inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harry Polak

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering in 2012 kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya, vlakbij twee van hun drie dochters, Israëlische schoonzonen en kleinkinderen.

vrijdag 31 juli 2020

Eind juni zijn we verhuisd. Nog niet alle dozen zijn uitgepakt en we zijn bezig met het ophangen van de litho’s en het aanbrengen van handdoekrekken aan de muren en dergelijke. Het huis is echter sinds de eerste twee weken van juli al vrij goed bewoonbaar.

Een van de administratieve klussen rond het verhuizen was het overzetten van de huisverzekering. Dat ging niet goed via internet, daarvoor moest worden gebeld. Dat kon in het Engels. De vorige keer, toen we vanuit Nederland aankwamen in Herzliya, deed ik het in het Hebreeuws. Toen begreep ik niet alle vragen en dat heeft ongetwijfeld gescheeld in de premie, omdat die onder meer afhangt van de (on)mogelijkheid om in te breken.

Ons nieuwe gebouw heeft beneden een centrale ingang met een cijfercode plus dat de voordeur van ons appartement op de derde verdieping inbraak- en brandveilig is, zoals het geval is bij veel huizen in Israël. Al onze kamers hebben elektrische rolluiken. Als je die neerlaat, kom je er niet – tenzij je heel grof geweld gebruikt. Al die veiligheidsvoorzieningen heb ik sterk benadrukt en de premie ging daardoor zowaar wat omlaag.

Ik heb er niet bij verteld dat op sjabbat één of meer van de bewoners een stukje karton in het slot van de centrale ingang stoppen, zodat je steeds naar binnen kan zonder de code te hoeven intoetsen. Als je dat wel zou doen, activeer je de elektrische deuropener en dat is voor religieuze Joden een doodzonde op sjabbat.

De lift heeft een sjabbatstand. Als je die inschakelt, gaat de lift non-stop omhoog en omlaag, waarbij telkens elke verdieping wordt aangedaan. Op die manier kan je toch met de lift op sjabbat, want je zit niet aan de knoppen en schakelt dus zelf geen elektriciteit in. Gelukkig wordt de lift op sjabbat niet gebruikt door de religieuze bewoners, want zo’n sjabbatstand scheelt ongetwijfeld in het elektriciteitsverbruik. Voor het milieu is het ook niet zo gunstig. Onze religieuze buren gaan dus met de trap. Waarschijnlijk wonen ze op de laagste verdiepingen, want op de wekelijkse rustdag naar de vierde of de vijfde klauteren, is best hard werken.

In Israël worden de gebouwen in de straten doorgaans los van elkaar gebouwd en niet aan elkaar, zoals in Nederland meestal in de steden gebeurt. Ieder gebouw een eigen straatnummer. Aan het straatnummer wordt het nummer van het appartement toegevoegd. Bijvoorbeeld: 2 /1, het huisnummer dat we in Herzliya hadden. Het lijkt op het systeem in Amsterdam, waar we op 61 III woonden.

Ons gebouw ligt aan de oneven zijde van de straat en heeft twee aparte ingangen. Als je vanaf de straat met je gezicht naar ons gebouw staat, wonen wij in het rijtje verdiepingen dat bereikbaar is via de linkeringang. Dat is de ingang die het dichtst bij de kop of het begin van de straat ligt, waar de straatnummering wordt gestart (de laagste nummers bevinden zich altijd het dichtst bij het centrum van de stad; de linkerkant van de straat heeft oneven nummers, de rechterkant even nummers). Het is niet onlogisch dat onze ingang daarom de aanduiding א (A) heeft. De andere ingang heeft dus B (ב). Het staat nergens op de gevel. We hebben het gezien in het huurcontract en op de rekening van de onroerendgoedbelasting (arnona op z’n Hebreeuws).

Het gekke is dat in het naburige gebouw de linkeringang ב heeft en de andere, het verst van de kop gelegen ingang, א. Bij dat gebouw staat het ook nog eens duidelijk op de gevel.

Helemaal onlogisch is de aanduiding van de buren niet. Hebreeuws lees en schrijf je immers van rechts naar links.

Aan de overkant, de rechterkant met de even nummers, zijn alle gebouwen met twee ingangen consequent zo aangegeven dat de A (א) zich rechts bevindt en de B (ב) links. Het klopt helemaal met de Hebreeuwse schrijf- en leeswijze en het komt ook nog eens overeen met de logica dat bij de nummering de A voor de B komt, net zoals bijvoorbeeld 17 voor 18 komt.

