sluiten
×
Mogen wij u om een kleine bijdrage vragen om het werk van Crescas blijvend mogelijk te maken? Alle content op deze website is vrij toegankelijk: de wekelijkse columns, video’s, geluidsbestanden, artikelen, etc. Dat willen wij graag zo houden. U kunt ons daarbij helpen met een kleine, vrijwillige bijdrage. Ieder bedrag is welkom. Met de groene knop hiernaast is dat zó geregeld. Dankuwel.
inloggen
×

Mijn Crescas

Inloggen met gebruikersnaam & wachtwoord






Zonder wachtwoord snel inloggen?

Columns

Weblogs disclaimer

Harry Polak

Harry Polak (1947), psycholoog, was tot zijn pensionering kwaliteitsadviseur in de geestelijke gezondheidszorg. Als voorzitter van de dialoogcommissie van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam was hij een belangrijke en graag geziene bruggenbouwer. In maart 2016 maakten Harry en zijn vrouw alija. Ze wonen nu in Herzliya.

vrijdag 15 juni 2018

Onlangs maakte onze vriendin A. uit Jeruzalem ons attent op het Israëlisch Documentaire Festival in Tel Aviv. Zij wilde per se naar Itzhak, een documentaire over de wereldvermaarde violist Jitschak Perlman. Zij nodigde ons uit om mee te gaan. Haar moeder zou er ook bij zijn. Die is – als ik het goed heb – nog in Jemen geboren, maar helemaal ingeburgerd geraakt in Europa, waar ze sinds lange tijd een deel van het jaar woont (in Duitsland) en waar ze een carrière heeft opgebouwd.

Het was een goede tip. Hoe dan ook leuk om elkaar weer te zien, mede omdat onze andere goede vriendin V. uit Tel Aviv er ook bij was. De documentaire was ronduit boeiend. Van begin tot eind. Nogal caleidoscopisch opgebouwd, soms bijna als een clip, doch dat gaf vaart en je moest actief meekijken om de draad van het verhaal op te pakken en te kunnen blijven volgen.

Perlman is in Israël geboren. Hij kreeg als kind polio, waardoor hij zich nauwelijks kan voortbewegen, want hij kan zijn benen nagenoeg niet gebruiken. Viool spelen daarentegen kan hij als geen ander. In de documentaire wordt duidelijk dat zijn handicap vaak een reden was voor afwijzing, ondanks zijn uitmuntende vioolspel. Hij is er toch gekomen door grote volharding. Perlman laat zich niet alleen kennen als een violist van wereldklasse, hij is ook een fantastische, humoristische verhalenverteller. Hij vertelde een paar prachtige Joodse moppen, die ik helaas allemaal ben vergeten, op één na. Hij gebruikt vaak Google om iets op te zoeken, zei hij. Als het om Joodse zaken gaat, noemt hij het Joogle. Het Hebreeuwse werkwoord voor googelen is לגגל (legageel), Perlman gaf niet zijn Joodse variant in het Hebreeuws. Perlman woont al lange tijd in de Verenigde Staten. Niet alleen vanwege de muzikale opleiding die hij daar heeft genoten; hij is ook getrouwd met een Amerikaanse. Een grappige Joodse vrouw. Ze zien eruit als een heel gelukkig stel. Iets anders dan een Joodse partner is eigenlijk ondenkbaar voor iemand als Perlman. Hij is heel overtuigd Joods, op een volkomen natuurlijke manier, zoals een dolfijn in het water thuishoort.

De reacties in de zaal vol met Israëli’s waren hartverwarmend: dit was tenminste een Israëli (hoewel Perlman misschien meer Joods is dan Israëli) in het buitenland die zielsveel houdt van zijn geboorteland, al woont hij er niet. Niet zelden keren Israëli’s het land de rug toe, omdat ze zich politiek niet kunnen vinden in wat er in het geboorteland c.q. in ‘de gebieden’ gebeurt, of omdat het economische gras elders veel groener is dan thuis.

Het festival vond plaats in de Cinematheek in Tel Aviv en op diverse andere plekken in de stad. Het is een vrij groot gebeuren, zij het niet zo groots als het Amsterdamse IDFA. Het IDFA wordt gezien als het walhalla op het gebied van documentaires. Ik ging er toen we nog in Amsterdam woonden van tijd tot tijd naartoe. Zo zag ik daar een documentaire van een Israëli die meer Fransman is geworden en fel antizionistisch is. Het was een eigenlijk een marteling, maar ik heb zijn film uitgekeken en ik ben ook nog in de zaal blijven zitten toen er na afloop een gesprek was met de filmmaker. Er was een Joodse man aanwezig die de film op de korrel wilde nemen vanwege het anti-Israëlische karakter, doch die kreeg amper het woord.

Sinds we in Israël wonen, gaan we bijna niet meer naar de bioscoop. Alleen Engelstalige films zouden in aanmerking komen. Of Nederlandse, die zijn echter zelden te zien hier. Italiaanse en Spaanse films of films uit andere gerenommeerde filmlanden kunnen we niet volgen, omdat ons Hebreeuws te slecht is. De ondertiteling gaat veel te snel en er zijn tal van woorden die we überhaupt niet kunnen ontcijferen. Desondanks zien we wel veel films, series en documentaires. Netflix biedt veel onderhoudende series met veelal Nederlandse ondertiteling. We krijgen hier uiteraard de Israëlische Netflix binnen. Dat heeft nadelen, want de film Sandstorm (over Israëlische bedoeïenen) wordt wel aangeboden op de Nederlandse Netflix, op de onze is die merkwaardig genoeg totaal niet te vinden.

