Israël: een stammenmaatschappij

Harry Polak

vrijdag 22 januari 2021

Op 7 juni 2015 hield de Israëlische president Reuven Rivlin een toespraak tijdens de vijftiende jaarlijkse Herzliya conferentie. Rivlin was toen één jaar president. De Herzliya conferenties worden georganiseerd door het IPS, het Institute for Policy and Strategy, dat onderdeel is van de IDC te Herzliya.

Onze jongste dochter studeerde aan het IDC, het Interdisciplinary Center, een internationale particuliere opleiding op universitair niveau. Er studeren tegenwoordig zo’n 8.000 studenten aan het IDC, de meesten komen uit Israël, een kwart komt uit negentig andere landen, ook uit Nederland. “Vrijheid en verantwoordelijkheid” staan hoog in het vaandel van deze prestigieuze opleiding, die daarnaast ook uitgaat van het zionistische gedachtegoed. Het zal wel toeval zijn, doch deze opleiding past wat dat betreft goed bij Herzliya, de stad die is genoemd naar de vader van het zionisme.

Wat betoogde Rivlin in zijn speech? Hij wees op het tribale karakter van de Israëlische samenleving. Dit is onder andere te zien aan het onderwijssysteem, waarin iedere stam (of ‘zuil’, om een Nederlands begrip te gebruiken, al is het niet hetzelfde) zijn eigen scholen heeft. De vier schoolsectoren hebben elk hun eigen lesplan, al volgen zij wel – voor zover ik weet – de opbouw van basisschool – middenschool – ‘highschool’.

De basisschool omvat zes klassen of groepen, de middenschool duurt drie jaar en het hogere vervolgonderwijs heeft dezelfde duur. De leerplicht strekt zich over de gehele periode uit. De ganiem (kinderopvangplekken) die aan de leerplicht voorafgaan, bereiden al voor op de basisschool door het aanleren van het alfabet en dergelijke. Leren is nu eenmaal een opdracht in het jodendom. Daarover is geen discussie, de vraag is wát je hoort te leren.

De ultra-orthodoxen (charediem) gaan bij hun scholen uit van Tora en Talmoed. Seculiere vakken, zoals wiskunde en Engels, komen er bij hen niet in. De moderne orthodoxie (datiem) besteedt op haar nationaal-religieuze scholen wel aandacht aan seculiere vakken, naast de religieuze inhoud. Het grootste deel van de Israëlische jeugd (chiloniem) bezoekt seculier onderwijs met volop aandacht voor seculiere vakken, hoewel jodendom eveneens op het lesprogramma staat. De vierde sector wordt gevormd door de Arabische scholen, waar in tegenstelling tot de andere scholen les wordt gegeven in het Arabisch. Ook de Arabische cultuur en islam (maar er zijn ook Arabische christenen!) staan op het lesrooster. Vanzelfsprekend staat het vak Hebreeuws op het programma, net zoals Arabisch een vak is op de meeste andere Israëlische scholen, al lopen veel leerlingen daar niet warm voor. Duits was in Nederland ook niet populair na de Tweede Wereldoorlog.

Het voorgaande is niet volledig. Zo zijn er scholen, een handjevol slechts, waar les wordt geven in het Hebreeuws én Arabisch. Er wordt bovendien veel aandacht gegeven aan kennis over elkaars culturen om de in Israël bestaande scheidslijnen te doorbreken. Er valt nog veel meer op te merken over het onderwijssysteem, wat onder andere gebeurde in een CIDI-lezing door BenLev-Kadesh. Maar wat zei Rivlin nou over die vier stammen?*

De president wees erop dat de Israëlische samenleving gestaag aan het veranderen is qua bevolkingsopbouw. Dat toonde hij aan door zijn toehoorders twee cirkeldiagrammen te tonen. Hij vergeleek de cijfers uit 1990 met die uit de ramingen over 2018. Het aandeel van de seculiere leerlingen neemt af en op de charedische (ultra-religieuze) scholen is een sterke toename te zien. Op de andere ‘twee stam-scholen’ is sprake van enige toename. De seculiere schooljeugd is zijn de meerderheid aan het kwijtraken. Rivlin sprak de verwachting uit dat de vier stammen op den duur wel eens even groot kunnen worden.

In een ouder artikel uit 2009 in Haaretz werd ingeschat dat in 2030 de seculiere scholen in de minderheid zullen zijn. De charedische en Arabische scholen zouden wel eens zo’n zestig procent van de schoolgaande jeugd kunnen omvatten.