Het is niet dat ik me er druk om maak. Allerminst, maar het viel me gewoon op toen ik nadat we net waren verhuisd door de straat liep. Toch is het niet onbelangrijk, want bij het verzekeren van het huis is het wel prettig dat je exact het juiste adres opgeeft. En verder heeft het ontbreken van letters bij de twee ingangen van ons gebouw onder andere tot gevolg gehad dat de pizzabezorger iets kwam afleveren bij ons (17 /6), terwijl we niks hadden besteld en het voor de buren van de andere ingang was. Ook zij wonen op 17 /6. In hun verzekeringscontract zal ongetwijfeld staan op 17ב דירה(appartement) 6. Althans dat hoop ik dan maar voor hen.

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook

vrijdag 19 juni 2020

De hoofdprijs is het niet geworden. Toch is het huis dat we – na bezichtiging van bijna dertig huizen in de tweede ronde in mei – hebben gevonden, best oké. De pluspunten zijn dat het in hartje Ra’anana staat in een rustige, loverrijke straat. Het is een gerenoveerd gebouw (TAMA 38). Geen recente renovatie, al een paar jaar geleden uitgevoerd. Niettemin nog steeds heel netjes. Dat is geen toeval, want er wordt door de beheerder scherp toegezien op het onderhoud en de manier waarop de bewoners omgaan met de hal, lift, gangen, vuilnisruimte en dergelijke. Ons appartement ziet er niet spiksplinternieuw uit, maar het is wel in goede staat. Vrij ruim, overal airco en automatische rolluiken om de zon buiten te houden, wat in de zomer hard nodig is. Helaas geen horren in de ramen tegen de muggen. Een niet al te groot balkon op het westen. Bergruimte op de begane grond en een overdekte parkeerplaats.

Na alle tegenvallers (huizen die niet voldeden aan onze verlangens, slechte contracten, vreemde eigenaars) gebeurde wat we al hadden voorzien. Op enig moment waren we met drie interessante huizen tegelijk bezig. Eén lag in Kfar Saba. Helemaal nieuw, helaas aan de krappe kant. Het uitzicht was heel fraai vanaf de zesde verdieping. Een zeer rustige en mooie straat met veel groen, vlakbij de lange winkelstraat dwars door het centrum. Het andere huis lag in Netanya, vlakbij de flat van onze oudste dochter, man en twee kinderen. Ook nieuw, al hadden er reeds huurders voor ons gewoond. Compleet voorzien van bijna alle keukenapparatuur, goed doordachte indeling van de ruimten. Luxe entree van een hoge torenflat. Ons appartement op de eerste verdieping had een prachtig uitzicht op zee, als je bereid was over de parkeerplaats heen te kijken. De huur viel best mee, de servicekosten waren daarentegen pittig. Dit huis bleek onverwacht nog een gegadigde te hebben en die pikte het voor onze neus weg. Voor onze makelaar én ons een volslagen verrassing. Het bleek dat de eigenaar langs andere weg net voor ons was benaderd door onze concurrenten. De makelaar had geen alleenrecht op het aanbieden van het huurhuis.


Huis in Netanya met zeezicht

We moesten oppassen dat we op tijd de knoop zouden doorhakken welk huis het zou worden om te voorkomen dat we op enig moment géén van de drie huizen zouden krijgen. Immers, als je te lang twijfelt, kan de eigenaar met de volgende kandidaat in zee gaan. Hoewel er gigantisch veel wordt gebouwd (Herzliya bijvoorbeeld wordt twee tot drie keer zo groot), is de woningnood in het midden van het land nog steeds nijpend.

De eigenaar van ons nieuwe appartement in Ra’anana bleek een ontzettend aardige, sociaal bewogen vrouw te zijn. We noemen haar Lea, wat niet haar echte naam is. Ze spreekt heel behoorlijk Engels en had direct vertrouwen in ons, zei ze. Toen we het op maandagmorgen zagen, zeiden we dat we het wilden, waarop ze ons nadrukkelijk vroeg of ze het zoeken naar huurders kon staken. Dat hebben we toen bevestigd, zij het dat alles pas definitief wordt na het zetten van de handtekeningen. Daarom zou het best moeilijk zijn geweest als we toch voor het andere, wat betere huis in Netanya hadden gekozen. Dat huis zagen we direct daarna op maandagmiddag. Zoals gezegd, ging dat na een spannende periode van een dag of twee aan onze neus voorbij, dus hoefden we Lea niet teleur te stellen. Dat dilemma bleef ons bespaard.

