inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harry Polak

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering in 2012 kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

vrijdag 30 november 2018

Onze oudste dochter, die net als wij op alija is gegaan (naar Israël geëmigreerd), woont in de 29ste novemberstraat (רח' כ"ט בנובמבר). Een beetje kennis van het zionisme komt altijd van pas als je hier straatnamen wil kunnen volgen. Het slaat op de datum waarop de VN in 1947 de befaamde delingsresolutie (181) aannam. Die resolutie heeft veel meer betekenis gehad voor de oprichting van de staat Israël, het enige Joodse land ter wereld, dan de Balfour-verklaring uit 1917. Daarover is onlangs veel te doen geweest, omdat het precies honderd jaar geleden is dat de Engelse minister van Buitenlandse Zaken Balfour deze brief schreef aan Lord Rothschild, leider van de Britse Joodse gemeenschap en weldoener.

De Engelsen spraken hun sympathie uit voor het streven van Joden naar een “eigen nationaal tehuis” in Palestine, erets Jisraeel volgens de Joodse terminologie. De Engelsen speelden dubbelspel, want aan de Arabieren werd ook van alles beloofd. De naam Palestina is ooit - zoals Joden in de regel wel weten, maar anderen vaak niet - door de Romeinen bedacht om de aanduiding Judea voor het toenmalige Joodse land uit te wissen. De Romeinen vonden die Joden maar een lastig volkje dat zij liever kwijt dan rijk waren.

Overigens is voor de meesten onbekend dat de League of Nations (Volkerenbond), opgericht in 1920 na de Eerste Wereldoorlog en voorloper van de Verenigde Naties, de Balfour verklaring overnam bij de opstelling van het mandaat aan de Britten voor het op de Turkse Ottomanen veroverde gebied, dat nu Israël en de Palestijnse gebieden omvat. Joodse vestiging was toegestaan in dat hele gebied, dus ook op de Westoever, zoals de Jordaniërs het gebied omschrijven dat Judea en Samaria omvat. De VN namen later alle verplichtingen van de League of Nations over.

Voor de Arabische wereld was de toezegging van de Engelsen aan de Joden al een onaangename provocatie, de VN-resolutie was helemaal een slag in het gezicht. Er braken direct vijandelijkheden uit in de gehele Arabische wereld. De Arabieren wilden hun gram halen op hun Joodse medeburgers. Dat was ongeveer het stomste wat ze konden doen, want het bracht een stroom van meer dan 800.000 Joodse vluchtelingen op gang naar Israël en andere landen. Zoals bekend wonen er nu nog maar heel weinig Joden in de Arabische landen en Iran. Ze zochten en masse een veilig heenkomen elders. In de meeste gevallen in Israël, dat deze vluchtelingen met open armen ontving. Al is de komst van de Oriëntaalse Joden niet verlopen zonder een zekere mate van vernedering door de Westerse Joden.

Ik heb het altijd opvallend gevonden dat Arabische Joden bijna volledig zijn weggetrokken uit hun eeuwenoude islamitische woonlanden. Er wordt altijd beweerd dat ze het niet zo slecht hadden vanwege de dhimmi-status, die bescherming bood onder de islam aan de volkeren van het boek, te weten Joden en christenen. En het is zonder meer juist dat de Arabische wereld geen ramp heeft gekend, zoals de Sjoa in het christelijke Westen. Of heel veel vroeger de Kruistochten, die gepaard gingen met vreselijke moordpartijen op Joden in het Rijndal en op andere locaties waar vandaan de Kruisridders vertrokken. Maar bedenk dat er zelfs na de Sjoa weer Joden in Duitsland zijn gaan wonen. En tegenwoordig trekken veel Israëli’s naar Berlijn, omdat het daar zo goed toeven is. Het is vrijwel ondenkbaar dat er weer Joden naar Caïro of Bagdad zouden gaan, al zal de eerste generatie nog wel eens heimwee hebben naar oude tijden.

Voor Joden was de stemming in de Arabische landen en Iran dus blijkbaar toch niet zo aangenaam geweest dat zij ervoor kozen om te blijven, zoals Europese Joden niet zelden deden – zelfs na de verschrikkingen van de Sjoa. Er waren namelijk wel degelijk tal van pogroms geweest in de islamitische landen van het Midden-Oosten. Zelfs de veel opgehemelde periode Al Andalus in het middeleeuwse Spanje werd opgeschrikt door Jodenvervolgingen onder het regime van de fanatieke Almohaden uit Marokko. Het leidde onder andere tot het vertrek van Maimonides uit Spanje. Overigens week hij uiteindelijk uit naar het eveneens islamitische Egypte, dus je kan niet alle moslims en verschijningsvormen van de islam over één kam scheren. Zijn tijdgenoot Nachmanides vluchtte als heuse zionist naar erets Jisraeel, waar door de tijden heen altijd plukjes Joden zijn blijven wonen en naartoe zijn getrokken, nadat de Romeinen de Joden daar hadden uitgemoord bij diverse opstanden en uit hun eigen land hadden gegooid. Daarna begon de tweede diaspora, die veel en veel langer duurde dan de eerste.

