De woningmarkt in Jeruzalem

Eva van Sonderen

vrijdag 30 april 2021

Ik ben hier bevriend met S., de voormalige gabbaiet van mijn reformsjoel. Ze komt uit Zuid-Afrika, haar vader was een reform rabbijn. Ze is een uiterst sociaal voelend persoon, die tot haar pensionering heeft gewerkt als begeleidster in een instituut voor mentaal gehandicapten, en als sociaal werkster in verschillende bejaardentehuizen. Ze laat me af en toe kennismaken met de rafelranden van de Jeruzalemse maatschappij. Zij was ook degene die me een keer zei: "Denk maar niet dat iedereen hier naartoe is gekomen uit zionistisch idealisme."

Wat voor andere redenen zijn er behalve zionistisch verlangen om mee te willen werken aan de opbouw of continuering van de staat Israël? Antisemitisme, ondervonden in het land waar je bent geboren, kan een belangrijke reden zijn. Of voor Nederlandse Joden: het naoorlogs ontbreken van een levendige Joodse gemeenschap. (Wat Tamara Benimah “de lege sociale ruimte” noemt.) Of kom je als pensionair op ´fiscalija' om de gouden levensjaren door te brengen in een zonnig Joods land? Of ben je een avonturier die hier is blijven plakken? Of had je een dwingende reden om je geboorteland te verlaten – werkloosheid, een verbroken relatie, een financieel schandaal, wat voor reden dan ook?

Er schuilt waarheid in de oude grap: “Hoe kom je aan een klein kapitaaltje in Israël? Door een groot kapitaal mee te brengen.” Dat geldt natuurlijk nog meer voor degenen die zonder veel geld op alija komen en die zichzelf misschien niet zo goed in de markt kunnen zetten omdat ze kunstenaar zijn, of schrijver, of omdat ze een zwakke gezondheid hebben. Dat gold voor een van mijn vriendinnen, de Spaans-Marokkaanse tekenares aan wier overlijden ik eerder een column heb gewijd – zij maakte muurschilderingen en ontwierp ansichtkaarten, maar moest een groot deel van haar leven werken als telefoniste in de nachtdienst bij een sjiek hotel, om de kost te verdienen. Later stond ze met zelfgemaakte tassen, hoeden en kleding op markten en festivals, en haar hele leven bleef ze wonen in het eenkamerappartementje in Beit Canada, opvanghuis voor nieuwe immigranten, ook toen dat later flatjes voor bejaarden werden; ze was als het ware meegegroeid met de veranderende bestemming van het gebouw. De voormalig-Amerikaanse eigenaar van een spiritueel boekwinkeltje is nadat hij geen enkele huurappartement meer kon betalen, door bemiddeling van een sociaal werkster eveneens geëindigd in Beit Canada. Gelukkig dat zulke oplossingen nog wel bestaan in Israël.

Terug naar S., die bij me langs kwam om te vertellen over een Amerikaanse vrouw, lid van onze sjoel, die in het Park Mesila, de wandel- en fietsroute langs de oude spoorlijn, was aangereden door een fietser. Ze was naar het Shaare Tsedek ziekenhuis gebracht, waar bleek dat ze ernstige botbreuken had opgelopen. Ze is ook nog eens astmapatiënt.

Na het ziekenhuisverblijf moest ze naar een revalidatiecentrum en S. was ingeschakeld om wat spulletjes uit haar appartement op te halen. Geschokt vertelde S. me wat ze had aangetroffen: er was lekkage geweest, het plafond in het keukentje was daardoor naar beneden gekomen, de schimmel stond dik op de muren, het was er vuil en alles zat diep onder het stof, geen omgeving waar een astmapatiënt kon thuiskomen. Kortom, er moest niet alleen worden schoongemaakt, maar ook gerenoveerd en geschilderd, en dat moest de huisbaas, een in de VS wonende accountant, betalen. S. had inmiddels een aantal telefoongesprekken met hem achter de rug en was laaiend. "De huur is drieduizend sjekel* voor dat krot en hij vindt alle werklieden die ik heb georganiseerd, te duur." Tenslotte had hij toegegeven, het plafond was gerepareerd, geschilderd en de schilder had meteen de muren maar meegenomen. Nu was er een door S. georganiseerde schoonmaakster bezig alles van vet en vuil te ontdoen. Toen ik me liet ontvallen dat ik een stofzuiger bezat, nam S. me mee, lopend; ik droeg de stofzuiger en zij de slang.