Het tekenen van dit contract was het andere uiterste van wat we tot nog toe al diverse malen hadden meegemaakt. Het was een keurige huurovereenkomst en alles was bespreekbaar. Met het grootste gemak veranderde Lea diverse passages conform onze wensen. We werden er bijna een beetje wantrouwig van, zo makkelijk ging het allemaal.

Het zetten van de handtekeningen gebeurde bij haar thuis. Een prachtig vrijstaand huis iets buiten Ra’anana. Met zwembad. Daar maakten we kennis met haar man. Die bleek eigenaar te zijn van een fabriek in Barkan, het industriegebied van Ariël. Dat ligt over de Groene Lijn, dus op bezet of betwist gebied. Beoogd Palestijns gebied noem ik het liever, er vanuit gaande dat het ooit nog eens komt tot een Palestijnse staat als de Palestijnen wakker worden uit hun droom dat Israël goedschiks of kwaadschiks zal verdwijnen. In de fabriek werken Arabieren (zo je wil: Palestijnen) uit Israël en Palestijnen afkomstig uit de gebieden waar Abbas en consorten de scepter zwaaien. Yosha (gefingeerde naam) vertelde ons dat die twee groepen grondig de pest aan elkaar hebben. Althans in zijn fabriek merkte hij dat tot zijn verbazing en schrik.


Advertentie van het huis in Ra'anana

Nu we definitief een huis hebben gevonden, kan het inpakken, waar we in januari al enigszins mee waren begonnen tijdens de eerste ronde van onze zoektocht naar een ander huis, met gezwinde spoed worden voortgezet. We zitten inmiddels op tachtig dozen en met al onze boeken zal het zal zeker het dubbele worden. Ook de administratieve rompslomp kan nu worden opgepakt: adreswijziging via het ministerie van Binnenlandse Zaken (dat ging heel soepel), gas, water en licht aanvragen (gedoe) en afsluiten in ons huidige huis (komt nog) net als internet- en tv-abonnement overzetten, huisverzekering omzetten en alles wat daar bij hoort. Instanties in Nederland op de hoogte te stellen, wat allemaal via internet kan en dat is dus een fluitje van een cent. Dat kan voor een groot deel ook in Israël, maar niet bij alles. Dan zit er niks anders op dan langs te gaan. Dat betekent dus een hernieuwde kennismaking met de Israëlische bureaucratie (volgende meer daarover). Deze keer in coronatijd.

Als we eind juni overgaan, begint daarna uiteraard de fase van uitpakken, boekenkasten en degelijke opbouwen en inrichten. Dat betekent dat ik even uit de lucht ben. Tot later!

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook

vrijdag 5 juni 2020

Het eindeloze en zo langzamerhand hopeloze gezoek naar een ander huis met een hebbelijk huurcontract (zie vorige column) leidt tot veel telefoongesprekken met aanbieders. Dat kunnen makelaars (duur) of huizenbezitters (koef noen*) zijn. Soms zijn het bewoners die vóór afloop van hun jaarcontract vertrekken en daarom voor de verhuurder conform het huurcontract vervangers zoeken.

Vaak begin ik in het Hebreeuws om vervolgens snel over te schakelen op het Engels. Dat gebeurt niet zonder het eerst netjes te vragen (“Efsjar ledabeer angliet? = Kan ik Engels spreken?”). Regelmatig is dat geen probleem, al komt het vrij veel voor dat aan de andere kant van de lijn alleen Hebreeuws wordt gesproken.

Inmiddels begin ik met het noemen van mijn naam. Eerst zei ik dat ik Harry heet (“Sj'mi Harry”). Totdat ik erachter kwam, wat ik eigenlijk al vaker had gehoord, dat Israëli’s zeggen: “Harry medabeer”. Letterlijk is dat “Harry spreekt” of in goed Nederlands “U/Je spreekt met Harry.” Dat leidt niet zelden tot de verbaasde wedervraag: met wie? Na de herhaling van mijn naam, maken ze er doorgaans Arik van. Dat laat ik meestal zo, want het gaat mij niet om een correcte weergave van mijn voornaam, ik wil meer weten over het huis waarvoor ik bel.