Pas in 2014 ging Israël officieel aandacht geven aan het onvrijwillige vertrek van Joden uit Arabische landen. Velen moesten alles achterlaten en kwamen berooid aan in Israël of elders. Daar was de opvang niet zelden minder dan men had gehoopt, zoals ik al aangaf. Er was voor Joden uit meer agrarische gebieden voorts een flinke kloof te overbruggen met het meer Westerse Israël, dat aanvankelijk grotendeels werd gerund door Asjkenazische Joden.

De 30ste november werd door de Knesset gekozen als de Dag van de Joodse vluchtelingen uit Arabische landen plus Iran, de dag volgend op de aanvaarding van VN-resolutie 181. Toen begon het gelazer voor de Joodse inwoners pas echt in de Arabische landen. En de ellende herhaalde zich in 1956 en 1967, toen er weer eens een oorlog was uitgebroken tussen Arabische landen en Israël.

Onze ene Israëlische schoonzoon heeft Jemenitische ouders, de andere een opa en oma (van moederskant) uit Marokko. We hebben het daar nauwelijks over, wat ik wel jammer vind. Het moet voor Joden uit die landen toch bitter zijn geweest om te moeten vertrekken. Al gingen ze hun vrijheid tegemoet en konden ze gaan werken aan het zionistische ideaal. Dat moest echter wel worden bevochten, plus dat ondertussen van alles moest worden opgebouwd in het nieuwe, oude Joodse land. Daarbij kon gelukkig worden geprofiteerd van de basis die eerdere Joodse immigranten hadden gelegd vanaf ongeveer 1880 – en ook daarvoor al. In Jeruzalem, Tsfat, Hebron en Tiberias hebben door de eeuwen van diaspora heen altijd Joden gewoond.


Een Jemenitische familie loopt door de woestijn naar een opvangkamp bij Aden, opgezet door de American Joint Distribution Committee. Copyright: Israel National Photo Archive

Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen er overigens al Joden uit Jemen naar wat later Israël zou worden. De echte uitstroom vond plaats in 1949, toen met operatie “Vliegend Tapijt” 50.000 Jemenitische Joden werden overgevlogen. Daar werd weinig ruchtbaarheid aan gegeven om de operatie niet in gevaar te brengen. Gelukkig kan nu op de 30ste november wel in het openbaar volop aandacht worden geschonken aan de vlucht van Joden uit de vijandige Arabische wereld naar het eigen Joodse land. Enigszins vergelijkbaar met het vertrek van moslims uit India naar een eigen op te richten islamitische staat, geheten Pakistan.

Als je aandacht voor de Joodse vluchtelingen uit de Arabische wereld vergelijkt met de mondiale aandacht voor Palestijnse vluchtelingen en al hun nageslacht, die zowaar een overerfbare status hebben verworven en als troef worden ingezet tegen de staat Israël (“recht op terugkeer”, wat nauwelijks gebruikelijk is voor vluchtelingen) dan kan je maar tot één conclusie komen: de ene vluchteling integreert en bouwt aan een nieuwe toekomst in het land van aankomst, de andere vluchteling en de generaties daarna blijven hangen in het verleden en zien louter om in wrok. Erger nog: ze worden daarbij voluit gepamperd door zoiets als de UNRWA, de aparte organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. Voor alle andere vluchtelingen op de wereld is er maar één organisatie, de UNHCR, die normaliter integratie in de ontvangende landen nastreeft. Dat riekt, nee, dat stinkt naar ongelijke behandeling.

Delen |

vrijdag 16 november 2018

In Nederland gingen we als (hoofd)stedelingen vaak wandelen in het Amsterdamse Bos. Als we zin hadden, gingen we verder weg naar de Veluwe, de Amerongse Berg of het Gooi. En ook naar de kust voor een mooie duinwandeling bij Castricum of Katwijk, waar ik ben opgegroeid. Toen we in Israël gingen wonen, moesten we dat soort uitstapjes nog gaan ontdekken. We waren hier al vaak op bezoek geweest, dus we kenden wel een paar officiële natuurparken of gewone parken, zoals Ein Gedi of het Yarkon Park bij Tel Aviv.

Aanvankelijk hadden we nog geen eigen vervoer. We liepen toen veel. Dat proberen we nog steeds te doen, want lichaamsbeweging is goed voor de moderne mens. Zeker als je ouder wordt. Het dichtstbijzijnde park voor ons is het stadspark van Ra’anana. Het ligt om de hoek.


Ra'anana park

Een fraai aangelegde ‘groene oase’ met een vijver, waarin altijd een paar gracieuze zwanen, gewone eenden en Egyptische nijlganzen ronddobberen. Je kan er op drukke dagen in een bootje stappen en wat rondvaren. Veel stelt dat niet voor. Voor kinderen is het leuk. Verderop is nog een goed verzorgde kinderboerderij te vinden. Uiteraard zijn er diverse speeltuintjes, zoals gebruikelijk in dit kindvriendelijke land. Vroeger – nou ja, wat heet – was er ook een aangenaam terras plus café te vinden. Dat is helaas over de kop gegaan. Er is nog wel een losse stand overgebleven, waar ijs en fris wordt verkocht.

