Afrikaanse asielzoekers in Tel Aviv

Eva van Sonderen

vrijdag 10 januari 2014

Het Centraal Busstation in Tel Aviv ligt op de grenslijn van twee verpauperde buurten, Nevé Sja’anan en Sjechoena HaTikwa. Je ziet vanuit de bus nog net waslijnen met was aan grauwe stukken gebouw, die met plastic schermen afgeschermd worden voor de dieseldampen van de voorbij rijdende bussen. Het stationscomplex is een wirwar van verdiepingen, tussenverdiepingen, trappen en roltrappen, waar het moeilijk is je weg te vinden. Bovenin komen de bussen aan en op de overige verdiepingen is markt, met voedselstandjes, zijn coffeeshops en kramen met goedkope troep, variërend van trainingspakken, netkousen, schoenen, tot mobieltjes en speelgoed. Vooral op de onderste verdieping is het treurnis troef. Kom je het busstation uit, dan waan je je bijna in Afrika. Op het kruispunt staat een saxofonist blues te spelen, een mooi muzikaal accent. Op de hoek tegenover het station zit een slagerij in varkensvlees. Dit is de buurt waar de meeste Noord-Afrikaanse (illegale) immigranten verblijven.

Ik neem sjeroet nummer 5 om naar Dizengoff te komen. Achterin zitten twee piepjonge soldaten. Vlakbij het busstation komen we langs het Levinsky-park, waar de grote demonstratie van illegalen de laatste drie dagen plaatsvond: ‘Prison No! Freedom Yes!’ Ook nu, 8 januari, is het daar nog druk met Afrikanen, meest mannen. “Wat moeten die brutale figuren hier, het is hún land niet,” zegt de ene soldaat tegen zijn vriend. We rijden verder en na tien minuten verlaten we de rafelrand van de stad en bevinden we ons in een heel andere wereld, die van het Habima Theater, en de sjieke Rothschildboulevard.

De vluchtelingenstroom begon in 2007. In 2012 bouwde Israël een fors hek langs de grens met Egypte, ook wegens de terrorisme-dreiging vanuit de Sinaï. Dat heeft de stroom van illegalen flink ingedamd, maar inmiddels zijn er naar schatting 54.000 Afrikaanse asielzoekers, de meeste uit Zuid-Soedan of Eritrea, Moslims en Christenen, op een Israëlische bevolking van krap 8 miljoen. Aanvankelijk ging het om 64.000 mensen. Een aantal is, voorzien van $ 3.500 ‘oprotpremie’, teruggegaan naar Afrika. Het is helemaal niet zeker dat ze daar veilig zijn, zeker niet als wordt ontdekt dat ze in Israël zijn geweest. Vijftig asielzoekers, waaronder vrouwen, zijn in september opgenomen door Zweden. Een mooi gebaar, maar natuurlijk niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

Israël had tot voor kort geen consistent beleid voor deze stroom Afrikaanse migranten ontwikkeld. Aanvankelijk werden ze door het leger opgepikt en ‘losgelaten’ in Zuid-Tel-Aviv, in de buurten rond het oude en het nieuwe busstation. Daar kwamen sociale problemen van, de criminaliteit groeide (diefstal, aanrandingen) en de oorspronkelijke bewoners die het geld niet hebben om de buurt ooit te verlaten, protesteerden woedend. Regeringsleiders, zoals Netanjahoe en minister van Binnenlandse Zaken Eli Jisjay, zijn de Afrikanen ‘infiltranten’ gaan noemen, een term die tot dan toe alleen gebruikt werd voor terroristen vanuit Gaza, Libanon of Egypte. Ze beschouwen hen als economische migranten, niet als politieke vluchtelingen, en vooral Jisjay laat zich racistisch uit. Vorig jaar werd de ‘anti-infiltratiewet’ aangenomen en werd het detentiecentrum Holot gebouwd, in de zuidelijke Negev. Het geldt als opvangcentrum, er wordt eten verstrekt en er is medische verzorging, maar omdat de inzittenden zich drie keer per dag moeten melden en dus onmogelijk ergens kunnen gaan klussen (nog afgezien van het feit dat de woestijn weinig werkgelegenheid biedt), ervaren ze het als een gevangenis. Wie zich niet aan de regels houdt - bijvoorbeeld de demonstranten die naar Jeruzalem trokken om te protesteren - kan rekenen op overplaatsing naar Saharonim, een echte gevangenis. Er is nu dus wel sprake van consistent beleid, maar Israël is hiervoor al op de vingers getikt door de United Nations Refugee Agency. Volgens de Hotline die illegale arbeiders bijstaat, heeft nog geen enkele Soedanees of Eritreeër tot nu toe asiel gekregen. Van de 1.600 asielaanvragen zijn er 250 in behandeling.

In het internetmagazine Y.net beschrijft Danny Adino Ababa, een Israëli van Ethiopische afkomst, zijn belevenissen als ‘undercover vluchteling’ in het Levinsky-park, onder de titel: The dark side of Tel Aviv. Een veteraan migrant instrueert hem in het vluchtverhaal dat hij moet vertellen aan de autoriteiten: dat hij soldaat is geweest in Eritrea en bij terugkomst de doodstraf zou krijgen. ‘Lieg tegen de hulporganisaties, zeg dat je te voet door Egypte bent getrokken, ze zijn dol op leugens.’ Doordat illegalen officieel niet mogen werken, heeft een klein deel andere inkomsten georganiseerd. De Soedanezen beheersen de handel in gestolen fietsen, schrijft Adino Ababa. Nieuwe mountainbikes gaan voor spotprijzen van de hand en er wordt gezorgd voor reparateurs. De Eritreeërs beheersen de markt van gestolen tassen en mobieltjes.

Er zullen zeker gelukzoekers zitten onder de asielaanvragers, maar het merendeel is wegens oorlog en dictatuur zijn land ontvlucht en Israël, grenzend aan Afrika, is dan de dichtstbijzijnde democratie. Dit vluchtelingenprobleem kan niet opgelost worden door de migranten op te sluiten. Het moet in internationaal verband opgelost worden, en ook niet door Israël alleen.

3 + 3 = ?
bs"d: Beste Eva, je schrijft:twee verpauperde buurten, Nevé Sja’anan en Sjechina HaTikwa. " en verder: "$ 5.300 ‘oprotpremie". De vertrekpremie is, tot vandaag, "slechts $3500." Hatikva is een buurt, en buurt is in het Ivrith: Sjechoena. De stam sj.ch.n. betekent wonen of verblijven. Sjechoena is buurt. Sjacheen is buurman. Sjikoen is wooncomplex, meestal bedoeld als volkswoningbouw. Sjechina is "aanwezigheid", met de speciale gebruiksbetekenis van : "Het WEZEN van God", ofwel: "De AANWEZIGHEID GODS", ofwel: "GODS ESSENTIELE AANWEZIGHEID'. met beste groeten, Joseef.
Meneer Vleeshhouwer, dank u voor de correctie, van het bedrag, dat heb ik inderdaad fout geschreven! En het doorelkaar halen van de Sjechina met een sjechoena is helemaal dom, ik denk dat het een typefout was. En dat van iemand die zelf in een (heel kleine) sjikoen woont! Sjabbat sjalom, Eva

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.