Vanaf het begin van onze aankomst in Israël gaf mijn voornaam wat probleempjes. Dat begon al bij de Hebreeuwse taalles. In de oelpan (taalklas) zag de juf - mannen heb ik nooit voor de klas gehad, ze zijn er wel – mijn naam in het Hebreeuws (הנרי) op het vel papier en dat werd dan resoluut Henry, op zijn Engels. Terwijl mijn officiële naam op zijn Frans dient te worden uitgesproken, dus Henri. Zo staat het ook in mijn Nederlandse paspoort. In de latere fase van mijn taallessen corrigeerde ik de nieuwe juf van een vervolgklas onmiddellijk. Zo van: “Henry (eigenlijk dus Henri) is mijn officiële naam, maar ik word in het gewone leven ‘Harry’ genoemd. Dan legde ik uit dat Harry (met een ‘a’) de Nederlandse variant is van het bekendere Engelse Harry (met è), zoals in de film Dirty Harry, met Clint Eastwood in de hoofdrol.

Mijn tweede naam is een nog wat groter probleem voor Israëli’s. Jacques, alweer Frans, is op mijn identiteitsbewijs Jack (ג'ק) geworden. Mij best. Namen omzetten in andere talen is veelal een lastige zaak, daar heb ik begrip voor. Mijn Hebreeuwse naam Ja’akov (Jacob) is van die tweede naam afgeleid. Voluit is het Ja’akov ben Mosjé, want mijn vader heette op zijn Hebreeuws: Mosjé ben Menachem. Iedereen die een beetje thuis is in de religieuze kant van het Jodendom weet dat je voor een Toralezing in de synagoge wordt opgeroepen met je Hebreeuwse naam.

By the way, ik hoor al mensen zeggen: is er een ándere dan de religieuze kant van het Jodendom? Jazeker, dat is de seculiere kant. Je kunt op allerlei manieren Joods zijn. Afkomst, dat is de vorm, is de basis, de ruggengraat, het geraamte; religie is de inhoud, het vlees op de botten. Er kan veel vlees op de botten zitten, het kan ook vel over been zijn. Het wemelt van de Joden die niet zo religieus zijn en op een meer wereldse manier proberen inhoud te geven aan hun Joods zijn. Iets wat in Israël door de eerste socialistische zionisten en met de kibboetsnikkim (kibboetsbewoners) sterk is gecultiveerd.

Maar we hadden het over de huizenspeurtocht en namen. Op mijn beurt versta ik de Israëli’s vaak niet goed als zij hun naam noemen. Mosjé, Varda en zo, dat lukt wel. Regelmatig gaat het echter te snel en lukt het pas in een latere fase van de kennismaking om de naam te achterhalen. Ah, verrek, dat zei hij dus: Itamar!

Het kan soms leiden tot rare taferelen. Zo hadden we eens aan het begin van onze huizenzoektocht een afspraak gemaakt met een huiseigenaar die natuurlijk had verstaan dat ik Arik heette. Toen we rond de afgesproken tijd iemand bij de ingang zagen staan en vroegen of hij de eigenaar was van het appartement dat we wilden bekijken, antwoordde hij dat hij op Arik wachtte. O, dat ben ik niet, zei ik toen. Daarna hebben we nog ongeveer tien minuten tegenover elkaar gestaan, totdat we elkaar gingen bellen en verbaasd naar elkaar keken toen we de mobiele telefoon van de andere hoorden overgaan.

Israëli’s hebben de naam niet erg op tijd te zijn bij afspraken. Daar merken we helemaal niks van bij onze huizentocht. Altijd op tijd. Stipt, vaak te vroeg zelfs. Of het nu om makelaars gaat, huiseigenaren of bewoners.

Ook in ander opzicht leidt het gezoek – naast grote frustratie – tot meer kennis van de cultuur en het land. Onze stratenkennis en kennis van buurten is aanzienlijk vergroot. Vaak zoeken we tevens de achtergrond op van een straatnaam of de naam van een buurt. We weten nu wat er steekt achter Tel Chai.

Indertijd leerden we Herzliya beter kennen toen we huizen gingen bekijken voor onze dochter en haar Israëlische echtgenoot S., die in die periode nog in Nederland woonden, doch ons achterna wilden. S. gaf aan waar we naartoe moesten, wij maakten een afspraak met de makelaar of eigenaar en maakten foto’s voor hen plus dat we onze indruk gaven. Dat was een hele verantwoordelijkheid. Uiteindelijk kozen ze toen voor een huis dat we niet als eerste hadden aanbevolen, al was het goed genoeg naar ons idee. Later bleek dat het huis veel last had van schimmelplekken, wat hier wel meer voorkomt. Daarom zijn ze toch maar verhuisd naar een betere optrek. En nu wonen ze heel gelukkig in een mooi koopappartement in een torenflat, zoals veel Israëli’s.