We kwamen er ooit volkomen toevallig een paar (Joodse) Nederlanders tegen. Zij woonde in Israël en hij in Nederland. Toch hadden ze iets samen, een soort internationale lat-relatie. Hij handelde in toestellen voor speeltuinen. Hij had graag zijn spullen verkocht aan de gemeente Ra’anana. Daar kwam het niet van, want hij had de stellige indruk dat de ambtenaar met wie hij zaken deed geen contract wilde sluiten zonder smeergeld. En daar gaf de gewetensvolle zakenman niet aan toe. Volgens mij spoorde het niet met zijn ideaalbeeld van Israël.

Elke sjabbat kun je er honden adopteren die hun huis kwijt zijn. Ons lieve hondje Nola hebben we daar met hulp van onze jongste dochter ontdekt, kort nadat we hier waren aangekomen. Het park Ra’anana heeft ook een amfitheater, waar af en toe concerten worden gehouden. We hebben er ooit de Beach Boys gezien, of wat daarvan over is. Daar schreef ik eerder over. Als we ons hondje uitlaten in het kleine parkje, niet ver van ons huis in Herzliya, horen we wel eens verre muziekklanken uit het park van Ra’anana komen. Zeker als de wind onze kant op staat.

Het park van Herzliya is uitgestrekter en maakt een minder aangelegde indruk. Het is wat rauwer. Ook daar was in onze begintijd een prettige plek om wat te eten en te drinken. Het was er altijd druk. We hebben er regelmatig heerlijke sjaksjoeka besteld. De bediening was volstrekt waardeloos. Dat werd echter ruimschoots gecompenseerd door wat de koks in de keuken wisten te presteren. Helaas, Tapoez, zoals de uitspanning heette, heeft het loodje gelegd. Ze zijn al een hele tijd bezig het gebouwtje waarin die was gevestigd, op te knappen. Een nieuwe uitbater laat blijkbaar nog steeds op zich wachten. Van tijd tot tijd komen we even langs om te zien of het al zo ver is.


Herzliya park

Toen we eenmaal een auto hadden aangeschaft, na het behalen van het Israëlische rijbewijs, werd onze actieradius flink vergroot. We besloten parken in de omgeving te gaan verkennen. Veel steden hebben hun eigen stadspark en die hebben allemaal hun kenmerkende ontwerp en sfeer.

De eerste plek die we bezochten, was eigenlijk geen park, maar een bos. Bossen zijn niet zelden nogal dun begroeid in vergelijking met bossen in Nederland. Bij Haifa vind ik de bossen qua dichtheid wat meer vergelijkbaar met het Nederlandse bos. Het zal alles te maken hebben met het verschil in neerslag. Kochav Jaïr ligt bijna tegen de groene lijn aan, de wapenstilstandslijn van 1948, die te vaak wordt gezien als officiële grens. Ik weet nog dat het er erg droog was, middenin de zomer. Er was bijna geen kip te bekennen. Te warm zeker. Dan blijven Israëli’s liever thuis, bij de airco. Het deed me denken aan die keer dat we voor het eerst de sjaraf (שרב) meemaakten, ook wel op zijn Arabisch chamsien genoemd, de kurkdroge, hete en straffe woestijnwind. Met onze duffe kop liepen we toen in de brandende zon naar het park van Ra’anana. Totaal uitgestorven. Het personeel van het terras, dat toen nog niet failliet was, keek vol verbazing naar ons en bracht onze drankjes omdat het nu eenmaal moest. Ze zaten liever binnen.

De tweede plek die we aandeden was ook een bos. Groter dan Kochav Jaïr en het was er op dat moment redelijk druk. Arabische families waren aan het barbecueën, de meeste Joodse Israëli’s liepen wat rond te banjeren, al dan niet vergezeld van kinderen of honden, of allebei. Aan het Kadima Bos bewaren we goede herinneringen. Je kan er aardig rondwandelen, al is het niet groot. De tweede keer dat we er waren, was een vergissing. We dachten dat we een nieuwe plek hadden uitgekozen. Echter, na aankomst zagen we onmiddellijk dat we er al eens geweest waren.


Kadima Bos

Daarna kwam de echte stadsparken. Bijvoorbeeld dat van Kfar Saba. Een hele andere sfeer dan in Ra’anana en Herzliya. In Kfar Saba zag je veel meer Arabische families. Het ligt in een soort knik en het is meer een landschapspark dan de twee eerdergenoemde parken vlakbij ons huis. Mooi, zo’n uitzicht over de groene grasvelden zonder al te veel bomen, maar niet aangenaam als het warm is, vanwege het ontbreken van aaneengesloten schaduw.