Daarnaast hebben we dankzij wat tips en door zelf op onderzoek uit te gaan filmsites ontdekt waar het Nederlandse bioscoopaanbod, vaak maar niet altijd, met enige vertraging is te zien. Picl is een voorbeeld van zo’n site. Daarop is veel van het arthouse filmaanbod te zien. Langs die weg hebben we The Cakemaker gezien. Een zus van een in Nederland wonende Israëlische kennis van ons, had de film net gezien en vertelde dat ze erg onder de indruk was geraakt van het verhaal. Het gaat over een Israëli die voor zaken veelvuldig in Berlijn verblijft en daar innig én seksueel bevriend raakt met een Duitse man, die een koffieshop runt en zijn eigen gebak maakt. Als de Israëli plotseling uit het leven de Duitser verdwijnt, gaat deze banketbakker naar Jeruzalem om het leven van zijn verdwenen vriend daar te leren kennen. Wat er dan allemaal gebeurt, ga ik niet verklappen. Het is een fascinerende mix van identiteit, cultuur, vriendschap en ook uitsluiting. De Duitser is niet Joods en bovendien ook nog eens afkomstig uit het land waarvan de toenmalige leiders de Sjoa op hun geweten hebben.

Er zijn meer Nederlandse filmsites die het ons mogelijk maken een beetje bij te blijven op filmgebied, onder andere Pathé. Dan moet je wel in Nederland inloggen; via het buitenland kom je er niet in vanwege filmrechten die per land zijn verkocht. Daar hebben we gelukkig een technische oplossing voor gevonden.

Verder is er nog de mogelijkheid om via Google Play films te bekijken, wat meestal iets goedkoper is dan via Prime Video (Amazon) of iTunes.

Als laatste noem ik de Nederlandse televisie als medium om series of films te kijken. Films kijken we eigenlijk niet op de site van NPO, wel volgen we bijvoorbeeld het zevende seizoen van Homeland.

Uiteraard is de NPO-site hoe dan ook onmisbaar om iets terug te kijken. Zeker als we hebben vernomen dat er een interessant item was te zien in Buitenhof, Nieuwsuur en Een Vandaag. Het NOS-journaal kijken we uiterst zelden. Vanuit de verte is veel Nederlands nieuws toch wat kneuterig als je het vergelijkt met wat er zich hier allemaal voordoet aan wereldnieuws. Verder ben ik bang dat we ons aan de berichtgeving van de NOS over wat er hier gaande is alleen maar flink zouden ergeren. De NOS blijft te vaak in gebreke als het om Israël gaat, wat ze trouwens achteraf zelf ook constateren.

Herstelberichten NOS

Het nieuws volgen we in de regel via de Israëlische tv. Nou ja, proberen we te volgen, want tja, het wordt eentonig, dat Hebreeuws van ons … Gelukkig is er ook nog zoiets als de ouderwetse krant. Dus de Nederlandse pers en de vele Engelstalige Israëlische kranten bieden uitkomst om goed op de hoogte blijven. Plus niet te vergeten: Twitter en good old Facebook. Met het ernstige risico van digitale verslaving.

Kortom, we hoeven op film- en digitaal gebied niet heel veel te missen in ons nieuwe vaderland.

Delen |

vrijdag 1 juni 2018

Onze kleinkinderen in Israël worden tweetalig opgevoed. Zo hebben hun ouders besloten: onze jongste dochter en haar Israëlische man met hun baby van ruim vijf maanden, plus onze oudste dochter en eveneens Israëlische echtgenoot met twee kinderen. De partner van onze jongste spreekt geen Nederlands, die van onze oudste wel. Hij heeft ruim tien jaar in Nederland gewoond en gewerkt. Twee van de drie kleintjes zijn zo jong dat ze nog niet praten, al begint het dochtertje van onze oudste inmiddels woordjes te zeggen (majiem, lo rotsa en ook “hebben” en “hond”). Onze Israëlische kleinzoon, de oudste van het kleine grut, is ruim drie en spreekt al een hele mondvol Hebreeuws. Hij is in Amsterdam geboren en zat op een keurige peuterspeelzaal in Zuid, waar hij zijn eerste Nederlands leerde. Thuis spreekt zijn vader vanaf zijn geboorte Hebreeuws met hem, zijn moeder Nederlands. Als ze in Nederland waren gebleven, was het Nederlands ongetwijfeld de dominante taal van hem geworden. Doch zijn ouders besloten voordat hij twee werd, ons achterna te komen en ook in Herzliya neer te strijken. Sindsdien is Hebreeuws zijn dominante taal geworden. Hij begrijpt wel degelijk Nederlands, maar hij praat steeds minder in de taal van zijn moeder. Wat we ook proberen als ouder en grootouders. Opa en oma zegt hij wel, zij het met enig accent. De andere grootouders zijn saba en safta.

Er zijn meer Joodse stellen, zoals onze dochters, die het Nederlands willen doorgeven aan hun kroost, al ligt hun toekomst naar alle waarschijnlijkheid meer in Israël dan in Nederland. Daarnaast zijn er Nederlandse expats in dit land voor wie het van groot belang is dat hun kinderen kunnen instromen in het Nederlandse onderwijs als pappa en mamma weer terug gaan naar de groene delta aan de Noordzee. Voor hen is de Nederlandse school in Israël bedoeld. Kinderen kunnen zich het Nederlands eigen maken of verder uitbouwen in tweeënhalf uur les per week ná de gewone school. De school heeft drie locaties: Tel Aviv, Ra’anana en Atlit, onder Haifa. Aan de school zijn vijf leerkrachten verbonden en een hoofd. Op maandag is Tel Aviv aan de beurt, de dag daarna het nabij gelegen Ra’anana en op woensdag Atlit.

