Hitte

Eva van Sonderen

vrijdag 28 juni 2013

Het is hier heet, heet en nog eens heet. De zomer is er nu echt en zal ons pas half of eind oktober een beetje verlaten. Ik kijk naar de weerkaart van Nederland met lage temperaturen en regen, en smacht. Zoals men in Nederland smacht naar tropische temperaturen.

Alleen in airconditioned ruimtes is het overdag goed toeven. Een paar dagen geleden was ik voor werk bij de Nederlandse ambassade, een hele middag luchtgekoeld. Daarna was Tel Aviv nog heet, maar Tsomet Sfarim, een boekwinkel op Dizengoff waarvan ik nog een tegoedbon had, bood soelaas. Je kunt er ook koffie drinken en de krant lezen. En tegen de tijd dat ik eindelijk mijn keuze had gemaakt, was het buiten afgekoeld.

Ieder zichzelf respecterend restaurant hier heeft airco. Mensen komen er niet alleen om te eten en te drinken, maar ook om af te koelen. Oi wee als het systeem het midden augustus af laat weten. Een kwaliteitsrestaurant heeft niet alleen een gewone airco, maar in de keuken een extra systeem om hete stoom af te zuigen en om verse koele lucht van buitenaf binnen te brengen. De elektra-rekeningen zijn er dan ook naar: een restaurant van 250 à 300 vierkante meter geeft tweemaandelijks vijfentwintig- tot dertigduizend shekel uit aan elektra. En dan zijn er nog klanten die klagen: de één vindt de airco te hoog staan en heeft het koud, de ander wil de airco wat lager laten zetten. In mijn ervaring houden Amerikanen over het algemeen van ijskoude ruimtes. In Kol Haneshama, de progressieve sjoel in Baka, met een groot aantal Noord-Amerikaanse leden, (rabbijn Arik Asscher, van Rabbis for Human Rights, is één van hen) dien je in de zomer een warme sjaal mee te nemen.

Eén troost: de avonden zijn heerlijk. Je kunt dan nog steeds buiten lopen op sandalen en in je T-shirtje. En er worden tuinfeesten gehouden. Zondag 23 juni vierde de rabbijn van de eerdergenoemde sjoel, Levy Weiman-Kelman, zijn zestigste verjaardag met een feestje in een zaal van de Cinemathèque. Op een groot scherm werden video’s uit zijn leven getoond: een intelligente tiener uit New York die tijdens een Conservative jeugdkamp al van plan was om naar Israël te gaan. Via een incarnatie met Afro-kapsel en woeste baard naar een jonge rabbijn, opgeleid aan het Jewish Theological Seminary (Conservative), die in Jeruzalem - of all places - een Reformgemeente oprichtte, eerst in een buurtcentrum en later in een door Teddy Kollek geschonken piepklein gebouwtje in Baka. Daar werd de kehilla aangevallen door een boze orthodoxe rabbijn met zijn aanhang. Inmiddels is er, mede door de onvermoeibare fondsenwerving van Kelman, een ruim nieuw gebouw verrezen. Tussen de video’s was er een amusante conference door twee ‘charedim’ die verontwaardigd commentaar leverden op de beelden. De tweede helft van de avond vond buiten plaats, op het grasveld onder een grote volle maan, met zicht op de Oude Stad, met goede wijn en hapjes en muzikale optredens van leden van de kehilla. Op het laatst bleek Levy Kelman zelf een begenadigde rockzanger te zijn.

Afgelopen dinsdag moest ik naar de acupuncturist van het ziekenfonds. Omdat de bus op zich liet wachten, nam ik een taxi. Een oudere Arabische taxicauffeur. We kwamen op een of andere manier te praten over de huurprijzen in Jeruzalem en het gebrek aan huurbescherming: na afloop van een jaarcontract kun je vaak weer verkassen. “In Ramallah gebeurt dat niet,” zegt de chauffeur. “Alleen als je de huur niet betaalt, zetten ze je eruit. Maar Jeruzalem ...” Ik vraag hem of hij in Ramallah woont, maar nee. Na wat doorvragen vertelt hij in Shuafat te wonen. Shuafat, Noord-Jeruzalem, is een Arabische wijk met aangrenzend een vluchtelingenkamp.

Het dorp Shuafat werd in de Onafhankelijkheidsoorlog van ’48 bezet door Jordanië. De UNWRA stichtte in ’48 een kamp voor Palestijnse vluchtelingen in de verwoeste Joodse wijk van Jeruzalem, het Muascar kamp. Na de Zesdaagse Oorlog werd Shuafat geannexeerd door Israël en in 1964 werd het Muascar kamp verplaatst naar een stuk grond naast Shuafat. Het vluchtelingenkamp is het enige dat sinds ’67 binnen de grenzen van Jeruzalem valt en daardoor hebben de bewoners recht op Jeruzalemse identiteitskaarten, kunnen ze zich vrij bewegen, ook als er afsluitingen van de Westbank zijn en hebben ze recht op Israëlische gezondheidszorg en sociale verzekeringen. Dat is de prettige kant van de annexatie. De beroerde kant is dat het kamp ernstig overbevolkt is en niet overal is aangesloten op de riolering. De Israëlische politie durft er niet te komen, de Palestijnse politie mag er niet komen, het is immers Israël, en als gevolg is er veel criminaliteit en drugshandel. Wegens het ruimtegebrek wordt er ook ‘wild gebouwd’: bewoners zetten zelf één of meer verdiepingen op hun huis, zonder op de veiligheidsvoorschriften van de UNWRA te letten. Tijdens het burgemeesterschap van Olmert werden regelmatig zogenaamd illegale huizen met behulp van legerbulldozers gesloopt. Ik was daar een keer bij aanwezig, met een groep Israëlische demonstranten.

De chauffeur vroeg waar in Amerika ik vandaan kwam en ik haastte me te zeggen dat ik Nederlandse was, uit Amsterdam. Ik durfde hem niet te vragen of hij uit het vluchtelingenkamp kwam of uit het oude Shuafat. Ik denk het eerste, want hij begon bitter te vertellen over de Joden die het land van de Palestijnen hadden afgepakt. Toen vroeg hij of ik Christen was. Nee, ik ben Joods. Hij verontschuldigde zich over wat hij had gezegd, de meeste Nederlanders die hij had ontmoet waren immers Christenen. Hij vroeg wat voor werk ik deed. “Sociaal werkster,” zei ik (sociaal rapportrice voor de WUV, een soort sociale verzekeringsagent, is moeilijk uit te leggen). Oh, dat was een mooi beroep, al verdiende het niet veel, werd ik betaald door de gemeente? “Nee,” zei ik, “door de Nederlandse ambassade, want ik werk voor overlevenden van de sjoa, ex-Nederlanders.” Zijn gezicht versomberde en hij zei: “Ik weet dat die daardoor hier zijn gekomen. Maar dat was niet de schuld van ons Arabieren.”

Het conflict komt niet alleen bij het tuinhekje, het komt ook in de taxi, het is overal aanwezig.

3 + 3 = ?

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.