Kfar Saba park

Netanja heeft twee vrij grote stadsparken. Eén heeft een waterpartij, tenminste, als het winter is, in de zomer is het opgedroogd. We gingen ook naar wat kleine stadsparken, zoals in Kiryat Ono. Daar vielen fraaie beeldhouwwerken op. Trouwens, in de meeste parken is kunst te vinden. Kennelijk heeft Israël ook een soort 5%-regeling, dus dat een deel van de bouwsom moet worden besteed aan kunst.


Kirjat Ono park

Kort geleden waren we in een heel speciaal park: het Ariël Sharon park. Het ligt middenin een stedelijk gebied dat men had willen volbouwen. Daar werd gelukkig bijtijds vanaf gezien. Het ligt bovenop een oude vuilnisbelt. Het afval van Tel Aviv en omgeving vond daar zijn laatste bestemming. Iedereen kent die grote heuvel, want dit park ligt aan de weg naar het vliegveld Ben Gurion. Er is nu ook een hele moderne recycling fabriek gevestigd. Het park levert zowaar gas op uit de compost. Verder wordt het gebruikt om de winterse afwatering in de omgeving beter te reguleren.

In dit kleine land stikt het van de mooie plekken voor uitstapjes, tijoelim (טיולים). Israëli’s houden van hiken, of in ieder geval houden ze van het bezoeken van al het heuvelachtige groen dat dit land kent, of beter gezegd: met veel inzet is geplant.

Triest dat rond Gaza veel flora en fauna in vlammen is opgegaan (per oktober 2018 al meer dan de helft) door de brandvliegers van Hamas en consorten uit Gaza. De Gazaanse Palestijnen willen op die manier van de blokkade af. Zouden ze nou echt niks beters weten te verzinnen om het vertrouwen van Israëli’s te winnen en te investeren in een rooskleuriger toekomst? Samen hiken met Palestijnen uit Gaza zit er voorlopig niet in.

Delen |

vrijdag 2 november 2018

Ouderdom komt met gebreken. Wat dat betreft hebben mijn vrouw en ik echter niet te klagen (afkloppen!). Oké, we hebben wat algemene kwaaltjes. Met een goede levensstijl (gezond eten en veel beweging) en enige vaste medicatie valt daar prima mee te leven. Er kan echter een moment komen – vaak gaat het heel geleidelijk met plotselinge omslagpunten, zoals opeens de onverbiddelijke noodzaak van een wandelstok – dat thuishulp voor één van ons of misschien zelfs beiden onvermijdelijk wordt. Of in het ergste geval, opname in een verzorgings- of zelfs verpleeghuis.

In Nederland valt dat onder de AWBZ die dreigde (?) te bezwijken onder de financiële druk vanwege de toenemende vergrijzing van de bevolking. In Israël doe je dan een beroep op de bitoeach leoemi (nationale verzekering), als ik het goed heb begrepen. Onze ziektekostenverzekering, Maccabi, één van de vier ziektekostenverzekeraars en niet de grootste (dat is Klalit), heeft een aanvullende langdurige zorgverzekering geregeld via Klal, een particuliere verzekeringsmaatschappij. De algemene verzekering via de bitoeach leoemi biedt pure basiszorg, en niks meer, dus is aanvulling wenselijk. Ons werd dringend aangeraden een aanvullende verzekering te nemen. Velen hier hebben zo’n bitoeach sioedi afgesloten, al is die niet bepaald goedkoop. Dan hoef je je familie niet aan te spreken, wat meestal neerkomt op de nog gezonde, maar vaak ook oude partner, of de kinderen, die een druk bestaan hebben met werk en hun kroost, onze kleinkinderen. In Israël gaat men net als in Nederland in eerste instantie uit van mantelzorg. De familie hoort klaar te staan. Vooropgesteld dat die er is uiteraard.

Toen we ruim twee jaar geleden hier aan kwamen, waren we druk met van alles. Ook met het aanvragen van zo’n bitoeach sioedi. We hebben een uitgebreid medisch vragenformulier ingevuld en opgestuurd naar Klal via de fax van de administratie van Maccabi in Herzliya. Onze jongste dochter heeft een goede, lieve vriendin, die huisarts is. Ze komt ook uit Nederland en met haar heb ik de vragen doorgenomen en beantwoord. Zonder die hulp was het een veel lastiger klus geweest. Ik had dan alle Hebreeuwse medische termen moeten opzoeken, al bood de Google vertaler wel enige uitkomst. Nadat de fax met alle medische vragen en antwoorden was verzonden, bleef het helemaal stil. Natuurlijk had ik moeten bellen. We hadden het echter zo druk met andere, nog dringender zaken, dat ik dacht: laat maar even, komt later wel.

Dat moment kwam toen we een dure, extra ziektekostenverzekering aangesmeerd kregen via Klal, ja dezelfde, terwijl ik alleen maar belde om een reisverzekering af te sluiten voor een buitenlandse trip. Die dure verzekering was nergens voor nodig, zo werd mij achteraf verzekerd door diverse ingewijden, toen ik ging rondvragen. Het meeste, zo niet eigenlijk alles zit gewoon in het verzekeringspakket van Maccabi, onze zorgverzekeraar. Met het oog op onze leeftijd hebben we duurste variant genomen van Maccabi, dus dat zou afdoende moeten zijn. De dure, extra verzekering hebben we daarom direct afgezegd. Dat kon gelukkig vrij eenvoudig. Ik had dat nadrukkelijk gevraagd aan de vasthoudende medewerker die mij iets zat aan te smeren. Het kan best zijn dat je zeer kostbare medicijnen of operaties in het buitenland vergoed krijgt bij die dure verzekering. De opdringerige medewerker, die vast een aardige provisie krijgt voor iedere nieuwe klant, deed het voorkomen alsof we zwaar onderverzekerd waren.