Dit soort informatie kregen we te horen van Sarah Navon-Hage, één van de leerkrachten aan de school. We kenden haar al vanuit Nederland en het was daarom nog leuker om haar enthousiaste verhaal aan te horen in de groep Joodse Nederlanders die regelmatig bij elkaar komt onder de paraplu van Elah, met betrokkenheid van Irgoen Oleh Holland. De groep, getooid met de oer Hollandse naam Jong Belegen (de meesten zijn de zestig wel gepasseerd), heb ik een eerdere column al eens ten tonele gevoerd.

Sarah is orthopedagoge. Dat beroep is hier ook bekend, zij het in de sfeer van het onderwijs, niet op hulpverleningsvlak. Zij is uiteraard heel blij met haar huidige baan, al deed ze in Nederland heel ander werk bij de Raad voor de Kinderbescherming. Zij vertelde dat de school zo’n zestig tot zeventig leerlingen telt. Ze zijn tussen de 3 en 12 jaar oud. De hogere leeftijden zijn wat uitgedund, want dan haken de kinderen veelal af. Mogelijk omdat het dan wat zwaar wordt naast het reguliere onderwijs. Dáár leren ze behalve vanzelfsprekend Hebreeuws, ook nog Engels en Arabisch.

Er is heel wat onderzocht en geschreven over tweetaligheid. Doorgaans wordt het als een voordeel beschouwd voor kinderen. Natuurlijk is het zwaarder dan het aanleren van één hoofdtaal, doch tweetaligheid is een soort hersengymnastiek, zei Sarah, en dat betaalt zich op één of andere manier uit. Nu is Nederlands geen wereldtaal, daarom is het eigenlijk handiger om naast Hebreeuws een internationale taal als Engels, Frans of Spaans te beheersen. Er zitten kinderen van expats op de Nederlandse school die niet naar het gewone Israëlische dagonderwijs gaan (vooral ook omdat ze geen echte binding hebben met Israël) , maar naar een Engelse of Franse school. Er zitten trouwens ook vaak Vlaamse kinderen op de school, alleen toevallig nu even niet.

De Nederlandse school geeft tevens onderwijs aan volwassenen. Dat is echter een soort toegift. Het belangrijkste is het onderwijs aan kinderen.

De Nederlandse school is aangesloten bij de particuliere stichting Nederlandse Onderwijs in het Buitenland (NOB). De Onderwijsinspectie komt eens in de vier jaar langs, dus vrijblijvend is het rooster niet. Het aantal lesuren ligt vast: 100 uur per jaar, wat neerkomt op veertig lessen van 2,5 uur per week. De school zorgt ook voor culturele activiteiten, zoals Koningsdag en Sinterklaas. Het lesgeld is wat pittig, maar beslist niet onredelijk te noemen. Het is gewoon de kostprijs. Voor het eerste kind betaal je 3.650 sjekel (circa € 860), voor de volgende kinderen minder.


Koningsdag 2018

De inspectie is juist weer langs geweest, vertelde Sarah. Ze kwamen er goed vanaf en ze kregen onder andere te horen dat de school best uniek is. Van de 200 Nederlandse scholen in 115 landen met 13.500 kinderen is dit de school met kinderen die vaak blíjven, dus niet terugkeren naar Nederland. De alija zorgt voor een bijzondere situatie.

Overigens valt in het officiële verslag van de NOB te lezen dat de Nederlandse scholen in het buitenland het moeilijk hebben. Bezuinigingen en een daling van het aantal leerlingen vanwege de slechtere wereldeconomie, wat tot minder expats leidde. Inmiddels hebben de Nederlandse scholen over de grens er weer wat geld bijgekregen van de rijksoverheid.

Het laat zich raden waarom de ouders kiezen voor het doorspelen van het Nederlands: opa en oma willen met hun kleinkinderen kunnen (blijven) spreken. Persoonlijk zou ik het geen probleem vinden Hebreeuws te (leren) spreken met de kleinkinderen. We hebben van onze dochters echter het uitdrukkelijke verzoek gekregen Nederlands met hen te praten. Dus dat doen we (al ga ik wel eens de fout in door er een enkel woordje Hebreeuws doorheen te gooien). We lezen ook Nederlandse boekjes met hen, zingen Nederlandse liedjes of we laten die horen en zien via YouTube.

Op de Nederlandsche school maken ze trouwens ook gretig gebruik van moderne communicatiemiddelen, zoals vanzelfsprekend de PC met leerzame computerspellen. Sarah vertelde dat zij wel eens wat doet met Klokhuis, vanwege de afwisseling. Daar worden allerlei wetenschappelijke en andere weetjes behandeld op een eenvoudige en leuke wijze. De natuur is ook een belangrijk item voor Klokhuis, net zo goed als algemene items als oorlog. Ik zag dat Anne Frank vrij uitgebreid is besproken door Klokhuis. Als je zoekt naar “Israël”, “Joden” of “Palestijnen” op Klokhuis dan komen er geen treffers tevoorschijn. Daar wagen ze zich niet aan.

Daarvoor moet je bij het Jeugdjournaal zijn, waar de Nederlandse school overigens niks mee doet. Het gaat wel eens mis met het Jeugdjournaal, zoals de keer dat het Israël de schuld gaf van de ellende in Gaza. Dat hebben ze later moeten rectificeren. Het lag niet alleen aan Israël, werd gesteld in de rectificatie, ook Egypte werd schuldig verklaard, net als, niet te vergeten, de Palestijnse leiders zelf.

We zijn als grootouders benieuwd of onze kleinkinderen in de nabije toekomst ook naar de Nederlandse school zullen gaan. Het is uiteraard niet gering om het erbij te doen naast het gewone onderwijs. Anderzijds leren ze dan niet alleen Nederlands spreken en luisteren; ook schrijven en lezen krijgen een forse stimulans. Langs die weg behouden ze een band met het verre land in Europa waar hun moeders geboren zijn en vandaan komen. En waar Joden eeuwenlang een vreedzaam bestaan kenden, al weten we maar al te goed dat er ook andere tijden geweest zijn.