Hoogbouw - ook in Netanya

Onderhand hebben we ook Ra’anana, Kfar Saba, Hod Hasharon en Ramat Poleg bij Netanja beter leren kennen. Eén van die vier plaatsen gaat het worden. Dat is wel zeker. De vraag is wannéér we een lot uit de huizenloterij winnen. De hoofdprijs zou mooi zijn, maar we zijn al tevreden met een iets mindere prijs. Gewoon een redelijk huis in een aardige buurt tegen een schappelijke huur met een normaal contract en een sympathieke eigenaar (m/v). Dat moet voor toch ook voor ons weggelegd zijn?

* koef noen = kost niks, afgeleid van de Hebreeuwse namen van de letters K en N, die ook in het Hebreeuwse alfabet voorkomen.

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook

vrijdag 22 mei 2020

In vier eerdere columns (6 december 2019, 24 januari 2020, 7 februari en 21 februari) beschreef ik onze speurtocht naar een ander, beter huis. Dat was in de winterperiode. Het gezoek mislukte uiteindelijk jammerlijk. We hadden weliswaar twee keer beet, doch we kwamen er niet uit bij de onderhandelingen over het huurcontract. Gelukkig konden we ons huidige huurcontract nog vier maanden verlengen, omdat onze huisbazin nog niemand gevonden had. Wij blij, zij blij.

Ditmaal moeten we eind juni vertrokken zijn. Onze huisbazin is al druk bezig om vervangers voor ons te vinden. Ze heeft niet voor niets een ruime opzegtermijn in het huurcontract opgenomen, te weten drie maanden. Al zowat tien keer kwam ze langs met jonge stellen die nieuwsgierig waren naar haar huis. Eerder zei ze ons dat ze per se geen studenten wilde, maar oudere mensen, zoals wij. Haar zoektocht naar nieuwe huurders in de winterperiode ging haar niet makkelijk af, dus waarschijnlijk heeft ze de doelgroep daarom verbreed.

In deze coronatijd is het kijken naar een nieuw huis een wat apart ritueel. De woningzoekenden en onze huisbazin komen met een mondmasker binnen en aanvankelijk hadden ze ook rubber handschoenen aan. Dat laatste gebeurt niet meer. In Israël vertrouwen ze erop dat mensen hun handen wassen, plus dat handschoenen in de zomer geen pretje zijn. Ook wij hebben een mondkapje op (die zijn in Israël overal te koop voor een hele schappelijke prijs, namelijk vijftig stuks voor honderd sjekel, ruim 25 euro) als we Mira (niet haar echte naam) en de woninggegadigden binnenlaten.

We blijven er niet voor thuis, want we vertrouwen Mira. Ze heeft ons bezworen dat ze maar één persoon of stel tegelijk het huis laat zien en dat ze hen begeleidt als ze het huis bekijken. Dat is zó gebeurd, want groot is het niet. Je bent er bij wijze van spreken in een paar stappen doorheen. Na afloop van een bezichtiging, waarbij we de deuren naar het balkon en de ramen open hebben staan voor een goede ventilatie, maken we alle lichtknopjes en deurklinken goed schoon met speciale vochtdoekjes. Het soort dat we ook gebruiken voor het schoonmaken van de billetjes van onze kleinkinderen als we hun luiers verschonen.

Uiteraard hebben we ook een mondkapje op als de rollen omgedraaid zijn en wij degene zijn die huizen bezoeken. De ontvangende partij en eventuele makelaars hebben helaas lang niet altijd een mondmasker op. Als ze de onze zien, halen ze regelmatig alsnog zo’n ding tevoorschijn.

We hebben pas ontdekt dat we al ruim twintig huizen hebben bezichtigd vanaf januari tot en met nu. Omdat we al snel hadden ontdekt dat Herzliya te duur is als je wat groter wil wonen (één van onze verlangens), zoeken we in het naburige Ra’anana en Kfar Saba. Momenteel is het aanbod daar niet bijster groot voor wat wij zoeken en daarom zoeken we nu ook in het iets verder gelegen Hod Hasharon. En zelfs in het zuidelijk deel van Netanya, waar onze oudste dochter woont met man en hun twee kinderen.


Huizen zoeken kan via Facebook, de huizensite van yad2 of reclameborden

Afgelopen week hadden we iets goeds ontdekt in Hod Hasharon. Weliswaar op zes hoog, terwijl vier hoog eigenlijk onze limiet is, maar uitkijkend op een leuk parkje en niet ver van een aardige winkelstraat met een paar terrasjes. Het verdere uitzicht was best bijzonder, want naar het oosten zag je in de verte de heuvels van Shomron (Samaria).

