zijn burgers, ongeacht geslacht, ras of sekse; (de staat) zal vrijheid van godsdienst, geweten, opvoeding en cultuur garanderen….”

8 + 4 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.