Bij de volgende reis naar het buitenland heb ik Klal links laten liggen. Hun concurrent wikkelde alles af via internet (bij Klal moet je per se bellen als je 70 bent of ouder) en was nog een stuk goedkoper ook, terwijl de dekking er net zo goed uitzag. De concurrent kende ik al, omdat we daar onze auto- en huisverzekering hebben lopen.

Als het gaat om de bitoeach sioedi kunnen we echter niet om Klal heen. Maccabi heeft deze verzekeringsmaatschappij nu eenmaal uitgekozen om mee in zee te gaan. Dit keer wilde ik me niet laten afschepen. Nadat Maccabi namens ons opnieuw de uitgebreide medische vragenlijst had gefaxt, stuurde ik er een mail achteraan. Ik had namelijk ergens een mailadres ontdekt. Mailen is een stuk moderner én makkelijker dan faxen. Iedereen heeft een pc, wie heeft er nog een fax?

Het bleef weer erg stil. Afgezien van een sms-je dat ze de mail hadden ontvangen en intern hadden doorgestuurd naar de betreffende afdeling. Uiteindelijk heb ik maar gebeld en gevraagd naar iemand die Engels sprak. Ik zou worden teruggebeld. En dat gebeurde zowaar.

Op basis van het vragenformulier kwam de medewerker tot de conclusie dat ik nog drie dingen moest opsturen: testresultaten met diverse cholesteroluitslagen, een algemene verklaring van de huisarts over mijn gezondheid en bloedrukresultaten, gemeten door een verpleegkundige op drie verschillende dagen. De testresultaten kon ik zo uit mijn elektronisch dossier bij Maccabi halen (één van de zegeningen hier) en de huisarts bezorgde mij snel een doktersverklaring: hij verklaarde dat ik gezond ben en goed reageer op de medicatie. De bloeddrukmetingen hadden iets meer voeten in de aarde, maar ook dat is gelukt.

Nu maar afwachten of dit voldoende is. Het kan zijn dat ze me toch afwijzen, gezien de cholesterol- of bloeddrukuitslagen. Thuis is mijn bloeddruk (bovendruk) namelijk altijd een stuk lager. Bij de huisarts gaat het al gauw naar de 130-140, en de eerste meting bij de verpleegkundige leverde zelfs een bovendruk op van 160. Ze zei nog met een ondeugende glimlach: “Ben ik zo opwindend?” De onderdruk was steeds 80 en ik heb begrepen dat een lage onderdruk heel belangrijk is.

Vrienden van ons uit Nederland, die overwegen te verkassen naar Israël, hebben onlangs een gesprek gehad bij Beth Juliana (het Nederlands-Israëlische verzorgings- en verpleeghuis in Herzliya) over de financiële condities om daar in te mogen trekken. Ze hebben al eens eerder navraag gedaan bij het eveneens van oorsprong Nederlandse Beth Joles in Haifa. De bedragen die zij te horen kregen van Beth Juliana, waren veel en veel hoger dan ik eerder had vernomen via een goede vriendin van ons. Haar moeder woont al vele jaren in Beth Juliana, dus misschien zijn de tarieven veranderd. Andere bekenden van ons die ik wat informatie had gegeven over wat er zoal bij alija komt kijken, heb ik vervolgens verwezen naar onze vrienden voor de laatste informatie over Beth Juliana.


Ontvangstruimte Beth Juliana (Facebookfoto)

Beth Juliana zou ons wel wat lijken als het thuis echt niet meer lukt. We hebben in Nederland echter geen eigen huis gehad dat we konden verkopen, zodat het ons ontbreekt aan de gelden die vereist zijn om je daar te kunnen inkopen. Dat wordt dan een Israëlisch tehuis. Zoals Beth Shalom (!) bij ons om de hoek. We zijn er nog niet binnen geweest en we houden ons hart vast wat we zouden kunnen aantreffen. Het kan net zo goed zijn dat het daar of in een ander Israëlisch verzorgingshuis best meevalt. Zo niet, in het uiterste geval kunnen we altijd nog terug naar Nederland. Dat is dan wel een echt nóódscenario, want we zijn niet voor niets hier naartoe verhuisd.


Toegang Beth Juliana (Facebookfoto)

Delen |

vrijdag 19 oktober 2018

Op 30 oktober 2018 vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats in Israël. Kiezers kunnen niet alleen een stem uitbrengen op de partij van hun voorkeur, ze kiezen tevens de burgemeester. Israël is in dat opzicht democratischer dan Nederland, dat het nog steeds moet doen met benoemde burgemeesters. Al is er wel volop inspraak gekomen via een uit de gekozen gemeenteraad samengestelde vertrouwenscommissie.