Delen |

vrijdag 18 mei 2018

Eén van onze schoonzoons coacht wielrenners op professionele wijze. Samen met een compagnon heeft hij een bedrijf opgezet dat onder andere testen afneemt en trainingen begeleidt om wielrenners nog beter te laten worden dan ze al zijn – aangepast aan hun eigen ambitieniveau. Zelf is hij ook helemaal fietsgek. Hij heeft op allerlei plekken in de wereld rondgefietst, wat goed is te zien aan de stempels in zijn paspoort. Toen hij in Israël op vakantie was met onze middelste dochter en hun zoontje wist hij in no time via internet contact te leggen met Israëlische fietsfanaten. Zo reed hij met hen ’s ochtends in alle vroegte in hoog tempo rondjes in het Yarkon Park in Tel Aviv, ging hij mountainbiken ergens in de buurt van Haifa en reed hij even op neer van Herzliya naar Jeruzalem, ondanks de hitte. De eerste keer huurde hij ergens een racefiets. Tegenwoordig neemt hij zijn eigen racefiets mee in het vliegtuig wanneer hij naar ons toekomt, want hij was niet tevreden over het gehuurde materiaal.

Onze fietsende schoonzoon heeft ook eenmalig advies gegeven aan de Israëlische wielerclub over het exploiteren van een nieuwe wielerbaan, de eerste heuse velodrome in het Midden-Oosten. Via hem hoorde ik al iets over een vermogende weldoener die Israëlische fietserij wil opstoten in de vaart der volkeren. Sinds de Giro d’Italia met veel publiciteit in Israël van start ging met drie etappes weet ik om welke mecenas het gaat: Sylvan Adams, een Canadees die onlangs alija maakte. Hij heeft flink veel geld verdiend in de makelaardij. Dat stelt hem niet alleen in staat een mooi appartement aan de boulevard van Tel Aviv te bewonen, hij sponsort er ook de Israëlische wielrennerij mee. En hij is de man die veel sjekels neertelde om de Giro naar zijn nieuwe vaderland te halen. Je bent gek op fietsen of je bent het niet.

Zelf ben ik ook wel eens op de fiets geklommen om heel bescheiden rond te toeren in Nederland. Geen racefiets, slechts een Batavus supersportfiets met tien versnellingen. De fietsfanaten in mijn studentenflat kregen me niet zo gek om in één dag een rondje IJsselmeer te doen, maar toen mijn toenmalige vriendin, nu mijn vrouw, en ik een keertje in de zomer op een huis gingen passen in Wageningen, besloot ik er op de Batavus heen te gaan. Dat beviel prima, ondanks een fikse regenbui die ik onderweg over me heen kreeg. Het was mooi weer, dus ik was in no time droog dankzij de rijwind. Bij de Reeuwijkse plassen raakte ik wat verdwaald, maar ik bereikte Wageningen nauwelijks later dan mijn geliefde, die met de trein was gegaan. Ik moet er wel bij vertellen dat ze in Amsterdam veel later van huis was gegaan. Met de Batavus ben tijdens die vakantie nog de grens overgestoken achter Nijmegen in de richting van het Reichswald. De Duitse douane vond het maar vreemd, maar ik had mijn paspoort bij me en er was niks verdachts aan me te bespeuren, dus mocht ik verder.

In Frankrijk hebben we twee keer de Tour de France zien langskomen. De eerste keer was min of meer toevallig, want de Tour kruiste de route naar onze vakantiebestemming in Bretagne, waar we met onze drie jonge kinderen een huisje hadden geboekt. We zijn speciaal uitgestapt om de Tour te zien en we waren net op tijd om de wielerkaravaan in een flits voorbij te zien komen. In Parijs hadden we de renners jaren daarvoor (we hadden toen nog geen kinderen) al eens gezien. We hadden een plekje aan de Champs Elysees bemachtigd. Toen viel me al op dat die wielrenners verdomd hard gaan, zo’n veertig tot vijftig km per uur. Op mijn Batavus wist ik dertig of wat meer te halen en dat vond ik al heel wat.

Uiteraard wilden we de Giro zien langskomen. Daarvoor hoefden niet eens zoveel moeite te doen, want ze zouden Herzliya passeren. We hebben het eerste stuk van de etappe van Haifa naar Tel Aviv thuis op tv gekeken. Daarvoor moesten we wel een dagabonnement nemen op Eurosport, maar dat was zeer de moeite waard. Het zag er fantastisch uit. De mooiste plekken waar ze langsreden, werden voorzien van een begeleidende tekst, zodat de gemiddelde kijker, die niks van Israël weet, een beetje wegwijs werd gemaakt. Een vroegere collega van me had ook gekeken en meldde me enthousiast dat ze vanuit de lucht Herzliya had gezien en nu wist op wat voor mooie plek we wonen.

Drie dagen Giro met veiligheidsmaatregelen en wegafsluitingen om de renners ruim baan te geven, had Israël probleemloos op zijn conto geschreven. Best een prestatie in zo’n roerige regio met veel vijandige buren. En net zo goed met eigen inwoners die ieder positief punt van Israël de grond in willen boren. Het gaat veelal om Arabische Israëli’s (er zijn gelukkig veel uitzonderingen) en enige Joodse Israëli’s die één lijn met hen trekken. Voor hen is dit land in zonde geboren en moet het linksom of rechtsom zo snel als mogelijk te gronde gaan.