De eigenaar sprak goed Engels toen ik belde om een afspraak te maken voor de bezichtiging. Hij vertelde erbij dat hij een borgsom wenste van 30.000 sjekel. Dat is bij deze woning ongeveer zes maandhuren, terwijl wettelijk maximaal driemaal is toegestaan. Het huis was in allerlei opzichten prima, dus vroegen we naar het contract. Dat hebben we geweten. We kregen een hele megille * van twintig pagina’s! Onze Israëlische schoonzoon, die we vroegen om het Hebreeuwse contract door te lopen, was heel stellig: niet doen! Allerlei kosten werden verhaald op de huurder, ook mankementen die normaal gesproken voor rekening van de verhuurder komen, zoals een kapotte airco. Er stond ook een bepaling in dat als de verhuurder de woning niet op de begindatum kon opleveren, hij niet aansprakelijk was voor eventuele extra kosten voor de huurder, terwijl die wel de huur moest betalen vanaf de ingangsdatum. Echt te zot voor woorden.

Met deze eigenaar wilden we niet verder. Hij vroeg nog naar onze bezwaren en een in onze ogen beter huurcontract. Desgevraagd gaven we wat voorbeelden van voor de huurder volstrekt nadelige bepalingen in zijn contract en we stuurden hem een geanonimiseerde versie van ons huidige huurcontract. Daarop kregen we een afgeslankte versie van het eerdere contract. Nog ‘maar’ dertien bladzijden. Dat is nog altijd twee keer zoveel als ons huidige huurcontract. Opnieuw stonden er bepalingen in waar geen enkele huurder blij van wordt, dus wat ons betreft was het einde oefening met deze eigenaar.

We maken wel meer gekke dingen mee. Zoals een aardige Iraakse meneer die alleen Hebreeuws sprak, waarbij hij in tegenstelling tot veel andere Israëli’s erg zijn best deed om alles duidelijk uit te leggen. Hij vroeg 5.700 huur, te betalen in maandelijkse huurbedragen van 5.000 en aan het begin in één keer voor twee jaar (de contracttermijn) de rest. Totaal dus 16.800 sjekel (zowat 4.400 euro). In ruil daarvoor zou hij een afzuigkap in de keuken laten aanbrengen, de deurtjes bij de douche laten aanleggen, kasten laten plaatsen en dergelijke. Vermoedelijk was zijn geld op om het door de aannemer te laten doen vóór de oplevering, dus via deze vondst krijgt hij een deel van de huur eerder binnen, waarmee hij de laatste loodjes aan het huis kan financieren.

De meest recente idioterie die we meemaakten, was een op zichzelf net huurcontract, ware het niet dat erin was opgenomen dat de verhuurder ook een deel van het huis bewoonde – met toestemming van de huurder! Daar hadden we uiteraard groot bezwaar tegen, waarop werd geantwoord door Itai (niet zijn echte naam), de makelaar, dat de eigenaar beslist niet van plan was een deel van het te verhuren huis voor bewoning op te eisen. Het was louter om financiële redenen. De makelaar begreep niet dat we dit huis, hoewel het best aantrekkelijk was, vanwege het vreemde contract hebben afgewezen.

Wij zoeken naarstig verder, waarbij we de hete adem van de naderende deadline steeds meer in onze nek voelen. Inmiddels vragen we ons wel serieus af waar we in godsnaam aan begonnen zijn. Het begint er zowaar op te lijken dat verhuizen náár Israël ons beter is afgegaan dan verhuizen bínnen Israël.

* megille (van megilla = rol): een lang verhaal

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook

vrijdag 8 mei 2020

Al geruime tijd wordt in Israël gesproken over de zogeheten ‘Franse wet’. In Frankrijk is het zo geregeld dat een president niet kan worden vervolgd zolang hij in functie is. Dat kwam de toenmalige politicus Jacques Chirac in 2002 goed uit, toen hij zich opnieuw kandidaat stelde voor het presidentschap. Hij was al president vanaf 1995. Rond zijn herverkiezing ontstond opschudding vanwege corruptieschandalen uit de tijd dat Chirac nog burgemeester van Parijs was. Dat kon pas juridisch worden aangepakt ná het aftreden van Chirac. Hij werd toen veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijk.