Als eind oktober geen van de burgemeesterskandidaten veertig procent van de stemmen haalt, volgt er een tweede ronde op 13 november. Weer op dinsdag. De verkiezingsstrijd wordt in de slotronde uitgevochten door de top 2.

Er zijn iets meer dan 250 gemeenten in het hele land. Gemeenteraden tellen tussen de 7 en 31 leden. De verkiezingen aan de basis van de Israëlische democratie geven weinig houvast voor de te verwachten uitslagen van de landelijke verkiezingen. (Die komen eraan in 2019 – en dat begin je al een beetje te merken.) De gemeenteraden kennen allerlei plaatselijke partijen en ook lijstverbindingen die landelijk niet echt voorstelbaar zijn. Bron: Danny, Atlas Forum.


Still uit een filmpje over de gemeenteraad van Herzliya

Herzliya, waar wij wonen, heeft momenteel 19 raadsleden. Onze woonplaats heeft tegen de 100.000 inwoners, beduidend minder dan diverse grotere steden, en toch al 19 zetels. In het reglement voor de verkiezingen zag ik dat de nieuwe raad zelfs iets groter wordt, namelijk 21. Ongetwijfeld komt dat door de stijging van het inwonertal. Herzliya heeft grootse plannen. De stad wil naar twee tot drie keer zoveel inwoners als nu. Er wordt flink gebouwd, wat geenszins uitzonderlijk is in dit kleine en – in het centrum – dichtbevolkte land.

Op de website van de gemeente Herzliya ontdekte ik na enig zoekwerk de samenstelling van de raad. Het komt op mij over als een ratjetoe. De twee grootste fracties tellen maar drie leden. Dan zijn er nog vier met twee zetels en voor de rest (vijf) zijn het eenmansfracties. Op de fractielijst kom je bekende landelijke partijen tegen als Likoed, Jeesj Atied, Israël Betenoe, Sjas en ook Iem Tiertsoe. Burgemeester Mosje Padlon, die gaat voor herverkiezing, zou volgens oude gegevens die ik langs zag komen, afkomstig zijn uit de hoek van de Arbeid. Zijn partij heet nu, vertaald in het Nederlands: Visie en Ervaring.

Herzliya heeft twee gezichten. Het welvarende Herzliya Pituach, met veel kantoren, bedrijven en werkgelegenheid, mooie huizen (onder andere van de Nederlandse ambassadeur) plus een prachtig, schoon zandstrand. Iets verderop is een vrij luxe jachthaven. Wij wonen meer landinwaarts in, wat je zou kunnen noemen, Herzliya stad, het gewonere deel. Min of meer tussen Pituach en Herzliya centrum in, ligt het onopvallende Kfar Sjmarjahoe. Je ziet pas als je daar binnen rijdt dat het er wemelt van de grote, exorbitante villa’s.

Herzliya heeft een kleine airstrip voor sportvliegtuigjes, die vlakbij onze woonwijk ligt. De toestellen stijgen meestal op in onze richting, Kfar Sjmarjahoe wordt gespaard. Gelukkig gaan ze niet voor zeven uur ’s ochtends de lucht in, want er doorheen slapen is er niet bij.

Herzliya heeft een hoog gemiddeld inkomen. Dat komt natuurlijk door de bewoners van Pituach. De huizen daar doen vaak maar weinig onder voor de villa’s van Kfar Sjmarjahoe. In Herzliya wonen minder jonge kinderen dan elders. Slechts veertien procent van de bevolking is onder de veertien, landelijk is dat percentage 28 procent. Dat zal het gemiddeld inkomen vast opdrijven.

In de gemeentepolitiek gaat het ongetwijfeld om grote belangen, gezien de ambitieuze bouwplannen. We proberen het een beetje te volgen. Onze (nou ja, zo ver is nog niet helemaal, want hebben ons nog niet aangesloten) conservative sjoel in zuid-Herzliya organiseert avonden met kandidaten voor het burgemeesterschap. Aan ons jammer genoeg niet besteed, omdat ons Hebreeuws volstrekt ontoereikend is om het te kunnen volgen.


Aanplakbord met verkiezingsaffiches

De burgemeestersverkiezing in Herzliya verloopt naar mijn idee tamelijk rustig. In de hoofdstad Jeruzalem gaat het er heel wat heftiger aan toe. Dat is nu eenmaal een ingewikkelde stad met een hele diverse bevolking. Dat slaat niet alleen op de tegenstelling tussen Joodse en Arabische/Palestijnse inwoners, het betreft ook seculier versus (ultra)religieus. Er is nu een burgemeesterskandidaat die af wil van de (ultra)religieuze dwingelandij. Ik wens Ofer Berkovitch veel succes met zijn manmoedige poging.

De Arabische inwoners van Jeruzalem hebben overigens wederom de oproep gekregen niet te gaan stemmen, want dat zou erkenning inhouden van de staat Israël. Dan moet je ook niet zeuren dat je lokale stem niet of onvoldoende wordt gehoord, vind ik.

