Nederlandse Joden, hier of daar

Eva van Sonderen

vrijdag 20 februari 2015

Netanjahoe heeft de Europese Joden opgeroepen ‘naar huis te komen’, nu in Europa de ene aanslag op Joodse doelen op de andere volgt, nu zelfs ook in Denemarken, het land dat in tal van opzichten op Nederland lijkt. Dat laatste neem ik over van Frits Barend, die samen met Jessica Durlacher en Natascha van Weezel in De Wereld Draait Door mocht vertellen welke impact de opeenvolgende aanslagen hebben op de Joodse gemeenschap in Nederland. Nou lijken Barend, Durlacher en Van Weezel me niet representatief voor de hele gemeenschap – geen van hen is bijvoorbeeld religieus, geen van hen komt uit de mediene. Nodig eens een rabbijn Spiero uit als mede-forumlid in DWDD, dan heb je in één klap de orthodoxie en de mediene vertegenwoordigd. Het gesprek ging ook alleen maar over Israël als vluchthaven, niet over Joden die Israel verkiezen vanwege de beperkte mogelijkheid om in Nederland een praktiserend Joods leven te leiden. Daar staan deze drie ook ver van af, al merkte Natascha van Weezel op “wel eens naar sjoel te gaan.” Zowel Durlacher als Van Weezel stelden Israël ongeveer gelijk aan Tel Aviv, alsof daarbuiten verder niets de moeite waard is. Een beetje zoals in de apocalyptische roman Het recht op terugkeer van Leon de Winter, waarin Israël is ingekrompen tot de zwaarbeveiligde stadstaat Tel Aviv.

Nu is het ook een leuke stad, maar ook het ultra-orthodoxe B'né B'rak is onderdeel van Tel Aviv. Afgelopen maandagmiddag stond ik daar op een bushalte te wachten op de bus terug naar Jeruzalem. Ik observeerde het Charedi-publiek. De meeste mensen zagen er arm en afgepeigerd uit, mannen in lange zwarte jassen met zwarte hoeden, vrouwen met afhangende schouders en kinderwagens en talloze uitpuilende plastic tassen; alsof de bevolking van de getto’s uit Oost-Europa hier onveranderd is overgeplant. Hier en daar een oudere orthodoxe man met een stralende, vergeestelijkte blik, die viel echt op. In de bus die ik nam, zat voorin een ‘Taliban-vrouw’. Zo worden de vrouwen genoemd van een extreem-orthodoxe sekte waarvan de leden geheel in het zwart gewikkeld zijn, met een zwarte hoofddoek die tot aan de grond reikt - je ziet alleen een bleek gezicht in een zwarte lijst. Naast haar zat een even bleek Joods meisje, in gewone maar zeer kuise kleding. Ik ben blij dat Joden in Israël veilig kunnen leven zonder last te hebben van antisemitisme, maar hier voel ik me altijd een soort antropoloog.

Achter het stuur van de bus zat een bijna karikaturale Israëli, met een glimmend kaalgeschoren hoofd en een blitse donkere zonnebril van enorme afmetingen. Zodra we reden, zette hij de radio op een flink volume en reed nogal swingend op het ritme, ik bedoel, hij reed idioot woest. Er zaten alleen ultra-orthodoxen in de bus en als op onuitgesproken afspraak zaten de mannen aan de linkerkant, de vrouwen aan de rechterkant. Behalve ikzelf was er nog een andere, seculier uitziende vrouw met een baby. Mijn mobieltje ging en de chauffeur begon te schreeuwen dat ik achterin de bus moest zitten als ik belde. (Er is inderdaad een wet in Israël dat je niet mag bellen als je op de voorste stoelen in de bus zit). Omdat ik snel was uitgesproken negeerde ik hem maar even. Toen ik een tweede maal werd gebeld, stond ik op, maar omdat hij opeens krachtig een bocht nam, zeilden mobieltje en ik door de bus … “KL#!%#K”.

Gelukkig verstaan Israëlische chauffeurs geen Nederlandse vloeken, maar mijn toon was duidelijk. Met een verrekte schouder zat ik de rest van de rit uit. Mijn stemming werd hoe langer hoe negatiever en het uitzicht ook. In Jeruzalem was het koud en het waaide hard; om me heen zag ik alleen maar armoedige figuren, zwerfvuil, troosteloze plastic zakken die op de wind rondtolden. Omdat ik de hele dag nauwelijks had gegeten, vluchtte ik een eettentje in waar warme gember-pompoensoep me weer enigszins tot leven bracht. En ik dacht na over de toekomst van de Nederlandse Joden. Sinds het midden van de jaren tachtig ongeveer zijn er veel meer nieuwe initiatieven ontplooid in Joods Nederland. Voorheen ‘verborgen’ Joden zijn uit de kast gekomen, er is meer interesse voor Joods leren, talloze Klezmergroepen zijn opgekomen (al bestaan sommige uit niet-Joden), het Joods Historisch Museum is uitgegroeid tot een toonaangevend instituut, Crescas eveneens, AMOS heeft als modern-orthodoxe gemeente het spectrum verrijkt, er zijn boeken over de tweede en de derde generatie verschenen, een van de best verkopende schrijvers van Nederland is Joods, al woont hij in New York, er leeft een groot aantal Israëli’s in Amsterdam … en tegelijkertijd is ‘de bruine vloed van het antisemitisme weer door de vernislaag van de beschaving gedrongen’, zoals de ouders van Esther Voet ooit voorspelden. En worden Amsterdamse Joden weer angstig, verwijdert een vrouw een bordje met een Davidster van de voordeur, staan er bewapende bewakers bij de sjoel. Maar al kondigt een bekend lid van de LJG aan binnen een jaar op alija te gaan, en al wonen rabbijn en mevrouw Lilienthal alweer anderhalf jaar (of langer?) met plezier in Jeruzalem, het lijkt er nog niet op dat het storm gaat lopen met die Nederlandse alija. Laten we hopen dat Nederland gespaard wordt voor gebeurtenissen als in Frankrijk, Engeland en Denemarken, want: “We need to be both in Eretz Yisrael and in Babylon,” zoals een Israëli ooit tegen mij zei. Niet alleen Israël, maar de hele wereld moet een veilige plek voor Joden (en voor iedereen) worden.

3 + 3 = ?
Lieve Eva in de eerste plaats mijn dankbaarheid voor je fantastische verslag. de liefde die er uit spreekt om te verbinden is het antwoord , die in deze tijd van digitale communicatie geeft dat hoop . Ik zou door willen lezen..... groet uit een druilerig Babylon.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.