Ontheemd

Harry Polak

zondag 13 oktober 2019

De kop is eraf. Het jaar 5780 תש"פ is begonnen. Op het moment dat ik dit schrijf, bevinden we ons in de tien Ontzagwekkende Dagen, zoals dat in het Nederlands zo imposant heet. In Nederland gingen we steevast naar sjoel op de beide dagen van Rosj Hasjana (Joods Nieuwjaar) en op Jom Kipoer (Grote Verzoendag). Dat proberen we hier in Israël ook te doen. We hebben echter in dat opzicht onze draai nog niet gevonden. We zijn nog steeds op zoek naar een sjoel (synagoge) waar we ons thuis voelen. Het lijkt een keus te worden uit drie mogelijkheden: het progressieve Beth Daniël in het noorden van Tel Aviv, de liberale sjoel in Ra’anana of een kleine conservative sjoel in zuid-Herzliya, op een steenworp afstand van Beth Juliana, het verzorgingshuis voor Nederlandse Joden in Israël. Er zijn daarnaast nog twee mogelijke gegadigden: de liberale sjoel in Herzliya Pitoeach of een liberale sjoel in Ramat Hasharon. Beide kennen we nog niet, ze werden ons uitdrukkelijk aangeraden.

Vorig jaar waren we met Jom Kipoer even in Amsterdam. En dat was genieten in onze vertrouwde sjoel, waar we vanuit Israël plaatsen hadden gereserveerd. Alle bekende melodieën kwamen langs, we hadden een machzor (speciaal gebedenboek) in handen waar we de weg in wisten en er waren drasjot (preken) in verstaanbaar Nederlands. Daarnaast was het natuurlijk heerlijk om allerlei bekenden te zien. Helaas misten we ook mensen die na ons vertrek zijn overleden.

Oude bomen moet je niet verplaatsen, wordt wel gezegd. Nu voelen we ons nog niet echt oud, dus dat gaat voor ons niet op. Ten bewijze daarvan: na onze aankomst in Israël ging het inburgeren en wennen aan de Israëlische samenleving erg snel. Geen spoortje heimwee, al verlangden we wel wat terug naar Nederlandse dingen, zoals fietspaden. Uiteraard misten we familie en vrienden. Eigenlijk hadden we nauwelijks tijd om ons ontheemd te voelen, want er moest van alles worden geregeld en gedaan. Van dozen uitpakken en het huis inrichten tot en met ons inschrijven bij tal van instanties en beginnen met de taalles (oelpan). Nadat alles in wat rustiger vaarwater kwam, gingen we ons oriënteren op een sjoelgemeente.

Beth Daniël deed ons qua sfeer en grootte wel wat aan de LJG Amsterdam denken, maar ze zijn wel erg progressief in onze ogen. De afstand is wellicht het grootste obstakel, al ben je er op sjabbat vrij snel met de auto. Dan moet je nog een parkeerplaats vinden en dat duurt vaak wat langer. Ra’anana kennen we alleen van de Hoge Feestdagen, niet van de gewone sjabbatot. Deze gemeente kwam goed van pas op Jom Kipoer, als autorijden not done is in Israël, althans in gebieden met een meerderheid aan Joodse bewoners. Het is namelijk een sjoel op redelijke loopafstand, dat wil zeggen een half uur tot drie kwartier. Dat is niet altijd een lolletje is als het erg warm is en je op Jom Kipoer geen water tot je neemt vanwege het gebod om te vasten gedurende ruim een etmaal. Qua grootte is het vergelijkbaar met Beth Daniël, de sfeer lijkt er wat anders, meer incrowd. Wat ons tegenstond was een chazzan (voorzanger) die nogal vals zong in onze oren. De vrouwelijke rabbijn, die we twee jaar geleden meemaakten, had daarentegen een prachtige stem. Daar hoorden we voor het eerst ‘Adon Haselichot’, wat op ons een verpletterende indruk maakte. Vorig jaar in Amsterdam hoorden we het tot onze blijde verrassing voor de tweede keer. Het is heel populair in Israël en kent veel versies.

De conservatieve sjoel in het zuiden van Herzliya beviel ons eigenlijk nog het best. De sidoer (gebedenboek) is weliswaar wat orthodoxer dan we gewend zijn, doch we konden er als man en vrouw gewoon naast elkaar zitten. De rabbijn daar is super aardig en tweetalig (Hebreeuws uiteraard en ook Engels), dus dat is het probleem niet. Het is echter een kleine, intieme gemeenschap. Daardoor voelden we ons een beetje indringers. Dat is uiteraard een kwestie van vaker komen en wennen.