Het kan echter nog veel erger. Je afzijdig houden is één ding, regelrecht stellen dat héél Jeruzalem de hoofdstad is van Palestina (dus niet alleen oost-, maar ook het volledig Joodse west-Jeruzalem) en dat je desnoods wil sneuvelen voor de Palestijnse strijd, dat zijn getuigenissen die je zo kunt optekenen uit de mond van inwoners van Shuafat, een wijk in het geannexeerde oost-Jeruzalem en tevens één van de 59 door UNRWA gerunde Palestijnse vluchtelingenkampen.

Terug naar Herzliya. We zijn blij dat we hier wonen in het hart van het land – dat overigens bij Herzliya op zijn smalst is (circa 15 km.). Vanuit ons huis naar Qualqilia, de dichtstbijzijnde grote Palestijnse stad, die aan de ‘andere kant’ tegen de groene lijn aanligt, is een peulenschil. Het toont maar weer eens aan hoe kwetsbaar het land in militair opzicht eigenlijk is. Vermoedelijk is om die reden bij het smalste punt Ariël gebouwd, een Israëlische nederzetting met een universiteit, die diep in beoogd Palestijns gebied ligt. Het is niet uitgesloten dat Ariël wordt opgegeven als het ooit tot een vredesregeling komt met de Palestijnen. Of dat het een enclave blijft met alle complicaties van dien.

We weten inmiddels hoe het uitbrengen van onze stem precies in zijn werk gaat. Landelijk mogen we niet meedoen, omdat we slechts permanente ingezetenen zijn zonder Israëlisch paspoort, dus we zijn geen staatsburgers. Lokaal tellen we gelukkig wel mee. We hebben gecheckt waar ons stemlokaal is. Het is heel dichtbij, in een school om de hoek. In Israël maak je geen hokje rood op het stembiljet, maar je pakt in het stemhokje een partijfiche van jouw keuze en doet dat in de stemenveloppe. Die kan daarna in de stembus. Het belangrijkste is uiteraard de vraag: op welke partij en welke burgemeesterskandidaat gaan we onze stem uitbrengen. Tot nog toe hebben we geen idee en voelen we ons wat dat aangaat een vreemde in Jeruzalem. Echter, mijn lieve eega en ik hebben nog even de tijd om ieder onze eigen keus te bepalen.


Partijfiches

Delen |

vrijdag 5 oktober 2018

We waren voor de derde keer sinds onze alijah eventjes in Nederland. Tien dagen plus twee reisdagen. Tot nog toe zijn we ongeveer eens per jaar geweest. Uiteraard om familie (de broer van mijn vrouw, plus mijn broer inclusief aanhang) en vrienden op te zoeken. En ook om te ervaren hoe het is om terug te zijn, te constateren wat er is veranderd, musea te bezoeken en dat soort zaken.

Het oorspronkelijke plan was ergens in oktober of november te gaan, als de vliegprijzen laag zijn. Onze dochter die in Spanje woont, besloot echter al in september op en neer te gaan naar Nederland. Haar schoonouders zijn namelijk in deze maand jarig. Dus besloten we in ongeveer dezelfde periode ook af te reizen naar ons oude, vertrouwde woonland. Dure periode om te reizen, al waren de Transavia-tarieven nog best redelijk te noemen. We wilden haar, onze kleinzoon plus haar partner graag weer even tegen ons aan drukken.

Omdat Jom Kipoer in onze vakantie viel, reserveerden we plaatsen in de sjoel van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. We hebben genoten van het weerzien met vrienden in sjoel en vooral van de diensten. Zowel van Kol Nidree als van de lange dienst op Jom Kipoer overdag. En zowaar werd ik – geheel onvoorbereid – opgeroepen, omdat iemand anders was uitgevallen. Tot onze aangename verrassing werd aan het eind van de Kol Nidree-dienst ‘Adon haselichot’ gezongen. Vorig jaar hoorden we dat voor het eerst in de progressieve sjoel van Ra’anana. Het werd prachtig gezongen door de vrouwelijke rabbijn, die een ijle stem heeft, en we waren gelijk helemaal weg van de melodie. We begrepen dat het bij de LJG Amsterdam vorig jaar voor het eerst te horen was. Daarvoor hadden we dus niet op alija hoeven te gaan …

Het is voor ons nog steeds zoeken naar een sjoel(gemeenschap) die als een soort opvolger – of is het meer een surrogaat – kan doorgaan voor onze kehilla in Amsterdam. Iedere sjoel is anders, geen sjoelgemeenschap is hetzelfde, dat beseffen we. Toch hebben we onze draai hier nog steeds niet gevonden. We pendelen wat op en neer tussen drie verschillende sjoels, zoals Beth Daniël in Tel Aviv, die we al kenden van de tijd vóór onze alija. We vinden het daar wel heel erg progressief en het is ook wat ver weg vanuit Herzliya. Anderzijds doet het wel een beetje aan de LJG Amsterdam denken.