De meeste (sport)commentaren in Nederlandse kranten waren zuinig tot zuur over de Giro d’Italia in het heilige land. Ik las slechts één columnist die het prima vond en al die collegiale azijnpissers maar niks vond. Hulde aan Sylvain Ephimenco in Trouw daarvoor en trouwens ook aan De Speld die het gemopper van Bert Wagendorp van de Volkskrant op de hak nam.

Nog maar amper bijgekomen van de succesvolle Giro, die op zondag 27 mei zijn slot beleeft in Rome, of we werden wakker met het verheugende nieuws dat Israël weer eens het Eurovisie Songfestival had gewonnen. We hadden even gekeken naar dat zangfestijn met veel glitter en bombarie, braaf onze stem op Netta Barzilai uitgebracht, doch niet verwacht dat Israël als eerste zou eindigen, ondanks de veelbelovende prognoses. Dat Eurovisiegedoe is niet mijn ding en het liedje vond ik wel grappig, maar mijn muzikale voorkeur gaat toch uit naar iets anders, wat Eurovisie niet weet te bieden. Totdat ik wat op Facebook zag langskomen, waardoor ik dacht: die Netta heeft best wat in haar mars. Ook haar commentaren op de zege waren treffend, net als de inhoud van het liedje ‘Toy’.

Ten slotte: uiteraard kan ik niet heen om de pogingen door het grenshek van Gaza te breken. Het is diep triest dat mensen zich zo gek laten maken om zoiets te proberen, en dat er daarbij dan doden vallen, is naar mijn idee verschrikkelijk én onvermijdelijk. Israël heeft het weer helemaal gedaan in de ogen van de wereldopinie. Ik heb niemand gehoord die een goed idee heeft geopperd om de bestormers van het grenshek tegen te houden zónder dat er doden vallen. Flyers met waarschuwing om weg te blijven bij de grens, traangas, op de benen schieten, het helpt niet als mensen als dolle stieren blijven doorrennen om met geweld (molotovcocktails, brandende autobanden of erger) door het hek te breken. Dat laatste mag onder geen beding gebeuren, want ik maak me weinig illusies waar het toe zal leiden als Gazanen in groten getale de grens weten over te steken.

Ik zag een filmpje van de NOS om het Palestijns-Israëlisch conflict uit te leggen. Twee dingen vallen direct op als je de geschiedenis een beetje kent: (1) er wordt gedaan alsof er al eeuwen een land Palestina bestond dat door de Joden uit Europa onder de voet is gelopen en ingepikt (2) geen woord over de wortels van het Jodendom in en de band van Joden met dit land, want die heilige plekken van Joden die waren er zomaar opeens en blijkbaar niet al veel eerder dan de paar islamitische heiligdommen die er later bij zijn gekomen (3) van Arabische Joden en hun doorgaans onvrijwillige vertrek heeft de NOS nog nooit gehoord.

Tegen dat soort valse geschiedschrijving kan geen geslaagde Giro of gevoelig zingende Netta op. In de ogen van velen was Israël fout, is Israël fout en blijft Israël fout. Al doet het CIDI nog zo zijn stinkende best om dat te weerleggen.

Delen |

vrijdag 4 mei 2018

In Nederland heb ik een paar keer de 4 mei-herdenking in de Nieuwe Kerk meegemaakt. Je komt er alleen in met een uitnodiging. De vereniging JONAG (Joodse Naoorlogse Generatie) kreeg altijd twee toegangskaarten. Die werden elk jaar over andere bestuursleden verdeeld. De laatste keer dat ik de herdenking in de Nieuwe Kerk en op de Dam meemaakte was in 2015. Ongeveer een jaar voordat we naar Israël vertrokken. Daarom vond de secretaris van JONAG, Mirjam Kervers z.l., dat ik samen met mijn vrouw mocht gaan. Als bijzondere herinnering aan Nederland, zei ze liefdevol. De te vroeg overleden Mirjam wist als geen ander hoe vaak ik van huis was geweest voor JONAG en daarom wilde ze wat terugdoen voor mijn vrouw.

Het waren altijd hele plechtige herdenkingen. De programmering had een vrij vast stramien. Er was altijd een min of meer bekende Nederlander die een voordracht hield. Daar hield je in ieder geval een mooi boekje aan over. En afhankelijk van de spreker en het onderwerp ook iets om over na te denken. Er was altijd muziek, niet zelden in de vorm van een koor. De krijgsmacht was present via een geestelijk verzorger die het ‘Onze Vader’ uitsprak of iets anders, passend bij de denominatie van de geestelijke in uniform. Zo maakte ik mee dat rabbijn Menno ten Brink onder meer het ‘Kaddisj’ uitsprak. Ik had voor die gelegenheid mijn keppel meegenomen en heb die toen even opgezet. Eigenlijk had ik ook moeten gaan staan, maar dat durfde ik niet, want iedereen bleef zitten, ook het koninklijk paar. Dus als ik was gaan staan, had ik vast een of ander protocol verstoord …

Ik heb via een andere bestuursfunctie van vrij dichtbij de discussie meegemaakt over de tekst die bij de kranslegging op de Dam wordt uitgesproken. Het heeft flink wat overredingskracht gekost, doch inmiddels wordt ronduit gezegd dat er een krans wordt gelegd voor “de meer dan 100.000 Joden, Roma en Sinti die werden vervolgd en vermoord in concentratie- en vernietigingskampen enkel en alleen om wie ze waren.”