Immuniteit zou ook de door justitie veelgeplaagde premier Netanjahoe prima van pas komen. Als ik het goed heb begrepen, heeft Israël nog niet zo’n Franse wet en wordt er vrij schimmig over gedaan of zo’n wetsvoorstel er nu wel of niet zal komen. Het zal Bibi niet meer helpen, want hij is reeds in staat van beschuldiging gesteld (de datum van zijn rechtszaak is vanwege corona uitgesteld van medio maart naar eind mei). Tenzij de wet met terugwerkende kracht gaat gelden. Dat zou wat vreemd zijn, maar in de politiek kan veel. Zeker in dit land.

Netanjahoe hangt nog iets anders boven het hoofd. Er zijn petities ingediend bij het Hooggerechtshof om onder andere te voorkomen dat een in staat van beschuldiging gestelde politicus überhaupt een formatieopdracht kan krijgen om een kabinet samen te stellen. En dat speelt nu, nadat Gantz er niet in is geslaagd op tijd een regering te formeren. Gantz heeft wel op het nippertje met Netanjahoe een akkoord bereikt dat zij samen met andere partijen een soort noodregering gaan formeren om aan de coronacrisis het hoofd te bieden. Daarbij mag Netanjahoe als eerste premier worden, na anderhalf jaar komt Gantz aan de beurt. Dat vereist een wetswijziging van een van de basiswetten die met elkaar een soort grondwet vormen.

Op zondag 3 en maandag 4 mei hield het Hooggerechtshof een hoorzitting over de ingediende petities die op tv te volgen was (niet voor mij overigens). Interessant punt is dat gewone ministers volgens de Israëlische wet moeten aftreden als ze worden vervolgd. Dus waarom zou dat niet voor een premier gelden? Er is zelfs een president afgetreden (Katsav) vanwege een zeer waarschijnlijke veroordeling. Netanjahoe moet er niet aan denken en heeft al gedreigd met nieuwe verkiezingen als het Hooggerechtshof de coalitie van hem en Gantz op legale gronden dwarsboomt.

Onlangs las ik in de Israëlische media ook iets over de ‘Norwegian Law’. In dit geval gaat het echter om een wet die de parlementaire democratie eerder zal versterken, in tegenstelling tot de Franse immuniteitsregel die een leidende politicus ongeveer heilig verklaart.

In Nederland houdt men zo strikt mogelijk vast aan de scheiding der machten (de trias politica) van Montesquieu. Het parlement is formeel de wetgevende macht, de regering voert uit en de onafhankelijke rechter toetst aan de hand van wetten. In werkelijkheid loopt er wel een en ander door elkaar heen. De regering ontwerpt immers veel wetten, zij het dat het parlement daarover het laatste woord heeft. Voorts staat het justitiële apparaat niet geheel los van de minister van Justitie via het Openbaar Ministerie.

In Nederland geldt het dualisme, dat wil zeggen dat het parlement tegenover de regering staat om zijn controlerende taak goed te kunnen uitoefenen. Ook daar valt wel wat op af te dingen, want de regerende partijen in het parlement zijn gebonden aan het regeerakkoord.

In Israël zijn regering en parlement meer met elkaar vervlochten. Dat geldt eveneens voor Engeland en … Noorwegen (monistisch systeem). In de drie laatstgenoemde landen wordt de regering in beginsel samengesteld uit de gekozen parlementsleden. Dat is op zich heel democratisch, want anders is het denkbaar dat een regering (mede) wordt samengesteld uit niet-gekozen politici. Alleen wordt het dualistisch principe, dat van groot belang is voor een sterk parlement, losgelaten als ministers na hun benoeming parlementslid blijven. Dat is Nederland slechts kort het geval na de verkiezingen gedurende de formatieperiode. Als de regering eenmaal is samengesteld, kan een minister niet langer parlementslid zijn. Dat wordt gezien als onverenigbaarheid van functies.

Vroeger gold het monisme in Nederland op gemeentelijk (en provinciaal niveau): het college van burgemeester en wethouders werd uit de gemeenteraad samengesteld en wethouders bleven raadslid. Dat is in 2002 veranderd vanwege het principe van het dualisme. Wethouders maken géén deel meer uit van de raad, de plekken die zij achterlaten, worden door anderen op de kieslijst opgevuld.