De andere sjoel die we hebben bezocht, was de zojuist genoemde in Ra’anana. Omdat die op redelijke loopafstand van ons huis ligt (circa drie kwartier) is dat een goede sjoel om te bezoeken op Jom Kipoer, wanneer Israëli’s de auto’s laten staan. Ra’anana kennen we eigenlijk niet zo goed, want we werden afgeschrikt door een chazzan die naar onze smaak vrij vals zong, in tegenstelling tot de vrouwelijke rabbijn daar.

De derde sjoel die we inmiddels wat vaker van binnen hebben gezien, is een conservative sjoel in zuid-Herzliya. Vlakbij Beth Juliana. De eerste keer dat we daar kwamen, werden we allervriendelijkst ontvangen door de plaatselijke rabbijn, die tweetalig is: Amerikaanse ouders die nog steeds geen Hebreeuws spreken (vertelde hij) én opgegroeid in Israël. De keren daarna herkende hij ons onmiddellijk en verwelkomde ons met de gastvrije woorden: “Be welcome misjpacha Polak!” Het is een intieme sjoel, dus je kan niet enigszins anoniem wegzinken, zoals bij Beth Daniël of de liberale sjoel in Ra’anana, die beide veel groter zijn.

Overigens zijn we beslist geen frequente sjoelgangers. Niettemin is het goed lid te zijn van een niet-orthodoxe sjoel om die stromingen in Israël een steuntje in de rug te geven. Doet me denken aan een grapje van de sjammasj van de LJG, die bij ons vorige bezoek zei: “Zo, even terug? Ach ja, Nederland is geen land voor Joden, hè?” Hier had hij met véél méér recht kunnen zeggen: Zo, weer terug? Tja, Israël is geen land voor liberale Joden, hè?

Eén van de dingen die we op ons Nederlandse programma hadden staan, was een ritje met de noord-zuidlijn. Dat viel niet tegen. Zag er fraai uit allemaal. En heel diep gelegen, wat was te verwachten. Ook weer eens rondgesnuffeld bij boekhandel Scheltema, nu gelegen aan het Rokin. Heerlijk om al die boeken te kunnen inkijken en te begrijpen wat er staat. Dat is hier een hele marteling, zij het dat Hebreeuws leren nog steeds heel bevredigend is. Ondanks het zeer matige effect in het dagelijks leven.

Net al de vorige keren viel me op dat Nederland zo keurig is, luxe en welvarend. De meeste zaken zijn netjes geregeld. Hier is het een stuk minder verzorgd, al gaat Israël wel flink vooruit in dat opzicht. Ook hier neemt de welvaart steeds meer toe, zij het lang niet voor allen. Ondanks dat is het hier goed toeven (afgezien van het vredes- en veiligheidsvraagstuk dat een soort perpetuum mobile lijkt). Saai is het hier echter allerminst, vanwege een hartstochtelijke bevolking die overal wat van vindt en dat vaak luid en duidelijk laat merken.

Samenvallend met ons verblijf in Nederland ontspon zich een discussie in het dagblad Trouw over wat in de protestantse kerk wordt genoemd “de onopgeefbare verbondenheid” met Israël. Als je het zo leest dan kun je je afvragen wat er wordt bedoeld: jodendom, volk, land of staat? Ik heb begrepen dat later is toegevoegd: verbondenheid met het volk. Plus zijn religie, denk ik dan onmiddellijk.

Dominee Offringa wil af van die verbondenheid. Er kwamen na zijn hartenkreet nogal wat reacties binnen. De sterkste vond ik die van Van Loopik. Niet in Trouw gepubliceerd, maar op de site van het Nederlands Israëlietisch Kerkgenootschap verscheen een nog sterkere reactie van Ruben Vis.

Opperrabbijn Jacobs zei volkomen terecht dat het aan de protestanten is hoe zij hun band met het Jodendom zien. Als zij zich willen distantiëren van Israël, wat daar dan ook mee bedoeld moge zijn, dan kunnen Joden daar helaas wel de vervelende gevolgen van ondervinden. De verbondenheid is naar mijn idee natuurlijk religieus bedoeld, niet politiek. De ene protestant is fel tegen Israël vanwege de Palestijnse kwestie, de andere protestant is juist fel voor de Joodse staat, al dan niet gekoppeld aan Palestijnen. Dat is vooral een kwestie van politieke voorkeur.

Als je doet of het protestantisme net zoveel heeft met islam of boeddhisme als met Jodendom, dan snap je wel erg weinig van je eigen religie en haar wortels. Offringa, die de banden wil lossnijden omdat anderen in zijn kerkgemeenschap die banden koesteren én de band ongetwijfeld nogal eens overdrijven (filosemitisme), geeft daar duidelijk blijk van.

Gelukkig is het voor ons, mijn vrouw en mij, simpel: wij hebben een band met Nederland. Die geven we niet zomaar op. Maar onopgeefbaar is die niet. Als Nederland alleen maar werd bevolkt door Offringa’s en zijn geestverwanten dan zou het met die band een ander verhaal worden.

Delen |