Voor mij was 4 en 5 mei belangrijk, hoewel er geen heel directe familie is omgebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mijn grootouders van vaderskant waren al voor de oorlog overleden en mijn ouders hebben de oorlog niet in Europa meegemaakt. Een tante, zus van mijn vader, zat ondergedoken in België en een neef van mijn vader wist onder te duiken in Utrecht. Beiden hebben het gelukkig overleefd. Van wat verder afstaande familie kan dat niet worden gezegd, zag ik toen ik een tijdje geleden aan de gang ging met het opzetten van een stamboom. Zij krijgen een naam op het
Namenmonument
, opdat zij niet vergeten worden. Ik heb een naam van grootmoederskant geadopteerd (Mina, één van de Wafelmannen die zijn vermoord door de nazi’s en hun handlangers). Dat ga ik ook nog doen voor een familielid van de kant van mijn grootvader, een Polak dus.

De meest belangrijke herdenking voor mij was altijd de Jom HaSjoa-herdenking van de Joodse gemeenschap in de Hollandsche Schouwburg. Niet besloten en ook voor de rest heel anders dan de formele nationale herdenking op de Dam. Die laatste was zeker emotioneel, doch in de Hollandsche Schouwburg was de emotie pas echt voelbaar. Onder andere door de plek. Het was een voorportaal van de absolute hel in het oosten, via Westerbork. Je besefte dat je daar stond met degenen die het hadden overleefd en met hun nageslacht, net als ik van ná de Sjoa. In de Hollandsche Schouwburg voelde je je één met elkaar als Joden. Op de Dam kwamen allerlei groepen bijeen om hun leed te delen; het was zonder twijfel gedeelde smart, alleen veel afstandelijker. Niettemin heel belangrijk voor Nederland als land en als natie, inclusief minderheden, de nieuwe Nederlanders.

In Israël wordt Jom HaSjoa genoemd “Dag van de herinnering aan de Sjoa en het heldendom” (Jom lezikaron lasjoa velagvoera). Dat hoorde ik voor het eerst van een Israëlische ambassadeur die in de Hollandsche Schouwburg sprak en zich er wat over had verbaasd hoe de herdenkingsdag in Nederland wordt aangeduid. Hij had natuurlijk gelijk. Jom Hasjoa vehaGevoera werd ingesteld ter herinnering aan de opstand in het Getto van Warschau. Israëli’s zouden er niet aan moeten denken zich de Sjoa alleen maar te herinneren als nederlaag. Want dat ís de Sjoa. Immers, één op de twee Europese Joden en één op de drie de Joden in de wereld werd vermoord. Voor Israëli’s is het van levensbelang de wil om terug te vechten en het koesteren van hoop te benadrukken. Wie zal hen dat kwalijk kunnen nemen? Zonder die levenshouding was het land allang verdwenen.

Al voor onze alia hadden we meegemaakt hoe nagenoeg iedereen in Israël bij het loeien van de sirenes (om tien uur) twee minuten stilstaat. Ook op de snelweg wordt gestopt en gaan de meeste inzittenden naast de auto staan. Bussen stoppen eveneens en veel passagiers gaan naar buiten, hebben we aan den lijve ervaren. Het is indrukwekkend hoe de herinnering aan de Sjoa het land in zijn greep houdt. Radio en televisie, kranten, het staat allemaal in het teken van wat het Joodse volk doormaakte tijdens de Sjoa, de waanzinnige volkerenmoord in het beschaafde Europa, die volstrekt uniek mag worden genoemd door het industriële en mensonterende karakter ervan.

Dit jaar maakten we de herdenking van de Sjoa mee georganiseerd door Elah en de IOH, de vereniging van Nederlandse Joden in Israël. Het was vlakbij waar we wonen. Een indrukwekkende bijeenkomst. In dat opzicht vergelijkbaar met de Hollandsche Schouwburg. Doch in Israël voelt het anders aan. In ieder geval voor mij. In Nederland was het altijd loodzwaar, hier op zichzelf niet minder, doch je beseft terdege dat je in Israël bent, wat je kan zien als het Joodse antwoord op de Sjoa. Geen wraak, wel veerkracht. Dóórgaan na de Grote Ramp, omdat Joden als opdracht hebben het Jodendom te doen voortleven en iets van het leven te maken.

Net zoals je in Nederland een nationale herdenking hebt op 4 en 5 mei, een herdenking die dus in het teken van de natie en het land staat, heb je hier naast Jom HaSjoa (vehaGvoera) Jom Hazikaron en Jom Haätsmaoet. Ook op Jom Hazikaron loeien sirenes (11 uur), om het land en zijn bewoners eraan te herinneren dat er meer dan twintigduizend mannen en vrouwen gevallen zijn voor Israëls onafhankelijkheid en daarna. In Nederland wordt één oorlog herdacht (plus de politionele acties, strijd in Korea en vredesmissies daarna), in Israël worden vele oorlogen herdacht. En dat in de wetenschap dat het nog niet is afgelopen. Iran is vastbesloten dit land te vernietigen, en Iran is niet de enige.

In een poging de strijd tussen Palestijnen en Israël een andere wending te geven werd er op Jom Hazikaron voor de dertiende keer een aparte bijeenkomst georganiseerd in Tel Aviv. Daar werden niet alleen de Israëlische doden herdacht, er werd ook stilgestaan bij de doden aan Palestijnse kant. Het deed me echter denken aan de felle discussies in Nederland over de vraag of de tijd was gekomen om samen met de Duitsers te herdenken op de Dam. Nederland is nog niet zo ver, hoewel Duitsland inmiddels een goede buur is geworden. Israël is er ook nog lang niet aan toe om op Jom Hazikaron aandacht te besteden aan wat Palestijnen de Nakba noemen. Zolang dit soort initiatieven alleen nog maar aan de Israëlische kant van de grens kunnen plaatsvinden, zo lang is naar mijn idee de tijd nog lang niet rijp voor gezamenlijk herdenken. Ondanks hele goede bedoelingen.