Wat onmiddellijk opviel aan het appartement: aan een korte kant van de smalle ruimte stonden een grote donkere kast, een grote tafel en lompe leunstoelen op elkaar gestapeld. Dat bleek meubilair van de verhuurder te zijn, hetgeen absoluut niet mocht worden weggedaan. Aan de andere korte kant werd de muur in beslag genomen door opeengestapelde verhuisdozen van de huurster. Daartussenin werd de kamer ingenomen door een breed bed, door boekenkasten die een even brede belezenheid toonden, en door tassen en dozen waar van alles in was gepropt. In het piepkleine keukentje was de schoonmaakster bezig het aanrecht en de vloer te boenen. De massale koelkast had ze al onder handen genomen; een wasmachine, met daarbovenop een droger, stond te draaien. Het kostte nog even moeite om een werkend stopcontact te vinden, maar daarna lieten we de stofzuiger los op het vaste tapijt, voor zover daar geen spullen op stonden.

Als ik dit soort toestanden aantref, heb ik meteen een gevoel van: There for the grace of God go I. De woningmarkt in Israël is een volkomen vrije markt, er is geen huurbescherming, geen huurgrens, ieder jaar kan een verhuurder de huur opzeggen of onbeperkt verhogen. Ongeveer 29 procent van de Israëli´s woont in een huurwoning van een particuliere eigenaar. Jongeren kunnen in grote steden als Tel Aviv, Jeruzalem, Haifa en zelfs Beersjeva geen woning kopen, de prijzen zijn te hoog voor hen. Volgens het CBS woonde in 2018 ongeveer 32 procent van de mannen en 18 procent van de vrouwen tussen de 25 en 34 nog steeds bij hun ouders.

Huren is altijd als een inferieure optie beschouwd, maar de laatste vijf jaar begint dat te veranderen. Omdat jongeren met de veranderende arbeidsmarkt hoe langer hoe minder gebonden willen zijn aan een vaste woonplek, zien projectontwikkelaars zoals Shkun&Binui of Africa Israel een markt in het bouwen van projecten waar koop- en huur wordt gemengd, of waar alleen huurappartementen voor de lange termijn worden aangeboden. Er bestaat nu een overheidsorganisatie, Dira Lehaskir, die tegen gereduceerde prijs grond aanbiedt aan ontwikkelaars die zich vastleggen om die flats voor vijftien à twintig jaar te verhuren, alvorens ze tenslotte te koop aan te bieden. Nog lang geen sociale woningbouw, maar het is tenminste iets. Al is het bedoeld voor jongeren en gezinnen en zullen armlastige senioren – als ze geluk hebben – aangewezen blijven op oplossingen als Beit Canada.


Chalomot Arnona of Arnona Dromen, een woningbouwcomplex in Oost Talpiot met huurwoningen voor tien jaar

* 3.000 sjekel is ongeveer 760 euro.

8 + 2 = ?
en die zichzelf misschien niet zo goed in de markt kunnen zetten omdat ze kunstenaar zijn, of schrijver Ja, zo'n schrijver ben ik ook. En ik mag van geluk spreken dat ik in een land woon waar ze aan huursubsidie doen. Anders zou ik me in net zo'n situatie bevinden als die aangereden astmapatiënte.
Vervolg: De huurster is terug in het eenkamer appartement en is dolblij dat veel is schoongemaakt, gerepareerd en geschilderd. Ze heeft nu zelf de inhoud vangroot aantal verhuisdozen (gebruikte kleding van haar echtgenoot), aan een charitatieve instelling geschonken, en verder volle zakken met textiel weggedaan. Er is meer ruimte en een groot bureau met bureaustoel is vrijgekomen! Wel hoopt ze op termijn een beter appartement te vinden met meer licht en een normale huisbaas.

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.