Grafiek met percentages schoolgaande jeugd naar diverse Israëlische schoolsectoren. Donkerblauw=Arabisch; groen=ultraorthodox; blauw=nationaal-religieus; lichtblauw=seculier

Rivlin benadrukte dat het er wat hem betreft niet om gaat de veranderingen te omschrijven in termen van ‘dreiging’ of ‘gevaar’. Dat er verschuivingen plaatsvinden, is gewoon een feit. Het gaat erom hoe Israël – als uitdrukking van het zionistische ideaal – daar het beste mee om kan gaan. Zowel de ultra-orthodoxen als de meeste Arabieren onderschrijven het zionisme niet als basis voor de staat Israël. Daarnaast dragen deze sectoren het minst bij aan de economische ontwikkeling en de daarmee samenhangende welvaart; vooral de ultra-orthodoxe sector niet.

Het staatshoofd wees op drie belangrijke zaken die voor ogen gehouden dienen te worden bij het zoeken naar een oplossing voor de spanning tussen de in gang gezette bevolkingstendensen en de zionistische grondslag van de staat. Allereerst mag geen enkele stam het idee of gevoel hebben dat ze in hun identiteit en bestaan worden bedreigd door de andere(n). Voorts dient iedere stam zich verantwoordelijk te voelen voor het vinden van een oplossing. Zeker als het gaat om het ordentelijk samenleven en handhaven van de welvaart. Ten derde horen gelijkwaardigheid, gelijke rechten en plichten voorop te staan. Als vierde noemde Rivlin het van groot gemeenschappelijk belang om te zoeken wat ‘Israëli zijn’ in elk geval moet inhouden. Anders gezegd: wat bindt de leden van iedere stam aan het gezamenlijke land?

Israël heeft in zijn ruim zeventigjarig bestaan veel stormen doorstaan. Hoe zal het gaan met deze niet geringe uitdaging?

* Zie ook de lezingenreeks van het Menachem Begin Centrum (de eerste van de vier).

8 + 2 = ?
Ik lees: " zoals Arabisch een vak is op de meeste andere Israëlische scholen, al lopen veel leerlingen daar niet warm voor. Duits was in Nederland ook niet populair na de Tweede Wereldoorlog" De schrijver toont kennelijk enig begrip voor deze schandelijke vergelijking. Het omgekeerde ligt meer voor de hand, maar zou ook diep te betreuren zijn.
Beste meneer Ellerbroek, een constatering betekent nog geen instemming. Net zoals Duits voor Nederland een belangrijke taal is, is Arabisch dat ook voor Israël. Zowel om interne redenen als voor inbedding in de regio. Dus triest als taalles niet werkt. Als u bedoelt dat nazi-Duitsland zich op afschuwelijke wijze heeft gedragen richting Nederland (en de rest van Europa) en dat dat niet te vergelijken is met hoe Israël met Arabische inwoners en buren omgaat dan zijn wij het eens.
Geachte heer Polak, dank voor Uw reaktie. Maar ik vrees dat mij niet heeft begrepen,of liever niet wilde begrijpen. De impopulariteit van de Duitse taal in Nederland na WOII was gezien de overval van Duitsland op Nederland ,gevolgd door de Holocaust enigszins te begrijpen. Dat U deze situatie min of meer vergelijkbaar acht met de impopulariteit van de Arabische taal in Israel, noemde (en noem) ik een pijnlijke en tendentieuze vergelijking. Israel heeft op historische en religieuze gronden bezit genomen van Palestina. Als we Uw "logica" zouden volgen zouden de Arabieren derhalve meer reden kunnen hebben om zich afzijdig te houden van het Hebreeuws dan andersom. Hetgeen ik (net als U ) evenzeer zou betreuren, maar de opstelling die Israel heeft gekozen tegenover de Palestijnse cultuur is gelukkig ook binnen Joodse kringen niet onomstotelijk. vg
Meneer Ellerbroek, nu bent u duidelijk. Ik weet nu uit welke hoek de wind waait. U verwijt Joden in Israël dat zij grond hebben ingenomen (gepikt bedoelt u) van Palestina. Als dat uw samenvatting is van het Palestijns-Israëlisch conflict dan zijn we snel uitgepraat. U sluit ook bewust de ogen voor het geweld, de terreur van Palestijnse zijde. En weet ongetwijfeld ook niet dat de belangrijkste Palestijnse leider voor de Tweede Wereldoorlog de kant koos van de nazi's. Gelukkig dat de internationale gemeenschap al vanaf 1920 van mening is dat Joden historische rechten hebben om hier een eigen staat op te richten. Joden zijn hier nooit helemaal weg geweest, nadat zij eeuwen geleden verdreven werden uit hun vaderland. Een Palestijns land is er nooit eerder geweest in weerwil van wat velen menen. Arabieren zijn hier pas later verschenen en het gebied was eeuwenlang onderdeel van het Ottomaanse rijk. De twee staten-oplossing is de meest redelijke oplossing voor het trieste conflict tussen Palestijnen en Joden. Ga uw huiswerk doen, meneer Ellerbroek!

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.