Terug naar Israël. Daar gaat een monsterregering ontstaan. Qua omvang in ieder geval. Het grootste kabinet sinds het ontstaan van het land: op den duur 36 ministers en nog 16 onderministers. Dat betekent dat de parlementsfractie van Kachol Lavan gaat leeglopen als de leden minister worden. Dankzij de regel uit Noorwegen mag een minister zijn of haar Knessetzetel opgeven, doch zij zijn daar niet toe verplicht. (Per fractie één vervanging of meer, of zelfs alle, dat is mij niet duidelijk). Op die manier kan er een vervanger komen, zodat de Knesset min of meer op sterkte blijft. Die wel moet terugtreden als de minister aftreedt en zijn Knessetzetel opeist, want hij of zij is tenslotte gekozen.

De ‘Noorse regel’ werd al in 2015 aangenomen, maar tot nog toe schijnt er slechts spaarzaam gebruik van te worden gemaakt. Menig minister houdt om allerlei redenen van het Knessetpluche en laat zijn of haar Knessetzetel niet los. Monisme troef dus.

PS: Na inlevering van dit stukje las ik dat het Hooggerechtshof groen licht heeft gegeven aan Netanjahoe en de deal tussen hem en Gantz.

   Deel dit bericht: Facebook  Facebook
jul 2020Huisnummering
jun 2020BINGO!
jun 2020Aangenaam is anders
mei 2020Opnieuw op huizenjacht
mei 2020De Franse en de Noorse wet
apr 2020Zeventig plus
apr 2020Israël in coronatijd
mrt 2020De Verenigde Lijst
mrt 2020Hoofddoek
feb 2020Nog vier maanden
feb 2020Nog steeds geen huis
jan 2020Nieuw huis?
jan 2020Met Raoul en Frans struikelend door het Joodse land
dec 2019Verkiezingen 3.0
dec 2019Verhuizen
nov 2019Thessaloniki
nov 2019Wasmachineleed
okt 2019Cultuurverschillen van klein tot groot
okt 2019Ontheemd
sep 2019Na de verkiezingen
sep 2019Jong geleerd
aug 2019ING-belevenissen
aug 2019Dimitri
aug 2019Chidoesj strijdt verder voor gelijke rechten
jul 2019Doorbraak voor non-orthodoxie via strijdkrachten
jun 2019Op vredespad – tegen beter weten in?
jun 2019Sjabbat is geen zondag
mei 2019Verkiezingsdebat: in Nederland wel, in Israël niet
mei 2019Hoogste tijd voor Gaza 4.0
mei 2019Erfgenamen
apr 2019Verkiezingen voor de 21ste Knesset
mrt 2019Vlinders
mrt 2019Habrigada hajehoediet (הבריגדה היהודית)
mrt 2019Brabants bont
feb 2019Einat Wilf
feb 2019Longontsteking
jan 2019De gan
jan 2019Nazareth
dec 2018Conserverende aanslag
nov 2018De 30ste november
nov 2018Stadsparken
nov 2018Bitoeach sioedi (ביתוח סיעודי)
okt 2018Lokale verkiezingen
okt 2018Herzliya - Amsterdam v.v.
sep 2018Laat de UNRWA opgaan in de UNHCR
sep 2018Bezeq is niet HOT
aug 2018Israël als natiestaat
aug 2018Aardbevingen
jul 2018Familiebezoek
jul 2018Nederlanders over de grens
jun 2018Op stap naar Spanje
jun 2018Films en nieuws kijken
jun 2018Nederlandse taalles in Israël
mei 2018De Giro d’Italia en nog wat
mei 2018Jom Ha Sjoa
apr 2018Dialoog
mrt 2018Het huurcontract
feb 2018Oelpan (Hebreeuws les) – de volgende klas en nog wat
jan 2018Winkelsluitingswet
dec 2017Witgoed
nov 2017Geoefende analfabeten
okt 2017Thuis
okt 2017Israël. Hoe kun je dáár nou gaan wonen?
sep 2017Op en neer naar Nederland
aug 2017Hollanders ‘in den vreemde’
jun 2017Israël op zijn smalst
mei 2017Staaroperatie in het Assutaziekenhuis
apr 2017Stemmen vanuit Israël
mrt 2017Een jaartje verder
jan 2017Oelpan
okt 2016Tweedehands of nieuw?
sep 2016Op zoek naar een auto
sep 2016Zachte landing
aug 2016Het verkorte rijexamen (mivchan hamara = conversietest)
aug 2016Dubbelleven
jul 2016Mea (100)
jul 2016Nola
jun 2016Cultuur
jun 2016Misrad Harishui (ministerie van Vergunningen)
mei 2016Antizionisme
mei 2016Geduld
mei 2016Zeg eens A(lef)
apr 2016Liften of niet?
apr 2016Een hele belasting
mrt 2016Alija