Delen |

vrijdag 13 april 2018

Eén van de dingen die ik heb moeten loslaten na onze alija is mijn betrokkenheid bij interreligieuze en interculturele dialoog (zie onder). In Nederland heb ik me samen met anderen meer dan tien jaar met wisselend succes ingezet om contacten te leggen en onderhouden met andere religieuze en culturele gemeenschappen in Amsterdam en ook daarbuiten. Mijn uitvalsbasis was de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam en later deed ik het ook namens het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom.

Het was een soort mitswa. Ik hield me ermee bezig omdat ik er de noodzaak en het belang van inzag. In het begin ging het met veel plezier, meer dan aan het eind, moet ik bekennen. Niet dat het bij de start altijd even makkelijk was – dat is het eigenlijk nooit echt geweest – maar het gaf aanvankelijk hoop op betere relaties en meer onderling begrip. Later verdween die hoop steeds meer en werd het dialoogwerk een herhaling van bijna rituele zetten. Het werd méér van hetzelfde in plaats van iets waar je verder mee kwam. Alsof je met een auto niet vanuit je eerste of tweede versnelling naar een hogere kunt schakelen en in rondjes blijft rijden. Ik wilde meer; het zat er gewoon niet in.

In Israël had ik best een frisse start willen maken met dialoog, doch dat lukt niet vanwege mijn gebrekkige kennis van het Hebreeuws. Er is hier meer dan genoeg te doen op dat vlak. Dat had ik al gezien voordat we hier gingen wonen. Hier is de urgentie eigenlijk veel groter. Circa twintig procent van de Israëlische staatsburgers is niet Joods en daarmee is vreedzaam samenwonen én integratie een belangrijke zaak in dit, ondanks het 70-jarig bestaan, kersverse land met al zijn diverse inwoners. Toen we vanuit Nederland vertrokken, zei iemand mij dat ik gelukkig naar een land ging met minder islam en moslims dan Nederland. Klinkklare onzin, want hier is het aantal moslims beduidend groter.

In Israël gaat het niet zoals in Nederland om meer of minder islam. Dat is nauwelijks een issue. Erkenning van Israël als Joodse staat met Hebreeuws als voornaamste voertaal is wel een fors ding als het gaat om islamitische of christelijke Arabieren met een Israëlisch paspoort. Dat is echter meer een kwestie van politiek, niet zozeer religie, al speelt religie wel degelijk mee.

De onderlinge verhouding tussen seculiere of traditionele Joden en orthodoxe of ultraorthodoxe Joden is eerder iets dat de voorpagina’s van tijd tot tijd beheerst in het enige Joodse land ter wereld. Spanningen met moslims gaan hooguit over de te harde gebedsoproepen vanaf minaretten of het respecteren van Joodse feestdagen, zoals Jom Kipoer, wanneer nagenoeg alle Joodse Israëli’s de auto laten staan. In Akko vond ooit een wellicht onbedoelde provocatie plaats toen een Arabische inwoner met zijn auto door een Joodse wijk reed op de heiligste dag van het Joodse jaar. Niet handig en het liep flink uit de hand, waarbij de Joodse inwoners zich net zo goed incorrect gedroegen.

Onlangs heb ik me toch weer even beziggehouden met dialoog, zij het in de vorm van een terugblik. Mij was gevraagd om voor een groep Nederlandse Joden die al heel lang in Israël woont, wat te vertellen over mijn ervaringen met de dialoog in Nederland. Ter voorbereiding heb ik de jaarverslagen over dialoog doorgenomen van de LJG Amsterdam. Bekende kost, want die heb ik grotendeels zelf geschreven als toenmalige voorzitter van de dialoogcommissie. Al lezend schoot me weer van alles te binnen. Positieve zaken en helaas ook negatieve ervaringen, waar ik indertijd zelfs slapeloze nachten van had. Vrijwilligerswerk is niet altijd een lolletje, zeker niet als je persoonlijk wordt aangevallen en je nauwelijks de kans krijgt je te verweren na er letterlijk uitgegooid te zijn. Dat overkwam me, en niet alleen mij, op de Facebookpagina van het Joods-Marokkaans Netwerk.

Eén van de positieve gebeurtenissen was de komst van een groep Turkse moslimjongeren van de Gülen-beweging naar sjoel. Zij wilden meer horen over Chanoeka. Vlak voordat ze zouden komen, brak er oorlog uit tussen Hamas en Israël (2008). Ik wist toen bijna zeker dat ze zouden afzeggen óf als ze toch zouden komen, het maar over één ding wilden hebben: het Palestijnse lijden door toedoen van het kwaadaardige Israël. Ze kwamen en toen ik vroeg of ze het over Gaza wilden hebben, kreeg ik als antwoord dat ze kwamen voor Chanoeka, dat was de afspraak.

Met aanhangers van Gülen heb ik meer prettige ervaringen gehad. Het zijn hele devote moslims, maar gericht op contact met andersdenkenden vanuit respect en ook nieuwsgierigheid. In Turkije hebben ze het steeds moelijker gekregen nadat Erdogan hen tot staatsvijand heeft verklaard. Hij eist de uitlevering van Fettulah Gülen die in de Verenigde Staten woont. De Amerikanen zijn evenwel geenszins van plan hem het land uit te zetten. Gülen heeft ooit opzien gebaard toen hij in 2010 de raad gaf de Gazavloot uit Turkije te laten aanleggen in Asjdod, opdat de Israëli’s de spullen konden controleren alvorens die naar Gaza zouden worden overgebracht. Als de Turken toen hadden geluisterd, was het niet tot een ernstig incident gekomen met tien doden op de Mavi Marmara. De relatie tussen het steeds islamitischer wordende Turkije van Erdogan en Israël is toen helemáál bergafwaarts gegaan.

