Berichten uit de diaspora

Eva van Sonderen

vrijdag 15 februari 2019

Israëli’s zeggen vaak verbaasd dat men in Nederland nog zo bezig is met de Tweede Wereldoorlog. En inderdaad, er is geen gebrek aan lezingen en boeken over die oorlog of over Joodse onderwerpen, zeker niet als je in de Randstad woont. Op 31 januari werd in de Uilenburgersjoel in Amsterdam de Israëlisch-Belgische hoogleraar Vivian Liska geïnterviewd over haar juist verschenen boek German-Jewish Thought and its Afterlife. Zij behandelde schrijvers als Franz Kafka, Paul Celan en Walter Benjamin als brugfiguren tussen de (religieuze) traditie en de moderniteit. Met name Kafka’s verhalen hebben wel de traditionele motieven van de verhalen van bijvoorbeeld reb Nachman van Bratslav, maar ontberen het optimisme van Nachmans mystieke sprookjes. Ik kan er niet veel méér over vertellen, want ben helaas mijn aantekeningen kwijtgeraakt, maar het was razend interessant, zeker voor liefhebbers van literatuur tijdens het interbellum. Liska’s boek is in de betere boekhandel koop.

Zondag 3 februari was ik in De Amsterdamse Boekhandel in Buitenveldert, waar Renée Sanders in gesprek ging met schrijfster Chaja Polak over haar boek De man die geen hekel had aan Joden, Polaks antwoord op het boek Oorlogsouders van freule Van Boetzelaer (zie mijn eerdere column over dit onderwerp.) De winkel zat vol met een overwegend Joods publiek. Chaja Polak is een breekbare verschijning, maar in haar verontwaardiging over de geschiedvervalsing in Van Boetzelaers boek is ze heel krachtig. Ze was tevens verontwaardigd over het dagblad Trouw, dat haar had geïnterviewd en daarna, buiten haar medeweten, dat interview had gekoppeld aan een vraaggesprek met Isabel van Boetzelaer, alsof de pijn van daders en slachtoffers dezelfde is. Haar kwetsbaarheid kwam tot uiting toen ik vroeg waarom ze niet, samen met haar broer Hans Fels, nog meer had ingekeken dan het eerste dikke dossier over Van Boetzelaer, de SD’er die commandant was van SD-agent Krom die hun ouders op hun onderduikadres arresteerde. Ze antwoordde zachtjes dat ze dat niet meer kon opbrengen. De vrijdag vóór dit vraaggesprek stond er trouwens een recensie van Polaks boek in Trouw.


Chaja Polak (links) in gesprek met Renée Sanders

In boekhandel Scheltema presenteerde vertaalster Els Snick 9 februari het driehonderdste deel in de reeks Privédomein van De Arbeiderspers: de briefwisseling tussen Joseph Roth en Stefan Zweig (1927-1938), onder de titel Elke vriendschap met mij is verderfelijk. De titel is uiteraard een opmerking uit een brief van Roth, die direct in 1933 al van Duitsland naar Parijs emigreerde, terwijl Zweig het wat langer probeerde uit te houden in Oostenrijk. Zweig had als succesvolle en bemiddelde schrijver ook meer te verliezen, maar Roth had als man van het volk scherper in de gaten waar het naar toe ging. Zweig, die Roth volgens Els Snick als de grotere schrijver beschouwde, heeft zijn vriend lange tijd financieel ondersteund en getracht hem van zijn zelfdestructieve alcoholisme af te houden. Behalve Snick las ook Pieter Waterdrinker stukken uit de brieven van Roth voor, met veel geestdrift maar niet al te veel invoelingsvermogen voor de drankzucht en de ontworteling van de voor het nationaal-socialisme vluchtende Joodse schrijver. Het woord ‘Jood’ werd trouwens geen enkele keer gebruikt, noch door de inleider, noch door de bezorgster of de voorlezer. Dat het een uiterst boeiende briefwisseling betreft die actueel is, werd desondanks wel duidelijk.

Van mijn jongste broer kreeg ik Jan Brokkens boek De rechtvaardigen. Hoe een Nederlandse consul duizenden Joden redde, ten geschenke. Over Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Litouwen die duizenden gevluchte Joden uit Polen redde door hen een visum voor Curaçao te verstrekken. Ik kan er nog niets over vertellen behalve dat het boek al aan zijn vierde druk toe is.

Dan ben ik nog niet eens naar het Nationaal Holocaust Museum i.o. geweest, waar een unieke foto tentoonstelling is over de vervolging van de Nederlandse Joden, ook met veel amateurfoto’s die niet eerder getoond zijn. En na de inleverdatum van deze column zou ik morgen naar eveneens door het Menasseh Ben Israel Instituut georganiseerde lezing van Remco Ensel over antisemitisme in Nederland kunnen gaan. Evelien Gans z.l. en hij publiceerden samen het handboek (2017). The Holocaust, Israel and ‘the Jew’. Histories of Antisemitism in Postwar Dutch Society.

Je kunt niet zeggen dat de belangstelling voor het recente verleden, en in het bijzonder voor de Jodenvervolging, niet meer leeft in (stedelijk) Nederland.

Reageren op dit item is niet meer mogelijk.
Dag Eva - via een slingerpaadje op google kwam ik bij jou terecht - ik zocht wat gegevens van je moeder Debora de Wilde - dat ivm gegevens die verzamel over de scholen in de Baarsjes in de bezettingstijd - ik wist al dat ze daar op de 7e Montessorischool stond en vanaf september '41 op de 1e Joodse Montessorischool aan het Willinkplein (dat weet ik omdat ik erg veel heb uitgeknobbeld over de joodse leerlingen en leerkrachten in 1940-1943) maar wat ik mis is of juf de Wilde in 1945 weer is teruggekeerd naar haar oude school aan de Corantijnstraat en of ze ook na haar huwelijk een jaar later, is blijven werken (die ontslagregel werd pas later afgeschaft) en was jouw vader Jacques van Sonderen een collega van haar op de 7e ? - het is gek maar haar personeelskaart in het stadsarchief is (voor mij) onvindbaar) en nu ik je toch aan de lijn heb : mag ik je vragen eens naar mijn website te kijken 'eenkleineheldendaad' en dan met name naar het verhaal 'de ontjoodsing' - misschien wil je wel 'kritisch' reageren - dat zou mij welkom zijn tot zover en met een groet aartjanszen

Columns 2024

Columns 2023

Columns 2022

Columns 2021

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012