Portefeuille

Eva van Sonderen

vrijdag 9 december 2016

Anderhalve week geleden liep ik op vrijdagmiddag door Emek Refaiem, de centrale winkelstraat van Baka en de German Colony. Ik had verse groenten ingeslagen bij de boerenmarkt, maar er waren nog meer sjabbatboodschappen te doen. Plotseling zag ik voor mijn voeten een bruine portefeuille liggen. Ik raapte hem op en keek in het rond wie die zou hebben kunnen verliezen. Net kwam er een kennis voorbij, een bejaarde Amerikaanse vrouw. Samen bekeken we de inhoud: veel bankbiljetten, ook een dollarbiljet, een creditcard van Bank Leumi, van een Amerikaanse bank, een senior citizen card, en nog veel meer kaartjes, maar nergens een telefoonnummer.

“Breng ’m naar de vestiging van Bank Leumi hier, zei de kennis, en vraag of ze hun client kunnen bellen.” Uitstekend idee. Helaas, de bank was, net als alle banken tegenwoordig, dicht op vrijdag. Dan maar naar huis om mijn boodschappen op te ruimen en na te denken. Onderweg sprak ik verschillende zestig-plussers aan, of zij misschien Robert X heetten. Zonder succes. Thuis de hele inhoud van de portefeuille onderzocht. Er zat ruim 1300 sjekel in, de eigenaar bleek psycholoog te zijn, en ik vond ook de naam van zijn vrouw. Verder zat er een lidmaatschap van de AACI in, de vereniging voor Amerikaanse immigranten. Telefoonnummer opgezocht en gebeld, maar helaas, op vrijdag geeft ook de AACI niet thuis. Ik had niet zoveel tijd, ik moest voor sluitingstijd van de winkels genoeg etenswaren in huis halen voor de sjabbat, en ik moest nog koken ook. Maar ik wilde degene die dit had verloren en waarschijnlijk wanhopig aan het zoeken was, of zijn creditcards zat te blokkeren, graag voor sjabbat geruststellen. Het dichtstbijzijnde politiebureau was ver weg, en daar heb ik wel eens úren moeten wachten om alleen maar aan de beurt te komen. Ik googelde Robert X en zijn vrouw, en vond enkele Amerikanen die het zouden kunnen zijn: de eerste was een jonge motorduivel, dat leek me onwaarschijnlijk; de tweede was geen psycholoog; de derde wel, maar die zag er met zijn rossige haar veel te jong uit voor een senior citizen.

Facebook! Dat was het. Ik zette een bericht op mijn pagina, in het Engels, met naam van de persoon, naam van zijn vrouw, en alle details die ik als amateur detective te weten was gekomen en postte het bericht. Het duurde niet lang of ik zag dat verschillende mensen het weer hadden doorgestuurd. Er kwam een berichtje van O., tweedegraadsfamilie van me, die er van overtuigd was dat ze hem via Internet wel kon vinden. Mij was dat niet gelukt zei ik, maar graag, ga je gang, dan kan ik intussen even wat challes kopen. Toen ik terugkwam, had ze gemaild: “ik denk dat ik weet wie het is.”

Om een lang verhaal kort te maken, ten slotte vond zij iemand in haar vriendenkring die mevrouw X. kende. Het wachten was nog – vrij lange – tot haar kennis haar het telefoonnummer van mevrouw X. verschafte, en toen kon ik eindelijk de blijde boodschap doorgeven. Even later belde Robert X. mij zelf op, hij was ontzettend opgelucht en had inderdaad lopen zoeken – maar op de verkeerde plek, namelijk de voormalige spoorrails van Jeruzalem naar Tel Aviv, tegenwoordig een wandel- en fietsroute. De portefeuille brandde in mijn tas en we spraken af elkaar voor café Aroma te ontmoeten.

Robert X stond net zijn elektrische fiets vast te maken aan een paaltje, ik herkende hem onmiddellijk – de roodharige psycholoog, maar nu met grijs haar. Hij wilde me een maaltijd aanbieden, maar ik wilde nog steeds boodschappen doen. Een kopje koffie dan? Nou goed, even koffie. Zo zaten we dan in Aroma, twee mensen die elkaar niet kenden, verbonden door een verloren portefeuille. Hij was tijdens het zoeken gevallen met zijn fiets, had zijn handen geschaafd en zag er in het geheel wat verward uit. (De foto op zijn website bleek twintig jaar oud te zijn.) Een uur lang zaten we enthousiast onze verhalen van verliezen en vinden uit te wisselen, alsmede ervaringen van het oleh-chadasjbestaan. Robert X. bestelde toch maar een salade met twee vorken er bij (“Ik moet even mijn zenuwen weg eten”), zodat ik af en toe beleefd iets meeprikte. Toen ik ten slotte aankondigde echt weg te moeten, vroeg-ie of hij me niet een andere keer een maaltijd kon aanbieden of een keer uitnodigen voor sjabbat. “Ja, voor sjabbat!”, riep ik verheugd.

En zo belandde ik de volgende middag op de uitgebreide sjabbatlunch van de familie X, in een nieuwe flat vlakbij het Amerikaanse consulaat, in een gezelschap van louter Amerikanen van middelbare leeftijd, modern-orthodox, de meesten ba’alé tesjoewa (op latere leeftijd vroom geworden). Mensen waar ik niet zo gauw mee in aanraking zou komen, op het politieke spectrum waarschijnlijk meer ‘rechts’ dan ik. Maar het was sjabbat, dus we hadden het godzijdank over de parasja van de week en niet over politiek. Wel over wonderen. Mevrouw X vertelde dat ze zich op een gegeven moment herinnerde dat er een chassidisch gebed bestond om verloren zaken terug te vinden. Ze had zich teruggetrokken in haar slaapkamer en het drie keer intens herhaald. Toen ging haar telefoon en dat was ik – “Baroech Hasjém.”

(Met dank aan het speurwerk van O., die zo aardig was mij weer te bedanken voor het mogen doen van een mitswe.)

3 + 3 = ?
Wat een mooi verhaal, Eva! In het pre-internet tijdperk had ik een soortgelijke vondst in een supermarkt in NYC, gaf het aan de manager, die de volgende dag zei dat een blinde vrouw het geld had laten vallen. Ik blij, maar werd uitgelachen om mijn naïviteit...
Herken ik Thijs, dank voor he reactie! Ik dacht eerst ook: ik geef die portefeuille af aan de drogist voor wiens winkel ik 'm aantrof, maar bij nader inzien leek medat niet zo'goed idee.....wat zulke dingen betreft is internet een zegen.

Columns 2020

Columns 2019

Columns 2018

Columns 2017

Columns 2016

Columns 2015

Columns 2014

Columns 2013

Columns 2012

Doneren

Crescas kan niet zonder jouw steun. Met elke donatie, hoe klein ook, steun je onze activiteiten en zorg je dat wij nog meer voor Joods Nederland kunnen betekenen.