Dat wennen zal echter toch niet zo eenvoudig zijn. De drasjot en alles wat er verder wordt gezegd, zijn voor ons grotendeels geheimtaal vanwege onze gebrekkige kennis van het Hebreeuws. Ze waren daar overigens zo aardig om af en toe dingen voor ons in het Engels te vertalen, maar dat is ook zowat.

Zonder sjoel door het Israëlische leven gaan, is beslist een optie. Heel veel Israëli’s doen dat zo. Echter geen wenselijke levenswijze wat ons betreft. Je verhuist naar Israël om je nog Joodser te voelen. Of veiliger, wat niet geldt in ons geval, want Amsterdam is nog steeds veilig genoeg ondanks toenemend antisemitisme en tamelijk florerend antizionisme (denk onder andere aan het gedoe rond de voorgestelde stedenband Tel Aviv-Amsterdam). Bovendien kunnen niet-orthodoxe gemeenten in Israël wel een steun in de rug gebruiken vanwege het orthodoxe monopolie in dit land en het ligt vanzelfsprekend juist op onze weg als progressieve Joden om dat te doen.

Het is een raar fenomeen. Israëli’s wonen in een Joods land en hebben daar weinig erg in, totdat ze in het buitenland gaan wonen. Je hoort vaak van hen dat ze pas dáár ontdekken wat het is om Joods te zijn. Uiteraard betreft dit seculier, of hooguit traditioneel ingestelde Israëli’s die zelden naar sjoel gaan, maar wel ‘iets’ aan vrijdagavond doen als de sjabbat (de wekelijkse rustdag) begint. En ook aan Pesach (Pasen) doen ze wat, als families samen met elkaar eten en op zijn Israëlisch in ijltempo door de Haggada, het Pesachverhaal over de uittocht uit Egypte, racen. Zulke Israëli’s worden als ze in het buitenland wonen niet zelden wat religieuzer, althans ze zoeken Joodse gemeentes op en gaan zowaar met enige regelmaat naar sjoel om andere Joden te ontmoeten. Ze zoeken daar iets Israëlisch, in ieder geval horen ze Hebreeuws om zich heen, want sjoeldiensten zijn normaliter grotendeels in het Hebreeuws. Niet altijd, want ik kan me nog goed herinneren dat we in een Franse liberale sjoel waren, waar men “Seigneur” zei in plaats van het gangbare “Adonaj” (“onze Heer”).

Wij lijken de omgekeerde weg te volgen. In Nederland gingen we vaak naar sjoel om andere Joden te ontmoeten in een Joodse omgeving en aan Jodendom te doen. Hier in Israël, waar het Jodendom bij wijze van spreken op straat ligt, is het niet per se nodig om naar sjoel te gaan om je Joods te voelen. Dat doe je ‘op zijn Joods’ met andere Joden, niet in je eentje. Daarom kan bijvoorbeeld een volwaardige sjoeldienst pas worden gehouden met tien volwassen aanwezigen. Alleen mannen bij de orthodoxie, bij niet-orthodoxe sjoels tellen vrouwen gewoon mee.

In ons geval speelt de kennis van het Hebreeuws een sleutelrol. Het vormt een drempel om naar sjoel te gaan. Het gebedenboek en wat er wordt gezongen en verder wordt gedaan, is niet het probleem. Dat weten we wel zo’n beetje. Het Hebreeuws als ‘heilige taal’, de taal van de Tora (de Hebreeuwse bijbel) en de gebedenboeken, dat kennen we. Al kunnen we lang niet alles vertalen, maar omdat het in het Jodendom een absolute must is om te begrijpen wat je leest, zijn Torateksten en gebedenboeken in Nederland voorzien van een Nederlandse vertaling. Dat is in Israël natuurlijk niet geval. Een Engelse vertaling wordt soms gegeven en in Beth Daniël is er bij wijze van grote uitzondering ooit een Hebreeuws-Nederlands gebedenboek uitgebracht. Dat scheelt aanzienlijk. Dan zijn we er echter nog niet. De drasjot zijn in het Hebreeuws, de landstaal en dat geldt voor alles wat er verder aan gewone dingen wordt gezegd. Hebreeuws is in Israël nu eenmaal een gewone gebruikstaal geworden.

Al dat Hebreeuws – nog steeds in hoge mate abracadabra voor ons, al gaan we zeker flink vooruit – maakt dat we ons in religieus en ander opzicht ontheemd voelen – al hóórt het Hebreeuws duizend procent bij het Joodse land, zónder is ondenkbaar. Maar op dat punt, is de verhuizing naar Israël voor ons niet bepaald thuiskomen geweest. Voor de rest gelukkig wel. Dat maakt veel, heel veel goed.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016