In Nederland merkte ik bij andere Turken dan de Gülenisten reeds ruim voor 2010 dat de stemming richting Israël aan het omslaan was, nadat Erdogan met zijn AK-partij in 2003 de macht kreeg. Een vertegenwoordiger van een Turkse moskee in de Amsterdamse Pijp zei dat ooit letterlijk tegen mij: “Ik denk nu veel minder positief over Israël dan vroeger.” Trouwens, tijdens mijn dialoogperiode in Nederland zag ik ook een coalitie ontstaan tussen de zwarte en de islamitische gemeenschappen. Beide groepen hadden een appeltje te schillen met Joden: de zwarte groep vanwege de vermeende rol van Joden bij de slavernij, de moslims in verband met hun solidariteit met de Palestijnen. Diezelfde solidariteit tref je ook aan bij links Nederland, net als bij nogal wat progressieve christenen.

Bij de LJG Amsterdam hadden we ooit protestanten uit Gouda op bezoek. Een deel van hen was fel pro-Israël (dat was het meer stijve deel), een ander deel (de alternatieven) was ongeveer net zo fel voor de Palestijnen. De aanwezige LJG’ers hebben toen een soort van bemiddelaarsrol gespeeld om beide groepen nog een beetje on speaking terms te houden.

De ervaringen met de Marokkaanse Nederlanders waren vanaf het begin heftiger dan met Turkse groepen. De Arabische frustratie of zelfs woede over wat Israël de Palestijnen zou hebben aangedaan én nog steeds zou aandoen, speelde daarbij een grote rol. ( Zeker, er gaan dingen mis, Israël is echter niet de duivel himself, net zomin als dat Palestijnen alleen maar lief en zielig zijn). De meer redelijke Marokkanen maakten een soort onderscheid tussen Joden in Nederland en Israël, voor de anderen was het eigenlijk één pot nat. Al zeiden ze dat ze vooral iets tegen “zionisten en Isra-hel” hadden, niet zozeer tegen Joden als zodanig. Niet zo raar want Jodendom en christendom zijn religies van het boek, aldus de Koran. Daardoor was er ergens iets van respect voor Jodendom en ook Joden. Vooral als die anti-Israël zijn! Vaak heersten er bij de Marokkanen (en dat geldt ook voor anderen) idiote ideeën over de macht van Joden en meer van dat soort wanstaltige vooroordelen. Dat laatste kwam vaak neer op ordinair antisemitisme.

Antizionisme was zo ongeveer een gegeven bij de contacten met Marokkanen, net als bij nogal wat felle linkse, seculiere autochtonen die blindelings partij trokken voor de Marokkaanse immigranten en hun nakomelingen. En samenhangend daarmee met de Palestijnen. Dat leidde in de kring van de dialoogcommissie zelf steeds meer tot felle onderlinge discussies. Niet dat er iemand was die zich geen zionist noemde, al waren enkelen zeer kritisch over wat Israëli’s uitspoken. De vraag was vooral wat je mocht verwachten van een dialoogpartner met wie intensief werd samengewerkt. Wat mij betreft hoef je bij Marokkaanse Nederlanders ( en anderen!) echt niet uit te gaan van veel waardering voor Israël, dat kunnen ze doorgaans nu eenmaal niet opbrengen. Dat hoeft ook niet per se. Echter, als je in Nederland voorstander bent van een goede relatie met Joden, dan is het merkwaardig als je vindt dat de Joodse staat geen enkel bestaansrecht heeft. En als je zegt dat wél te doen (vaak lippendienst, vond ik), dan is het bizar dat Israël zo ongeveer wordt beschouwd als het grootste kwaad van de wereld en dat het totaal niet deugt, kortom, een volstrekt fout land is.

Dat je van Joden niet mag verwachten dat zij gaan samenwerken met overtuigde antisemieten hoef je niemand uit te leggen. Velen willen er echter niet aan dat het net zo logisch dat je niet mag verlangen van Joden dat zij vriendschappelijke banden onderhouden met overtuigde antizionisten. Als je je daar als Jood voor leent, dan doe je – mogelijk zonder het goed te beseffen – in wezen afstand van de Joodse staat en zijn bewoners (het gaat om het land als zodanig, het gaat niet om de zittende regering). Of je laat je op z’n minst lenen voor zoiets tenenkrommends als: “niks tegen Joden, alleen tegen zionisten.” Dan ben je antizionisme aan het witwassen onder het mom van: zolang het maar geen antisemieten zijn. Je sluit dan je ogen voor het onmiskenbare feit dat antizionisme de nieuwe variant van het aloude antisemitisme is. De staat Israël als ‘de Jood’ onder de naties.

Als je voor dialoog bent in Nederland dan zou je ook voor onderlinge contacten en vredesonderhandelingen moeten zijn, hoe moeizaam ook, als het om het Palestijns-Israëlisch conflict gaat. Zoiets komt in de praktijk neer op het nastreven van de ‘twee staten-oplossing’.


Nota bene: Dialoog kun je omschrijven als open gesprekken met andersdenkenden op basis van gelijkwaardigheid om te komen tot wederzijds begrip en het wegwerken van vooroordelen. Bij dialoog verdiep je je oprecht in elkaars achtergronden, leefwereld en waardensysteem. Centraal staat wederzijds respect voor de ander vanuit waarden als “leef en laat leven” en “geluk is belangrijker dan gelijk”. Dialoog betekent allerminst dat je het met elkaar eens hoeft te zijn of te worden, doch er zijn wel grenzen aan de dialoog. Bijvoorbeeld als de ander niet wordt erkend in de essentie van zijn of haar bestaan. Dit wil zeggen bekeerd, bestreden of zelfs vernietigd.

Delen |